Om in aanmerking te komen voor de cd-rubriek van De Bassist is er eigenlijk maar een eis: er is sprake van een bekende bassist, die liefst ook nog eens in dit magazine voorkomt. Om een album van twee grootheden als David Byrne en Brian Eno kan je niet heen, maar we gingen er eigenlijk van uit dat Guy Pratt (zie Plukken) de bas zou hanteren. Niets is minder waar. Het is Brian Eno zelf die de meeste baspartijen verzorgd, soms aangevuld door Tim Harries en Leo Abrahams. Ondertussen zat het album vastgeroest in de cd-speler en de gespeelde baspartijen zijn nu eenmaal mooi en sober. Bij een album van twee grootheden en ego’s weet je niet wat je moet verwachten. Is het een Eno album met Byrne er op of een Byrne album geproduceerd door Eno? Het bevat gelukkig genoeg elementen van beide. Bij veel karakteristieke zangers zijn er twee opties: of je houdt van ze of je haat ze. Slechts bij een is beide mogelijk. David Byrne zingt nasaal, hij lijkt soms wat onvast, maar hij legt er zoveel gevoel in. Het geluid is over het algemeen typisch Eno, maar er zijn zeker raakvlakken met Byrne albums. Al met al is het een cd vol lange nummers waarbij de tekst centraal staat, maar waarbij het geluid ook weer zeer belangrijk is. In de hele recensie lijk ik op twee gedachten te hinken, maar uiteindelijk is het een prachtig verzorgd en coherent album.