De meeste bassisten zullen het wel eens met me zijn; op het podium moet alles klein, overzichtelijk en compact zijn. En nu komt Aguilar met een ultieme, compacte preamp met een DI en overdrive functie. Dat moest beluisterd worden!

Aguilar baseerde deze intrapbare voorversterker op de hun alom bekend en geliefde OBP3-preamp die in de meeste gevallen in een bas wordt ingebouwd. Nu hoef je dus niet meer je bas te verbouwen om Aguilar-sounds uit je bas te halen. De voorversterker werd aangevuld met een DI en het ‘AGS’ (Adaptive Gain Shaping)-circuit. Dit circuit bepaalt met de gain-knop zowel de gain van het circuit en de boost van het signaal als de EQ van de toon; een hogere gain-stand resulteert hierdoor in meer saturatie, meer volume, een strakker laag en een sprankelender hoog. Zet daarnaast een goede mid-control en je hebt een bruikbaar boxje.
Het doosje ziet er in het zwart goed en solide uit. Bovenop prijken de bekende voorversterkerparameters treble, bass, master(volume) en gain. Mid wordt geregeld via een ‘mid frequency’- en een ‘mid level’-knop wat de speler alle controle geeft over het geluid. Twee schakelaars zetten zowel de voorversterker als de AGS aan en uit; de voorversterker is hierbij gekoppeld aan een blauwe led en de AGS aan een oranje zodat zelfs op een donker podium het goed te zien is waar je op dat moment overheen speelt. Aan de achterkant van de box zitten de bekende in- en outputs, een DI-output en nog twee schakelaars: de ground lift van de DI (om zo storingen en ground loops uit te schakelen) en een pre/post-switch om de voorversterker voor of achter de DI te zetten. De batterijen schuiven via een ingenieus systeem uit het geheel. Het doosje werkt op twee 9V-batterijen, fantoomstroom of een niet bijgeleverde 20-24V-adapter. De Nederlandse importeur levert deze adapter er wel gratis bij. Van binnen ziet de kwaliteit er goed uit. Het enige wat binnenin ontbreekt is een trafo, wat deze unit dus een trafo-loze DI-box maakt. Dit betekent dus dat de DI niet zonder power te gebruiken is.
Geluid
Het boxje kan op verschillende manieren gebruikt worden. Voor live-gebruik zou de DI naar de mengtafel gaan en de output naar de versterker op het podium. Door de pre/post-schakelaar kan hierbij bepaald worden of het DI-signaal ook de voorversterker moet gebruiken: in de pre-stand zit de voorversterker vóór de DI en heeft het signaal dat de mixer bereikt zowel de voorversterkergeluiden als de AGS-functie. Hierdoor heb je ultieme controle over zowel je podiumgeluid als je zaalgeluid. In de post-stand heb je het kale DI-geluid. Dit klinkt zoals een kale DI moet klinken. De tonen van de Jazzbas klonken natuurlijk en misten geen frequenties. Ook werden er geen frequenties benadrukt of trad er ruis op. Ik moet wel zeggen dat trafo-loze DI-boxen als minder worden beschouwd als DI-boxen met bijvoorbeeld Jensen-trafo’s. Uit eigen ervaring kan ik dit zeker onderschrijven maar dit soort schakelingen scoren qua geluidsniveau, helderheid en natuurgetrouwe weergave ver boven de goedkopere DI-boxen met dito trafo’s. Grootste nadeel blijft dat deze DI-boxen niet passief te gebruiken zijn. Het aanzetten van de voorversterker geeft een hele andere klank; ineens is het kale DI-geluid een stuk minder aantrekkelijk en wordt je overspoeld door een warme en een zeer organische toon. De EQ-controls van de voorversterker (treble-, bass- en mid-level) kunnen de frequenties zowel boosten als cutten; op de 12-uursstand staan ze neutraal. De ‘mid frequency’-knop maakt het geluid af door de middenfrequentie precies af te stellen; hierdoor kun je goed wisselen tussen warm en ronkend of een wat meer moderner geluid. Zelfs bij extreme gain-standen blijft overdrive (met een Jazzbas) niet aanwezig in het signaal. Bijgeluiden zijn er niet; hiss komt pas om de hoek kijken als de treble-knop wordt opgeschroefd. Het aanzetten van de AGS levert nog meer speelplezier op; de toon van de AGS, afhankelijk van de gain-stand, kan hierbij variëren tot warm en ronkend tot luid en rockend. De gain-stand bepaalt hierbij overduidelijk de toon. Onder de 11-uursstand is het geluid warm en zompig, tussen 11 en 1 uur voel je de bas strakker worden en na de 1-uursstand neemt de saturatie goed toe. Extreme gainstanden zijn minder bruikbaar en geven een super gesatureerd geluid en een flinke compressie. Pas hierbij wel op met de boost; een hogere gain stand levert ook een boost van volume op bij het aanzetten van de AGS! Deze boost is niet afzonderlijk te regelen en kan, zeker voor de geluidsman, als hinderlijk worden ervaren. Wat goed opvalt is dat het geluid van de DI, in combinatie met de AGS, niet dun en treble-achtig wordt maar de fundamentele bas blijft behouden. Ik verwacht daarom dat de AGS een soort van speakersimulatie-circuit heeft dat de overdrive-toon natuurlijk en duidelijk houdt. Het signaal dat door de output naar de versterker gaat lijkt erg op het signaal dat uit de DI komt. De voorversterker kleurt het signaal en de AGS voegt hierbij een lekkere overdrive toe.
Conclusie:
Aguilar heeft een naam hoog te houden op het gebied van voorversterkers en die doen ze met dit kastje eer aan. Het geluid van de voorversterker is zeker gebaseerd op de OBP-3 en heeft met zijn flexibiliteit een groot effect op je kale basgeluid. Combineer dit met een overdrive functie die kan gaan van ronkend tot extreem en een DI die dit geluid nog eens goed weergeeft en je hebt een winnaar! Een doosje zeker de naam Tone Hammer waard.
www.aguilaramp.com