Rikkers gitaarbouw: Precisiewerk uit Groningen

Geschreven door Maarten Rischen

bestelling_03_internetHij is van het model Bodyline, linkshandig, gemaakt van wengé en mahonie en heeft zes snaren op losstaande zadeltjes. Kersverse eigenaar Olaf Reijnders moest er een halfjaar vol spanning op wachten, maar werd in de tussentijd door basbouwer Ferdinand Rikkers uit Groningen op de hoogte gehouden met foto’s van het bouwproces. Nu is de nieuwe liefde van de muzikant eindelijk klaar en De Bassist reisde af naar Groningen om bij de overhandiging aanwezig te zijn.

Olaf speelt van alles en nog wat. ‘Van jazz en blues tot metal, ik vind alles leuk. Het liefst wil ik een jazzy metalband oprichten, maar voorlopig ben ik even bandloos.’ Bij een veelzijdige muzieksmaak hoort een veelzijdige bas, en zo kwam Olaf al eerder bij Rikkers terecht. ‘Een paar jaar geleden heb ik een vijfsnarige fretloze bas laten bouwen, en nu ben ik terug voor een zessnarige met frets. Reijnders kwam in aanraking met Rikkers toen hij tien jaar geleden nietsvermoedend door de Groningse binnenstad liep. De gitaar- en basbouwer was toen nog gevestigd in een klein pand in de Folkingestraat, en Olaf werd meteen verliefd op een vijfsnarig exemplaar dat in de etalage stond uitgestald.

Rikkers maakt zijn bassen in drie uitvoeringen. Naast de Bodyline met uitgeholde achterkant - zodat de body van de bas zich aan de ‘body’ van de bassist aanpast - is er de goedkopere Flatline-serie met een platte voor- en achterkant. Beide bassen worden al sinds begin jaren ‘80 door Rikkers gebouwd. Onlangs is aan deze serie een derde model toegevoegd, de Powerline. Deze bas met een enkele cutaway was oorspronkelijk bedoeld om te experimenteren met een geschroefde hals. Door het grote contactoppervlak tussen hals en body klinkt de lage B-snaar van een Powerline volgens Rikkers net zo goed als bij een gelijmde hals. Inmiddels is dit type bas in beide uitvoeringen te krijgen, met een doorlopende of een geschroefde hals.

De Powerline lijkt van de drie modellen nog het meest op een Fender Jazz Bass; beide andere modellen kenmerken zich door het specifieke Rikkers-ontwerp waarbij vooral de doorlopende hals meteen opvalt. Op het moment is de basbouwer bezig met het ontwerpen van een hol model, de Hollowline.

 

Balans
In een hoek van de zaak hangt een gestripte basgitaar. Ferdinand: ‘Dat is echt een museumstuk: de allereerste Bodyline die ik ooit maakte, toen nog een stuk hoekiger zoals je ziet. Ik had ‘m in 1983 gemaakt voor de toenmalige bassist van het Metropole Orkest. Toen hij met pensioen ging, kregen we de bas terug. Ik heb ‘m helemaal gestript en hier opgehangen.’

Wat ook aan deze allereerste Bodyline opvalt, is de gelijkenis met veel modellen van Warwick. ‘Maar toen ik het ontwerp bedacht, bestond Warwick nog niet eens, dus ik kan het onmogelijk gekopieerd hebben. Misschien hebben zij me lopen bespioneren, haha! Maar het gebeurt me veel te vaak dat mijn bassen worden aangezien voor modellen van Warwick of Rickenbacker. Je ziet toch meteen dat ze er heel anders uitzien?’ Het uiterlijk van de Bodyline- en Flatline-modellen is dan ook uit duizenden te herkennen: een doorlopende hals is het meest in het oog springende onderdeel, en verder valt de venijnige punt onderaan en de groot uitgevallen hoorns op. Dat laatste, zo verklaart Ferdinand, is om de balans te behouden. ‘Je zit nou eenmaal vast aan enkele standaardwaarden als het gaat om balans en speelgemak. Er moet altijd een afweging gemaakt worden tussen esthetiek en praktische zaken.’

 

Traditioneel
‘Bijna alle bassen die we bouwen, zijn gericht op een mooi laag-mid-geluid, het gebied waar het ware karakter van de basgitaar zit. Veel bassisten willen live net zo klinken als op plaat met heel veel sublaag en een boel helder hoog, maar live verzuip je dan in de andere instrumenten. De frequenties die niet overbevolkt zijn maar perfect voor een duidelijk, stuwend basgeluid vind je net onder het midden. Met een dergelijk geluid hoef je niet heel hard te spelen om met een mooie knor in je sound toch goed hoorbaar te zijn. Veel van onze klanten zijn dan ook de wat functioneler ingestelde bassisten, niet de freakende solobassisten. Natuurlijk bouwen we ook instrumenten voor de gesjeesde Flea-types, maar onze standaardmodellen zijn gericht op de bassist die een beetje op de traditionele manier zijn plek in het bandgeluid weet te vinden.’

Ferdinand geeft een demonstratie van zijn eigen Bodyline-bas, met de compacte Glockenklang-versterker in een hoek van de zaak. Elke snaar klinkt vol en rond, en het geluid verliest nauwelijks druk in de hogere regionen. ‘Ik heb de EQ op mijn bas altijd helemaal neutraal staan en op de versterker trouwens ook. Dit is echt het perfecte geluid voor mij. Geen geflubber met de laagste snaren en alle loopjes helder en “soulful”. Daar heb je geen ingewikkelde systemen voor nodig, gewoon een goedgebouwde bas met mooie hardware. Vroeger installeerde ik een halve cockpit aan knopjes op de instrumenten, maar tegenwoordig probeer ik het zo simpel mogelijk te houden. Als je je scheel moet draaien aan equalizers om een acceptabel geluid te krijgen, heb je een bas met een verkeerde houtsoort, en zal het geluid nooit precies zo worden als je wilt.’

 

Oma’s zolder
Ferdinand Rikkers komt uit een familie van contrabassisten en heeft ook het werken aan bassen vanuit de familie meegekregen. Ondanks zijn aanvankelijke roeping als sportleraar begon hij in 1981 op de zolder van het huis van zijn oma met het bouwen van zijn eerste basgitaar. Zijn engelengeduld en nauwkeurige blik zorgden al snel voor een heuse klantenkring en Ferdinand begon in een klein pand in de Groningse binnenstad zijn winkel Rikkers Gitaarbouw. Hoewel de nadruk op basgitaren lag, kwamen er steeds meer elektrische gitaren van de band rollen.

Begin jaren ‘90 ontmoette Rikkers de gitarist Jacco Stuitje, die een Telecaster-model bestelde en tijdens het bouwproces erg geïnteresseerd bleek te zijn in het gitaarbouwen. De gedeelde passie en vriendschap zorgden ervoor dat Stuitje zich aansloot bij de vakman. Rikkers werd een tweemanszaak, waarbij Jacco zich voornamelijk ging bezighouden met de gitaren. De winkel in de Folkingestraat werd echter al snel te klein en de mannen verhuisden naar het huidige pand aan de Rijksweg, net buiten het centrum van Groningen. Het nieuwe pand biedt niet alleen ruimte te over voor het bouwen en repareren van elektrische gitaren en bassen, maar ook voor een uitgebreide collectie contrabassen, nog altijd Ferdinands andere specialisatie.

Rikkers laat ons een kleine ruimte achter in de zaak zien: de houtopslag. Grote ruwe planken liggen hier te wachten op de verwerking tot snarenplank. ‘Sommige stukken hout zijn echt al heel oud, bijvoorbeeld deze partij wengé die hier al twintig jaar ligt.’ De keuze van het hout is misschien wel het belangrijkste deel van het bouwproces, en Ferdinand zorgt dan ook dat de klant ruim de tijd neemt voor een weloverwogen keuze. ‘De klank wordt voor een groot deel bepaald door het hout van de hals. We laten mensen dit uitgebreid ondervinden op verschillende bassen en gaan dan het magazijn in om de ultieme cocktail samen te stellen voor de body, hals en toets.’

 

Bouwproces
Op het internetforum basgitaarforum.nl hield Olaf Reijnders gedurende het bouwproces medebassisten op de hoogte van de geboorte van zijn nieuwe zessnaar. Gedetailleerde foto’s waarop soms letterlijk de spaanders er vanaf vliegen, illustreren zijn verhaal. Het op de hoogte houden van de klant staat dan ook hoog in het vaandel bij Rikkers Gitaarbouw. Ferdinand: ‘Als je een custom bas voor iemand maakt, is het logisch dat diegene constant checkt hoe zijn nieuwe instrument gemaakt wordt. Maar of men langs kan komen of niet, we maken altijd een serie foto’s die we via internet opsturen. Jaren geleden hebben we zelfs het allereerste type digitale fototoestel aangeschaft om dit te kunnen doen.’

De bas van Olaf is met olie behandeld in plaats van gelakt. Anders zou de bas-in-aanbouw naar Schiedam geweest zijn voor een lakbeurt van Sander de Gier, die in de vorige Op Bestelling werd uitgelicht. Ferdinand: ‘Lakken is echt een specialistisch werkje, dat kunnen maar weinig mensen echt goed. Gelukkig is er niet zoiets als concurrentie of haat en nijd onder de Nederlandse basbouwers, daarom besteden we werkzaamheden aan elkaar uit en kopen we bijvoorbeeld hout samen in. . Iedereen heeft z’n sterke kanten, en we maken allen verschillende soorten bassen voor verschillend publiek.’

 

Van mond tot mond
Een belangrijk argument tegen het aanschaffen van een custom bas is natuurlijk het prijskaartje dat er uiteindelijk aan komt te hangen. Toch is het voor de beste prijs-kwaliteitverhouding de ultieme optie, volgens Rikkers: ‘Wij verkopen rechtstreeks aan de klant, het hoeft dus niet via een importeur of handelaar te gaan die er rustig nog eens zesduizend euro bijplakt. Bovendien kun je dus het hele bouwproces volgen en natuurlijk alles volledig naar je eigen specificaties krijgen: de houtsoorten, afwerking, de hardware. Dan is de 2800 euro voor deze Bodyline heel redelijk. We maken hier bij Rikkers zo’n twaalf bassen per jaar. Met alle randzaken als reparatie en de verkoop van onderdelen kunnen we er net van rondkomen. Als we zouden willen, kunnen we meer instrumenten per jaar maken, maar dan is de lol voor mij er snel van af. Dit is geen lopendebandbedrijf, elke bas is anders en elk exemplaar verdient evenveel aandacht. Dat is de manier om een goede naam te krijgen en te behouden.

Rikkers heeft de afgelopen 25 jaar nooit reclame hoeven maken, alles is altijd van mond tot mond gegaan. We hebben nu altijd drie of vier bestellingen in het vooruitzicht, dat is heel prettig. We hoeven geen gitaren weg te geven als endorsement, daar zijn we trouwens ook veel te klein voor. Als iemand onze bassen goed vindt, mag hij ze gewoon aanschaffen, haha! Bovendien, als ik een bas weggeef, verliest ‘ie ook een deel van zijn waarde. Dan komt hij ergens op zolder te staan of wordt er slordig mee omgegaan. Het is belangrijk dat een bassist echt een relatie heeft met z’n instrument.’

 

www.rikkersgitaarbouw.nl

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen