Jeroen Vierdag

Geschreven door Marten Schulp

vierdag_internet_bulletrayHij is misschien wel de bekendste onbekende bassist van Nederland, of de onbekendste bekende bassist. Jeroen Vierdag heeft geen solo-albums op zijn naam staan, geen eigen band waarvoor hij de hoofdcomponist is, en er is zelfs geen website van hem te vinden. Toch is hij de man die iedereen weet te vinden voor baswerk in elke stijl. Met Goudsmit, Trujillo, Vierdag & Vink maakt hij heavy geïmproviseerde muziek, hij stond voor 35.000 man in de Arena als bassist van Ilse DeLange, speelt salsa met Panchito en jazz met Tineke Postma. De Bassist zocht de 31-jarige Vierdag thuis op in Houten.

‘Vanaf mijn vroege jeugd heb ik muziek gemaakt: blokfluit en amv vanaf mijn zevende, en klassiek piano tot mijn vijftiende. Studeren was niet mijn ding, maar ik kon wel heel gefascineerd bezig zijn met klank. Dan zat ik achter de piano, drukte telkens dezelfde toetsen in en luisterde naar de klank. Aan de andere kant heb ik op piano nooit akkoorden of popmuziek geleerd. Toch heb ik er veel aan gehad. Door de verfijnde motoriek van een geschoold pianistje leerde ik vrij makkelijk bas spelen. Tot aan het conservatorium heb ik praktisch nooit basles gehad. Mijn geluk is geweest dat ik van jongs af aan goed kon horen, ik kon de bas onderscheiden van de rest van de muziek, dat is niet vanzelfsprekend.’

 

Speedmetal
‘Toen ik vijftien werd, wilde ik Slash zijn. Met mijn pa ging ik op een tweedehands gitaar af, voor 200 gulden. Maar shit, dat ding was net verkocht toen we aankwamen. Die kerel zei: “Ik heb ook nog een bas staan. Daar krijg je geen spijt van, want met een bas heb je binnen een maand een bandje.” Ik heb de bas gekocht en de verkoper bleek gelijk te hebben. Het was een Eko-bas, ik heb hem uiteindelijk verkocht, en wat heb ik daar een spijt van! Als iemand weet waar ie is, koop ik hem direct weer terug.’

‘Voor mijn conservatoriumtijd heb ik alleen maar hardrock, speedmetal en deathmetal gespeeld. Morbid Angel, Slayer: het kon mij niet hard genoeg. Natuurlijk had ik lang haar, zo’n bos hoort erbij. Wanneer het eraf ging? Tjee... laatste klas middelbare school? De energie van metal vind ik nog steeds te gek; die hele duistere kant interesseert me niet zo. Toen ik de plaat Secrets van Allan Holdsworth ontdekte, ging het roer om. De baspartijen van Jimmy Johnson bewogen zó onafhankelijk van de gitaren, de melodie en de akkoorden onder de muziek door, dat vond ik geweldig! In metal speelt de bas hetzelfde als de gitaar, dus als bassist draag je alleen maar bij aan de zwaarte van alles. Dat werkt goed, maar je hebt geen zelfstandige rol in de muziek. En die timing van Jimmy Johnson, joh, wat een wereldmuzikant is dat. Hij is mijn allereerste echte held. Hij heeft zo’n overzicht en weet een supermuzikaliteit in hele simpele partijen te leggen.’


Marktwaarde
‘Als je tegen je ouders zegt: “Pap, ik wil naar het conservatorium, ik wil muzikant worden”, dan zeggen ze negen van de tien keer: “Jongen, zou je dat nou wel doen?” Mijn ouders hebben altijd achter me gestaan, maar ik wilde zelf vanaf het begin wel een beetje succesvol worden in de muziek. Anders zou ik ermee stoppen en elektrotechniek gaan studeren. Achteraf is dat makkelijk praten, want ik stond op met muziek en ging ermee naar bed. Op mijn achtste had ik als eerste in mijn klas een walkman. Maar goed, ik wilde er meteen van kunnen leven. Daarom ben ik bijvoorbeeld in mijn tweede jaar contrabas gaan spelen, aanvankelijk puur om mijn marktwaarde te vergroten.’

‘Tot op vandaag ben ik als “sideman” relatief op de achtergrond gebleven. Ik heb geen eigen site en niet eens een MySpace. Het interesseert me niet zo. Toch is zoiets een goed visitekaartje, dus eind dit jaar moet mijn site in de lucht zijn. Vaak vragen mensen wanneer ik bij hen in de buurt speel, en zelfs aan mijn eigen familie vergeet ik dat te vertellen. Een site met een agenda is dan wel handig, al moet je die ook bijhouden. Als sideman heb je meer aan persoonlijk netwerken met medemuzikanten. Gelukkig word ik veel gevraagd, kan ik in veel verschillende settings spelen en kan ik me permitteren om alleen die dingen te doen die ik leuk vind. De komende tien jaar wil ik naast het spelen met anderen ook wel aan solodingen gaan werken en me verdiepen in het componeren.’


iPod verplicht
‘Basgitaar is in de jazz en de conservatoriumwereld een vreemde eend in de bijt. Conservatoria waren vanouds pure jazzopleidingen, veel zijn het nu nog. Maar jazz en bebop ligt niet voor de hand op een basgitaar. De geschiedenis van de basgitaar is verbonden met alle denkbare moderne muziekstijlen, en jazz is daar slechts één van. Gelukkig is de basgitaarsectie op het conservatorium in Hilversum hierin altijd heel open-minded geweest. De basgitaar bestaat nog geen 60 jaar en heeft de helft van de jazzhistorie niet meegemaakt. Jazz uit de jaren ’40 en eerder is niet op dat instrument ontwikkeld. Natuurlijk moet je als bassist die stijlen wel bestuderen. Lopende bas spelen is harmonieën verbinden, het is essentieel om dat te kunnen. Dat hoort bij goede baseducatie, want het gaat over wat de functie van bas eigenlijk is.’

‘In een studieplan heb ik eens mijn basstudenten verplicht om elke avond één cd te luisteren. Biertje erbij mag, maar geen tv, geen gesprek, gewoon alleen maar luisteren. Ik heb dat zelf jarenlang gedaan. Intensief luisteren is essentieel. Het is niet eens voor je plezier, het is deel van je studie. Hoe kun je muziek studeren als je niet weet hoe muziek klinkt? Muziek moet je doorleven. Als elke noot een obsessie voor je is, dan ga je zo luisteren dat je analytisch vermogen vanzelf beter wordt. Je moet luisteren. Een iPod zou verplicht moeten zijn voor iedereen. Al luister je maar half, er komt altijd iets bij je binnen. Een muzikant moet natuurlijk vaak zelf ’s avonds spelen, maar toch is het raadzaam om zoveel mogelijk concerten te bezoeken. Het is gezond om veel indrukken op te doen. Ook vanwege het kijken, naar hoe iemand zijn bas vasthoudt, het hoort er allemaal bij. Muziek luisteren, begrijpen en beleven is het beginpunt. Het gaat hand in hand met spelen. Als ik muziek heb geluisterd, sta ik de volgende dag met een andere spirit op, pak mijn bas en denk: oh ja! Dat was te gek gisteravond! Ook als muzikant blijf ik gewoon luisteraar.’


Vakneurose
‘Of je als muzikant nog onbevangen kunt luisteren? Dat is altijd de vraag. Kan een kaasboer nog genieten van een mooi stukje kaas omdat het zo lekker is? Of geniet hij van hoe goed het gemaakt is, is het dat wat hij proeft? Het is een bekende vraag en ik denk dat het antwoord is: het is een mengvorm. Ik kan genieten van de kwaliteit van iets goeds. Zeker als ik die meteen kan benoemen: een groovende drummer of een mooie solo. Toch durf ik te zeggen dat ik nog kan luisteren als een kind, alles loslaten en lekker muziek draaien. Dat er ergens achter in mijn hoofd nog iets bezig is met analyseren maakt niet uit, dat negeer ik wel. Als je dat niet kunt, dan raak je de basis kwijt van wat muziek eigenlijk is. Muziek is gewoon trillende lucht, en jij moet zeggen of je dat wilt horen of liever niet. Soms kan muziek heel irritant zijn, en voor een muzikant kan dat ook zijn omdat de muziek niet goed is. Maar voor iedereen geldt dat muziek hem wel of niet bekoort. Het is ook maar net hoe je pet staat, soms gaat bij mij ook een helemaal-te-gekke jazz-cd na tien seconden weer uit. Probeer dichtbij te blijven bij wat muziek eigenlijk is. Als muzikant ben je toch al zo’n vakneuroot.’


Geen regels
‘Het gevoel van muziek en de analyse ervan spreken elkaar niet tegen, het zijn twee kanten van hetzelfde. In analyse trek je ook het gevoel van muziek uit elkaar. Stel dat je een fout ontdekt in een mooi strijkersarrangement. Met je muzikale kennis verander je een noot en meteen klinkt het beter: het gevoel bij de luisteraar wordt beter. Het mooie aan muziek is dat er geen regels zijn. Er zijn regels voor dissonantie: een dissonant geeft meestal het gevoel dat er iets niet klopt, maar in sommige muzikale situaties kan het juist helemaal te gek zijn. Dat ligt aan de muzikale context: in muziek is iets pas fout als de muzikale omgeving het niet toelaat. Inmiddels zijn alle denkbare regels al doorbroken, in de twintigste-eeuwse klassieke muziek en in de jazz ook. Ik hoorde eens een saxofoonsolo van Wayne Shorter. Uiteindelijk landde hij op de mol-negen, over een majeur-septimeakkoord. Dat bestaat eigenlijk niet, dan krijg je een cluster van drie halve noten. Maar hij speelde er zó heen dat het wel leek alsof het de mooiste noot ever was. Hij plaatste het zo in de context dat het gewoon kon. Maar als ik morgen die noot speel dan klinkt het nergens naar, dan zegt iedereen: “Wat doe je nou?” Dan is de context verkeerd. Spelen met de context is de grote uitdaging van improvisatiemuziek: hoe zoek je de grenzen op van het acceptabele? Hetzelfde geldt voor basspelen. Ik ben voortdurend bezig uit te vinden hoe je op bas de muzikale context kunt veranderen. Anthony Jackson is er een meester in. Hij plakt andere basnoten onder de rest van de muziek, waardoor alles wat er al is ineens van functie verandert. Dat vind ik super interessant. Je kunt zo als bassist de muziek heel erg sturen.’


Spiritueel
‘Als muzikant moet je leren omgaan met druk. Dat hoort erbij. Ik ben nooit zo verschrikkelijk nerveus geweest als voor mijn toelating op het conservatorium. Op die dag ben ik een jaar ouder geworden. Mijn eerste tv-optreden was ook verschrikkelijk. Maar gaandeweg leer je vertrouwen op je eigen kunnen. Met voldoende zelfvertrouwen en zelfkennis kun je als muzikant veel aan. Zelfvertrouwen heb ik altijd wel genoeg gehad. Maar vertrouwen in jezelf wil niet zeggen dat je gelukkig bent. Op een tamelijk toevallige manier ben ik twee jaar geleden begonnen aan een boeddhistische leer. Een zangeres vertelde me erover en ik dacht: laat ik het een maandje proberen en kijken of het iets brengt. Ik hou wel van een experimentje. Twee keer per dag doe ik “chants”, en ik heb er veel aan gehad voor mijn persoon en voor mijn muziek, voor de hele spirituele trip die het leven is. Het gaat over zelfreflectie: wie je bent, wat je met je leven wilt, wat je gelukkig maakt. Uiteindelijk is het boeddhisme gebaseerd op het idee dat iedereen lijdt. Iedereen heeft last van iets in zijn leven. Je hebt slecht gespeeld, dingen in je leven lukken niet, of je weet niet wat je wilt. Boeddhisme biedt mij een structurele manier om het leven beter het hoofd te bieden, op een manier die sneller leidt tot mijn geluk.’

‘Muziek maken is iets intiems en spiritueels: als muzikant ben je in staat om iets te uiten wat een verlengstuk is van je eigen leven. Het kan je gelukkig maken wanneer je jouw gevoel en je wezen kunt vertalen in je spel. Er komt alleen nogal wat bij kijken. Ten eerste moet je kunnen spelen, de techniek hebben om je voorstelling te verwezenlijken. En daar komen dan de zenuwen bij, je zelfvertrouwen, de twijfel of je wel goed bent in de ogen van anderen. De pianist Kenny Werner vertelde eens dat hij ergens speelde toen ineens Quincy Jones binnenkwam. Kenny Werner dacht: als ik nu goed speel voor hém, dan vindt Quincy Jones mij te gek en dan kan hij mij rijk en beroemd maken. Of neem de bassolo. Je denkt: nou kijken ze naar me! Iedereen moet nú onder de indruk zijn, dus ik moet iets stoers doen op de bas, of iets heel snels! Dat zijn lastige momenten, ineens staan de schijnwerpers op jou gericht en ben je geneigd om iets voor de andere mensen te doen. Maar dat moet je juist niet doen. Speel voor jezelf, dan komt er in ieder geval iets echts uit. Als je schijt eraan hebt of iets indruk maakt op anderen of niet, dan is het echt en welgemeend, en dan wordt het een uiting van jou persoonlijk, die juist daarom overkomt op anderen. Ik hoef niet iets stoers te doen, het is veel belangrijker om iets te doen waarmee ik mezelf verras, niet in de eerste plaats het publiek.’


Persoonlijkheid
‘Je hoeft niet spiritueel onderlegd te zijn om goede muziek te maken, maar ik geloof wel dat elke muzikant een soort spiritualiteit rondom zijn spel heeft. Je kunt geen bloedmooie solo spelen als je niet voelt waar hij vandaan komt. Ik geloof ook dat ik in de meeste goede muzikanten die ik ken hun karakter kan horen. Het karakter van de mensen die muziek maken, heeft alles te maken met hoe het klinkt. Er zijn drukke mensen die druk bassen en rustige mensen die rustig bassen. Als iemand met vuur kan spelen, dan zit er in hem iets wat ook brandt, met heel veel levenslust. Nou ja, er zijn ook muzikanten die goed kunnen babbelen maar muzikaal niet goed communiceren, of introverte mensen die muzikaal kunnen vlammen. Maar mensen die beheerst spelen, kunnen ook vaak in hun leven en handelen beheerst overkomen. De bron klopt vaak met de uiting. Er is niks beters dan op het podium staan en het gevoel te hebben dat je jezelf uit, dat je echt kwijt kunt wat je wilt. Met Ilse DeLange had ik dat en met Anton ook, het maakt niet uit. Al zijn het alleen maar achtste noten, ik kan het gevoel hebben dat ze heel diep uit me komen en dat alles klopt. Of een freaky jazzsolo die alle kanten opgaat, dat kan ook het mooiste zijn. Als het maar past.’


Ballen
‘In veel meer muziek dan je denkt, draait alles om trance. Salsa is vaak gebaseerd op riffs, telkens herhaalde lijntjes, en metal en house hebben precies datzelfde bezwerende karakter. De puls van jazz heeft dat ook, al zijn de noten steeds anders. Het voelt goed omdat er die herhaling in zit: het wordt een motortje. Een mooie riff of lijn kun je lang volhouden zonder dat hij saai wordt. Luister naar James Brown! Twintig minuten dezelfde baslijn. Maar man, als die lijn bij de bassist helemaal uit zijn ballen komt, dan is het te gek. Kijk, sommige mensen houden gewoon niet van muziek die niet verandert. Ik discussieer er vaak met mijn leerlingen over. Ik hou van muziek die heel erg verandert maar ook van muziek die helemaal niet verandert. Vorig jaar ben ik nog naar George Clinton geweest, en dat is heerlijk, dat bezwerende! Ik vind het niet saai, want iets is niet saai als het klopt. Als je als bassist eenvoudige patronen saai vindt, dan speel je de verkeerde stijl, en ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat je het niet gaaf vindt om één ding te doen dat wel heel lekker lockt met de rest. Dan hoef je toch niet te veranderen? Het is daarbij wel de uitdaging om elke noot precies zó te plaatsen dat de feel het hele liedje door precies gelijk blijft. Dat vereist vakmanschap en techniek.’


Intiem
‘Ook ik ben wel thuisgekomen na optredens, dat ik wel kon janken, de bas in de hoek wilde smijten en ermee wilde stoppen. Die frustraties heeft iedereen volgens mij nodig. Nu heb ik wel een minimumniveau opgebouwd en gelukkig is de band als geheel niet afhankelijk van mijn eigen zeven-min of achtenhalf van de avond. Maar het mooiste is het als iedereen vlamt. Dat is het intieme van muziek maken: als iemand anders goed speelt, dan triggert het ook wat bij mij. Andersom werkt het ook. Zeker als bassist en drummer bepaal je het comfort voor de rest van de band. Zonder jou klinkt de solist ook niet goed. Je moet altijd de houding hebben van: vandaag ga ik het zo goed mogelijk doen en iedereen de kans geven. Muziek maken is een wisselwerking, je kunt geven en nemen. Energie kun je doorgeven, je kunt het ook van elkaar afnemen. Frustratie en vreugde zijn inherent aan het samenspelen. Maar heb er een beetje lol bij, anders zit je in het verkeerde vak. Over het algemeen vermaak ik me prima.’



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen