Sander de Gier: De basbouwer die denkt als bassist

Geschreven door Jan Colijn

© Bullet-RayIs het een roeping? Dat gaat Sander de Gier wat te ver. Maar basgitaren bouwen is voor hem meer dan zomaar een beroep. ‘Uiteraard is het een ambacht, maar het zit ‘m toch vooral in de genen. De meeste basbouwers zijn rustige, geduldige types.’ Rust en geduld, daarmee bouwt de Schiedammer zijn perfect afgewerkte basgitaren. Het was die aandacht voor detail waar Eric de Boer voor zwichtte.

 

Voor deze Almeloër is Schiedam niet bepaald naast de deur. Een paar uurtjes bassen testen in de werkplaats van Sander De Gier kostte hem een hele dag. Maar dat was het dubbel en dwars waard. ‘Ik was me al een tijdje aan het oriënteren’, vertelt Eric. ‘Ik ben beslist geen man van de Fenders. De vormgeving van J- of P-bassen spreekt mij absoluut niet aan. Op de Musikmesse in Frankfurt viel mijn oog op de bassen van Sander. Ik kende ze uiteraard al van internet, maar toen ik ze eenmaal in handen kreeg, was dat een zeer aangename kennismaking. Akoestisch klonken ze al heel erg indrukwekkend. Maar in de kakofonie van zo’n beurs is het lastig om een bas uitgebreid te testen. Daarom besloot ik er een vrije zaterdag aan te wagen.’ Met zijn eigen Aguilar DB 750-bastop ging Eric eind april naar Schiedam. En daar werden zijn eerdere indrukken alleen maar bevestigd. ‘Ik hoefde niet lang na te denken en heb meteen de knoop doorgehakt.’ Eric kon ter plekke zelf de plak quilted maple voor de top uitkiezen. 

 

Snoepwinkel
Een slordige twee maanden later. Eric de Boer stapt de werkplaats van Sander de Gier binnen met het gezicht van een kind dat een snoepwinkel betreedt. Bij binnenkomst staat zijn bas uitnodigend klaar. Gedurende het bouwproces hield De Gier hem voortdurend op de hoogte door foto’s te mailen, maar het eindresultaat overtreft Erics stoutste verwachtingen. Binnen de kortste keren doen de lage frequenties Sanders winkel op zijn grondvesten schudden. 


Alles voor de klank
Erics bas wijkt weinig af van de instrumenten zoals Sander die doorgaans bouwt. Zoals elke De Gier-bas valt hij op door de grote aandacht die is besteed aan de details. ‘Ik weet dat sommige collega’s daar minder zwaar aan tillen’, legt de bouwer uit. ‘Hen gaat het maar om één ding: de klank. Mijn filosofie is echter dat het ook belangrijk is hoe een instrument oogt. Ik doe altijd mijn uiterste best de bas niet alleen goed te laten klinken, maar er ook goed uit te laten zien. Met mooi afgewerkte frets en een fraaie laklaag.’

De Schiedammer moet wel een geboren perfectionist zijn. Zo zorgt een klein zwart randje voor een optische afscheiding tussen de body en de quilted maple top. ‘Dat is vulcan fiber, het zwarte spul dat onder meer ook wordt gebruikt voor elementen. Ik heb vellen besteld van 0,4 millimeter dik. Die lijm ik tussen body en top, en bij het schuren komt het tevoorschijn. Het beïnvloedt de klank niet; het is puur ter decoratie.’ Nog zo’n detail: De Gier dekt de opening voor de halspen in de kop niet af met een standaard plastic kapje, maar maakt er eentje van esdoorn, helemaal passend bij de toets. ‘Gewoon omdat ik dat mooier vind.’

 

Het baslicht
Medio jaren ’90 had De Gier zijn vwo-diploma op zak en vervolgens moest hij zich beraden op zijn toekomst. ‘Eigenlijk vond ik niets leuk. Ter overbrugging heb ik allerlei baantjes gehad. Vloertjes leggen, wandjes plaatsen…’ Maar ineens zag hij ‘het licht’. ‘Ik had me aangemeld voor een workshop gitaarbouw bij Robberts in Hilversum. Alleen was ik zo enthousiast dat ik mijn gitaar halverwege de cursus al klaar had.’ Robberts nam zijn snelle cursist meteen in dienst. ‘Gitaarbouw was voor mij magisch. Het hout, dat gereedschap, de lak, de onderdelen, de hele sfeer in het atelier. Ik raakte hopeloos verliefd op de gitaarbouw.’ Halverwege de jaren ’90 waagde hij de overstap. ‘Ik wilde op eigen benen staan. Vanaf het begin heb ik het serieus aangepakt. Niet eerst prutsen op een zoldertje, maar meteen een werkplaats huren, folders drukken en alles: geen half werk.’ 

 

Leren en afleren
Zoals veel ambachtslieden heeft Sander zijn eigen opvattingen over hoe een instrument moet klinken en hoe het moet worden gebouwd om die specifieke klank te bereiken. ‘Het meeste wat ik bij Robberts heb geleerd, heb ik meteen weer afgeleerd toen ik voor mezelf begon. Hoewel ik veel bij hem heb opgestoken, ontwikkel je gaandeweg toch je eigen stijl. De eerste jaren is het vooral zaak een goede naam op te bouwen. Kijk, brood kun je bij iedere bakker kopen. Maar bij instrumenten is dat heel anders. Daar gaat het om emotie. Een handgebouwde gitaar koop je op je gevoel. Daarom is het van belang dat het persoonlijk klikt tussen de bouwer en de klant.’

Aanvankelijk deed Sander voornamelijk reparaties; bouwopdrachten bleven uit. Voordat een muzikant een bouwopdracht geeft, wil hij nu eenmaal weten wat voor vlees hij in de kuip heeft. Daarom besloot De Gier enkele instrumenten te bouwen om zijn vakmanschap te tonen. ‘Vraag me niet waarom: ik ben van huis uit gitarist, maar toch bouwde ik eerst een bas. En toen kwam het: ik ging dan wel een bas bouwen, maar niet volgens de wensen van een klant. Welke vorm zou ik het instrument geven, welke onderdelen moesten er op? Ik voelde er niets voor bestaande instrumenten klakkeloos te kopiëren. Uiteraard bouw ik op verzoek wel J- en P-bassen, maar het liefst werk ik met mijn eigen model.’ De Giers huidige ontwerp ontstond door tekenen, tekenen en nog eens tekenen. ‘Bij elke bas deed ik nieuwe ideeën op voor de vormgeving van de volgende, en uiteindelijk vond ik dat het model af was.’ 

 

Hout
In tegenstelling tot veel vakbroeders vindt De Gier dat het hout van de body slechts voor een klein deel het geluid bepaalt. ‘Meestal gebruik ik elzen of essen. Gevoelsmatig zeg ik dat het bodyhout slechts circa tien procent van de klankkleur bepaalt. Naar mijn ervaring is vooral het hout van de hals een zeer dominante factor, en ook de gebruikte elektronica is cruciaal. De keuze van de elementen, wel of geen preamp, dat soort zaken. Anderzijds heb ik ooit vier volledig identieke Strats gebouwd die toch allemaal totaal verschillend klonken. Zo belangrijk is dat hout dan toch weer wel.’

Voor zijn hout heeft Sander in de loop der jaren een netwerk opgebouwd in eigen land en in Afrika, Indonesië en Amerika. ‘Meestal tippen houthandelaren mij dat ze een partij hebben binnengekregen die geschikt voor mij is. Soms zit daar een miskleun tussen, maar over het algemeen weten ze aardig goed wat ik zoek.’

 

Cosmetische schimmel
Sinds ongeveer een jaar maakt De Gier ook bassen met topjes van haast angstaanjagend wortelhout, spalted maple, zoals het beschimmelde hout heet waar merken als Fodera en Elrick om bekendstaan. ‘In klankkleur wijken ze weinig af van traditioneel gebruikte houtsoorten. Het is dus vooral een cosmetische kwestie. Persoonlijk hou ik wel van dat hele extreme. Hoe wilder de nerven, hoe mooier. Overigens las ik laatst in een recensie dat een dergelijke bas eigenlijk van de bespeler vraagt om hem te demonstreren. Met zo’n uiterlijk roept een instrument om virtuositeit. Er is zeker een categorie bassisten die dit soort instrumenten wil hebben. Bassisten conservatief? Vind ik juist niet. In mijn ogen zijn gitaristen veel behoudender. Alles wat er niet uitziet als een Strat is bij voorbaat verdacht.’

En De Gier houdt wel van innovatie. Zo maakte hij al eens een ‘puzzelbas’, met een top samengesteld uit tientallen puzzelstukjes. Daarnaast bouwde hij een bronzen bas, waarbij hij metaaldeeltjes aan de lak heeft toegevoegd. ‘Het heeft geen invloed op de klank, maar het zorgt voor een heel speciaal effect. Op den duur kleurt de bas groen en blauw, net als brons. Dat geeft ‘m een extra robuust karakter. En wanneer het groen en blauw begint te vervelen, kun je de bas met een metaalpoets weer in originele staat terugbrengen.’ 

 

Stijve hals
Het eerste dat opvalt bij het bespelen van Erics nieuwe bas is de enorm stijve, stabiele hals. Het is een van de voornaamste strijdwapens van Sanders instrumenten. Talloze uren besteedde hij aan de ontwikkeling ervan, en hij bouwde veel varianten om ze in de praktijk te testen. ‘Ik heb allerlei varianten uitgeprobeerd en spreek uit ervaring. Ik heb halzen gemaakt van 34 en van 35 inch, en volop geëxperimenteerd met grafiet. Het resultaat is dat ik nu een strip van koolstofvezel in elke hals aanbreng, en de halspen omgekeerd in de hals bevestig. Dan hoef je bij de kop niet zo veel hout weg te zagen. Zodoende behoud je wat meer massa; alle kleine beetjes zijn meegenomen. Wel moet je bij het afstellen opletten, omdat je de halspen precies andersom moet draaien.’

