| Legendarisch is de blinddoektest die een Amerikaans blad ooit deed met de befaamde, inmiddels overleden jazzdrummer Tony Williams. De journalist zette tussen al het jazzgeweld de Rush-klassieker Limelight op. Williams spitste zijn oren en sloeg op tafel. ‘Dit is de eerste keer dat ik iets werkelijk fantastisch hoor. Die drummer is geweldig maar die bassist is “the bomb”. Hij speelt op zijn eigen instrument een compositie binnen een compositie.’
Die bassist was natuurlijk Geddy Lee. Dat kleine mannetje met die grote neus en die rare brilletjes. Critici zijn nooit mild met hem geweest. Hij zou zingen als een vrouw en synthesizer spelen als een beginneling. ‘Oké, alleen dat basspel mag er zijn’, lezen we. Over de eerste twee kwaliteiten valt inderdaad te redetwisten, maar Tony Williams had gelijk dat Lee een bassist is die een baspartij in een song met een 7/4-maat (Limelight) toch eenvoudig en toegankelijk kan laten klinken.
De band Rush blijft een raar fenomeen. Hun bijna mathematische symfonische rock overleefde alle trends en vooraanstaande muziekvernieuwers roemen de band om zijn visie en onstuitbare drang tot verandering. Zanger-bassist Geddy Lee, gitarist Alex Lifeson en drummer-tekstschrijver Neil Peart voegen met het album Snakes & Arrows een nieuw hoofdstuk toe aan het toch al indrukwekkend oeuvre. ‘Ik denk dat bands als The Mars Volta en Tool het stokje hebben overgenomen en dat is goed’, aldus voorman Geddy Lee.
Je bent een bijzondere bassist in meerdere opzichten. Ik hoor Engelse rock, maar ook jazz en avant-garde in je spel. Leg eens uit. ‘Mijn eerste grote invloed was bassist Jack Bruce van Cream. Toen we begonnen met Rush, hebben we veel Cream-nummers gespeeld. Ik hield vooral van die eigen sound van Bruce. Zijn spel was niet saai; al deed hij eigenlijk heel eenvoudige dingen, toch sprong het eruit. Hij nam geen genoegen met de statische rol van een bassist, maar probeerde zich echt op de voorgrond te spelen, zonder dat het ten koste ging van de song. Dat heb ik ook altijd nagestreefd.’
Tijdens de laatste concerten zag ik je verschillende bassen pakken. Tot eind jaren ‘80 speelde je alleen op een Rickenbacker, maar tegenwoordig is Fender je hoofdmerk en heb je een eigen Geddy Lee Jazz Bass. ‘Die Rickenbacker heeft een bepaalde nostalgische en warme klank die ik in geen enkele andere basgitaar terughoor. Maar uiteindelijk wilde ik meer subtiliteit in het bandgeluid. Ik heb een aantal jaren op een Wal-basgitaar gespeeld, gemaakt in een kleine fabriek in Engeland. Op Snakes & Arrows heb ik hoofdzakelijk een Fender gebruikt.’
In het verleden wijzigde je eigenlijk nooit van basgitaar. ‘Ik heb jarenlang op dezelfde bas gespeeld en was eigenlijk uitsluitend bezig met versterkers. Vooral in de jaren ’80 ging onze muziek steeds meer de kant van de synthesizers op, en daar was ik voor verantwoordelijk. Ik zeg niet dat ik in die periode mijn basgitaar heb verwaarloosd, maar ik moest wel mijn aandacht verdelen.’
In de jaren ’80 gooiden jullie eigenlijk bij elke plaat het roer rigoureus om. Fans en media werden soms horendol, maar de fans bleven de band onvoorwaardelijk steunen. ‘Die periode was heel enerverend voor ons. Je zag al die grote Amerikaanse bands wegzakken, maar wij, dat rare drietal met een enorme cultaanhang, had totaal geen last van het veranderende muzikale klimaat. Wij hadden als band ook altijd één voordeel: niemand om ons heen verwachtte een hit en telkens bleven jonge bands roepen dat Rush zo’n invloed op hen had. Dat was goed voor onze naam. De uitdaging was om elke nieuwe plaat totaal anders te laten klinken dan zijn voorganger. Ik weet nog dat wij in 1984 Grace Under Pressure uitbrachten. De songs waren geladen met elektronica en ik zong mijn partijen erg laag. Wij hadden een publieke oorwassing verwacht, maar iedereen was laaiend enthousiast.’
‘In mijn leven heb ik nooit gedacht: hé, we zijn er, nu kunnen we lekker genieten van de binnenstromende miljoenen. Thuis ben ik bezig met twee dingen: muziek maken en zorgen voor mijn gezin. In willekeurige volgorde. Als we bij elkaar zijn, zijn Alex Lifeson en ik net twee kleine kinderen. In het begin konden we uren met z’n tweetjes in een hok zitten om gitaarlicks, melodieën en basloopjes te verzinnen. We zijn nu bijna 40 jaar verder en nog steeds voelen wij ons die twee jochies die kinderlijk blij zijn met elk goed idee dat uit hun handen rolt.’
Je zegt dat Snakes & Arrows eigenlijk de echte comebackplaat van Rush is en dat het maken van de voorganger Vapor Trails uit 2002 vooral een therapeutisch doel had. ‘Het was absoluut groepstherapie. We vroegen ons toen af of Rush na zo’n lange afwezigheid nog bestaansrecht had. Neil kwam uit een verschrikkelijk moeilijke periode: in korte tijd had hij zijn dochter verloren aan een auto-ongeluk en zijn vrouw aan een ernstige ziekte. Na een lange periode van ellende is Neil hertrouwd en leeft nu gelukkig in Los Angeles. Ondanks de omstandigheden hebben we die plaat gemaakt en vijf jaar na dato hebben we twee uiterst succesvolle wereldtournees achter de rug. We hadden dus bewezen dat we konden terugkomen, en dat gevoel namen wij vorig jaar mee de studio in. Ik vergelijk het maken van Snakes & Arrows met de opnamen van Permanent Waves in 1979. Dat was voor ons een opwindende ervaring. Het jaar ervoor waren we met Hemispheres doorgebroken en de band zat in een overgangssituatie. We brachten onze lange, epische stukken terug tot kortere, krachtiger statements. Ondanks die grote verandering was het opnemen van Permanent Waves een volstrekt pijnloze daad, die ons nog meer succes opleverde. Vanaf dat moment durfden wij elke muzikale verandering aan.’
Even terugkomend op die groepstherapie. Hebben jullie er ooit aan gedacht om ermee te kappen? ‘Ik denk dat Neil dat het best omschrijft in zijn tweede boek, Ghostrider. Daar heeft hij zijn innerlijke strijd en het voortbestaan van de band perfect verwoord. Het is een harde weerspiegeling van wat hij moest doormaken. Toen ik het las, was ik geschokt. Hij heeft echt met het idee rondgelopen dat doorleven geen zin meer had. In die periode hebben Alex en ik geprobeerd hem te helpen, maar je kunt op zo’n moment erg weinig doen. Twee jaar lang is de naam Rush niet gevallen en eerlijk gezegd bestonden we gewoon even niet meer. In die periode heb ik mijn soloalbum My Favorite Headache opgenomen en ondertussen stroomden steunbetuigingen binnen van mensen als Tom Morello, Les Claypool, Trent Reznor en Dave Grohl. Dat was hartverwarmend voor de band, al hadden we daarna nog vijf jaar nodig tot Vapor Trails.’
Op het podium zing je, en je speelt bas en toetsen. Vooral het zingen en bassen lijkt mij iets dat je echt moet aanleren. ‘Het zal altijd een geforceerde situatie blijven en ik heb er ook veel op moeten oefenen om dat goed voor elkaar te krijgen. Een zangpartij en een baslijn vullen elkaar niet aan, zeker niet bij de ingewikkelde partijen die wij spelen. In de jaren ‘80 is ook Alex meer toetsen gaan spelen, waardoor ik mij wat beter kon focussen op het zingen en het bassen. De laatste tours speelt hij alleen nog gitaar, dus ben ik weer op mezelf aangewezen. De klojo... haha!’
Snakes & Arrows laat een fris, stevig en erg modern geluid horen. Maar tegelijkertijd klinkt het nergens bedacht. Van de achttien albums die Rush heeft gemaakt, is dit zelfs de snelste productie geweest. ‘Als je bedenkt dat Vapor Trails zestien maanden in beslag nam... Alex en ik hebben eerst zes weken in mijn studio gewerkt aan de muziek. Daarna hebben we de stukken voorgelegd aan Neil, die ook enthousiast was en meteen begon met het schrijven van de teksten. De invloed van producer Nick Raskulinecz is erg belangrijk en zelfs te vergelijken met de invloed die onze oude producer Terry Brown op de band had. Voor een producer is het bijna intimiderend om met een band als Rush te werken, omdat wij drie vreselijke stijfkoppen zijn die zelden een strobreed aan elkaar toegeven. Om het werk van Nick beter te leren kennen, heb ik samen met Alex naar zijn productie van het Foo Fighters-album In Your Honor geluisterd. Dat klinkt indrukwekkend! Nick wilde de elementen van het oude Rush samenbrengen met de werkwijze van jonge rockbands. Daarna ging het razendsnel: we hebben Snakes & Arrows in een recordtijd van zes weken opgenomen.’
