Lace Helix

 
Lace Helix

Bassen

Aantal snaren 4
Merk Lace
Model Helix
Type instrument Basgitaar
Mensuurlengte 34"
Fretloos/gefret Gefret
Actief/passief Passief
Elementsoorten Alumitone
Prijsklasse 500-1000

Auteur

Auteur Remus Aussen

Je zal maar basontwerper zijn. Het valt niet mee om met iets nieuws te komen; alles lijkt toch wel ergens op. Leo Fender heeft een hoop ellende aangericht door zo ongeveer alles te bedenken wat een basgitaar tot basgitaar maakt. En toch staan er zo af en toe ontwerpers op die dan net weer een ‘twist’ aan het instrument weten te geven. Don Lace sr. was zo iemand. Zijn eerste stappen zette hij... jawel, bij de heer Fender in zijn fabriekje, in de jaren ’60.

Hij was een specialist op het gebied van magneten en speelde bij Fender een belangrijke rol bij het ontwerp van onder andere speakers en elementen. Lang nadat hij het nest verlaten had en zijn eigen bedrijf gestart was, vonden zijn Fender Lace Sensor-elementen hun weg naar de duurdere Fender-modellen. De Lace Helix bass is een product van Jeff Lace, die het familiebedrijf voortzette.

In Nederland worden de Lace Helix-bassen geïmporteerd door Otto van Amstel van Back and Forth. Op een koude dinsdagavond levert hij een Spellbinder (zie pagina 40) en drie Helix-bassen af bij schrijver dezes. De foto belooft genoeg. Maar is de Helix-serie inderdaad een noviteit, of een tekentafeldroedel met alleen maar een visuele meerwaarde? Nu kun je voor minder dan 200 euro al een aardig jazzbasje kopen, dus met circa 400 euro zit de goedkoopste Lace Helix niet echt aan de onderkant van de markt. Het gaat hier om een bolt-on, met één element. De andere twee exemplaren zijn vijfsnarige instrumenten met doorlopende halzen en twee elementen. Hiervan hebben we een fretloos en een gefret exemplaar gekregen.


Snotteren

Eerst gaat het fretloze exemplaar uit de tas. Een fraaie tas trouwens, speciaal gemaakt voor de Helix-bassen en met opgestikt logo. Een beetje in de stijl van Danelectro, wat natuurlijk geen toeval is. Het instrument zelf leidt de aandacht echter snel af van de verpakking: leuk ding! Met de spannende bodycontour, de enorme rubber volume- en toonknoppen, en de eigenaardige elementen heb je ineens iets in handen wat - nou ja, je moet ervan houden, maar het is in ieder geval anders. Maar hoe kun je er níet van houden, als iedere toon op de bas onversterkt al zingt als een kerkkoor, als de hals lekker stevig aanvoelt en de body meezingt als een publiek dat het nummer ook kent. De driedubbele tosti van berken en mahonie ziet er niet minder lekker uit. Minpuntje - maar alleen voor wie zijn bas op zijn knieën heeft hangen, want draag je ’m hoger dan merk je het niet eens - is de balans; het instrument heeft een lichte neiging tot kopduikelen. En dat minpuntje wordt ruim gecompenseerd door de uitstekende brug, de goede stemknoppen en de prima afwerking van het instrument. De achterkant biedt weinig verrassing, of het moet zijn dat er een Stratocaster-achtige plugingang in de afdekplaat van de potmeterruimte zit. Overigens een slimme oplossing, want daar doet een jackingang het minst kwaad. Achter de afdekplaat weinig verrassingen. Kleine potmeters, 250K. Genoeg ruimte om ooit alsnog een actieve toonregeling in te bouwen als dat nodig zou zijn. Absoluut grappig zijn de rubber knoppen op de potmeters, en nog makkelijk te bedienen ook. Al vraag ik me af of dat rubber, tegen de tijd dat we het over een ‘vintage Helix’ hebben, niet een beetje gaat snotteren.

Maar het meest opvallend zijn natuurlijk de elementen: ‘Lace Alumitone’ gedoopt. Echt een afwijkend concept: nauwelijks een spoel en gemaakt van aluminium. Je kunt er moeiteloos onderdoor kijken; zo dun zijn deze hoefijzers. ‘Current driven instead of voltage based’, legt de Lace-site uit. Ja ja. Plug erin dus. Het geluid ‘staat’ meteen. Inderdaad - zoals de site beweert - klinkt de bas een beetje als een actief instrument: veel hoog, stevig laag en een aanwezig maar niet prominent midden.


Pianotoon

De fretloze bas laat niet makkelijk los. De zangerige toon is ook versterkt fraai en heeft een kwaliteit die enigszins aan mijn fretloze Music Man doet denken. Maar er zitten nog twee broertjes in de tassen en die smeken ook om aandacht. De gefrette vijfsnaar klinkt in essentie hetzelfde: helder zonder agressief te zijn, met een minder geprononceerd midden. Mijn neiging bij deze bas is wel om standaard beide elementen aan te zetten; daarmee ‘staat’ de toon het mooist, hoewel ook de elementen los van elkaar een eigen geluid hebben. Maar een ‘hifi’-bas klinkt nu eenmaal het mooist in de maximaal-pianostand, en dat is met beide elementen en toonregeling voluit. Het instrument speelt licht, de snaarafstand voelt goed en zowel met plectrum, fingerstyle en geplukt doet ie wat ik verwacht: klinken als een klok, als een grote bel eigenlijk. Zoals een oude Fender Rhodes ook zo’n mooie boventoon (‘beltoon’) kon hebben. Minpuntje is wel dat de B-snaar een beetje traag is en anders klinkt dan de andere vier snaren. Maar dat kan ook aan de snaren zelf liggen. Iets minder verwachtingsvol haal ik de viersnarige bolt-on uit zijn tas. Het goedkoopste jongetje, slechts één element, dus tja... Toch is het eerste gevoel niet verkeerd. Het lijkt wel of de bas nog iets ‘stijver’ voelt dan zijn duurdere tweelingbroers. De dikke zwarte laklaag en de zesschroefsbevestiging van de hals aan de body geven misschien dat gevoel. Maar ook de toon is anders: iets steviger en misschien ook wel duidelijker. Ook aangesloten is de bas anders. Strakker dan de vijfsnaar, iets minder pianotoon, maar verder dezelfde kwaliteiten. Misschien zelfs iets meer ‘bas’ zelfs. Wat zouden deze jongens live doen?


Mee!

Inmiddels is mijn coverband er wel aan gewend geraakt dat ik testbassen meeneem. Maar de Helixen zorgden echt voor opgetrokken wenkbrauwen. ‘Hip!’, was de meest gehoorde benaming. Live was de balans van de bassen geen probleem. De positie van de plugingang bleek inderdaad functioneel: geen gedoe wanneer je je bas op een standaard zet. Dat is wel eens anders, wanneer je bijvoorbeeld een bas met een ‘zij-ingang’ gebruikt. Helaas had ik geen emplooi voor de fretloze bas. Maar de andere twee kon ik mooi door 40 jaar popmuziek heen jagen. Al vrij snel had ik een voorkeur voor de viersnarige bolt-on; iets meer midden en meer punch. De drummer vond het geluid van de vijfsnaar ‘een beetje lief, maar wel mooi’. Nu speel ik in mijn coverbandje allesbehalve lief, dus dat paste niet helemaal. Maar de ‘pianotoon’ stond toch wel fraai onder een aantal nummers. Met de viersnaar zat dat anders. In het ensemble manifesteerde die zich als een strakke Precision-bas, met een directe toon en een duidelijke presence. Bijna ouderwets punchy, maar wel met een extra bite. En zo werd het een leuke avond.


Conclusie

Drie bassen van ongeveer hetzelfde hout, met dezelfde elementen. Alle drie goed afgewerkte, degelijk gebouwde instrumenten, met de elementen als meest aparte eigenschap. Ondanks de mooie pianotoon van de vijfsnaar en de langzame zang van de fretloze versie, had ik toch het meest met het goedkoopste broertje. Waarbij natuurlijk de belangrijkste familieovereenkomst - de Alumitone-elementen - een belangrijke rol spelen. Drie instrumenten tussen onderkant en midden van de markt, die in geen enkele collectie misstaan. En, al is het echt een Rivella-bas (‘een beetje vreemd’), hij is ook prima in staat als ‘main axe’ goede diensten te bewijzen.


Lace Helix Series

Viersnarig, geschroefde hals
Body: tweedelig mahonie
Hals: 34", berken, 21 frets
Elektronica: Lace Alumitone 90TM Soapbar Bass Pickup, Lace DAT-volumeregelaar met 250K-pot en Lace DAT-toonregelaar met 250K-pot
Hardware: heavy-duty chromen brug en gesloten stemschroeven
Toets: palissander
Afwerking: hoogglans zwart, doorschijnend rood en blauw
Gewicht: 3,3 kg
Extra’s: gigbag


www.lacemusic.com