
Een route bedenken op North Sea Jazz is een frustrerende bedoening. Het programma loopt over van de waanzinnige acts met bij elkaar een leger aan topbassisten die je nooit allemaal kan zien. Wie bedacht bijvoorbeeld dat Esperanza Spalding en Vincen Garcia tegelijk zouden moeten spelen? Om maar wat te noemen. En dan speelt op datzelfde moment ook nog een Jon Batiste, die ondanks dat hij geen bassist is, ook niet te missen is.
door Marco Vlot, foto's Eric van Nieuwland
De NPO zendt tot en met zondagavond 24 uur lang streams uit van de concerten, met Steve Coleman, The Roots, Kokoroko, Leif de Leeuw en vele anderen. Via bijvoorbeeld Ziggo kan je ze ook terugkijken.
Een van de hoogtepunten van Dag 2 van North Sea Jazz is het dubbel basgeweld in de Honoraband van Flea - iconisch bassist van Red Hot Chili Peppers - en Anna Butterss. Het mag inmiddels bekend verondersteld worden: Flea heeft een jazzplaat gemaakt en speelt daarop trompet en basgitaar. Met Butterss heeft de kleine bassist niet de minste in huis gehaald voor zijn band. Hun cv is indrukwekkend, net zoals hun spel tijdens dit optreden, zowel op de contrabas als de basgitaar. De liefhebber kan Butterss zondag nog twee keer in actie zien, om maar aan te geven hoe gewild deze artiest is. Flea lijkt met zijn jazz-project ondertussen de inspiratie te hebben gevonden die de Peppers al jaren missen. Het optreden is spannend, hypnotiserend en voelt diep persoonlijk. De Red Hot Chili Pepper wisselt de trompet af met zijn vertrouwde bas, en vooral als hij en Butterss samenspelen valt er flink te genieten.

Natuurlijk, North Sea Jazz barst van de topmuzikanten. Zo horen we Cameron Dawson heel relaxed en vol soul de Britse Joy Crookes begeleiden. De zangeres biedt haar excuses aan voor het gebrek aan jazz, en we vergeven haar. Even verderop zoekt Fatoumata Diawara het, met de toepasselijk genaamde Juan Finger op de bas, meer in de Afrikaanse sferen. En de radiovriendelijke Charlie Puth heeft - over toepasselijke namen gesproken - met Pastor Funk ook niet de minste bassist aan zijn zij.
Helemaal niets mis mee, maar voor het basvuurwerk begeven we ons tussen deze optredens door toch naar de Nile, waar Marcus Miller met een sterrenensemble een ode brengt aan Miles Davis. Met zijn kenmerkende hoed en vestje komt hij op, hij stemt zijn Fender Jazz, en het is aan. Het geluid is zo dik als het maar zijn kan, of hij nou net zijn vingers speelt of slapt, maar bovenal is de legendarische bassist vooral enorm cool, net als Miles dat was. Hij trekt basgezichten en knikt goedkeurend als zijn bandgenoten een goede solo neerzetten. Maar het is niet alleen beuken. Miller is ook niet te beroerd om een gevoelige solo op zijn basklarinet te spelen. Met, naast Miller, namen als Mike Stern en Bill Evans op het podium kan je niet anders zeggen dan dat hier topsport wordt bedreven.

Over basgeweld gesproken: na Marcus Miller kunnen we zo door naar Thundercat, die meteen in de hoogste versnelling gaat. Props naar drummer Justin Brown, die een soort spiegelbol op zijn hoofd heeft en zijn kit mishandelt alsof die er met zijn vrouw vandoor is gegaan. De helm van Brown blijkt goed te passen bij de kenmerkende 6-snarige Ibanez van Thundercat, die niet alleen van glitters is voorzien, maar ook van een gouden Sonic the Hedgehog. Het doet niets af aan de meest exotische geluiden die de bassist eruit weet te toveren. En veel, heel veel noten. Gelukkig neemt de bassist regelmatig gas terug om ‘gewoon’ een liedje te spelen en met zijn herkenbare zachte falsetto te zingen. Maar dan is het weer tijd voor heel veel noten. En natuurlijk, als laatste nummer, Them Changes.

Terug naar Dag 1! Terwijl Vincen Garcia in de ene zaal zijn razendsnelle fingerstyle funk op het publiek afvuurt, laat Nick Clark bij de voormalige bandleider van de The Late Show van Stephen Colbert zien hoe veelzijdig hij is. Jon Batiste beperkt zich niet tot een genre en beweegt tijdens zijn optreden in de Nile van rock naar soul, van jazz naar klassiek en van gospel naar dance. Dat vraagt om meerdere geluiden, en muzikale kameleon Clark tovert die schijnbaar moeiteloos uit zijn basgitaar, contrabas of synthesizer. Hij blijkt zelfs met een cowbell overweg te kunnen als de muziek daarom vraagt.

Eerder op de dag was er een bijzonder onderonsje tussen Christian McBride, die geen introductie nodig heeft, legendarische drummer Questlove en toetsenist Robert Glasper. Wat het optreden bijzonder maakte, is dat deze muzikanten naar verluidt voor het eerst met elkaar speelden. Heel erg jazz allemaal. Het trio, later aangevuld met twee blazers, kreeg van Questlove de naam ‘Premarital Sextet Minus One’ mee, en met de Roots-drummer achter de kit wekt het geen verbazing dat het een overwegend funky bedoening werd. Genoeg reden voor McBride om de nodige smaakvolle grooves uit zijn basgitaar te toveren. Het mooist om te zien was echter hoe de bassist, nu met contrabas, volop aan het genieten was van het spel van zijn medemuzikanten.
Van een hele andere orde, vooral qua aantal mensen op het podium, was het optreden van Snarky Puppy samen met het Metropole Orkest. De tientallen in wit geklede muzikanten speelden het album Somni, en zoals het de band onder leiding van vriend-van-De-Bassist Michael League betaamt, oversteeg het optreden genres, werelddelen en muzikale grenzen. League stak zijn bewondering voor het orkest onder leiding van Jules Buckley niet onder stoelen of banken, en daar moeten wij de beste man volledig gelijk in geven.
Maar waar is die priegeljazz waar North Sea Jazz ook om bekend staat? Nou, bij saxofonist Steve Coleman bijvoorbeeld. Voor het ongetrainde oor klinkt het misschien alsof het kwartet - twee blazers, drums en Rich Brown op bas - allemaal hun eigen ding doet, maar niets is minder waar. Niet alleen komen alle contrasterende melodielijnen en ritmes op onverwachte momenten bij elkaar, maar met name Brown houdt, als een rots in de chaotische branding, de boel bij elkaar.
The RH Factor viert het werk van jazzgigant Roy Hargrove, en we moeten het zeggen: baslegende Reggie Washington steelt de show. Misschien is het zijn opvallende broek, of zijn sik, maar waarschijnlijk ook de diepe grooves die hij uit zijn bas pompt. Net als bij Jon Batiste zitten er twee drummers op het podium. We moeten toch eens aan onze collega's van de Slagwerkkrant vragen waarom dat is.
De Nile wordt afgesloten door The Roots, en van die band verdient Damon ‘Tuba Gooding Jr.’ Bryson een speciale vermelding. De man beweegt niet alleen onvermoeibaar over het podium, maar met zijn sousafoon blaast hij ook nog eens het nodige sublaag de zaal in. Bassist Mark Kelley beweegt ondertussen net zoveel en is qua uitstraling alleen al misschien wel de coolste bassist van het festival. Daar komt bij dat hij een solide fundering legt, samen met drummer Questlove, waar rapper Black Thought zijn tongbrekende raps over neerlegt. En hij heeft rode snaren op zijn bestickerde bas. Alles bij elkaar: helemaal top.
Morgen meer reportages!