Een mooie tocht over de besneeuwde Zuid-Limburgse heuvels voert ons naar Schimmert, waar instrumentenmaker Jan Knooren is gevestigd. Hier vervaardigt en repareert hij elektrische bassen, contrabassen en gitaren waar al artiesten als John Pattitucci en Brian Bromberg op af wisten te komen.
Jan is iemand die altijd al graag met zijn handen werkte - hij komt dan ook uit een timmertraditie - en is een druk baasje: hij is naast instrumentenbouwer ook actief als bassist en basleraar. Daarnaast volgt hij momenteel ook nog eens een universitaire studie psychologie.
Bouwtradities Ons gesprek begint over de ontwikkelingen in de contrabasbouw. ‘In de contrabasbouw is geen directe ontwikkelingslijn te zien zoals bij bijvoorbeeld de viool. Wat we nu als een contrabas zien, is een smeltkroes van invloeden uit bouwtradities van verschillende instrumenten; daar zit geen duidelijke lijn in. Sommige aspecten komen bijvoorbeeld uit de gamba-, viool- of de gitaarbouwtraditie. Dit zie je ook in de materiaalkeuze. De bouw is ook heel verschillend per regio. Als ik twintig oude instrumenten heb staan, probeer er dan maar eens twee dezelfde soort instrumenten tussen te vinden. Vioolachtige instrumenten zoals een cello zijn bijna allemaal terug te voeren tot een vioolbouwer. Bij contrabassen is dat niet zo. Contrabassen werden ook vaak gemaakt door mensen die opgeleid waren tot meubelmaker, goede houtbewerkers dus. Deze gebruikten heel andere materialen dan vioolbouwers. Vaak werd er hout gebruikt dat toevallig in de buurt lag of gemakkelijk te bewerken was. De keuze van materiaal werd vaak niet bepaald door de conventies van de instrumentbouw maar door de situatie. Toch zijn er fantastische instrumenten uit voortgekomen. Hier komt nog bij dat je bij een viool veel kieskeuriger kan zijn met het hout omdat je maar een paar kleine stukken nodig hebt. Bij een contrabas heb je al snel een boom van 1 meter 60 dikte nodig. Hierdoor is de keuze natuurlijk veel beperkter.’
Vriend ‘Je kunt een instrument perfect volgens het boekje bouwen, maar dan is dat nog geen garantie voor een goed klinkend instrument. Er zijn Stradivarius-violen tot op de honderdste millimeter nagebouwd, maar die dingen klinken voor geen meter. Benedetto, een gitaarbouwer die ik erg bewonder, heeft een hele theorie over welke houtsoorten het beste zijn. Maar hij heeft ook expres gitaren gemaakt van heel slecht hout. Volgens de bouwconventies klopte er niets van, maar deze instrumenten bleken toch fantastisch te klinken. Het is moeilijk om exact je vinger erop te leggen waarom een instrument nu precies zo goed klinkt. Met hout heb ik altijd zoiets van “het is mijn vriend of het is het niet”. Als het mijn vriend niet is, maak ik er geen instrument van. Hier heb ik geen enkele logica of verklaring voor. Je kunt wel verklaren waarom iets niet werkt, maar het is moeilijk om iets te verzinnen dat altijd goed werkt.’
De traditioneel ingestelde bassist Voor basbouwers is het vaak moeilijk om hun eigen model te verkopen; mensen willen toch vaak iets dat ze al kennen. Kijk bijvoorbeeld maar naar al de Jazz Bass-klonen op de markt. Jan: ‘Wat vaak als argument gebruikt wordt, is dat ik niks op voorraad heb en dat men niets van tevoren kan proberen als ze een instrument bestellen. Maar aan de andere kant bestellen mensen vaak bassen die ze nooit gezien hebben op internet. Onder andere hierdoor ben ik een lijn aan het opzetten die meer geautomatiseerd tot stand komt. Tot nu toe deed ik alles met de hand. Het moet eigenlijk niks uitmaken of ík de vorm uitfrees of dat een machine dat doet. Er is een aantal erg tijdrovende handelingen zoals het vormen van de hals. Daarom wil ik in eerste instantie instrumenten maken met een geschroefde hals, zodat je alles los van elkaar kan produceren. Ook het lakwerk is heel tijdrovend. Door meer machinaal te doen, bespaar je ettelijke uren en kun je de instrumenten goedkoper aanbieden. Deze modellen worden een beetje in de trant van een Musicman. Bijna alle instrumenten die ik voorheen maakte, zijn in opdracht, behalve enkele instrumenten die op beurzen hebben gestaan. Als een bas voor een klant klaar is, moet deze door mijn eigen kwaliteitscontrole heen. Als ik er niet tevreden over ben, verkoop ik het niet en maak ik wel een nieuwe. De klant weet dat niet en denkt gewoon dat het iets langer heeft geduurd.’
