Een afbeelding van een bloembed vol prachtige bloemen, besmeurd met een woedende kwak zwarte inkt. Dat is de hoes van de nieuwe cd van contrabassist Stefan Lievestro. En de cd zelf klinkt net zo: de ingrediënten zijn mooie jazz, maar dan opzettelijk vies en vuig gemaakt. De muzikanten maken muziek met een speelvreugde als van een klein kind dat voor het eerst naar buiten gaat in zijn nieuwe jas. Waar is de dichtstbijzijnde modderpoel? Papa wast wel weer. Gitarist Jesse van Ruller mag al zijn effecten uit de kast halen en jengelt er als een Scofield der lage landen op los. Nooit een jazzgitarist een ringmodulator horen gebruiken? Koop dan deze plaat. Drummer Hans van Oosterhout ramt hoekige rockjazzgrooves en organist Arno Krijger keert alle ingewanden van zijn Hammondorgel binnenstebuiten. Daarbij lijkt bandleider-bassist Stefan Lievestro te functioneren als de oppassende papa. Zijn trefzekere lijnen zijn wel druk maar zitten er nooit naast en houden alles in het gareel. Ze vormen het skelet van zijn wonderlijke composities. Die zitten ramvol onverwachte wendingen, maar klinken nooit totaal vreemd. Soms komt dat door de onweerstaanbare grooves, soms door de melodieën die ondanks hun rare kronkels altijd op hun pootjes belanden en daardoor op een wonderlijke wijze in je gehoorgang blijven kleven. Daarbij swingt deze cd van Mona Lisa Overdrive van de eerste tot de laatste minuut.