Jarenlang speelde hij met veel plezier op zijn Van der End-bassen. Taalde niet eens naar zo’n oud exemplaar. Totdat Emanuel Platino ineens studioklussen dreigde mis te lopen omdat producers per se dat vintagegeluid wilden. De vermaarde Nijmeegse luthier André van der End ging daarop voor hem aan de slag en bouwde een nieuwe bas die klinkt alsof ie alle loopgraafoorlogen heeft overleefd. Maar dan wel een met vijf snaren.
Zijn Italiaanse komaf verraadt zijn temperament en enthousiasme. ‘Toen André zei dat hij een bas voor mij kon bouwen die net zo zou klinken als mijn oude Fender had ik eerlijk gezegd zo mijn twijfels. Maar ik moet zeggen: het is hem gelukt!’ Ietwat bedremmeld, strijkend over zijn eigen oude bas uit 1973. ‘Sterker, hij klinkt zelfs nog ietsje beter…’ Hij is zichtbaar beduusd. Terwijl hij aanvankelijk nooit zoveel had met oude Fenders. ‘Ik had er wel eens een in handen gehad, maar ik zweerde bij mijn eigen Van der Ends. Ik kon ook niet begrijpen waarom mensen er zo lyrisch over deden. Maar vooral ook: waarom zou ik er zo belachelijk veel geld voor moeten betalen? En dan spelen ze over het algemeen nog zwaar ook. Totdat ik dus eens een écht goed exemplaar in handen kreeg. Toen besefte ik: aha, je hebt hele goede en ook hele slechte oude Fenders.’ Platino (35) is geboren en getogen in cultuurstad Florence, maar loopt intussen alweer aardig wat jaartjes mee in de Nederlandse showbizz. Zag met coverformatie Millstreet Band het hele vaderlandse dancingcircuit van nabij, terwijl hij als bassist van Treble ons land al eens vertegenwoordigde tijdens het Eurovisie Songfestival. Zorgde voor het stevige groovefundament van Postman en tourde met onder anderen Soulvation, Boris, Do en Nikki. Momenteel heeft hij zijn muzikale vizier vooral gericht op Waylon, die als eerste Nederlander ooit een contract in de wacht sleepte bij het legendarische Motown-label.
Waterscooter ‘Ik kwam in 1995, op mijn twintigste, naar Nederland en leerde al vrij snel André kennen. Waarna ik op zijn bassen ging spelen. Met heel veel plezier. Ik heb er in totaal vijf gehad.’ Behalve dat hij in allerlei bands speelde, doorliep Platino ook het conservatorium in Tilburg. Maar dat was eigenlijk niet zo’n succes. ‘Ik ben nu eenmaal opgegroeid met popmuziek en wat klassiek. Tegenwoordig wordt er uitgebreid aandacht besteed aan pop, maar destijds had je alleen maar jazz. Pfff, ik kende het woord amper. Dacht dat het een merk waterscooter was of zoiets.’ Conservatorium, alleen de naam al, zegt hij verontwaardigd. ‘Het woord conservatief zit erin. Dat zegt eigenlijk al voldoende. Ze stonden daar - op z’n zachtst gezegd - niet echt open voor vernieuwingen. Marcus Miller in zijn fusiontijd bij Miles Davis ging bijvoorbeeld al veel te ver. Ik vond het wel interessant, hoor. Studeerde ook veel. Maar intussen vroeg ik me af: waarom alleen maar jazz? Daarom lag ik nogal eens overhoop met mijn docenten.’ En dan die verfoeide contrabas. ‘Ik werd verplicht erop te spelen. Maar ik had geen zin constant met dat gevaarte te lopen zeulen. Vandaar dat ik een elektrisch exemplaar aanschafte.’ Zijn docenten kregen bijna acuut een hartverzakking. ‘Haha, ik geloof dat ik bij heel wat docenten op de zwarte lijst stond. Later hebben nog veel meer studenten zo’n elektrische contrabas gekocht. ’t Was gewoon veel praktischer.’ Bovendien was er volgens hem op de opleiding vooral aandacht voor de theorie. ‘Voor de praktische kant van het muzikantenbestaan was weinig tot geen oog. En dan kun je nog zo’n goede muzikant zijn, je moet jezelf ook goed weten te verkopen. Tegenwoordig geef ik les aan de Zadkine Popacademie in Rotterdam. En juist de aspecten die ik miste op het conservatorium gebruik ik nu voor het ontwikkelen van lesmethoden.’ Niettemin stak hij in die drie jaar conservatorium veel op. ‘Ik vind het toch van belang dat je de nodige techniek in huis hebt. Heb je die niet dan bestaat het gevaar dat je voortdurend op de toppen van je kunnen staat te spelen. Waardoor je je niet kunt richten op essentiële zaken als de feel van een nummer.’ Maar na drie jaar conservatorium had hij het wel gezien. ‘Ik heb toen de opleiding muziektechnologie in Hilversum gedaan. Leerde onder meer produceren. Ontzettend boeiend. Ik heb het nodige producerswerk gedaan, onder meer voor de rapper van 2 Brothers On The 4th Floor. Net toen we aan de slag zouden gaan, ging het label failliet. Als producer heb ik dan misschien mijn doel niet helemaal bereikt, ik vind wel dat ik daardoor een betere bassist ben geworden. Ik ben binnen een band niet helemaal op mezelf gefocust en weet door mijn achtergrond hoe ik het basgeluid beter kan laten klinken.’
Eigen BV Toen hij in 2000 zijn papiertje had gehaald, was het vooral een kwestie van spelen. ‘Ik heb een btw-nummer aangevraagd en ben mijn eigen BV’tje begonnen. Intussen heb ik 907 optredens gedaan. Haha ja, dat houd ik exact bij. Ik heb ook alle souvenirtjes nog, al die polsbandjes bijvoorbeeld. Als ik ze dan weer in handen krijg, komen alle herinneringen boven.’ Behalve in talloze bands moet Platino regelmatig op komen draven in de studio. En daar stuitte hij de afgelopen jaren op een tendens in basland. ‘Ik speelde altijd op mijn moderne Van der Ends en de producers waren dik tevreden over mijn sound. Sterker, begin jaren negentig moest je het niet eens wagen met zo’n oude Fender de studio binnen te komen.’ Maar tijden veranderen. ‘Ik maakte tweemaal in korte tijd mee dat een producer vroeg of ik zo’n oude Fender had. Niet dus. Waarop ze aan het stoeien sloegen om mijn moderne bas maar zo ouderwets mogelijk te laten klinken. Hele stapels apparatuur werden aangesleept. Absurd om te zien. Dat oude geluid zit immers voornamelijk in het hout. En dan mag je baspartij wel kloppen, als je niet de sound hebt die de producer zoekt, kloppen ze aan bij iemand anders.’ Om geen klussen mis te lopen, zat er niets anders op. ‘Ik speelde twaalf jaar op Van der End. Was er dik tevreden over. Maar ja, ik moet met muziek mijn boterham verdienen.’ Waarop er niets anders op zat: hij deed zijn geliefde Van der Ends de deur uit om zich een oude Jazzbass uit 1973 en een 66’er Precision aan te kunnen schaffen. ‘Ik heb André toen gebeld en ‘m eerlijk gezegd wat mijn probleem was.’ Basbouwer Van der End had uiteraard in de tussentijd de trend in basland op de voet gevolgd. Vooral omdat hij de reputatie geniet als bouwer van moderne bassen, wat hem de bijnaam ‘de Sadowsky der lage landen’ (‘beslist geen belediging trouwens’) opleverde. Samen met Platino ontwikkelde hij vervolgens het plan een bas te bouwen die wat geluid betreft moest kunnen wedijveren met een vintage-instrument, maar die tegelijk de mogelijkheden van een moderne bas bood. ‘Met vijfde snaar dus, want die lage B vind ik voor sommige muziekstijlen onmisbaar. Zeker voor mij als freelancer’, licht Platino toe. André van der End vertelt in zijn woonkamer annex atelier dat hij wel degelijk ervaring heeft met het bouwen van vintage bassen. ‘Bovendien heb ik in de loop der jaren heel wat oude Fenders gerepareerd. De vintage bassen die ik tot nog toe echter bouwde, waren allemaal viersnarigen.’
