Sjak Zwier: Meester-gitaarbouwer

Geschreven door Eelke van Ark

Sjak ZwierAls de deur van de winkel van meester-gitaarbouwer Sjak Zwier aan de Nieuwendijk in de oude binnenstad van Vlissingen openzwaait, komt een zware houtgeur de bezoeker tegemoet. De ruimte zou zo door kunnen gaan voor de geboorteplaats van Pinokkio uit het bekende sprookje, ware het niet dat de winkel van hoek tot hoek gevuld is met gitaren.

 

De moderne Gepetto zelf staat in zijn werkhoekje, precies zo chaotisch als je zou verwachten van een dergelijk vakman. Bassist Peter Wisse (31) is al jaren kind aan huis in de naar hout geurende winkel. Vandaag laat hij trots zijn nieuwste aanwinst zien: een prachtige witte custom-made fretloze bas.

 

Sustain
Het is niet dat het Peter Wisse ontbreekt aan bassen - in zijn appartement in de Vlissingse binnenstad staat een half rekje vol te blinken in een hoekje, daarnaast heeft Peter een mooie contrabas - maar hij zocht voor zijn band Tuxedo Bandido iets nieuws. ‘We maken hip-pop. Denk maar aan de Fun Lovin’ Criminals. Het mag allemaal een beetje over-the-top, we hebben bijvoorbeeld net Mexicaanse mariachi-pakken aangeschaft voor op het podium. Ik wilde speciaal voor deze band een fretloze bas laten maken die er een beetje kitsch uitziet en vooral heel veel sustain heeft.’ Op naar vriend Sjak Zwier dus, vakman met een indrukwekkend cv.

Peter: ‘Het is voor mij zo gewoon om even bij Sjak binnen te lopen, dit is een beetje mijn tweede thuis - dat beweren ze thuis tenminste.’ Al veertien jaar loopt hij bij Sjak Zwier de deur plat. ‘Worden we al zo oud?’, lacht de gitaarbouwer. Ooit begon Sjak zijn werkzame leven als duiker op de Noordzee. ‘En ik kan je zeggen, als duiker op de Noordzee heb je heel vaak vrij. Er kan bij te veel wind niet gewerkt worden, dus wanneer we uitvoeren, had ik altijd een gitaar bij me. Ik had in die tijd gitaarles van Henny van Ochten. Ik had een Westone-gitaar aangeschaft en probeerde daar geluid uit te krijgen, maar ik kreeg hem naar mijn idee niet zuiver gestemd. “Intoneren”, zei mijn leraar. Maar dat was het ook niet. Na een hele tijd puzzelen en navraag doen bleek dat de fretten niet goed ingezaagd waren. Fabrieksfoutje. Ga dat maar eens aan een verkoper vertellen; ik wist zelf nog nergens van, hè?’

 

Geen muzikant, wel bouwtalent
Maar ook de gitaren die daarop volgden, kreeg Sjak niet lekker afgesteld op zijn eigen speelstijl. ‘Mijn leraar was gitaarbouwer en hij heeft me een keer een boek meegegeven om een gitaar zelf te repareren. Ik heb het meegenomen offshore en ben ermee gaan knutselen. Dat ging mij redelijk af. Toen ik het resultaat van die eerste pogingen aan Henny van Ochten liet zien, was hij onder de indruk. “Je hebt talent”, zei hij, ik dacht toen nog dat het om het gitaarspelen zelf ging en dat vond ik wel mooi. Maar helaas: dat is nooit wat geworden. Ik ben naar België gegaan om een vierjarige opleiding tot gitaarbouwer te volgen en heb uiteindelijk ook mijn meesterschap behaald met het bouwen van een akoestische bas.’

Ondertussen haalt Peter zijn gloednieuwe bas uit de koffer. Het is een prachtig instrument, gemaakt met de traditionele Fender-houtsoorten: een body van elzen, een hals van ebben en een top van rozenhout. De witgelakte body is afgezet met parelmoer. Even spelen zonder versterking levert al heel duidelijke heldere tonen op. ‘Dan weet je vaak al wel genoeg’, zegt Sjak. ‘Als je er onversterkt goed geluid uit kunt halen, zit het met de kwaliteit meestal wel goed.’ Bijzonder aan deze fretloze bas is dat je deze eigenschap niet meteen kunt zien. Peter: ‘Heel grappig, ik nam mijn nieuwe bas mee naar de oefenruimte en toen ik begon te spelen, zei de zanger: “Dat klinkt bijna als een fretloze bas.” Ja, hè hè, het is er ook een. Maar dat kun je dus niet zien, omdat de inkepingen van de fretten gevuld zijn met kneedbaar hout.’ Een andere bijzondere feature heeft ook met deze ‘fretten’ te maken. Sjak heeft de hals van de bas laten doorlopen tot de 24,5-fret. Dankzij de vorm van de body en deze verlengde hals kan Peter met gemak de tonen aan de onderkant van de hals pakken, zonder zijn hand vreemd te buigen. Het mooiste is dat de afwijkende hals nog niet eens opvalt, zo op het oog.

 

Peetman
Peters ‘kindje’ is voorzien van lange roundwound-snaren, die aan het einde door de body gaan. Dit zorgt voor meer punch. De langere hals is aan de achterkant vastgezet met niet vier, maar zes schroeven. ‘Voor de stevigheid. Normaal gesproken ben ik helemaal niet zo van de zes schroeven, maar met zo’n hals wil je niet het risico lopen dat daar een zwak punt ontstaat.’ De kop is met een diepere hoek dan normaal verlaagd, waardoor er meer druk ontstaat op het topzadel, voor een strakker en puntiger geluid. Maar het kersje op de taart is bij dit stuk vakmanschap van Sjak Zwier toch wel de naam van de bassist, uitgevoerd in parelmoer op de hals. Peter: ‘Peetman is mijn “bassistennaam”, als je het zo kan zeggen. Ik heb zelf een mooi stukje parelmoer uitgezocht en toen werd het een beetje een weddenschap met Sjak dat hij het nooit voor elkaar zou krijgen om de naam uit één stuk te halen.’ Sjak: ‘Dat werd natuurlijk de uitdaging. Net zoals je een appel aan één stuk wilt schillen, maar dan wat moeilijker, ha ha. Dit was meer hogere figuurzaagkunst zeg maar.’ Het is gelukt: als decadent detail prijkt uit één stuk parelmoer de naam ‘Peetman’ op de hals. Een tijdrovende klus? ‘Het heeft toch wel vier uur gekost om dat zo in te leggen.’ Peter: ‘Maar hier word ik dan ook wel héél erg blij van’

Sjaks vakmanschap is natuurlijk te danken aan zijn jarenlange ervaring als gitaarbouwer. Toen hij in België zijn opleiding afgemaakt had, kon hij in Vlissingen het klantenbestand van zijn leraar overnemen. ‘Zo heb ik een vliegende start gehad. Je kunt nog zo talentvol zijn, als niemand je winkel vindt, schiet je er niets mee op.’ Een ander gelukkig toeval was ‘die snotaap van op de hoek’ die als puber al bij Sjak in de winkel kwam om linkshandige gitaren te laten customizen. Paskal Jakobsen van Bløf, bedoelt hij. ‘Paskal kon als linkshandige gitarist niet snel uit de voeten met een gitaar natuurlijk. Hij is hier wel eens aangekomen met een knalroze Ibanez. Hij had ’m gekocht omdat het de enige linkshandige gitaar in de winkel was en hij liet dan bij mij zo’n beetje alles wat eraan veranderd kon worden veranderen.’ Paskal speelde in die tijd nog in hardrockachtige bandjes en Bløf was in het begin natuurlijk ook compleet onbekend. ‘Maar toen Bløf doorbrak, heb ik daar zeker op meegelift.’ Sjak maakt inmiddels gitaren voor leden van de Counting Crows, maar ook linkshandige mandolines voor bands als Rowwen Hèze.

 

Houtvakantie

Beneden in de werkplaats onder de winkel laat Sjak zijn handen over stukken hout gaan die liggen te wachten op gebruik. ‘Al het hout dat ik hier binnenkrijg, laat ik minstens een jaar rusten voor ik er iets mee ga doen.’ Ter illustratie schuift hij een dikke plank uit een stapel. ‘Kijk, de handelaar verzekerde me dat dit hout droog was en zó te gebruiken. Maar je ziet het aan deze kant: hartstikke vochtig. En krom, je zou niet willen dat dit je gitaar was, toch?’ Hout is echt de passie van de meester, daar kunnen vrouw Naomi en de kinderen over meepraten. Sjak heeft namelijk de gewoonte om ladingen hout mee te nemen van vakantie. ‘Ik kan het niet laten.’ Peter begint hardop te lachen als dit onderwerp aangesneden wordt. ‘Sjak zoekt de vreemdste vakantiebestemmingen uit. Hongarije bijvoorbeeld. Dan vertelt ie dat ze daarheen gaan en dan noemt ie eerst een of twee bezienswaardigheden over het land op, maar dan komt de ware bedoeling achter de vakantie naar boven: er zit een gewéldige houthandel.’ Sjak: ‘Mijn kinderen zijn zodoende ook heel flexibel geworden, ze kunnen werkelijk in alle standen in de auto zitten om het hout heen, ha ha! Het is soms wel wat moeilijk uit te leggen. We zijn al eens naar Bosnië geweest. Toen ik dat voorstelde, keek Naomi wel een beetje angstig: “Bosnië, is het daar geen oorlog?” Tja, mooi hout, hè?’


www.zwiergitaarbouw.nl

 


Peter Wisse is de vaste bassist van de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Francis Levoy, maar lééft voor ‘zijn’ band Tuxedo Bandido. ‘Ik speel al heel lang, maar pas sinds vijf, zes jaar ben ik het bassen echt heel serieus gaan nemen. Achteraf bezien heb ik veel te lang slecht gespeeld. Zet eerst maar eens een goede “walking bassline” neer, denk ik nu, dan ben je al een heel eind.’

www.myspace.com/francislevoy / headquarters.hyves.nl.

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen