Ooit was hij vicepresident bij SWR, later redacteur bij Bass Guitar Magazine waarvoor hij interviews en masterclasses schreef. Ondertussen gelauwerd bassist met Berklee-achtergrond. Hij speelde met Mike Keneally, Dweezil Zappa en Steve Vai, die hij onder andere begeleidde bij diens optredens met het Metropole Orkest. Als soloartiest een laatbloeier. Pas in 2003 debuteerde hij met het album View. Nu 6 jaar later, na nogal wat ups and downs, is daar de opvolger Thanks In Advance. Beller laat zich wederom bijstaan door de ‘fine fleur’ van het fusion- en jazzrocksegment. Hoewel het repertoire als geheel als fusion te bestempelen is wordt er in elk van de elf tracks een andere uithoek van het genre verkend. Van bluesy boogie (Cave Dweller) tot bigband arrangement (Casual Lie Day), heftige Zappiaanse jazzrock (Love Terror Adrenaline/Break Through) en zelfs een poprock-nummer met vocalen (Play Hard). Zo gevarieerd als de composities en bezetting waarin gespeeld wordt zijn, zo afwisselend is ook Beller’s geluid en spel. Hij bedient zich net zo gemakkelijk van een dikke vervormde Ampeg-sound (Greasy Wheel) als knorrende fingerstyle, funky slap of fretloze glissando-sound. Beller speelt vooral dienend en doet dat smaakvol, muzikaal en gedoseerd. In Blind Sideways, Life Story en Thanks In Advance geeft hij zichzelf een feature maar ook hier weet hij - in tegenstelling tot andere basgrootheden - wanneer het genoeg is, en dat siert hem. Hij trapt niet in die valkuil, waardoor Thanks In Advance van begin tot eind een zeer beluisterbare plaat blijft van een uitstekende bassist. We mogen dan ook hopen dat het niet weer zes jaar duurt voordat we van hem horen.