Dingwall Super J

 
Dingwall Super J

Bassen

Aantal snaren 4
Merk Dingwall
Model Super J
Type instrument Basgitaar
Mensuurlengte 34"
Fretloos/gefret Gefret
Actief/passief Actief
Elementsoorten 2x Jazz-type

Auteur

Auteur Marten Schulp

Iedereen, bassist of niet, ziet het meteen. Dat er ‘iets scheef zit aan de hals’. De frets van deze bas zijn geplaatst in een waaiervorm, een constructiemethode die veel klankvoordelen biedt. Van de Canadese firma Dingwall test De Bassist de nieuwe Super J, een traditioneel vormgegeven basgitaar vol moderne snufjes.

Het Novax Fanned Fret System voor snaarinstrumenten, een vinding van Ralph Novak, bestaat al jaren. Op een incidenteel handgebouwd instrument na is het systeem tot nog toe nooit toegepast door een andere basmaker dan de Canadees Sheldon Dingwall. Hij bouwt de exclusieve series Z1, Z2 en Prima, en de beter betaalbare Afterburner en Afterburner II. De Super J is de recentste toevoeging aan Dingwalls assortiment en is een geslaagde poging om vintage geluid en uiterlijk te combineren met de voordelen van het Fanned Fret System.


Fretjes in een waaier

Om met dat laatste te beginnen: wat is nu het voordeel van dat systeem van de gewaaierde frets? Die waaiervormige plaatsing volgt uit de verschillende snaarlengten op de bas. Op een normale basgitaar zijn alle snaren even lang. Het verschil in toonhoogte tussen elke snaar wordt bereikt doordat elke snaar een andere dikte en spanning heeft. Een snaar omhoog stemmen is in feite zijn spanning verhogen, en een lage E-snaar is dikker dan een hoge G-snaar.

Naast dikte en spanning is er echter nog een derde parameter die de toonhoogte van een snaar kan bepalen: lengte. Ook dat is bekend; je maakt immers een toon hoger door een snaar korter te maken wanneer je hem op een fret indrukt. Met een apart geoptimaliseerde lengte voor iedere snaar zegt Dingwall de klank en bespeelbaarheid van de basgitaar te hebben verbeterd. Door telkens de eerstvolgende lagere snaar een stukje langer te maken, kan de spanning die benodigd is voor dezelfde toonhoogte, hoger zijn. Hierdoor behoudt de snaar meer helderheid in zijn klank, meer boventonen en een steviger grondtoon. Wie wel eens ‘normale’, shortscale- en extralongscale-bassen heeft vergeleken, weet waar het over gaat.


Oerontwerp

De basis van het instrument dat wij testen, is het aloude J-basontwerp. De body is van elzen en de hals van vijf delen kwartiersgezaagd esdoorn. De toets telt 22 frets en bestaat uit een mooi plankje morado, een houtsoort uit Bolivia die op palissander lijkt en ook zo klinkt, maar er niet eens familie van is. Om gewicht te sparen en kopzwaarte te voorkomen is er in de kop een krul weggefreesd en zijn de Hipshot Ultralite-stemmechanieken verzonken gemonteerd. De brug is een fikse constructie van koper, aluminium en roestvrij staal, waar de snaren makkelijk ingehaakt kunnen worden. Elke snaar rust op de twee inbusboutjes waarmee hij in hoogte verstelbaar is.

Ons testinstrument is afgelakt in Olympic White, een mooie roomwitte kleur waartegen de spectaculair getekende slagplaat prachtig afsteekt. Alleen jammer dat de metalen knoppenplaat niet lekker op die slagplaat aansluit: op menig spotgoedkope kopie van het nogmaals niet nader te noemen model, waarop ook deze bas van bijna 3000 euro gestoeld is, wordt dat beter gedaan. Op die knoppenplaat zitten vier iets te goedkoop aanvoelende, en wat mij betreft voor zo’n vintage uitziend instrument iets te modern ogende rubber knoppen. Hieronder schuilt een Aguilar OBP-1-voorversterker die een actieve boost en een passieve cut voor het hoog combineert op één knop. De basregelaar is boost-only. Met een tuimelschakelaartje is de bas passief te schakelen; alleen de passieve hoogknop werkt dan nog. Volgens de specificatiesheet moet er een ‘No-tool Easy Access’-batterijvak met een magnetisch dekseltje op de bas zitten, maar iets dergelijks is nergens te bekennen, dus dat wordt openschroeven.

De elementen zijn van Dingwall zelf, model FD3 en opgebouwd als split-coil, en daardoor bromvrij. Optioneel is de Super J leverbaar met een P-element in de halspositie. De pickups worden bediend door een vierstandenschakelaar: elk element kan solo, en beide kunnen ze serieel en parallel worden geschakeld. Tot slot heeft de bas een mastervolumeknop.


Alles gaat vanzelf

En is dat niet heel erg wennen, die waaierfrets? Je zou het denken, maar verbazend genoeg went het heel snel. Zeker in het eerste octaaf gaat alles vanzelf, alleen akkoordenspel hoog op de hals kan lastig worden. Door de stand van de frets in die regionen bieden zich trouwens wel grepen en sprongen aan die op elke andere bas te ver uit elkaar zitten. Ook de rechterhand vindt deze toch grote verandering wel prima. De lagere snaren staan merkbaar strakker, en daardoor maakt het minder uit dat de aanslagvingers door de schuinstaande brug dichter bij de hals terechtkomen. Alleen funky knorren dicht bij de brug vereist om diezelfde reden nogal wat schuiven met rechts.

De Super J hangt perfect in balans en komt prima afgesteld uit zijn bijgeleverde SKB-koffer. De bespeelbaarheid is helemaal top; van een bas in deze prijsklasse mag je trouwens niets minder verwachten. Akoestisch is al te horen wat voor een stevig, gedefinieerd laag dit instrument produceert. Het is inderdaad het type transparant, gedefinieerd laag dat we kennen van bassen met een extra lange mensuur. Verder is er weinig ‘moderns’ aan de sound van deze Dingwall-bas. Hij gedraagt zich als zijn grote voorbeeld en oervader, alleen zonder slechte eigenschappen als een slappe E-snaar, dode plekken en brommende pickups. Solo ingeplugd overtuigt hij met een warme, dikke sound. Een echte verrijking is de mogelijkheid om beide elementen parallel of in serie te schakelen. De parallelle schakeling geeft de klassieke sound van een jazzbas met beide elementen aan, serieel klinkt als een extra versnelling met een smerige scheut extra ronk.

Fundament
Het wordt pas echt leuk als we ons met de Dingwall Super J in het bandgewoel begeven. Het geluid van de bas mengt ontzettend lekker en nestelt zich comfortabel in de totaalmix. Dit is ook een bas die je niet luid hoeft te zetten, wat in het algemeen een goed teken is. Zelfs op bijna onhoorbare volumes draagt hij de band en verschaft onmerkbaar een stevig fundament. Vooral de noten op de E-snaar profiteren onmiskenbaar van die centimeters extra mensuurlengte. Het is moeilijk te omschrijven, maar het lijkt alsof de noten meer onderkant hebben, zonder dat ze de indruk wekken harder te zijn of meer aanwezig.

Willen we iets meer op de voorgrond treden met de bassound, dan volgt de Super J gedwee. Bij een wat steviger aanslag springen de accenten en de hoge tonen boven de bandmix uit en geven de bassound een offensief karakter. Het bleek heel eenvoudig om door alleen de aanslag te wijzigen, te schakelen tussen schier ondergronds rollende grooves en felle accenten. En met slappen en poppen betoont de Dingwall zich een monster van een slap-Jazz, in de beste Marcus Miller/Larry Graham-traditie. Het ontwerp van de elektronica blijkt live erg effectief. Vooral de combinatie van passief hoog-affilter gecombineerd met de mogelijkheid om actief hoog erbij te draaien biedt alle ruimte voor soundvariaties, van een authentiek muf gemaakte vintage bassound tot een opgepepte, knisperende slap. Ook passief klinkt ie helemaal prima: de sound is dan opvallend gelijk aan de actieve, wat spreekt voor de signaalkwaliteit van de Aguilar-preamp. Passief lijkt de Super J slechts een haartje milder en iets minder luid te klinken.


Conclusie

Met deze bas zul je als bassist eindelijk na elk optreden aandacht krijgen, van bassisten en van niet-bassisten, en zelfs van niet-muzikanten. Dat was tot voor kort alleen weggelegd voor geile gitaristen en zwoele zangers; of dat prettig is, zal ieder voor zich moeten uitmaken. Achter de schuinstaande frets schuilt een goed verhaal, en in de praktijk blijkt het inderdaad veel meer te betekenen dan een gimmick. De lage snaren van de Dingwall Super J klinken helder en diep, de hoge snaren klinken dik en vet, en zo ontstaat een opmerkelijk evenwichtige basgitaar. Daarbij is hij uitstekend afgewerkt, schitterend gelakt en, klein detail, voorzien van een van de meest begerenswaardig wonderschone slagplaatjes die we ooit zijn tegengekomen. Een kleine 3000 euro is een hoop geld, maar wie een perfecte veelzijdige, allround J-bas zoekt en het avontuur niet schuwt, kan zich weinig beters wensen.


Dingwall Super J

Body: elzen
Hals: vijfdelig, esdoorn
Frets: 22, klein
Brug: Dingwall
Mechanieken: Hipshot Ultralite
Elementen: Dingwall FD3 hum-canceling
Elektronica: Aguilar OPB-1, Jeff Frey Hybrid Treble
Kleuren: naturel, Sunburst, zwart, Olympic White, New Burgundy Mist, Electric Apple Red, Supersonic Blue, Bronze Age
Optie: P-element in halspositie

www.dingwallguitars.com