Basstory #01

Geschreven door Rinus Gerritsen

Rinus Gerritsen is bassist van Golden Earring. Door zijn no-nonsensebasspel en geheelonthoudende levensstijl geldt hij als de meest behoudende van de band. Daarnaast is hij samen met Cesar Zuiderwijk oprichter van de Haagse muziekwinkel Rock Palace. Elke editie staat een andere bas uit zijn collectie centraal, uiteraard mét anekdote. www.goldenearring.nl


Het moet ergens medio 1960 geweest zijn. Mijn straatvriendje Sjors en ik, respectievelijk twaalf en veertien jaar oud, begonnen een bandje en daar ik mijn eerste gitaarakkoorden van hem afkeek, was de rolverdeling duidelijk; hij speelde solo- en ik slaggitaar. 'Rhythm' stond er op een van de knoppen van de eerste elektrische gitaar die we ooit in handen hadden. Het moet een Höfner geweest zijn. Freddy, de buurjongen, kroop achter het drumstel. Vervolgens begon de moeilijke zoektocht naar een bassist.
Wij bespeelden akoestische gitaren van Duitse herkomst met een provisorisch bevestigd element. De radio in oma’s dressoir fungeerde als versterker. Het vinden van een leeftijdsgenoot in bezit van een basgitaar die ook nog in staat was er op te spelen, leek een utopie.

 

Na diverse audities verscheen Bennie, in bezit van een klassieke gitaar en een enorme radio met een vermogen van 5W. Zijn grootste fans waren zijn ouders, die in tegenstelling tot de meeste ouders onze herrie tolereerden. Hun huiskamer werd dus de ideale repetitieruimte. Bennie bespeelde de nylon snaren naar onze begrippen virtuoos, al hadden we in hem nog steeds geen echte bassist.

 

Geen nood, pa en ma wilden hun Bennie wel verwennen met een vervroegd verjaarscadeau in de vorm van een basgitaar. Het gezin ging dus op weg naar de Haagse muziekhandel Gerritsen.

 

Ons hart sloeg zowat over toen de fiets met de chique gitaarhoes liggend op het stuur tegen de gevel van Freddies huis werd geparkeerd. De schrik was echter nog groter toen bleek dat de hoes geen basgitaar maar een zessnarige Höfner supergitaar met drie elementen bevatte. Volgens Bennie's moeder kon je op de bovenste vier snaren best bas spelen en was het daarnaast nog mogelijk om van zijn prachtige gitaarspel te genieten. Dat was tegen ons zere been en de eerste bandcrash was een feit… exit Bennie.

  

Het zoeken naar een rhythm-gitarist leek ons makkelijker, dus werd ik bassist. Om de hoek woonde een zekere Wim Boersma. Hij was in het bezit van een Höfner vioolbas maar kon geen noot spelen. Als matroos op de grote vaart was hij zelden thuis en ik mocht dit fantastische instrument af en toe lenen. Let wel, dit was ver voor het Beatles-tijdperk. In de jaren '50 werd de vioolbas vooral bespeeld door in onze ogen grandioze indo-bands als de Hot Jumpers, Black Dynamites en Oeti and his Real Rockers.

 

De vederlichte vioolbas hing normaliter tijdens het spelen aan de rechterhand van de bassist door middel van een polsbandje bevestigd aan het staartstuk. Dat maakte het mogelijk om de meest freaky poses aan te nemen. Voor de vintage freaks onder de lezers: we hebben het over de 1958 vioolbas met twee smalle elementen in een zwarte plastic behuizing.

 

 

Later, zo rond 1968, vond ik er één op de tweedehands afdeling van Servaas. Hij hing onopvallend tussen de vele aanbiedingen. Voor 115 gulden een schandalig koopje voor zo’n stuk historie. Grote kans dat het die van Wimpie was. Ik voegde de bas liefdevol aan mijn verzameling toe en bespeelde het instrument nog dat jaar op tracks van het Golden Earring album On The Double. Het meest herkenbaar is de bas op de single Just A Little Bit Of Peace In My Heart. 

 

Next time, next bass.

 

Rinus

 



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen