Beschermd gebied
Een boek over oneven maatsoorten voor basgitaristen is natuurlijk geen gek idee. Vooral hier in Nederland en België groeien de meeste bassisten qua maatsoorten op in zeer beschermd gebied. Een van de meest onregelmatige liedjes is voor de meesten nog het Wilhelmus, met zijn onvoorspelbare maatwisselingen tussen vierkwarts, driekwarts en tweekwarts…
Niet echt een nieuwigheid
De eerste genoteerde vijfachtste-maat stamt al uit de vroege zestiende eeuw. Niets nieuws dus. Oneven maatsoorten waren er vast toen ook al veel langer. Daarna gebruikten Handel, Chopin, Wagner en Tschaikovsky vijfachtsten of vijfkwarts en soms ook zevenkwarts maatsoorten. Bij componisten als Brahms, Debussy, Ravel, Bartók, Stravinsky en Ferneyhough loopt het pas echt uit de hand. Zij gebruikten al veel meer verschillende maatsoorten, stelden ze samen en gebruikten ze zelfs tegelijkertijd in verschillende onderverdelingen. Ook in de pop, rock en jazzrock zijn het niet alleen Zappa, Dream Theater en Sting die zich buiten de regelmaat begeven. Ook de Beatles, Dionne Warwick, Led Zeppelin en Pink Floyd zoeken regelmatig de spanning in de onregelmatigheid. Kortom: het is tegenwoordig absoluut zaak dat je je als bassist tegenwoordig niet uit het veld laat slaan door onregelmatige maatsoorten en/of onderverdelingen. De vraag is nu of dit boek hier uitkomst biedt.
Three steps to mastery
In drie stappen beoogt Emmons elk muzikaal probleem op te lossen. Allereerst het ritme onderzoeken, dan de melodische kant van de zaak om tot slot deze twee samen te voegen. Het lijkt op het eerste gezicht heel simpel. Uiteindelijk komt er natuurlijk meer bij kijken, en kent elke stap meerdere facetten, maar het stappenplan is als grondgedachte wel zo overzichtelijk. Emmons komt er in zijn boek steeds op terug en geeft veel voorbeelden over hoe dit principe is toe te passen.
2, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15…
Wat het ritme betreft brengt hij eigenlijk alles terug tot combinaties van 2 en 3. Zo wordt een zevenkwartsmaat teruggebracht tot 2+2+3, 3+2+2 of 2+3+2. Vervolgens geeft Emmons hier ideeën om andere groeperingen en onderverdelingen te gebruiken: 2 en 3 kunnen kwarten zijn, maar ook achtsten of zelfs zestienden. Na de uitleg van al deze mogelijkheden krijg je de opdracht zelf ritmes en baslijnen te creëren. Langzamerhand wordt toegewerkt naar de ‘oneven maatsoort-hogeschool’ van Led Zeppelin en Mahavishnu Orchestra (John McLaughlin). De notenkeuze wordt gaandeweg belangrijker en ook het fenomeen maatwisselingen wordt behandeld.
Conclusie
Al met al is Odd Meter Bass een zinvol boek met veel oefenmateriaal. Het taalgebruik is, evenals het onderwerp, niet eenvoudig en verkleint daarmee wellicht de doelgroep. De cd met ruim 50 door de auteur zelf ingespeelde voorbeelden maken het juist weer toegankelijker.