Het blijft een probleem voor bassisten om de lage tonen goed te laten doordringen binnen het bandgeluid. ‘Ik ben van huis uit gitarist, maar de laatste tien jaar heb ik in bandjes altijd bas gespeeld. Laatst kwam ik tot de conclusie dat ik gewoon bassist ben geworden. Dat komt me nu goed van pas. Het bouwen van “normale” gitaren en bassen verschilt qua vaardigheden niet zoveel van bassen bouwen. Maar het is wel van belang je gehoor te ontwikkelen. Ik begrijp nu beter wat een bassist zoekt en verlangt.’

De Giers bassen genieten furore vanwege hun strakke en gedefinieerde sound. ‘Ik hou niet van dat high-end-geluid, maar ook niet van de op-en-top vintage sound. Ik zit er ergens tussenin.’Een prominente rol daarin spelen de Nordstrand-pick-ups in combinatie met een OBP-3-preamp van Aguilar. Maar met name de uitzonderlijk stabiele hals.

 

Demping
De mensuur van Sanders bashalzen is 34 inch. ‘Dat doe ik heel bewust. Mijn ervaring is dat deze mensuur een meer ‘bassig’ karakter heeft dan 35 inch.’ Elke mensuur is eigenlijk een compromis, vindt De Gier: ‘Voor de D- en de G-snaar is shortscale eigenlijk weer lekkerder, dan klinken de twee hoogste snaren het bassigst. Weet je, uiteindelijk draait alles om het trillende gedeelte van de snaar tussen de topkam en de brug. Als de hals en body relatief minder stijf zijn, heeft dat een dempende uitwerking op de snaartrilling. Daardoor dooft het geluid uit. Ik vergelijk het altijd met een bal: gooi je die tegen een muur, dan stuitert ie terug. Gooi je ‘m tegen een kussen, dan valt ‘ie naar beneden. Toen ik met koolstofvezel begon te experimenteren, merkte ik ineens dat vooral de lage B daar veel strakker van werd. Ik dacht echt: dít is het! Kijk, je hebt ook bashalzen geheel van grafiet. Die hebben een sustain van hier tot ginder, maar ze klinken heel hard. En van mij moet er ook warmte in de toon zitten. Anderzijds vragen vintage bassen om een heel andere benadering; daarbij gebruik ik geen halsversteviging.’

Tegenwoordig zijn alle halzen van De Giers bassen geschroefd. ‘Doorlopende halzen vind ik cosmetisch niet fraai. Van mijn eerste bassen was de hals gelijmd, maar op een dag vroeg Paul Sips van Bassmatters in Nijmegen mij of ik ook geschroefde halzen maakte. Vervolgens ben ik me daarin gaan verdiepen. Ik kwam tot de conclusie dat het voor de sustain niet veel uitmaakt of een hals geschroefd of gelijmd is. Wel heeft een geschroefde hals meer punch. En tja, wanneer moet je als bassist nou een noot van twintig seconden neerleggen? Dan kies ik liever voor de punch. Daarbij komt mijn praktijkervaring als bassist mij goed van pas. Ik denk sterk vanuit de positie van de bassist binnen een band. Bij de bouw van mijn instrumenten focus ik me daarom op wat een bepaald geluid binnen de band doet.’

 

Geestelijk vader
Ons land telt slechts een handjevol ambachtslieden dat kan rondkomen van de gitaarbouw. De Gier is een van hen. Inmiddels heeft hij vier dagen in de week assistentie van Gerard. Hij houdt zich vooral bezig met de reparaties, zodat De Gier zich kan concentreren op de bouw. Intussen groeit ook de interesse vanuit het buitenland. ‘Ik weet het: mijn naam leent zich niet bepaald voor een Engelse of Duitse uitspraak. Heel even heb ik overwogen een andere merknaam te kiezen, maar ik vind dat de eigennaam van een geestelijk vader nu eenmaal hoort bij een handgebouwd instrument.’

Momenteel bouwt hij circa twintig bassen en gitaren per jaar. Ruim honderd instrumenten dragen inmiddels zijn signatuur. En hoewel hij nu al twaalf jaar professioneel bouwt, ziet hij het vak nog als een dagelijks leerproces. Hij staat open voor nieuwe ontwikkelingen en is voortdurend bezig zijn instrumenten te perfectioneren en voor de klant het meest geschikte instrument te bouwen. ‘Als iemand in de winkel komt en uitlegt wat voor geluid hij zoekt, dan weet ik op basis van ervaring wat voor hout en materialen ik moet gebruiken om dat te bereiken.’ Eric de Boer kan dat alleen maar onderschrijven: ‘De bas voldoet aan alles wat ik ervan verwachtte. En hoewel het meer een slap-georiënteerde bas is, wat mijn uitgangspunt was, heb ik intussen ontdekt dat er ook een heerlijke knor in zit. Mocht ik niettemin op den duur er nog een bas bij willen, dan weet ik Sander te vinden.’

 

www.degiergitaarbouw.nl

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen