Peter Boekholt: Het geheim is een goed stuk hout

Geschreven door Jan Colijn

© Bullet-RayGedurende het gesprek grijpt hij telkens weer de bas om er lustig op los te freaken. Barend Courbois lijkt maar geen genoeg te krijgen van de nieuwste aanwinst in zijn toch al indrukwekkende bascollectie. Het is overduidelijk liefde op het eerste gezicht tussen de Arnhemse rockbassist en de basgitaar die de Achterhoekse bouwer Peter Boekholt hem vandaag overhandigt.

Wat bezielt een bassist met een verzameling van ruim twintig basgitaren waaronder de meest gewilde exemplaren, toch weer een nieuw instrument aan te schaffen? Heel simpel, meent Barend Courbois: in zijn eregalerij ontbrak tot voor kort nog een jaren zeventig Jazz Bass-model met esdoorn toets. En dús moest die er komen. Sinds een jaar of tien is Courbois vaste klant bij Peter Boekholt, bas- en gitaarbouwer in Winterswijk. Courbois heeft al een vijfsnarige Boekholt-bas, en laat de bouwer bovendien al zijn andere bassen onderhouden en customizen.

 

Toeval
Beiden moeten lachen om de stelling: ‘bassisten zijn in de regel stabiele figuren die hun hele leven op hetzelfde instrument spelen en vaak wars zijn van experimenten’. Toch zit er een hele grote kern van waarheid in, meent Boekholt. ‘Soms zie ik klanten jarenlang niet terug. En als ze hier komen, is het vaak hooguit om de boel wat bij te stellen vanwege een rammeltje.’ Boekholt bouwt sinds dertien jaar zijn eigen bassen en rolde eigenlijk bij toeval in het vak. ‘Zoals dat eigenlijk meestal gebeurt. Gegrepen door de bas dankzij Herman Deinum - zoals half Nederland in die tijd - schafte ik mijn eerste basje aan. Een ding van pak ‘m beet honderd gulden. Meteen ontdekte ik allerhande mankementen. De snaren stonden veel te hoog en niet goed boven de elementen. Tja, ik heb nu eenmaal altijd een technische tic gehad. Het eerste wat je dan doet, is zo’n instrument uit elkaar schroeven. Vervolgens sla je ermee aan het verbouwen. Een humbucker erop bijvoorbeeld. Van het een komt dan het ander. Mensen zien je spelen en vragen of je dat ook bij hun bassen kunt doen.’

 

Keerpunt
Er zijn gitaren voor bij, en gitaren voor ín de open haard. Dat laatste was waar Peters eerste instrument belandde. ‘Ik wilde het veel te mooi doen, echt zo’n edelbas bouwen met allerlei tropische houtsoorten. Er moest van alles aan en in wat niet in de winkel te koop is. Ik ging er enorm mee op mijn bek. Daarop bedacht ik me: ik moet dit leren zoals ik ook heb leren lezen en schrijven, door simpelweg een bestaande bas te kopiëren.’ Die tweede bas lukte zoveel beter dat een vriend Peter vroeg ook voor hem een bas te bouwen. ‘Hij vergoedde m’n onkosten. Ik was als een kind zo blij want ik had op dat moment geen cent te makken. Uiteindelijk belandde ik rond 1998 op een keerpunt. Ik stond voor de keus: of stoppen, of het goed gaan doen. Tot die tijd werkte ik ’s avonds naast mijn reguliere baan. Om te voorkomen dat ik mijn dagen mijmerend in het bejaardenhuis door zou brengen [zet een krasserig stemmetje op: ] “euh, ik had eigenlijk bassen willen bouwen...” waagde ik de stap.’

Boekholt bouwt z’n bassen op traditionele leest. ‘Ik hou van massa. Een bas is nu eenmaal een stevig instrument en moet een stevige toon neerzetten. Het instrument mag daarom best wat groots zijn. De Precisions en Jazzbassen voldoen daar perfect aan. Het is eigenlijk ongelooflijk hoe Fender diep in de vorige eeuw de perfecte vorm voor een bas heeft gevonden met eerst de Precision en later de gerestylede en geperfectioneerde Jazz Bass.’ De Achterhoekse bouwer zegt de Fender-filosofie te volgen, maar dan wel op edelbasniveau. ‘Ik vind Fenders soms wat ruw. Niet zelden zijn ze slordig afgewerkt. Een Fender blijft natuurlijk een fabrieksproduct. De fabriek haalt zoveel mogelijk body’s uit een plank hout, want afval kost nu eenmaal geld. Ook wordt niet altijd gekeken of een bepaalde hals wel het geschiktst is voor een specifieke body. Al doen ze het in hun Custom Shop wel zo, maar daar hangt dan meteen een heel ander prijskaartje aan.’ Overigens is Boekholt niet iemand die op voorhand alles goed vindt wat oud is: de tegenwoordig razend populaire en navenant dure vintagebassen. ‘Ach, misschien komt het wel doordat van al die oude instrumenten de goede exemplaren zijn overgebleven. En zijn ze dus over dertig jaar helemaal weg van onze overgebleven bassen uit de jaren 2000...’

 

Randje aan instrument
Alles valt of staat bij een goed stuk hout. ‘Ik hou van de basis. Ik heb liever een goed stuk elzen dan een body van het mooiste koa en allerlei exotische houtsoorten, een topje van wortelnotenhout, doorlopende hals gelamineerd met purperhart en drie soorten esdoorn. In het hout moet niet alleen muziek, maar ook karakter zitten. Een noest bijvoorbeeld, die vaak knetterhard is en daarom voor een bouwer erg lastig is om mee te werken, zorgt voor een afwijkende toon. Maar aan een instrument en aan het hout moet een randje zitten. Net als bij mensen. Daardoor krijgt het karakter.’ De zoektocht naar goed hout is een tijdrovende klus. ‘Kijken, kijken en kijken. En er dan op kloppen en luisteren. Nee, ’t is niet alleen een kwestie van ervaring. Ook toen ik die ervaring niet had, kon ik het al.’ Met een relativerende lach: ‘Het is een gaaaave. Ach, ik heb niet zoveel zin om dat fenomeen te proberen te ontrafelen. Als je dan tot de clou komt, raak je de intuïtie misschien kwijt.’ Hoezeer hij ook een fan is van de oude Fenders, Boekholt is zeker niet eenkennig. ‘Ik sta voor alle houtsoorten open. Elzen, essen, populieren. Maar ook heb ik wel edelbassen van exotische houtsoorten gebouwd. Compleet met gelamineerde, doorlopende hals.’

 

Felle attack
Gezien Boekholts voorkeur ligt ook de vormgeving van Barends nieuwe bas voor de hand. ‘Al moet ik zeggen dat ik zo langzamerhand ook wel eens wat anders wil. Ik heb meerdere ontwerpen in de la liggen. Voor de kop bijvoorbeeld. Hoewel de meeste van mijn klanten toch de voorkeur geven aan een traditioneel uiterlijk wil ik in de nabije toekomst op cosmetisch vlak nog het een en ander uitproberen.’ Een tijdje geleden werd Boekholt door Courbois benaderd om een bas te bouwen volgens het recept van een Fender Jazz Bass uit de jaren ‘70. Courbois: ‘Ik houd van maple toetsen. Dat felle met die attack spreekt me aan. In het verleden heb ik vaak op Precisions gespeeld met gelakte maple toetsen; dat voelt dus vertrouwd aan.’

Gedurende het bouwproces hadden de twee voortdurend contact met elkaar. Via de mail, maar Barend toog ook meermaals naar Winterswijk om de bas in wording in de hand te kunnen houden. ‘Het gewicht is erg belangrijk. Ik heb last van allerlei beroepskwalen. Niet gek natuurlijk na dertig jaar muziek. Mijn nek, maar ook mijn schouders zitten scheef.’ Ter illustratie doet hij verwoede pogingen de roemruchte scène uit The Exorcist na te spelen, waarbij een door demonen bezeten meisje haar hoofd 360 graden draait. Barend blijft ergens halverwege steken.

 

Keihard knallen
Barends elementkeuze stond vooraf vast: EMG’s. ‘Daar speel ik al jaren op. Ze zijn enorm neutraal en geven perfect het karakter van een bas weer: ze zijn goudeerlijk. Ze kleuren het geluid niet. Zet ze dus ook niet op een goedkoop basje, want dat wordt helemaal niets. Niet onbelangrijk: ze zijn heel geschikt voor mijn manier van spelen. Ze blijven prima overeind binnen de rockbands waarmee ik tour; ze knallen keihard door de muziek heen.’ Voor Boekholt was het even wennen. ‘Ik ben in principe - al klinkt dat weer erg principieel - van het passieve geluid, een lekker schoon geluid. Dat geeft het karakter van je bas het best weer. Ik moet echter zeggen dat ik erg onder de indruk ben geraakt van de EMG’s. Er was een periode dat actieve elementen een wat dubieuze reputatie hadden, maar die tijd ligt achter ons. Voordeel van vooral de EMG’s is dat ze hartstikke dynamisch zijn. Doordat ze bovendien een laag magnetisch veld hebben, kun je ze dicht op de snaren zetten zonder dat er stringpull optreedt. Vooral die midboost blijkt in de praktijk erg goed te werken. Ik denk dat ik in de nabije toekomst wel vaker met EMG’s ga werken.’

Deze bas moest een viersnaar worden. Uiteraard vanwege de seventies-look, maar ook omdat Courbois vaak speelt met Amerikaanse gitaristen. Courbois: ‘Bij die Amerikanen moet je niet aankomen met lage B-snaren. En een hoge C, daar hebben ze al helemáál niets mee. Ze willen gewoon een viersnaar horen.’ Nadat houtsoort en elektronica waren bepaald, moesten de mechanieken en brug worden gekozen. ‘Eerlijk gezegd heb ik me daar eigenlijk niet zozeer mee bemoeid. Dat heb ik voornamelijk aan Peter overgelaten. Ik ken hem al tien jaar en weet dat mijn bas bij hem in goede handen is.’ Boekholt weet dus ook dat Courbois een fan is van BadAss-basbruggen: enorme gevaarten, maar wel bruggen die de toon goed doorgeven. Courbois: ‘Bovendien zijn ze superstabiel. Je hebt van die bruggen die bij elke snaar een andere noot doorgeven. Ik ben ze meerdere keren tegengekomen.’

 

Aangename kennismaking
De eerste kennismaking met Barends nieuwe bas is indrukwekkend. De hals voelt ontzettend stabiel aan. Vooral het speelcomfort mag er zijn. Wat meteen opvalt bij een bas van dit model is de extra, eenentwintigste fret. Boekholt: ‘Dat pas ik eigenlijk bij al mijn bassen toe. Ik vind het zo belachelijk dat er soms een stuk hout de body inloopt waar verder niets mee wordt gedaan. Waarom ophouden bij die achterlijke es? Wie een bas koopt bij mij, krijgt die fret er gratis bij’, lacht hij. ‘Niet vergeten te voeren’, merkt fotograaf Bullet-Ray op de achtergrond op. Courbois: ‘Dat van die extra fret hadden we vooraf niet besproken. Het was dus een verrassing. Maar wel een aangename. Ik ben er wel erg blij mee.’

De uitvoering zoals Barend die heeft laten bouwen blijkt overigens bepaald niet de goedkoopste. ‘Normaal gesproken heb je bij mij een bas tussen de 2.000 en 2.500 euro’, meldt Boekholt. ‘Barend wilde echter een aantal opties, zoals block-inlays in de hals en een binding. Tja, daar gaat nu eenmaal erg veel werk in zitten. Ik schat dat ik met deze bas een slordige honderd uur druk ben geweest. Overigens bereken ik niet al die uren door aan de klant. Zeker met blocks en bindings gaat dat niet. Dan komt er ook van mij een stukje liefde voor het vak bij kijken. Nee, kant-en-klare halzen daar doe ik niet aan; halzen maak ik liever zelf. Veel leuker om te doen.’

 

No cure, no pay
Er kleven natuurlijk altijd risico’s aan het laten bouwen van een instrument. Een klant kan nog zoveel ideeën in zijn hoofd hebben, het resultaat kan soms totaal anders uitpakken. Boekholt: ‘Op basis van mijn ervaringen geef ik de klant adviezen. We gaat eerst in overleg over het gewenste geluid en aan de hand daarvan ga ik aan de slag. Maar ik hanteer als stelregel “no cure, no pay”. Als een bas niet aan de verwachtingen voldoet, mag je ‘m hier laten staan. Geen enkel probleem.’

 

Bas ruiken
Boekholt staat nu andermaal op een keerpunt in zijn carrière. ‘Tot nog toe bouwde ik drie tot vier bassen per jaar, veel te weinig om van te leven. Ik kan het wel romantiseren, maar het merendeel van mijn inkomsten vergaar ik via mijn eenmansbedrijfje als huisschilder. Ik heb jaren gehad dat ik vanwege andere beslommeringen geen enkele gitaar bouwde, maar ook jaren dat ik er zeven maakte. In de loop der jaren heb ik ervaren dat klanten een bas willen kunnen vasthouden en op spelen. Ze moeten ‘m kunnen ruiken. Als mensen dan bij me kwamen, waren ze vaak meteen verkocht en namen de bas mee. Zien is kopen. Zo werkt het nu eenmaal met gitaren. Muziek is passie. Je moet dus gewoon zorgen dat je winkelvoorraad hebt om groter te kunnen groeien. Ik was onlangs bij een vriend die koikarpers heeft. Er zwom een lummel van een vis tussen. “Maar”, zei die vriend, “als die vijver groter was, zou die koi ook veel groter zijn”. En zo is het natuurlijk ook. Ik heb een ondernemersplan liggen om vanaf volgend jaar de zaken wat grootser aan te pakken. De voorgevel van mijn werkplaats laat ik fraai opknappen en ik ga zorgen dat ik meerdere bassen als winkelvoorraad heb. En beperkt wil ik wat gaan doen met versterkers, maar alleen merken waar ik gevoelsmatig iets mee heb.’

 

Geheel voorzien?
Hoe dan ook: Courbois heeft eindelijk zijn collectie compleet. Of toch niet? ‘Nou’, lacht hij, ‘ik zou nog heel erg graag een signaturemodel hebben. Een bas helemaal van en voor mij. En niet alleen als het gaat om elektronica, maar ook de vormgeving. Peter en ik zijn daarover al in bespreking. Maar voorlopig ga ik eerst genieten van deze bas en ‘m flink op z’n donder geven.’

 

www.pboekholt.nl / www.barendcourbois.com

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen