De stoere bassist die met zijn ruige knuisten bulderende baslijnen uit zijn knoestige grooveboomstam knuppelt, waar kan die terecht als hij een nieuwe bas zoekt? Bij Ibanez met z’n dunne speedbasjes moet ie niet zijn, zo is de algemene opvatting. Of toch wel? Wel dus, want de ATK-serie is terug! De Bassist test de ATK300 viersnarige bas in de sunburst-uitvoering.
Ibanez heeft in een paar decennia een hoop basgeschiedenis geschreven. Van een maker van tegenwoordig overigens zeer gewilde Fender- en Rickenbackerkopieën ontwikkelde het bedrijf zich vanaf de jaren ’70 tot een eigenzinnige bassenfabrikant. Met modellen als de Musician en de Artist probeerde Ibanez een voet tussen de deur te krijgen bij liefhebbers van exotische houtsoorten, actieve elektronica en doorlopende halzen. De Roadster en Roadstar bassen richtten zich op de voorstanders van de meer aardse tonen. Vanaf medio jaren ’80 werd al het eerdere bassucces van Ibanez overschaduwd door de Soundgear serie. Het leek wel alsof deze serie door de jaren heen steeds slanker werd, en in steeds lichtgevender kleuren werd uitgebracht. Slap- en tapmonsters met zweetbandjes om de pols en rockbassisten met geföhnd fluorescerend poedelhaar adopteerden de Soundgears als de bassen van hun eerste keus. Ze waren gemakkelijk bespeelbaar, met een dunne hals, een kleine body, een lage actie en veelal actieve elektronica die het speelgemak paarde aan een indrukwekkende toon.
Lel van een body
Gaandeweg leek het alsof Ibanez de stoere no-nonsense bassisten een beetje uit het oog was verloren. Maar toen kwam in 1995 de ATK serie op de markt. Een lel van een body hebben deze bassen, een flinke plaat hout waarop een stevige hals is was geschroefd. Stoere twee-om-twee geplaatste klaverbladmechanieken op een forse kop houden de snaren op stemming, die aan de andere kant van de bas verankerd liggen in een enorme verchroomde plaat. De brug van de ATK bassen lijkt op die van een Fender Telecaster gitaar, inclusief de snaren die door de body heen lopen en een uitsparing waarin het brugelement ligt. Dat element is een nogal bijzonder geval. Het heeft drie spoelen en drie magneetbladen, en er zijn met een driestandenschakelaar verschillende geluiden uit te halen.
Constructie
De eerste ATK’s werden gemaakt in Japan. Uiteindelijk zijn er verschillende series geweest, van goedkoop tot duur, gemaakt in Japan of elders. Enkele jaren geleden verdween de ATK uit beeld, maar nu is hij terug. De Ibanez ATK anno 2007 wordt gemaakt in Indonesië en is verkrijgbaar in één scherpgeprijsde serie: de viersnarige ATK300 en de vijfsnarige ATK305. Wij krijgen de beschikking over een viersnarig model in de kleur Trifade Burst. Volgens de specificaties is de bas gemaakt van Light Ash, maar een echte lichtgewicht is het niet. Dat komt overigens wel de balans ten goede: ook aan de gladste gitaarband blijft de ATK300 stabiel hangen in elke gewenste speelpositie. Onder de spiegelende sunburstlak is de onregelmatige tekening van het essenhout mooi zichtbaar. Veel minder duidelijk is uit hoeveel stukken de body is gebouwd, ik vermoed twee met dus in het midden een lijmnaad, maar die is dan zo netjes gemaakt dat je ‘m echt bijna niet ziet. Volgens oud Ibanez-recept is de hals gemaakt uit drie stroken esdoorn, waarvan de middelste kwartiers gezaagd is. Dat levert een zeer solide hals op, en daarbij is dit exemplaar ook nog eens lekker dik. Op de hals ligt een aparte esdoorn toets, die door zijn andere nerfpatroon het effect van een heuse ‘fake-binding’ geeft. Twintig jumbofrets heeft hij, genoeg voor bassig baswerk. Helemaal goed is het afstelmechaniek voor de halskromming. Waar andere basmerken de bassist tot waanzin drijven met stelpenmoeren verstopt onder vastgeschroefde afdekplaatjes, heeft deze ATK à la Musicman een trussrod voorzien van een wieltje met gaatjes. Stokje erin steken, draai aan de stelpen geven en klaar. Minder goed is de topkam, die is weliswaar netjes afgesteld maar er zitten scherpe hoekjes aan, uitkijken dus met de linkerhand. Een drielaags zwart/wit/zwarte slagplaat beschermt de body tegen duimnagelgekras. Het batterijvak is afgedekt met een plaatje en twee schroeven, en voorzien van de tekst ‘9V Battery Inside’. Fijn om te weten. Het elektronicavak is voorzien van afschermende grafietlak en ziet er netjes uit. Bij onze testbas hing er wel een stukje hout los rondom één van de schroefgaten.
Elektronica
De bas is uitgerust met een driebands actieve EQ, die niet uitschakelbaar is. Een mastervolumeregelaar en een driestandenschakelaar voor het element maken de zaak af. De meegeleverde handleiding (!) spreekt van een ‘pickup character switch’, zonder uit te leggen wat het ding nou precies doet. Gelukkig biedt de website van Ibanez uitkomst. ‘Trad’ is de enkelspoelsstand met een passieve high-cut: er wordt dan een condensatortje tussengeschakeld, wat het effect geeft van een toonregeling op een passieve bas die een stukje is dichtgedraaid. ‘Bright’ is gewoon enkelspoels, en ‘attack’ is de humbuckerstand. Vermoedelijk is de derde spoel een dummyspoel zonder eigen magneet, om ook in enkelspoelsstand de brom van TL-buizen de nek om te draaien. Want stil is deze ATK in alle standjes.
Bespeelbaarheid
Op de bespeelbaarheid is niets aan te merken. Vers uit de doos is de ATK prima bespeelbaar, niet te licht zoals het hoort bij een ‘werkbas’ als deze, maar wel zeer soepel. Doordat de drie magneetbladen van het element licht meegebogen zijn met de radius van de snaren, geeft het bespelen boven het element enigszins het speelgevoel van een ‘pickup ramp’. Je vingers vallen dan niet diep tussen de snaren, maar vinden vlak eronder houvast, wat de snelheid en precisie ten goede komt. Het fretwerk is werkelijk eerste klas. De overigens echt heel dikke jumbofrets zijn prima afgewerkt, alle randjes zijn glad gemaakt en er is geen ongerechtigheid te vinden. Zoals gezegd is ook de balans prima.
Geluid
Droog bespeeld klinkt de bas zoals je het zou verwachten van een lichte essen body met een stevige hals en een esdoorn toets. Helder, diep en met een felle attack. De ATK300 reageert erg goed op de speelpositie van de rechterhand. Ook de slapsound belooft veel. Tijd om in te prikken! En dan blijkt dat de elektronica een groot deel van de versterkte klank van deze ATK bepaalt. Qua element en elektronica lijk de bas geënt te zijn op de Musicman Stingray, met een vette knol van een humbucker in de brugpositie en een actieve toonregeling. En de sound bevestigt die indruk volledig. Met de toonregeling op neutraal klinkt de bas helder en duidelijk maar bescheiden. De basregelaar zorgt voor een dikke scheut goed doseerbaar laag/laag-mid, terwijl de hoogknop precies die lispelende attack kan toevoegen voor een levensgevaarlijk slapgeluid. Teruggedraaid tot vóór het duidelijk voelbare middenklikje geeft de hoogknop een mooie vintage afdemping van de hoge frequenties. In directe vergelijking met een paar andere bassen mist de ATK wel de druk in het echte hele lage laag, en ook met de basknop is dat niet bij te regelen. Door de midregelaar terug te draaien kun je de slapsound nog eens aandikken, of je draait ‘m open om feilloos dwars door de vuigste rockgitaren heen te prikken. Dat is dan ook het sterke punt van deze ATK300.
Ruig, ruiger, ruigst
De kracht en veelzijdigheid van de elektronica wordt nog eens versterkt door de driestandenschakelaar, uitgevoerd als kabouterswitch. Had dat nou niet een wat steviger schakelpook kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld op een Telecaster-gitaar? Het is toch een belangrijk knopje. Het verschil tussen de drie standen is bij vingerspel werkelijk subtiel. Enkelspoels of humbucker maakt kennelijk niet zoveel uit als het geluidsverschil dat je krijgt door een element simpelweg op een andere plek te zetten. Ondanks de schakelmogelijkheden van zo’n driespoels element blijkt een basgitaar met één pickup toch noodgedwongen beperkt qua sound. Pas bij ruige bediening met rechterduim of een plectrum worden de verschillen tussen de standjes wat duidelijker. De aanduidingen ‘Traditional’, ‘Bright’ en ‘Attack zijn terecht gekozen: ze leveren sounds op van warm en diep tot fel en smerig. Wel valt vooral bij ruiger spel en flinke boost van de toonregeling op dat de sound erg opgepompt wordt. Dat is heel handig, maar niet iedereen vindt het lekker.
Conclusie
Met zijn essen body en stevige hals is de Ibanez ATK300 een solide werkpaard. In de elektronica kiest Ibanez voor de agressieve, felle toon. Dat mag, en de fabrikant doet dat bovendien heel goed. Deze bas legt een goeie basis in elke muziekstijl en prikt door iedere bandmix heen. Maar in de ATK300 schuilt meer. En het is vooral jammer dat het echte mooie laag dat de houtconstructie zeer zeker te bieden heeft, in de versterkte klank achterwege blijft. Je moet een durfal zijn om in zo’n mooi instrument de beitel te zetten, maar een extra halselement, een aan/uitschakelaar voor het actieve circuit en een passieve toonregeling zouden absoluut een verrijking zijn. Wie durft?
Ibanez ATK300
Body: licht essen
Hals: driedelig, esdoorn
Frets: 21, jumbo
Hardware: Ibanez, verchroomd
Element: Ibanez, 3-spoels ATK pickup
Elektronica: Ibanez, 3-bands
kleuren: naturel, zwart, driekleuren sunburst
www.ibanez.com