Strakke waslijn Wat hem vooral opvalt is de zachtheid van de oude Fender-halsen, waardoor een lage snaarspanning ontstaat. Daarin schuilt volgens hem een van de voornaamste karaktereigenschappen. ‘Vergelijk het met een waslijn. Het maakt nogal een verschil of je die strakgespannen ophangt tussen twee muren of twee stukken hout. Juist die lage snaarspanning typeert de oude Fenders. De goede exemplaren combineren dit overigens bovendien met een accurate toon en met punch. Aangezien die lage snaarspanning wordt veroorzaakt door het flexibele hout, was dat voor mij reden voor deze bas te kiezen voor een kortere mensuur en zachtere esdoornsoorten.’ Er is echter nog een doorslaggevende factor. ‘De combinatie van harde en zachte houtsoorten. Alleen een bas van hard hout werkt niet. Die klinkt veel te kil. En een bas van alleen zachte materialen is ook geen optie. Die mist punch en directheid.’
Kerkklokken Maar waar het volgens Van der End vooral om draait, is dat een bas op den duur goed ingespeeld raakt. Naarmate er meer op wordt gespeeld, wordt het hout zachter en gaat ie alleen maar beter klinken, zo luidt zijn theorie. ‘Van Stradivarius ging zelfs het verhaal dat hij het liefst werkte met eeuwenoude balken uit kerken, waar altijd de klokken aan bungelden die het hout deden resoneren.’ Niettemin toog hij aan de slag en bouwde een ‘vintage’ bas. Fonkelnieuw, maar volgens de specificaties en karaktereigenschappen van een oudje. Van der End belde Platino toen hij de bas klaar had. En die was op slag verkocht. ‘Toen ik ‘m actief uitprobeerde, vond ik ‘m eerlijk gezegd te bombastisch. Maar in de passieve stand is hij overweldigend. Beter dus dan mijn bas uit 1973. Ongelooflijk maar waar. Vooral omdat volgens mij de vintagesound van nature in dat oude hout zit. En dat snap ik dus niet…’ André kan erom lachen. Hij heeft al zijn ervaring aangewend voor dit project. ‘Actieve bassen kunnen heel goed klinken, maar het komt er vaak op neer dat je bezig bent bepaalde frequentiegebieden te versterken. Terwijl een specifieke sound heus niet louter in de elektronica zit. Een sound zou je bovendien eigenlijk niet hoeven te corrigeren.’ Van der End bouwde twee bassen. Het geheim laat zich raden: de houtsoort. ‘Deze bassen hebben een elzen body en een nek van esdoorn en een palissander toets. Het palissander dat ik gebruik is niet van de meest harde kwaliteit. Het is wat lichter in gewicht dan het bekende Rio-palissander. Daarmee creëer je een meer vloeiende en bredere toon in de bassen. Dat is wat bassisten zoeken in een vintage bas.’