Psychologie bij de keuze van een bas De studie psychologie die Jan momenteel volgt, heeft ook tot nieuwe inzichten geleid, met name in zijn benadering naar de klanten toe. ‘Ik ben me door deze studie meer bewust van de hiaten in mijn eigen denk- en communicatieproces. Ik luister nu meer naar de vragen van de klanten dan ik voorheen deed. Soms is de keuze voor een instrument op heel basale dingen gebaseerd en heeft het minder te maken met de kwaliteit van een instrument. In al die jaren dat ik instrumenten bouw, heb ik mensen altijd proberen te overtuigen met mijn expertise. Als ik iemand zie spelen, weet ik meestal welk instrument het best bij zijn speelstijl past. Vaak klopt een instrument gewoon bij een bepaald persoon en dan raad ik hem dat aan, ook al is dat instrument dan duizend euro goedkoper dan het instrument dat de klant eigenlijk zou willen kopen. Ik zal nooit iemand iets aansmeren om maar iets te kunnen verkopen. Soms ben ik wel verbaasd over de keuze die mensen maken als ze, ondanks mijn adviezen, ergens een instrument hebben gekocht, maar je moet die keuze respecteren. Ik ging er altijd van uit dat mensen een instrument zoeken dat het beste klinkt. Maar ik ben erachter gekomen dat ze vaak hun keuze laten bepalen door hoe een instrument er uitziet. Als je een bepaald instrument mooier vindt, zul er ook vaker op spelen. Dit levert veel meer speelplezier op en dan moet je dat instrument kopen, ook al klinkt hij iets minder dan een ander instrument. Vroeger dacht ik daar anders over.’
Roemeense connectie ‘Ik heb natuurlijk in de loop der jaren heel wat contrabassen in mijn handen gehad. Ik probeer altijd te doorgronden waarom sommige bassen zo goed klinken. Als je zo veel instrumenten opengemaakt en bestudeerd hebt, zijn er vaak overeenkomsten te zien in de bouw. Hier kun je veel van leren en dat kun je weer gebruiken voor je eigen bouw. Met deze wetenschap ben ik in conclaaf gegaan met een Roemeense bouwer. Ik geef dan mijn specificaties door en monteer ze zelf helemaal af. Zij hebben een veel lager uurloon, waardoor je betaalbare bassen van een heel goede kwaliteit krijgt. Dit is ook gunstig voor de klant. Hier is een heel leerproces tussen ons beiden aan voorafgegaan en dat is nog steeds bezig. Een cruciale rol in de bouw van een contrabas is de verhouding tussen de lijn in de welving van het bovenblad en de hoek van de hals. Hier moet een goede balans tussen gevonden worden die voor de resonantie van het bovenblad optimaal is. Dit zijn dingen waar ik dan met die Roemeense bouwer vaak mee bezig ben. Ik probeer hem dan zover te krijgen dat hij het precies zo doet als ik wil. Hij is natuurlijk ook een professionele instrumentenbouwer, maar iedereen heeft toch andere ervaringen en inzichten. De modellen zijn voornamelijk kopieën van oude contrabassen. Qua constructie en bouwfilosofie liggen deze modellen heel dicht bij elkaar. Ik krijg de bas helemaal kaal aangeleverd en zet er zelf stemmechanieken op. De kam maak ik zelf en de toets stel ik ook zelf af. Ik heb vroeger ook contrabassen helemaal van nul gebouwd, maar dat is enorm tijdrovend. Om één contrabas te bouwen, ben je al snel tussen de 250 en 350 uur kwijt. Hierdoor blijven andere zaken liggen. Door de samenwerking met die Roemeense bouwer heb ik een soort tussenweg gevonden. Zo kan ik toch goede, nieuwe instrumenten op de markt zetten zonder dat mijn hele jaartaak opgaat aan het maken van vier contrabassen.’
Triplex en beginnersbassen ‘Ik verkoop ook vrij veel Chinese triplex bassen, bijvoorbeeld aan mensen die rockabilly spelen. Vaak zijn dat heel bruikbare instrumenten, vooral als je op hoog volume op het podium speelt. Kwalitatief hoogstaande akoestische instrumenten met een goede resonantie gaan vaak tegen je werken op het moment dat je ze hard gaat uitversterken. Dan kun je beter een instrument hebben dat akoestisch niet zo sterk is, zoals een triplex bas. Waar ik dan wel voor zorg, is dat die instrumenten perfect bespeelbaar zijn. Hier schort het vooral aan bij goedkopere contrabassen; als je deze in een winkel aantreft, valt er bijna niet op te spelen. Als je zo’n bas bij mij koopt, is hij misschien een paar honderd euro duurder, maar dan weet je wel dat je er goed op kan spelen. Ik zet er nieuwe snaren op, stel de kam af, zorg dat de stapel goed staat en maak de toets goed recht. Deze bassen zijn vaak veilig gebouwd. Vaak hebben ze een dik boven- en achterblad, hierdoor zijn ze ook vrij zwaar. Ze zouden beter klinken als er meer materiaal verwijderd zou worden. Voor beginners zijn dit echter prima bassen. Het is niet zo belangrijk dat ze meteen een bas hebben die een hele zaal kan vullen qua klank. Wel is het belangrijk dat ie goed bespeelbaar is, anders werkt dat demotiverend.’ [Zie ook voor een recensie van een beginners contrabas in de Bassist 11, red].
Akoestische bas ‘De beperking van een akoestische bas is de grootte van het bovenblad. Ik wou iets maken dat qua formaat richting een cello gaat. Als je een instrument wilt dat akoestisch wat voorstelt, heb je eigenlijk een veel groter instrument nodig. Ook heb ik er aspecten van een archtop-gitaar en een contrabas in verwerkt. Het is dus eigenlijk een grote archtop die nog net te verhapstukken is als je hem in je handen hebt. Een akoestische bas heeft echter nooit de draagkracht van een contrabas, daar is hij gewoon te klein voor.’
Bassen voor Japan Momenteel is Jan bezig met twee bassen die besteld zijn vanuit Japan. ‘Ik heb een verdeler in Japan die levert aan de grote muziekzaken. Mensen bestellen een instrument bij die zaak en dan komt dat bij mij terecht. Ze hebben dan ooit een instrument van mij gezien in die winkel en willen dan hetzelfde model, soms met hun eigen specificaties. Meestal zijn dat vijf- of zessnarige elektrische bassen. Net zoals de twee fretloze bassen die ik nu bijna af heb.’ Ook andere Aziatische landen hebben interesse in zijn bassen; zo heeft hij onlangs nog bassen geleverd aan een symfonieorkest in Vietnam. ‘Deze contacten komen vaak door puur toeval tot stand. Eigenlijk kwam het contact door een bassist die hier een instrument gekocht had. De manier van handelen is ook totaal anders dan dat we hier in het Westen gewend zijn. Als een orkest in Nederland contrabassen zou willen kopen, zou een van de contrabassisten komen kijken. In Vietnam geeft de overheid een importeur de opdracht om instrumenten te kopen. Die weet nergens iets van en geeft weer iemand anders in het buitenland de opdracht iets te zoeken. Naast contrabassen importeren ze dan ook spijkerbroeken en andere zaken. Het succes van het handelen hangt nog meer af van hoe soepel de hele procedure met je verloopt dan van de kwaliteit van de instrumenten. Hier komt een heel bureaucratische papierhandel bij kijken. Natuurlijk moeten de instrumenten, als ze uiteindelijk bij de gebruiker belanden, wel goed zijn, anders vragen ze je de volgende keer niet meer.’
Klik voor meer foto's
|
Login
Laatste artikelen
- [WebSpecial] - IM: Duck Dunn
- [Nieuws] - Donald 'Duck' Dunn overleden
- [Nieuws] - RIP Chris Ethridge
- [Nieuws] - Stagg Electric Upright Bass
- [Nieuws] - Een geheel nieuwe Gibson
- [Nieuws] - Duesenberg Eagles Bass
- [Nieuws] - Höfner sponsort Bootleg Beatles
- [Nieuws] - David Ellefson App
- [Nieuws] - Kala basukeleles naar NL
- [Nieuws] - RIP Jim Marshall
NIEUWSBRIEF
Laatste forum posts
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 11.5.2012 20:18 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 7.5.2012 16:51 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale Remus 7.5.2012 12:24 |
![]() | Flatwounds op shortscale martbas 28.4.2012 16:02 |
![]() | basversterker aansluiten op PA williamv 25.4.2012 17:31 |
Geschreven door Barend Tromp





Een mooie tocht over de besneeuwde Zuid-Limburgse heuvels voert ons naar Schimmert, waar instrumentenmaker Jan Knooren is gevestigd. Hier vervaardigt en repareert hij elektrische bassen, contrabassen en gitaren waar al artiesten als John Pattitucci en Brian Bromberg op af wisten te komen.







