Laney Nexus-Fet, Laney NX410, Laney NX115Versterkers
Auteur
In De Bassist nummer 2 kwam de Laney Nexus-Tybe al eens voorbij. Dat is een 400W-buizentop. Deze keer testen we de Nexus-Fet: een 650W-top met een buizen voorversterker en een mosfet poweramp. Deze top is gekoppeld aan een Laney 4x10"-speakerkast en een 1x15"-cab, die we beide gelijk even testen. Het geheel is een behoorlijke toren die de broekspijpen goed moet laten wapperen. Mijn allereerste gitaarversterker was een 50W Laney Linebacker-combootje. Verder heb ik in oefenruimtes wel eens op verschillende Laney-bascombo’s gespeeld, maar verder dan dat gaat mijn ervaring met Laney niet. Dit geldt ook voor veel andere bassisten, want Laney heeft nog niet zo’n grote faam verworven in de baswereld. Toch timmert het Britse merk al meer dan 40 jaar aan de weg. Al sinds 1967 maakt Lyndon Laney versterkers. Hij begon als jong mannetje in het schuurtje van zijn ouders. Van oorsprong is hij bassist en ooit zat hij in een band met enkele leden van Led Zeppelin. Toch zag Laney al snel in dat zijn passie niet het maken van muziek was, maar het knutselen aan versterkers. Zijn voorliefde gaat uit naar buizenversterkers, waarbij hij streeft naar een eigen Brits geluid. Onder gitaristen is Laney een bekendere naam. Met name de versterkers in de middenklasse zijn zeer in trek bij de gitaristen. De laatste jaren is het bedrijf zich ook steeds meer gaan richten op versterkers en speakerkasten in de duurdere klasse. Voor de test reis ik af naar Roermond, waar bij importeur Papen & Bongaerts de Laney-stack op mij staat te wachten. Eenmaal aangekomen word ik bijzonder gastvrij ontvangen en naar een ruimte gedirigeerd waar de stack opgebouwd staat. Ik krijg het advies om mij vooral niet in te houden, dus dat doe ik ook niet. Ik heb mijn oude Fender Jazz-bas meegenomen, zodat ik goed kan luisteren hoe de versterker op de verschillende basgeluiden reageert. Bij de eerste blik op al die knoppen krijg ik het een tikje benauwd. Ik houd van versterkers met zo weinig mogelijk knoppen en andere toestanden, en dit is een zo’n beetje het tegenovergestelde. De top ziet er overigens wel zeer strak en solide uit. Eerst maar even wat settings uit de handleiding proberen om een beetje een indruk te krijgen. De handleiding geeft drie voorbeeldstanden met de sprekende namen Funk Punch, Rough Indie en Shade of Jazz. Helaas krijg ik bij deze standen niet het resultaat dat je zou verwachten op basis van de namen. Een beetje dun met veel hoog, is de eerste indruk.
Het buizengedeelte heeft naast de tubegain- ook nog een tubelevel-knop, die de vervorming goed instelt. Deze tubelevel-knop staat los van de volumeknop, dus als je de tubelevel hoger zet, moet je ook het volume aanpassen. Eerst het mosfetkanaal. Wat opvalt, is dat de fetgain en de mastervolume knop vrij hoog moeten staan om een behoorlijk volume te krijgen. Het geluid is clean met een hoog randje, maar mist nog een beetje warmte. De toonregeling heb ik nog steeds in het midden staan. Het buizenkanaal geeft beduidend meer volume. Dit kanaal klinkt warmer en er is een mooie overdrive uit te halen bij hogere gainstanden. Mijn favoriete stand is de tubegain op zes en de tubelevel op twee. Een harde aanslag komt zo goed door de oversturing heen. Bij lagere gainstanden moet je erg hard aanslaan wil je de oversturing goed horen. Zodra de gain hoger gaat dan 7, wordt het weer te veel van het goede en is de oversturing niet meer mooi. Het klinkt alsof je over een kapotte versterker speelt. Beide kanalen zijn te combineren, maar het is moeilijk om te horen wat nou precies het buizen- of mosfetgedeelte doet. Wie de versterker wat langer heeft, kan deze mogelijkheden misschien wat verder uitdiepen om de verschillen beter te horen. Ik zie echter niet echt het nut in van twee kanalen tegelijk. Het voordeel van twee aparte kanalen is wel dat je bijvoorbeeld een kanaal heel clean kan instellen en het andere kanaal met oversturing, waarmee je verschillende geluiden tot je beschikking hebt.
Hier schuilt de kracht van de versterker. De toonregeling verricht wonderen. Tot nu toe was ik niet echt enthousiast over het geluid, maar nu komt de top steeds meer tot leven. Vooral de mid-knoppen doen hun werk goed. Ik vond het geluid tot nu toe te schel, maar het klinkt al een stuk beter met een boost van het 250K-gebied. De presence-knop is naar mijn smaak overbodig want die voegt meer hoog toe en dat heeft deze versterker al voldoende. Een knop die je niet op iedere versterker ziet, is de sub-knop. Volgens de handleiding filtert deze knop extreem lage frequenties weg. Die lage frequenties kunnen live ongewenst zijn maar in de studio juist gewenst. Dat klinkt op papier zeer interessant, maar ik hoor geen verschil. Persoonlijk zie ik het nut in van twee verschillende equalizers niet in. Aan de andere kant kan je de equalizers gebruiken om snel te wisselen tussen verschillende geluiden. Al deze knoppen geven je een heel scala aan mogelijkheden. Met de meegeleverde footswitch bedien je bijna alle functies. Zeer handig als je live veel uiteenlopende sounds nodig hebt.
Het scherpe randje dat ik hoorde bij de Nexus-top, komt blijkbaar ook gedeeltelijk uit de speakerkast. Met mijn eigen top hoor ik het randje namelijk ook, al is het iets minder prominent dan via de Laney. De 4x10” alleen geeft al voldoende power, dus voor de meeste optredens volstaat één kast. De 15” heeft een beetje hetzelfde karakter met logischerwijs meer laag. In combinatie vind ik de 15” minder toevoegen dan gedacht. Maar dat kan natuurlijk ook komen doordat een 15”-kast verder draagt en je die eigenlijk van een grotere afstand moet horen.
Als je even met de toonregeling stoeit, klinkt de versterker goed. Daar moet je alleen wel even de tijd voor nemen, want het is geen versterker die in iedere stand optimaal klinkt. De frequenties die mij stoorden, hoorde ik ook toen ik mijn eigen top op de speakers aansloot. Je zou verwachten dat de combinatie van hetzelfde merk top en speakerkasten de meest ideale zou zijn, maar in dit geval heb ik mijn twijfels. Gezien de niet-geringe prijs en de grote concurrentie op dit gebied is het maar afwachten of bassisten snel voor deze speakerkasten kiezen. Zeker ook omdat Laney nog geen grote naam is op basgebied. De kracht van de versterker schuilt in zijn vele mogelijkheden. Met behulp van de footswitch stel je makkelijk allerlei soorten rock- en popgeluiden in. De vraag is alleen of de gemiddelde bassist dat nodig heeft. Ik denk dat deze versterker het beste tot zijn recht komt op grotere podia en dat de gebruiker de mogelijkheden die deze versterker biedt, pas na een hele tijd flink experimenteren zal kunnen waarderen.
Er zijn nog geen reviews voor dit item.
Om een review te schrijven moet je ingelogd zijn. |
Login
Laatste artikelen
- [WebSpecial] - IM: Duck Dunn
- [Nieuws] - Donald 'Duck' Dunn overleden
- [Nieuws] - RIP Chris Ethridge
- [Nieuws] - Stagg Electric Upright Bass
- [Nieuws] - Een geheel nieuwe Gibson
- [Nieuws] - Duesenberg Eagles Bass
- [Nieuws] - Höfner sponsort Bootleg Beatles
- [Nieuws] - David Ellefson App
- [Nieuws] - Kala basukeleles naar NL
- [Nieuws] - RIP Jim Marshall
NIEUWSBRIEF
Laatste forum posts
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 11.5.2012 20:18 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 7.5.2012 16:51 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale Remus 7.5.2012 12:24 |
![]() | Flatwounds op shortscale martbas 28.4.2012 16:02 |
![]() | basversterker aansluiten op PA williamv 25.4.2012 17:31 |







