Basta! #04

Geschreven door Herman Deinum

Herman Deinum speelde al op een basgitaar toen in Nederland nog bijna niemand wist wat dat voor een ding was. Hermans sound en stijl zijn nog steeds uit duizenden herkenbaar, en van stoppen wil hij nog lang niet weten. In Basta! schrijft Herman over zijn belevenissen in de muziek en met de basgitaar.

 

Gitaartje kijken

 

Het moet rond 1959 geweest zijn. Ik woonde bij mijn moeder in Kampen, waar ik ook geboren ben, ik was veertien jaar en mijn vader was net overleden. Wat doe je met een veertienjarige jongen als je hem even extra wilt verwennen? Mijn lieve moeder, die zo veel voor mij betekende, wist het wel. In Zwolle was een grammofoonplatenzaak gevestigd met de naam ‘De Artiest’. De eigenaar heette Henk Boelens en hij was tevens een enorm gitaarfanaat en een groot fan van de instrumentale gitaarband The Shadows. Als een van de eerste Nederlandse winkeliers haalde hij op eigen houtje gitaren van Fender naar ons land. Zo kwam het dat de smerige sadist een waanzinnige, splinternieuwe sunburst Stratocaster uit 1959 in de etalage van zijn platenzaakje zette.

 

Natuurlijk wist mijn moeder dit ook, aangezien ik vanaf dat moment tegen haar over niets anders praatte dan over die gitaar. Bijna wekelijks gaf zij mij 2 gulden en 10 cent, en daarvan kocht ik een treinretour Kampen-Zwolle. ’s Zondagsmorgens nam ik dan de trein, liep naar de winkel van Boelens en ging daar ongeveer een uur voor de etalage staan kwijlen en zuchten. Ik voelde de medelijdende blikken van passerende mensen die verbaasd achter mij langsliepen. Na een uur keerde ik dan weer halfdromend huiswaarts om de volgende zondag af te wachten. De weken leken alsmaar langer te gaan duren. Soms probeerde ik naar Zwolle te liften. Met mijn model en lengte van haar viel dat niet mee in een sterk gereformeerde gemeente als Kampen in het jaar 1959, maar soms had ik geluk.

 

De 2 gulden 10 die ik uitspaarde op het treinkaartje was precies de aankoopprijs van een setje snaren van het merk Pyramide. Ook toen wisselde ik al vaak mijn snaren om. Ik speelde leadgitaar in een Shadows-coverbandje met de naam The Specials. Mijn gitaar was een Eko, een blitse glittergitaar die ik had gekregen van mijn oudere broer. Dat was nog wel lachen ook: ik had er zelf een vibrato van zeer matige kwaliteit op gemonteerd en in het vuur van het spel trok ik hem à la Jeff Beck nog wel eens omhoog. De veer van de vibrato kon dit natuurlijk niet aan en hij sprong er steevast uit. Het resultaat? Zes slappe snaren in mijn linkerhand en een pauze voor de band. Mijn moeder vond het allemaal prachtig. Voor mij is het de eerste stap geweest in mijn levensloop, tot waar ik nu ben.

 

Mijn moeder volgde alles wat ik deed en was er regelmatig zelf bij. Ze kende alle ‘grote’ jongens en net als ik waren zij stapelgek met haar. Ik denk regelmatig aan haar en dan zie ik de beelden glashelder voor me, prachtig! Mijn vader heeft mijn muzikale loopbaan niet meer mogen meemaken. Hij verbood mij muziek te maken. Destijds was hij schouwburgdirecteur en dus ‘kende hij die wereld’. Gelukkig heb ik die wereld zelf ook leren kennen! Mijn vader vond dat mijn school voorging. Zo had hij toch een redelijk excuus voor zijn bizarre besluit. Mijn moeder begreep dat ik niet te houden was (ze lijkt op mijn vrouw!). Deze lente start de nieuwe theatertour van C+B weer. Ik hoop dat mijn moeder boven meeluistert.

 

Tot de volgende keer, groet,

 

Herman

 



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen