|
In het dagelijks leven installeert en onderhoudt Dul geluidssystemen in kerkgebouwen. Zijn vakmatige obsessie met de optimale techniek en het beste geluid stopt hij ook in zijn bashobby: naast bassist is hij een echte spullenfreak. Daarbij ontpopt hij zich meer en meer tot vintageliefhebber. Deze P-’55 is alweer zijn derde Van der End-bas. Theo’s relatie met de Nijmeegse basbouwer begon met de aanschaf van een transparant blauw gelakte bas met drie elementen: twee J’s en een MM. ‘Met dat ding kon je alle sounds maken!’, steekt Theo enthousiast van wal. ‘Maar hij klonk erg modern; ik ben niet meer zo van de actieve elektronica in bassen. Nu is André fenomenaal goed met oude Fenders. Hij heeft er enkele voor me opgeknapt, en zelfs een keer een hopeloze S-bocht in een Jazzbashals gerepareerd.’ Theo’s laatste opdracht aan Van der End was naar aanleiding van een bijna identieke bas uit de Fender Custom Shop. ‘Ik liet André de bas horen en zei: “hij speelt te gek, maar hij mist iets.” André wist meteen hoe het moest: precies zo’n bas, maar dan van elzenhout met een esdoorn top erop. En hij had gelijk: deze bas klinkt zoals ik het wilde.’
Passen en meten André van der End bouwt alleen bassen met geschroefde halzen. Ooit is dat principe door Fender uitgevonden om sneller instrumenten te bouwen en kapotte halzen makkelijker te kunnen vervangen. Deze constructie bracht echter een eigen geluid voort en in de afgelopen halve eeuw is dat geluid de gouden standaard geworden voor een basgitaarklank. Een gitaarfabriek maakt min of meer pasklare halzen en body’s en schroeft die aan elkaar, vertelt André. ‘Er is echter veel te winnen met een optimale aanpassing tussen hals en body, letterlijk en figuurlijk. Ze moeten heel goed op elkaar aansluiten in de bodem van de halspocket. Aan de zijkanten mag het juist niet té strak zitten, is mijn ervaring. Daarnaast klinkt de ene hals gewoon beter op de ene body dan op de andere. Met een stapeltje body’s en een bosje halzen kun je zo met wat passen en meten een rij veel betere basgitaren afleveren dan wanneer je ze lukraak aan elkaar schroeft. Daarom bouw ik altijd meer van dezelfde bassen tegelijkertijd. Deze P-’55 is geen standaardmodel van mij, maar ik heb er toch meteen twee gemaakt. De andere is nu in het bezit van Eric Coenen.’
Een bas voor ieders eigen sound Het moge duidelijk zijn: André’s bassen zijn geënt op het grote Californische voorbeeld, maar dan wel voorzien van kleine en grote, zichtbare en onzichtbare vindingen en verbeteringen. Hij heeft een eigen model dat een iets slankere en hoekiger variant is van de J-bas. Voor vijfsnarige modellen gebruikt hij staven grafiet in de hals en een extra inch mensuurlengte. Dit alles komt de strakheid van de lage B ten goede, heeft hij proefondervindelijk vastgesteld. De laatste tijd bemerkt André steeds meer vraag naar de ouderwetse, full-size J- en P-vormen. Wat betreft uitrusting, hardware, elementen, afwerking en natuurlijk houtsoorten is in principe alles mogelijk. ‘Wel probeer ik altijd erachter te komen welke sound een klant precies zoekt. Je mag bij me langskomen met al je bassen en versterkers, en je mag op al mijn bassen spelen. Ik probeer altijd een behoorlijke voorraad instrumenten paraat te hebben.’ Al heeft een klant de vrije keuze, André kan er gericht bij helpen. ‘Zo heeft een hals uit één stuk “dosse gezaagd” hout [met liggende jaarringen, red.] het meeste karakter. Dat zou ik iedereen aanraden, behalve bassisten met een erg zachte aanslag. Die kunnen beter een gelamineerde hals nemen van kwartiersgezaagd hout. Door de staande jaarringen krijg je net wat meer attack en een hogere snaarspanning. Ook bij het selecteren van houtsoorten voor de body werk ik zo. De constructie van de bas moet het beste halen uit de speelmanier van zijn baas.’
Nitro en polyurethaan Van der End heeft zijn basbouwactiviteiten verspreid over het hele perceel aan de Hatertseweg. De woonkamer staat vol met demobassen. Achter het huis staat de schuur voor het zaag-, frees- en schuurwerk. De houtopslag heeft hij op de bovenverdieping, assemblage en soldeerwerk doet hij in de kelder van het woonhuis en achterin de schuur is een aparte spuitcabine. Niet elke bouwer spuit zelf zijn instrumenten maar bij Van der End is de lak een essentieel onderdeel van concept en bouw van elke bas. Tot voor kort werkte hij alle bassen af in nitrocellulose, een ouderwetse en broze laksoort die bassen heel open, warm en helder doet klinken. De body van Theo’s P-’55 is afgewerkt in de robuustere polyurethaanlak. ‘Voor de sound maakt dat toch niet zo veel uit als ik eerst dacht’, verklaart André. ‘Nitrocellulose op een body beschadigt toch te snel. Het is belangrijker dat die halzen in nitro worden gelakt, dat verschil hoor je veel beter. De hals van Theo’s bas heb ik iets gelig met nitro afgelakt, zodat het er wat ouderwets uitziet.’
Klank van metaal Basbouwers en bassisten hebben vaak de mond vol over houtsoorten, constructiewijzen en elektronica, signaleert André, maar er is één ding waar je niet vaak iemand over hoort. ‘Hardware. Dat kan zó veel uitmaken! Net als met de halzen en de body’s experimenteer ik vaak wat het beste klink. Daarom werk ik graag met bruggen van Hipshot. Hetzelfde model is te krijgen in aluminium en messing, dus ik kan ze allemaal uitproberen op één body. Ook kun je verschillende materialen zadeltjes combineren. Ook Gotoh-stemmechanieken zijn licht en zwaarder te krijgen. Alles heeft weer zijn eigen klank. Het is een tijd in geweest om de snaren dwars door de basbody heen te laten lopen, maar daar ben ik geen fan van. Het levert een hoop laag op maar het leven verdwijnt uit de toon. Om dezelfde reden hou ik niet van Badass en andere hele zware bruggen: dat zijn echte toonkillers. Hardware moet niet al te zwaar zijn.’ Voor de stemmechanieken geldt iets soortgelijks: behalve uiterlijk en comfort telt de bijdrage die ze leveren aan de klank van het instrument. Vijfsnarige bassen krijgen een drie-om-twee- of een vier-om-één-ordening van de mechanieken. ‘Het is belangrijk dat het stuk G-snaar tussen topkam en mechaniek niet te kort is. Anders voelt de G-snaar erg strak aan.’
Precies zoals vroeger Theo Dul wilde zijn Van der End-basgitaar zo authentiek mogelijk hebben. ‘Alleen de kop is een echte André-kop. Maar dat is natuurlijk een handelsmerk’, vindt Theo. Hij is zelf op zoek gegaan naar de juiste hardware en ging daarin heel ver. Via internet scoorde hij een originele Fenderbrug van een Precision Bass uit de jaren ’50. ‘Kijk, er staat een serienummer op.’ Ook het knoppenplaatje is authentiek en de verchroomde draaiknoppen hebben ouderwetse bolle kopjes in plaats van de platte bovenkanten van normale P-basknoppen. De duimsteun heeft maar één gat en zit niet vast met een kruiskopschroef maar met een spleetschroef. ‘Het moest authentiek, maar dan wel met “hi-tech specs”. Het element is een Seymour Duncan Antiquity, met “cloth wiring”, katoenen omwinding van de aansluitdraad. Ik weet niet of dat anders klinkt, maar zo deden ze het vroeger ook.’ Wat beslist wel anders klinkt is het gekozen extradunne vintage fretdraad. André: ‘De dikte van de frets is heel essentieel voor het geluid. Ga maar na: de snaar komt in contact met half zo veel metaal, daar wordt de sound heel warm en direct van.’ ‘Deze bas voel je door je hele lichaam trillen’, vertelt Theo vergenoegd. ‘Geluidsmannen vinden hem heel mooi: helder, maar toch ouderwets.’
‘Mijn recept is hout’ Van der End merkt bij zichzelf een terugkeer naar ‘steeds minder knoppen op een bas.’ Hij begon ongeveer 25 jaar geleden te spelen, gefascineerd door het geluid en de functie van de basgitaar in de muziek. Al gauw was André meer met zijn bas aan het knutselen dan dat hij erop speelde. Altijd was hij op zoek naar beter geluid, bouwde telkens andere elementen en elektronica in zijn bas en vijlde en zaagde erop los. ‘Ik had de sounds in mijn hoofd van de pop- en jazz- en fusionbassisten van de jaren ’70. Vaak speelden zij op aangepaste Fenders, en die basgeluiden zijn nog steeds ultiem. Het is niet puur ouderwets en vintage wat je hoort, maar ook niet dat geknepen basgeluid uit de jaren ’80. Toen ik zelf ben gaan bouwen, heb ik ook kopieën van Warwicks en Alembics gemaakt, maar dat was omdat men je in de tijd van de edelbassen gewoon niet serieus nam als je een fijne oerbas met geschroefde hals bouwde. Ook nu ben ik in opdracht bezig met een bas van tropisch hout, met een woeste vorm en veel knopjes. Maar voor mezelf weet ik het al heel lang: mijn recept voor een bas is hout, een geschroefde hals, passieve elementen en eventueel actieve elektronica.’ Dat laatste kan een bas heel veelzijdig maken, maar kan ook een hoop verpesten. ‘Elektronica moet wel van topkwaliteit zijn en het signaal niet kleuren. Beter geen voorversterker in je bas dan een slechte. Ik krijg steeds meer vraag naar puur passieve bassen, al kwam laatst een jongen na een half jaar bij me terug. Die wilde toch een voorversterker in zijn bas.’
Wikkelmachine Elementen en elektronica maakt André bij voorkeur zelf. Hij heeft een eigen preamp ontworpen die zeer stil is en neutraal klinkt, en in zijn kelder staat een elementenwikkelmachine. Op Theo’s bas zit een reissue van Seymour Duncan van het originele Fender-elementontwerp uit 1951. Op zijn Fender Custom Shop-reissue van zo’n vroege Precision probeerde Theo van tevoren verschillende modellen uit. Een Fender-element vergeleek hij met onder meer een model van de Duitse pick-upwikkelaar Harry Häussel. Theo: ‘Die maakt iets unieks: zo’n heel smal enkelspoels-baselementje met toch twee magneetpooltjes per snaar. Het klonk wel goed, maar een beetje gladder. De dynamiek ging er toch op achteruit. De Seymour Duncan werkt gewoon het best.’ Volgens André draagt het Seymour Duncan-elementje op Theo’s bas bij aan de ruwe, elementaire klank. ‘Deze elementjes zijn enorm dynamisch, doordat ze één magneetpooltje per snaar hebben. Fender is er vanaf gestapt omdat bassisten hun speakers ermee kapot speelden.’
Nooit meer weg Al met al een jaar is André van der End bezig geweest met de bas voor Theo Dul. Het kan sneller: binnen een maand of vier à vijf inclusief tijd op de wachtlijst kun je een custommade Van der End bezitten. In vergelijking met andere handgebouwde bassen en met de chique Amerikaanse merken zijn de bassen van Van der End bovendien zeer sympathiek geprijsd. Vanaf ongeveer 1800 euro heb je een simpel model, en meer dan 2500 euro zal een heel uitgebreid uitgeruste bas niet snel kosten. Vanwege het speciale ontwerp en de zoektocht naar vintage onderdelen duurde de bouw van Theo’s bas ook een stuk langer. Maar het was de moeite van het wachten dubbel en dwars waard. ‘In het dagelijks leven speel ik veel op andere bassen’, zegt Theo. ‘Maar die zijn allemaal inwisselbaar. Deze niet. Deze gaat nooit meer weg.’
www.vanderend.nl
Klik voor meer foto's |
Login
Laatste artikelen
- [WebSpecial] - IM: Duck Dunn
- [Nieuws] - Donald 'Duck' Dunn overleden
- [Nieuws] - RIP Chris Ethridge
- [Nieuws] - Stagg Electric Upright Bass
- [Nieuws] - Een geheel nieuwe Gibson
- [Nieuws] - Duesenberg Eagles Bass
- [Nieuws] - Höfner sponsort Bootleg Beatles
- [Nieuws] - David Ellefson App
- [Nieuws] - Kala basukeleles naar NL
- [Nieuws] - RIP Jim Marshall
NIEUWSBRIEF
Laatste forum posts
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 11.5.2012 20:18 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 7.5.2012 16:51 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale Remus 7.5.2012 12:24 |
![]() | Flatwounds op shortscale martbas 28.4.2012 16:02 |
![]() | basversterker aansluiten op PA williamv 25.4.2012 17:31 |
Geschreven door Marten Schulp





‘Hee jij, niet op die bas gaan zitten!’ roept André van der End. Ook de lapjeskat van de Nijmeegse basbouwer is niet weg te slaan bij P-’55 basgitaar die André kort geleden voltooide. De koffer moet even dicht, want deze sunburst viersnaar met één enkelspoelselement is niet voor de poes maar voor Theo Dul. De Eindhovenaar is voor zijn werk in de buurt van Nijmegen en komt bij André de bas in ontvangst nemen, die een kleine check-up heeft gehad.