Vanaf de tweede plaat schrijft Neil Peart alle teksten. Die zijn zelfs voer voor literatuurstudenten op Canadese en Amerikaanse universiteiten. Ook Snakes & Arrows staat weer vol cryptische teksten. ‘Voor elk album schrijft Neil een lijvig essay, waarin hij in simpele bewoordingen de betekenis van zijn teksten duidt. Een song die er wat mij betreft uitspringt, is Armor And Sword. Daarin zing ik: “We hold beliefs as a consolation. A way to take us out of ourselves.” Hiermee willen we zeggen dat geloof vaak een vals voorwendsel is om kwaad aan te richten. In Amerika zien mensen het geloof als een schild dat voor geestelijke rust moet zorgen. Maar in werkelijkheid is het geloof in westerse landen zich aan het bewapenen tegen dat andere grote geloof, de islam. Het schild is ingeruild voor een zwaard. De fanatieke geloofsgroep, die in getal een onbeduidende factor is, schreeuwt echter het hardst. Daardoor vergeten we hoe “de normale gelovigen” met hun geloof omgaan. Neil heeft zich laten inspireren door de negentiende-eeuwse Engelse dichter Matthew Arnold en diens gedicht Dover Beach. Zo is het nummer The Way The Wind Blows daarop gebaseerd.’
Neil Peart woont tegenwoordig in Amerika. Heeft dat zijn visie op de maatschappij veranderd en is dat terug te vinden op Snakes & Arrows? ‘Als Neil niet met Rush bezig is, reist hij alleen op zijn motor door Amerika of bezoekt met zijn vrouw allerlei uitheemse landen. Zijn perceptie is dus omvangrijk. Sinds hij in Amerika woont, zijn de teksten politieker en maatschappelijk meer gekleurd dan voorheen. Hij is een progressieve Canadees die de wereld nu vanuit een Amerikaans perspectief ziet. Natuurlijk heb ik soms zware discussies met hem en pas ik regelmatig zijn teksten aan. Hij heeft geleerd om te accepteren dat ik sommige woorden of opinies op een andere manier interpreteer dan hij. Zelf noemt hij de songteksten en boeken zijn “buidel vol wonderen en magie”.’
De man is wel een beetje gek. Tijdens jullie laatste tournee verplaatste hij zich met de motor van concert naar concert terwijl jullie je met het vliegtuig lieten vervoeren. ‘Waar een normaal mens stopt met het observeren van zijn omgeving, daar begint Neil en dat motiveert hem om dit te doen. Tijdens die laatste tour heeft hij maar liefst 32.000 kilometer op zijn BMW door Europa en Noord-Amerika gereden. Soms kwam hij een uur voor de soundcheck aankachelen en ging in zijn motorpak achter het drumstel zitten. Maar het levert hem veel voer voor nieuwe teksten en boeken op. De laatste tien jaar schreef hij vier boeken die in Canada allemaal zijn genomineerd voor een literatuurprijs. Neil is zonder meer het intellectuele geweten van Rush.’
En muzikaal gezien ben jij de man die richting geeft aan Rush. Bekend is je voorliefde voor Engelse bands. ‘Ik ben een muziekcarnivoor die alles op de voet volgt. Toen ik in mijn soloalbum maakte, wilde ik absoluut met Pearl Jam-drummer Matt Cameron werken en had ik zelfs Thom Yorke van Radiohead op het oog. Achteraf hoorde ik dat Eddie Vedder het jammer vond dat hij niet was uitgenodigd om mee te doen. Als ik thuis ben, luister ik naar alle nieuwe muziek die maar voorhanden is. Ik word heel gelukkig van de Arctic Monkeys en The Kooks, maar ben ook een groot liefhebber van de Foo Fighters. Voor ons is het noodzaak want Alex en ik haten het om terug te vallen op de sound die ons ooit succesvol maakte.’
Je begon met Rush op je vijftiende en nu ben je 53. Toch is nog steeds die urgentie en progressie in de muziek van de band terug te horen. Daarnaast zijn optredens die langer dan drie uur duren de normaalste zaak van de wereld. Hoe doe je dat? ‘Wij denken nooit dat we bezig zijn aan ons laatste album. De enige vraag die altijd overheerst is: wat voor band zijn we nu in godsnaam? Op die vraag hebben we na 38 jaar nog steeds geen antwoord kunnen geven. Er is een soort sfeer rondom Rush die ik alleen zie bij groepen zoals U2 en Radiohead. Alles wat zij doen, is hip en dat geldt ook wel voor ons. Eerlijk gezegd denk ik dat een band zoals Radiohead niet veraf staat van wat wij al die decennia al doen. De teksten van Yorke benaderen het niveau van Neils woorden, alleen is het muzikale kader anders.’ |