Stanley Clarke en John Pattitucci kunnen het. En er zijn er nog een paar die het kunnen, het beheersen van zowel contrabas als basgitaar. Veel zullen het er niet zijn, en diegenen die het wel kunnen komen muzikaal gezien vaak niet verder dan smakeloos fusion-spierballenvertoon. Reggie Washington kan het en die maakt ook nog eens spannende muziek. Geen irritant gefreak op A Lot Of Love, Live!, maar goudeerlijke hardcore trio-jazz. Zowel met de Amerikanen Ravi Coltrane en Gene Lake als met de Belgen Erwin Vann en Stephane Galland maakt Washington muziek op het scherpst van de snede: energiek, spannend, krachtig, subtiel en open. Jazz zoals het hoort te zijn. De muzikanten dagen elkaar uit,vullen elkaar aan en halen het beste uit zichzelf en elkaar naar boven. Deze cd bevat live-opnames uit 2005 en ’06 en aangezien dit soort muziek in een live-situatie het best tot zijn recht komt, is dat een pluspunt. Reggie Washington is een ideale begeleider: zijn grooves zijn retestrak, boeiend en uitdagend. Op deze manier gespeeld is de bas het ideale verbindingselement tussen drums en solist, helemaal goed. Denk aan een kruising tussen Miller (strakke, moddervette grooves) en Pastorius (totale harmonische en melodische vrijheid) en u heeft een idee hoe Washington klinkt. Daarmee doen we hem eigenlijk tekort, want hij heeft een geheel eigen sound en aanpak. Dat bewijst hij ook op contrabas: Ook hieruit krijgt hij een krachtige, warme toon en doet hij wat een bassist moet doen. Als solist is hij op beide instrumenten indrukwekkend. Melodisch sterk, virtuoos en in dienst van de muziek. Datzelfde geldt beide, ijzersterke trio’s. En met repertoire van Bill Frisell, Wayne Shorter, Marcus Miller, Serge Gainsbourg (!) en originals van Erwin Vann en Washington zelf, kan er ook op dat gebied weinig mis gaan. De geinige afsluiter Fanny’s Toy, is een mooi voorbeeld van Washington’s bass-choir ideeën en ook die zijn, zeker voor bassisten, zeer de moeite waard. Topalbum van een topbassist!