IM John B. Williams

Hoe John B, mijn vader werd

Muzieknieuws 11-06-2026 11:34

John B. Williams is overleden. Uw hoofdredacteur maakte hem vaak mee en daarom is deze IM een persoonlijk verhaal geworden.

Tekst en portretfoto's: Chris Dekker

Hoe John B. Williams mijn vader werd? We gaan terug naar de Bass Camps van Warwick in een uitleg die te kort door de bocht gaat. Jaren terug hield Warwick vijf Bass Camps in Duitsland. Het evenement zat ergens tussen een Rock ‘n’ Roll Fantasy Camp en een lesweek in. Twintig groten der aarde gaven vijf dagen les aan honderd studenten van over de hele wereld. Voor het eindfeest werden nog eens tientallen bekende bassisten naar Markneukirchen overgevlogen. Ik ontmoette veel Nederlandse en buitenlandse leerlingen en met een deel heb ik nog contact.



Ik heb wel wat ervaring met het omgaan met bekende muzikanten, ik was jarenlang stagemanager op flinke festivals én ik hou van autorijden. Warwick-opperhoofd Hans-Peter Wilfer vroeg me daarom als chauffeur voor de docenten. In de praktijk hield dat in dat ik ook tourmanager en personal assistant was. Na het diner besprak ik hoe laat ik iedereen ophaalde van het hotel en weer terugbracht in de enorme V8 Chevy Van. Mijn Duits is okay, dus ik deed boodschappen met de bassisten, er lag er ooit een in een vechtscheiding, dus ik was luisterend oor, etc. Ik zal al deze verhalen een ander keer vertellen, maar zo had ik Robert Trujillo van Metallica, Guy Pratt van Pink Floyd, Rhonda Smith van Prince, David Ellefson van Megadeth, Rex Brown van Pantera, Felix Pastorius, Scott Reeder van Kyuss, Victor Wooten, Leland Sklar, John Patitucci en Chuck Rainey in mijn busje én in mijn telefoon. Handig voor het magazine.

The Tonight Show
Met de een heb je meteen een klik, met een ander blijft het afstandelijk en soms bouw je zelfs een gezonde hekel aan iemand op. Iemand met wie het meteen klikte was John B. Williams. Hij werd in 1941 in New York geboren en na een periode percussie te hebben gespeeld, werd hij bassist van het United States Marine Corps. Hij studeerde onder Ron Carter, speelde in de groep van Horace Silver en hij nam op of speelde met namen als Mose Allison, Roy Ayers, Count Basie, Kenny Burrell, Billy Cobham en Dizzy Gillespie. Hij kreeg grote bekendheid doordat hij in de huisbands van een aantal grote Amerikaanse tv-shows speelde: The Tonight Show in de jaren zeventig en The Arsenio Hall Show in de jaren tachtig en negentig.



John was dus al op leeftijd toen ik hem ontmoette en hij maakte een enorme indruk. Hij was 24/7 onberispelijk gekleed. Je zag hem nooit zonder prachtig en stijlvol pak en een Ray-Ban zonnebril of gewone bril op de neus. Hij liep kaarsrecht en stijlvol – een trotse man – en het allermooiste was dat hij tegen iedereen vriendelijk was. Geen sterallures.

Noh hee!
Ik kom uit een klein dorp en iedereen groet elkaar. Als klein kind had ik grote verwarring, toen ik voor het eerst bewust in de ‘grote stad’ liep en dat ik de hele winkelstraat begon te begroeten. Ik leerde al snel van mijn moeder dat je in Alkmaar geen ‘noh hee’ tegen iedereen hoeft te zeggen. Toch begroet ik nog steeds onbekenden. Op de fiets, in de trein, in het lokale winkelcentrum. Daar zijn genoeg bijzondere ontmoetingen, gesprekken en meer uit voortgekomen, maar dat is niet helemaal relevant voor dit verhaal. John B. Williams vertelde me dat hij altijd en overal met een glimlach en groetend naar binnen ging. En dat dat deuren voor hem opende. Ik realiseerde me dat ik dat ook probeer en door John B. Williams ben ik dat veel bewuster gaan doen. Een leuk voorbeeld was die keer dat alle professoren in Bad Elster verbleven. Dat is een Duits kuuroord voor vooral oudere mensen. Je hebt dus een winkelstraat met alleen oude, witte Duitsers met opeens niet alleen Wooten met zijn dreads daartussen, maar ook de fel kijkende Rex Brown, de boomlange, langharige David Ellefson, ‘Vader Abraham’ Lee Sklar, de imposante desertrocker Scott Reeder en Chuck Rainey, die af en toe als Morgan Freeman een handtekening moest zetten. Echt waar. Je kan je dus voorstellen dat onze groep behoorlijk de aandacht trok. En dan was er John B. Williams, die als een ware charmeur iedereen breed glimlachend begroette en de Duitse vrouwen op leeftijd aan het glimlachen of zelfs blozen kreeg.



Biggetje
Zoals je op de foto’s kunt zien was John B. Williams een bassist van kleur. En nu moet ik goed oppassen wat ik schrijf, want dit is een precair onderwerp. Als je de boeken leest van muzikanten van kleur in de VS – die van Jerry Jemmott bijvoorbeeld, dan schrik je van het racisme en van wat deze muzikanten allemaal moesten meemaken en ondergaan. Mijn contact met John B. en Chuck Rainey was meteen goed, maar ik merkte dat een groep oudere bassisten van kleur – die op het Bass Camp-feest te gast waren – een soort afstand hielden van de rest. Ik snapte het wel, met alle verhalen in het achterhoofd. John B. Williams zorgde er echter voor dat ik direct goed contact had met de eerder genoemde Jerry Jemmott en Abraham Laboriel. De laatste heeft een drummende zoon, ja.) John B. nam me mee en zei: “This is my son Chris. P.”

En nu komen we eindelijk op dat vader/zoon-verhaal. In mijn regio heb je een festivalorganisator die Chris Dekker heet, een huisarts die Chris Dekker heet en een begrafenisondernemer die Chris Dekker heet. Dan is er nog een motorcrosser/gitarist/fotomodel/yogaleraar die Chris Dekker heet en de bassist van Orgaanklap – op een Warwick! – die Chris Dekker heet. Sinds jaar en dag ga ik dus door het leven als Chris P. Dekker. Een soort geuzennaam. Crispy Dekker mag ook. En ja, ik krijg wekelijks dat filmpje van het verlamde biggetje met wieltjes in plaats van achterpoten doorgestuurd: Chris P. Bacon. Ik stuur na al die jaren nog wekelijks ‘hahaha!’ terug als weer iemand het varkentje stuurt.
Hoe dan ook. John B. Williams en Chris P. Dekker ontmoetten elkaar, ze droegen beiden een Ray-Ban Clubmaster als bril en zonnebril en er was meteen een klik. Zoals ik eerder vertelde was ik ook PA voor de docenten en op een dag ging ik naar een drogist/apotheek met John B. voor een cremetje ofzo. Een lange gekleurde Amerikaan in pak en een lange witte Nederlander in nette Fred Perry polo lopen naar binnen, beiden ge-Ray-Banned en beiden groeend en glimlachend. Ik voerde als enigszins Duits-sprekende het woord en wat ik zei was totaal ongepland, niet bedacht, maar het vloog er gewoon uit: “Guten Tag, ich suche eine spezielle Creme für meinen Vater.”
Ik wees op John B., die even de later met de creme en een luide “Thank you, son!” de winkel met verbaasde medewerkers verliet.

Semi-bekende gezichten
Het contact met John B. was altijd top, op de Bass Camps en de NAMM-shows. Ik ontmoette zelfs zijn vrouw (foto jhieronder), die me meteen omhelsde. Gister hoorde ik dat hij op 4 juni op 85-jarige leeftijd is overleden. Even oud als mijn echte vader, die gelukkig nog alive and kicking is. John B. leed al langere tijd aan dementie en was opgenomen in een hospice. John leerde me waardevolle levenslessen, ik denk vaak aan hem, ik zal nog vaak aan hem denken. Vanmiddag zit ik weer op de fiets en dit keer zal het begroeten van semi-bekende gezichten die ik elke dag tegenkom heel anders aanvoelen. Dank voor alles, John B.




 

zoeken
zoeken