Replica Platino heeft de nieuwe bas overigens nog niet aangeschaft. ‘Omdat ik er nu eentje voor mezelf laat bouwen. Eentje zonder bijvoorbeeld de actieve elektronica omdat de voorversterker en bedrading het passieve geluid mogelijk alleen maar in de weg zitten. André is bovendien in staat een bas te bouwen die exact hetzelfde klinkt als deze bas. Dat heb ik met mijn eerdere bassen meegemaakt. Ik had destijds een bas uitgetest, was er enthousiast over, maar had toch wat specifieke wensen. André verzekerde mij dat hij ‘m na kon bouwen en identiek kon laten klinken. Ik was daar sceptisch over, je hebt immers te maken met een natuurproduct. Maar inderdaad, hij klonk exact hetzelfde. Enige voorwaarde is echter wel dat het hout waarvan zo’n replica wordt gemaakt uit dezelfde houtstapel afkomstig moet zijn. Prettige bijkomstigheid overigens: André’s bassen zijn een stuk voordeliger dan andere handgebouwde bassen van buitenlandse luthiers, terwijl ze kwalitatief er beslist niet voor onder doen. Sterker, ik vind ze vaak beter.’ Van der End: ‘Het blijft binnen hele beperkte marges uiteraard altijd spannend, maar als ik het gewicht weet van een plak hout, kan ik wel zeggen hoe de bas gaat klinken.’ Emanuel Platino gaat nu terug naar zijn roots. ‘Ik ben opgegroeid met die oude soulmuziek. Sinds ik bij Waylon speel, ben ik weer gaan luisteren naar veel van mijn oude platen. En stuit ik dus telkens weer op dat oude, vintage basgeluid. Dat hele hifi-geluid klinkt dan misschien fantastisch als je in je eentje speelt, maar juist dat oude geluid ligt zo lekker in de mix. En daar is deze nieuwe Van der End-bas perfect geschikt voor. Voor mij is de muzikale cirkel daarmee rond.’
www.platino.nl www.vanderend.nl
GEHEIM VAN DE SMID
Het geheim van de smid van de nieuwste vijfsnarige vintage Van der End is de mensuur. Die is namelijk 34,5 inch. ‘Omdat ik 34 te kort vind voor een B-snaar. Die wordt dan toch wat te slap. Terwijl het gevaar bij 35 inch is dat de hoge snaren wat dunner gaan klinken. Met 34,5 omzeil je die problemen. De enige van wie ik weet dat hij dit ook doet, is George Furlanetto van F-bass.’ Daarnaast bouwde hij een tweede vintage vijfsnaar met een 35 inch-mensuur. ‘Dat kan omdat ik hiervoor een nog zachtere esdoorn heb gebruikt. De snaarspanning van de B is bij deze bas daardoor niet hoger dan bij de 34,5 inch-versie.’ Tegelijk gebruikt Van der End een compound radius-fresing voor de toets. ‘Wat inhoudt dat de toets bij de topkam ronder is dan ter hoogte van de body. Dit geeft een Fender-feel bij het spelen in de lage posities en een groter speelcomfort in de hogere. Ook voelt het prettiger aan voor de rechterhand.’ De brug en tuners zijn van Hipshot. ‘Deze brug komt aardig in de buurt van die oude Fendertjes.’ Hij heeft beide instrumenten al meermalen kunnen verkopen. ‘Maar dat doe ik liever niet. Ik hou ze als testbassen en bouw ze liever na.’ De pick-ups zijn door Van der End zelfgemaakt, waarbij hij zich liet inspireren door de vintagesound van de oude Fenders.
Zijn jarenlange ervaring is hem nu goed van pas gekomen om een vijfsnarige vintagebas te bouwen. Want eigenlijk is het niet zo eenvoudig dat één bepaalde houtsoort het meest geschikt is om een bepaalde sound te creëren. ‘Het is vooral een optelsom van factoren, alle onderdelen zijn van invloed. De pick-ups uiteraard, maar ook de hardware, dikte van de lak. Bassen bouwen is vooral een investering in tijd: hout lang en langzaam laten drogen. Naast kennis van pick-ups is kennis van de klankeigenschappen van hardware, lak en elektronica van cruciaal belang.’ ‘Of ik hiermee mijn ultieme bas heb gebouwd? Haha, dat denk ik iedere keer. Maar je leert toch telkens weer bij.’
|