Pat de Kok: Snel met schuine frets

Geschreven door Jan Colijn
donderdag, 02 september 2010 09:45

webspecial_patdekokicoPat de Kok maakt deel uit van My Favorite Scar. Deze heavy band stond deze zomer in het voorprogramma van Kiss en leverde onlangs het debuutalbum af. De Bassist duikt in de wereld der lage, héle lage tonen.

 

Verslaafd

Het was geen liefde op het eerste gezicht. Daarvoor ziet de Dingwall er nu eenmaal wat te onorthodox uit. Maar nadat Pat de Kok even op deze toch wat merkwaardig ogende bas had gespeeld, was hij verkocht. ‘Zeg nooit nooit, maar zoals ik er nu over denk blijf ik hier de rest van mijn leven op spelen. Ik ben verslaafd aan dat ding.’
De kennismaking kwam bij toeval tot stand. ‘Er stond er één in de studio waar we opnamen. In het begin keek ik er wat vreemd tegenaan, maar toen ik erop speelde, was ik er vanaf het begin enthousiast over. Het waaiervormige fretboard went supersnel. Je pikt het meteen op, speelt er zo op weg. Eigenlijk hoef je er dus niet eens aan te wennen. En alles klopt aan deze bas: het speelcomfort, het gewicht en vooral: de sound.’

 

Lage snaren

Pat maakte in het verleden onder meer deel uit van Vals Licht, een veelbelovende nederpopband die op punt van doorbreken stond, maar er uiteindelijk net niet in slaagde de grote sprong te maken. Vervolgens trad hij toe tot Super Sonic, een stevige rockband waarin hij al meer zijn muzikale ei kwijt kon. Maar bij My Favorite Scar voelt hij zich pas echt op zijn plaats.
Met zijn Dingwall dus als voornaamste wapen in de strijd. De theorie achter het waaier-fretboard is dat het zorgt voor een aangepaste mensuur. ‘De lage snaren zijn langer en daardoor strakker. Zodoende klinken ze ook echt láág. De hoge snaren blinken vooral uit in definitie. Je kunt het vergelijken met het principe achter long- en shortscale-bassen.’
Bovendien is de Dingwall volgens hem Arbo-verantwoord: ‘Het fretboard  zorgt voor een natuurlijkere vingerzetting. Er is goed over nagedacht. Hoe dan ook, deze bas is uitermate geschikt voor onze muziek.’

 

Speciale uitvoering

De Kok heeft twee exemplaren. ‘Normaal heeft de Super J twee jazzelementen, maar ik heb een speciale uitvoering. Wat inhoudt dat het J-element wordt gecombineerd met een P-element. Je hebt daardoor het zware ronkende van een precision met de definitie van de jazzbass. Mijn ene bas staat in B (B, Fis, B, E) gestemd, de andere omhoog getuned in C (C, G, C, F). Sinds kort gebruik ik vijfsnarige setjes, met een dikte van 45 tot 130. De hoge snaar gebruik ik overigens niet, die gaat meteen in de prullenbak.’
‘Normaal gesproken is zoiets gedoemd te mislukken: een dikke B-snaar op een viersnarige bas... Bij de meeste bassen werkt dat niet. Dat gaat onherroepelijk flapperen. Maar niet bij de Dingwall. De lage snaren blijven ongelooflijk goed qua sound. Veel laag en toch een goede definitie: perfect voor onze muziek. En als je dan zo’n lage B aanslaat, is dat enorm kicken.’

 

Endorsements

Het intussen goed ontvangen debuutalbum van My Favorite Scar is geproduceerd door Oscar Holleman, bekend van onder meer Krezip. ‘Ik kende Oscar nog uit mijn Vals Licht-periode. Toen ik hem werk van ons liet horen, was hij meteen enthousiast. We hebben vervolgens een uitgebreide zoektocht ondernomen. We hebben veel geschreven maar ook heel veel nummers weer weggegooid, net zo lang tot we de juiste vorm te pakken hadden. En nu ligt het debuut er dan en we zijn super trots. We krijgen ook ontzettend goede reacties. Afgelopen zomer hebben we vooral op festivals gespeeld, waaronder de Zwarte Cross. En we beginnen nu zo langzamerhand met onze clubtour.’
‘Ja, het begint lekker te lopen. En dat is ook een voordeel als je band het goed doet: we hebben intussen endorsements. Zo heb ik een deal kunnen maken met Dingwall, maar ook met Dunlop voor de plectrums; afhankelijk van het nummer speel ik namelijk met mijn vingers of met plectrum. Maar belangrijker: Dunlop levert ook de snaren. En dat is wel zo handig met het oog op mijn snarenverslindende aanpak. Overigens ga ik binnenkort de nieuwe Robert Trujillo-snaren proberen, daar ben ik enorm benieuwd naar.”

 

Dingwall

Op zijn queeste naar de heilige basgraal speelde de Tilburger de afgelopen twintig jaar onder meer op een Fender jazzbass en diverse Stingrays. Maar voorlopig blijft hij toch bij zijn Dingwall. ‘Die lijkt met zijn smalle neck voor mij op maat gemaakt. Ook omdat ik niet de allergrootste handen heb, dan is dat fretboard een uitkomst.’
‘Momenteel is Dingwall vooral in Scandinavië en Duitsland in opkomst. Je merkt aan alles dat het voortdurend bezig is zichzelf te ontwikkelen. Mijn tweede bas heb ik een halfjaar later gekocht en toen waren er al een hoop veranderingen. Zo moet ik van mijn eerste bas de twee batterijtjes nog verwisselen door de slagplaat eraf te schroeven, het nieuwe type heeft aan de achterzijde al netjes een speciaal batterijvakje.’
‘Ook hebben ze tegenwoordig een voordeligere lijn: de Combustion. Het hout en de onderdelen komen uit Canada, waarna het instrument in China in elkaar wordt gezet. Vervolgens gaat de bas terug naar Canada voor een laatste check-up. Vergelijkbaar dus met de Lakland Skyline.’
Pat viel bovendien voor het uiterlijk van de Dingwall. ‘Ik vind ‘m er cool uit zien. De nieuwste generatie dan. De oudere types klinken gaaf, maar zijn qua uiterlijk niet mijn smaak. Ze zijn vaak houtkleurig. En tsja, ook al klinkt je bas dan geweldig, als hij er spacy uit ziet, haak ik af. Voor mij is het ook belangrijk dat een bas goed oogt.’
‘De Dingwall is – zo weet ik intussen uit eigen ervaring - een bas waar je nogal wat bekijks mee trekt. Het uiterlijk roept vragen op. Dat merk ik ook na afloop van shows. Bassisten vragen me of het lastig speelt, dat fretboard. Maar als ik ze hem dan laat proberen, blijkt dat geen enkel probleem.’

 

Voor een uitgebreide test van de Dingwall Super J en meer informatie over het fretboard klik hier.

 

Versterking
Pat de Kok speelt op een Ashdown Klystron in combinatie met een 4x10 cabinet. ‘Daarmee blijf ik moeiteloos overeind in het gitaargeweld.’
Tijdens de cd-opnamen waren drie kanalen gereserveerd voor de bas. ‘Ik gebruikte een Ampeg die in de studio stond, de Tubetech Mec1A als DI-input en de basplugin GTA 3.5-versie van Protools 3.5, die plugin is echt perfect. We hadden zo genoeg opties om per nummer de sound te bepalen.’
Live speelt hij inear. ‘Ik gebruik dan de Ashdown, een 1000 watt head, in combinatie met een Sansamp DI-driver, die is ingebouwd in mijn rack. De overdrive van deze DI wordt via de mengtafel gemixt met mijn eigen sound. Om er net dat randje aan te geven waar onze muziek om vraagt. Effecten gebruik ik niet, dat past ook niet bij onze muziek.’


Klik voor meer foto's



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen