Harry Jansen: Bouwen naar oud-Italiaanse traditie

Geschreven door Eelke van Ark

bestelling_07_internetZijn werkplaats bevindt zich bijna twintig jaar in Amsterdam en is gevestigd aan de Czaar Peterstraat 53. Contrabasbouwer Harry Jansen is een begrip onder de klassieke en jazzbassisten in de Nederlandse muziekwereld. Deze keer in Op Bestelling een portret van een eigenzinnige basbouwer met liefde voor zijn vak.

  

Harry is nog net even bezig met een klant als de Bassist op een koude novemberdag voor de deur staat. Erik Winkelmann - bassist in het Metropole Orkest - komt samen met zijn vriendin Christine zijn bas ophalen na een reparatie. ‘Harry is de beste’, grijnst Erik. ‘Fijn dat ik het nu eens niet zelf ben die dat zegt’, voegt de 49-jarige bassenbouwer toe, terwijl hij geconcentreerd naar de nieuwe kam staart die hij juist op de bas ‘past’.

Harry groeide op in Apeldoorn en kwam als gitarist in aanraking met instrumentenbouw toen hij zelf een gitaar liet maken in Engeland. Hij besloot uiteindelijk een opleiding instrumentenbouw in het Verenigd Koninkrijk te volgen en kwam er in aanraking met het bouwen van contrabassen. ‘Op dat moment had ik mijn richting echt gevonden; ik wilde vanaf toen gewoon helemaal niets anders meer bouwen. Ik vind de bas een te gek instrument. Ten eerste is muziek zonder bas ondénkbaar. Ook de grootte van de contrabas vind ik te gek: je kunt eromheen hangen, hem vastpakken zoals je een vrouw zou vastpakken. Het is echt mijn ding. Na twintig jaar vind ik het nog net zo gaaf als in het begin.’

Na een vierjarige opleiding keerde Harry terug naar Nederland om zijn geluk te beproeven als basbouwer in Amsterdam. Lang duurde het niet voor zijn naam bekend was als één van het handjevol bouwers in contrabassend Nederland. ‘Het ging ongelooflijk snel eigenlijk. Ik heb in principe nooit zonder werk gezeten. Na twee jaar heb ik al iemand erbij aangenomen omdat er zoveel werk was.’ Tegenwoordig werkt Harry samen met collega’s Melle en René. Iedereen heeft zijn eigen specialiteit. Rene houdt zich voornamelijk bezig met het maken en onderhouden van strijkstokken. Melle en Harry werken samen aan de verschillende projecten, variërend van contrabasbouw, -reparatie en -restauratie, tot het bouwen van akoestische jazzgitaren en basgitaren. Harry verkoopt ook oude contrabassen. ‘Heel prettig, want ik ben niet iemand die goed alleen kan werken. We staan hier normaal gesproken allemaal in ons eigen hoekje en dan wordt er heel wat afgeouwehoerd tijdens het werk.’

 

Paarse contrabas
Harry legt uit dat het verschil tussen ‘customized’ basgitaarbouw en contrabasbouw hem vooral zit in de keuzemogelijkheden. ‘Als een bassist bij een gitaarbouwer komt, kan hij van alles kiezen: kleuren, tierelantijntjes, houtsoorten, modellen, elementen, noem maar op. Hoe een contrabas eruitziet, ligt voor het grootste gedeelte al vast. Als een bassist hier een paarse contrabas zou bestellen voor zijn werk, dan zou ik hem dat in de eerste instantie uit zijn hoofd proberen te praten. Maar ik maak dat hier sowieso niet echt mee.’

‘Mijn klantenkring is heel uiteenlopend. Ik werk heel veel voor klassieke mensen, orkesten en conservatoria, maar het loopt echt door elkaar heen. Ik vind het ook heel leuk om voor mensen uit alle richtingen van de muziekwereld te werken. We werken ook regelmatig aan instrumenten van straatmuzikanten. Ook heel leuk om te doen. Dan word je uit de buidel betaald... in munten.’

‘Als iemand hier een bas komt laten bouwen, begint het met praten. Daarna ga ik heel veel luisteren. Vervolgens bepaal ik in feite wat er gaat gebeuren. We zoeken een model uit dat geschikt is voor het doel van de bas - vaak gaat het om een orkestbas - en ik ga aan de slag. De vormen liggen grotendeels vast, je hebt een aantal modellen en die voldoen goed. Ook in de gebruikte houtsoorten zit vrijwel geen variatie; het grootste deel van de bas is 90 procent esdoorn, het bovenblad is bijna altijd van edelspar. Als de bas klaar is om afgesteld te worden doe ik dat het liefst met de klant erbij om hem zo prettig bespeelbaar mogelijk te maken. Het afstelwerk is mijn specialiteit.’

 

Ontwikkelingen in de baswereld
Dat de bassist in het verleden nogal een bijfiguur was in het orkest weet ook Erik Winkelmann: ‘Ik heb wel gehoord dat een orkestleider een docent kon bellen om een bassist te vinden. Ook wanneer het antwoord dan was “ik heb alleen een eerstejaarsstudent”, zei de orkestleider “stuur maar”. Ze moesten gewoon een bassist hebben. Het einde van die generatie bassisten komt nu een beetje in zicht.’

Harry: ‘De wereld van contrabassen ontwikkelt zich de laatste jaren razendsnel. Het niveau van de bassisten in Nederland is enorm gestegen en dat brengt met zich mee dat zij nieuwe eisen stellen aan hun instrument. Vooral het onderwijs heeft een grote sprong gemaakt. Dat is ook de reden dat ik dit vak zo leuk vind: alles rond dit instrument is de laatste jaren zo ontzettend in ontwikkeling. De bouw van de contrabas is de afgelopen 400 jaar niet veel veranderd, al is er een periode geweest dat ze echt veel te grote kasten maakten. Die klonken soms beestachtig goed, maar waren volkomen onhandelbaar. In de afgelopen eeuwen werd niet altijd ingezien dat een contrabas ook in de hogere regionen van de toets goed bespeelbaar moest zijn. Het zwaartepunt lag toen bij de diepte van de klank. Dat is nog steeds heel belangrijk, maar de bespeelbaarheid is net zo bepalend voor de kwaliteit. Tegenwoordig weten bassisten veel beter wat ze willen. Dat komt vooral doordat er in het onderwijs de laatste jaren een enorme kwaliteitsslag is gemaakt. Dat ik dat van zo dichtbij heb kunnen meemaken en daar zelf deel van uitmaak door mijn werk vind ik het mooiste aan dit vak.’

Als voorbeeld van de huidige ontwikkelingen rond de bas noemt Harry de snaren: ‘De snaren die ik op Eriks orkestbas heb gelegd zijn nieuw en heel goed. Het ingenieuze eraan is dat ze heel geschikt zijn voor zowel spelen met de vingers als met de strijkstok. Dat soort ontwikkelingen bedoel ik.’ De bespeelbaarheid, de klank, de details; contrabassisten hebben steeds meer te kiezen. Harry: ‘De bas groeit eigenlijk mee met de eisen van de tijd. Het model, de basis, is 500 jaar geleden vastgelegd, maar de dingen daaromheen veranderen. Kijk bijvoorbeeld naar de ontwikkeling van de klassieke gitaar. De klankkast was honderden jaren geleden een soort van doosje, maar moest in steeds grotere ruimtes en concertzalen gebruikt worden. Ook daarom verandert een instrument.’

 

Experimenteren
‘De contrabassen die hier gemaakt worden, zijn aan een bepaalde standaard gebonden. Toch experimenteren we wel met verschillende oude inzichten.’ Op dit moment bouwt Harry een contrabas naar een oud-Italiaanse traditie. Het achterblad is gewelfd en gestoken uit populier, een houtsoort die vaak werd gebruikt voor de bouw van contrabassen. ‘Populier wordt over het algemeen gezien als een inferieure houtsoort, maar in de contrabasbouw werd het als heel geschikt ervaren. Dat is logisch, want populier is zachter en dat kan de diepte van de klank positief beïnvloeden. Oud populier wordt ook heel hard in de loop der eeuwen. Dat hebben we bij restauraties vaak ervaren.’ Het bovenblad bestaat uit drie delen edelspar. Het middelste deel is gebogen en dus niet gestoken. Harry: ‘Dit geeft een sterkere welving die het wellicht mogelijk maakt het blad dunner te maken dan normaal het geval zou zijn. Dit scheelt aan massa. Het is de vraag of dit experiment ook leidt tot een betere klank, maar dat zal proefondervindelijk moeten blijken.’

‘Het bezig zijn met experimenteren is belangrijk. Het is dé manier om grenzen te verleggen of nieuwe ideeën op te doen. Als het even kan, zijn we daar mee bezig. Als er iets is wat ik je graag wil laten zien, is het mijn akoestische bas.’ Een prachtig instrument komt tevoorschijn: een soepele jazzbas, geheel akoestisch. Harry: ‘Dat is ook het bijzondere aan deze gitaar. Hij is helemaal, van onder tot boven, van hout. Veel akoestische bassen hebben toch een meer semi-akoestisch karakter. Het enige onderdeel aan deze gitaar dat niet van hout is, is het element.’ Het maken van een bas voor de verkoop was niet het beoogde doel van de Amsterdamse bouwer. ‘Ik verkoop deze bas eigenlijk zelden. Daar was het ook niet echt om te doen. Misschien is dit de laatste die ik ooit heb gemaakt, misschien verkopen we er ooit nog een paar.’

 

De vermiste Maggini Dumas
Terwijl Harry praat over mooi werk schiet hem ineens een van zijn interessantste opdrachten ooit te binnen. ‘Ik heb veel klanten in het buitenland, waaronder in Japan. Via via kwam de Japanner die de wereldberoemde Maggini Dumas - ooit verdwenen voor een heel lange tijd en pas enkele jaren geleden teruggevonden in Chicago - had gekocht, bij mij terecht voor restauratie van het instrument.’

‘Die bas is een soort legende; Maggini was een bijzonder goede Italiaanse bouwer. De bas heeft hij rond 1600 gebouwd; deze was onderdeel van een serie strijkinstrumenten en er is verscheidene malen over geschreven. Maar de bas is zoekgeraakt en eeuwenlang wist niemand waar het instrument was. Uiteindelijk is hij dus opgedoken en heeft ie iets van 50 jaar in een kelder gestaan. Vervolgens hebben Melle en ik hem totaal gerestaureerd, in zo’n drie maanden tijd. Dat was echt heel bijzonder. Op dat moment kon ik ook met eigen ogen zien dat er eigenlijk heel weinig veranderd is aan de contrabas door de eeuwen heen. Het instrument was wel aan de kleine kant, laten we zeggen iets kleiner dan een ¾-bas, maar de verhoudingen waren bijna exact gelijk aan de verhoudingen van een nieuwe contrabas zoals wij hem tegenwoordig maken. Mooi eigenlijk: in 1600 is bepaald hoe een contrabas eruitziet - zo bouwen we hem, want dit werkt het best. En al die eeuwen later is dat nog steeds zo.’

Tussen het restaureren door moest de Italiaanse schone even in elkaar gezet worden om een maand in een museum te staan tijdens een expositie. Toen is er ook op gespeeld. Harry: ‘Ongelooflijk; zo’n instrument is eeuwenoud en heeft misschien wel 50 jaar ergens in een kelder gestaan, maar het klinkt als een klok.’ Dat juist hij de bas mocht openen ziet Harry, zij het met enige relativering, wel als een compliment. ‘In de loop der jaren heb ik aan diverse Maggini’s en aanverwante instrumenten gewerkt. En ik ben zelf veel in Japan geweest, dus daar komt het misschien ook wel door. Maar ja, die gozer heeft toch een paar ton neergelegd voor die bas, hij zal dus toch wel even hebben nagedacht voor hij hem liet restaureren. En dat is wel een compliment, ja.’

 

www.harryjansenluthier.com

 


 

Akoestische basgitaar
De volledig akoestische jazzbasgitaar van Harry Jansen (zie foto) is gebaseerd op een D’Aquisto-model. Alles is van hout, op het element na. Het exemplaar in de werkplaats van de basbouwer is een viersnarige fretloze bas, hoewel dit op het eerste gezicht niet te zien is, omdat de fretten wel degelijk aangegeven zijn op de hals. Het achterblad, de ribben en de hals zijn van gevlamd esdoorn. Het bovenblad is vervaardigd uit edelspar. De gitaar is voorzien van één zwevende humbucker en een piëzo in de kam. De slagplaat lijkt te zweven boven de body en kan voorzien worden van een volume- en mengknop. De bas is ook met fretten of in vijfsnarige uitvoering te maken. Het prijskaartje liegt er niet om: het prachtige exemplaar kost ongeveer € 15.000,-.

 

Peter Stotijn
Bassist Peter Stotijn, docent aan het Amsterdams conservatorium: ‘Ik heb Harry leren kennen toen ik zelf op het Conservatorium in Utrecht werkte. Hij was toen net terug uit Engeland en ik hoorde dat hij in Amsterdam was begonnen. Ik heb hem toen uitgenodigd om met wat onderdelen te komen om te laten zien hoe hij werkt.’ Het was het begin van een lange samenwerking, want al die jaren heeft Peter veel instrumenten laten bouwen door Harry en verwees hij zijn leerlingen vaak door. ‘Wat ik goed en heel eigen vind aan Harry is dat hij ten eerste ontzettend goed kan luisteren en betrouwbaar en echt geïnteresseerd is. Hij staat altijd klaar om een reparatie uit te voeren. Tegelijkertijd is dat ook een beetje zijn zwakte, want daardoor is hij vaak wat laat met het opleveren van een nieuwe bas. Maar van Harry kan iedereen dat hebben.’

‘Waar Harry ook heel goed in is: instrumenten hebben vaak iets heel menselijks. Ze reageren op hun omgeving: op kou, vocht en droogte. Ze blijven altijd een beetje doorwerken. Een instrument heeft ook een soort ‘humeur’, kun je zeggen. Harry verdiept zich daar heel erg in. Ik heb hem niet zo heel lang geleden drie Italiaanse bassen laten bouwen, waarvan er een geschikt moest zijn voor kleinere studenten. Dan loop je tegen het probleem aan dat een kleinere bas ook anders klinkt. Harry is er op ingenieuze wijze in geslaagd om een kleinere bas te maken die wél de goede klank heeft.’

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen