| Hij is een allround contrabassist en basgitarist die zijn sporen in de Nederlandse muziekwereld allang heeft verdiend. Zijn grote liefde is jazz, maar met zangers van het Nederlandse lied gaat hij net zo goed voor het beste resultaat. Zijn grootste drijfveer om bas te spelen is de emotie die muziek bij mensen losmaakt. Iedereen kent wel Vlieg Met Me Mee en Blijf Bij Mij van Paul de Leeuw, Mr. Blue van René Klijn of de tune van Dancing With The Stars. Wie is de man achter de lage noten op deze hits? De Bassist zocht hem op in zijn woon- en geboorteplaats Ede.
‘Ik ben opgegroeid in een groot gezin met acht kinderen. De meesten bij ons speelden een beetje gitaar. Noten lezen konden we niet, we deden we alles op gehoor en gevoel. Victor Kaihatu, contrabassist van onder anderen Wim Overgaauw en Toots Tielemans, kwam regelmatig bij ons over de vloer. Onze families komen uit hetzelfde Molukse dorp. Begin jaren ’60 vormde Victor samen met zijn broer de indorockformatie The Emeralds, waar zij een aantal hits mee scoorden. Victor studeerde contrabas aan het conservatorium en werd een veelgevraagd studiomuzikant. Hij begeleidde onder anderen Nina Simone en heeft een tijd in Chicago gewoond.’
Fascinerende basgitaar ‘Toen ik veertien was, zag ik Victor ineens op tv optreden. Op dat moment dacht ik: wauw, dat wil ik ook! Inmiddels had mijn broer een basgitaar te leen van een vriend, maar hij deed er niets mee. Dat ding stond maar ingepakt in de hoes en hoewel ik er niet aan mocht komen, kon ik het niet laten om af en toe de hoes een stukje open te maken om te kijken. Dat instrument fascineerde mij. Uiteindelijk kon ik van mijn krantenwijkje een eigen basgitaar kopen: eentje van het Duitse merk Framus. Ik was toen vijftien, de perfecte leeftijd om met vrienden te rocken. Samen wat popsongs spelen, je kent dat wel. Toen ik enkele jaren later toelatingsexamen deed voor het conservatorium had ik misschien twee lesjes van Victor gehad. Hij werd vervolgens mijn belangrijkste leermeester op het conservatorium in Hilversum. Het was net in die tijd dat zij met een afdeling lichte muziek begonnen. Je kon toen nog niet kiezen voor basgitaar als hoofdvak, dus het werd contrabas met als bijvak basgitaar.’
Invallen voor de profs Al tijdens zijn studie werd Charly het professionele circuit ingetrokken. ‘Als derdejaars student moest ik eens invallen voor Vic bij een plaatopname, omdat hij de tweede opnamedag verhinderd was. Een aantal songs van die plaat zijn door mij ingespeeld. Weet je wat Victor zei nadat hij de opnames had beluisterd? “Het is helemaal goed, je hoort geen verschil.” Dat is natuurlijk op zo’n moment in je ontwikkeling het grootste compliment dat je kunt krijgen van je leraar. Ook mocht ik al meespelen bij Jasperina de Jong en aan het eind van mijn studie vroeg Martine Bijl mij om bij haar te komen bassen.’
‘Begin jaren ’80 kwam ik in contact met Cor Bakker. We hebben eerst samen in een bigband gespeeld. Via Cor kwam ik als vaste bassist bij Paul de Leeuw terecht. In zijn huidige zaterdagavondprogramma Mooi! Weer De Leeuw spelen we allemaal korte stukjes. ’s Morgens krijgen we het draaiboek en bepaalt Cor wanneer we welk liedje spelen. Als ik met grotere orkesten meespeel, bij tv-opnamen, musicals in Ahoy of in de studio, dan is het een heel ander verhaal. Soms krijg ik dan meters bladmuziek voor m’n neus, waar ik mij strikt aan moet houden.’
Tijdloze muziek ‘Als luisteraar geef ik de voorkeur aan jazz: Miles Davis, Paul Chambers, Oscar Pettiford en Ray Brown, de echte oude jazzhelden. Ondanks dat deze muziek al zo oud is dat de meeste makers ervan niet meer leven, is ze zo ontzettend tijdloos. Ga maar eens naar het North Sea Jazz Festival, je zult er altijd iets van terughoren. De invloed van die oude generatie jazzmuzikanten is ongekend. Marcus Miller, daarvan denk je dat het hartstikke hip is wat hij doet, maar ook hij is zwaar, zwaar beïnvloed door die oude jazz. Een van mijn favoriete cd’s van de afgelopen tijd is Jazz Cello van Ray Brown. Hij heeft speciaal een cello laten maken in een aangepaste stemming, zodat hij hem kon bespelen als een contrabas. Echt schitterend. Ik kwam er laatst pas achter dat deze cd bestond, nota bene via iTunes, zo zie je maar weer. Overigens heeft Oscar Pettiford hetzelfde ook ooit gedaan. Maar dan met Mingus op bas. Ook fantastisch.’
Jazz Met wie zou een bassist met een dergelijke staat van dienst ooit nog eens willen spelen? ‘Hoeft het geen Nederlander te zijn?’, vraagt Charly gretig. ‘Dan kom ik toch weer bij de jazz. Mag hij ook dood zijn? Dan is het Miles. Ik wil wel invallen voor Paul Chambers. Dat is toch de droom van elke jazzcontrabassist? Mocht ik ooit nog een eigen solo-cd maken, dan doe ik dat ook met contrabas: jazz in de stijl van Ray Brown. Het liefst improviseer ik en eigenlijk speel ik veel te weinig jazz. En ja, als ik moet kiezen tussen de basgitaar en de contrabas, dan wordt het vanwege mijn voorliefde voor jazz dus ook de contrabas.’
Vijfsnarige bas 'Als de muziekstijl voorschrijft dat ik toch beter basgitaar kan spelen, dan pak ik het liefst de vijfsnarige erbij, een bas met frets en actieve elektronica, want dat klinkt voller. Ik hou van het gemak dat de lage B-snaar mij biedt. Soms zijn die extra lage noten gewoon mooier. Het is een keuze, voor de ene of andere klankkleur. Of het beter of mooier is, dat hangt van de stijl af. En het blijft natuurlijk een smaakkwestie. Zo vind ik een losse G-snaar op een basgitaar vaak absoluut niet klinken. Om dat te vermijden moet je goed leren om in positie te spelen. Als je dat beheerst, is het ook veel gemakkelijker om van de ene toonsoort naar de andere over te stappen. Ik leer het al mijn studenten.’ Charly geeft twee dagen per week les aan het conservatorium in Amsterdam en een aantal uur per week op de muziekschool in Veenendaal. ‘Soms zie ik ze bijvoorbeeld in een positie spelen en dan schuiven ze voor een Bb helemaal terug naar het eerste vakje op de A-snaar. Dat kost te veel tijd, bovendien zijn de klankkleuren van de noten beter op elkaar afgestemd als je die Bb in het zesde vakje op de E-snaar speelt. Om dezelfde reden kun je beter losse snaren vermijden. Behalve bij slappen, dan kun je een losse G-snaar best “poppen” zodat ie lekker klettert voor een funky effect.’ Over het lesgeven voegt Charly toe: ‘Ik zie lesgeven niet in de eerste plaats als overdragen van kennis, maar probeer de muzikaliteit uit iemand te halen en die te stimuleren. Muzikaliteit is een gave. Hoe gek het ook klinkt, een slager moet bepaalde talenten hebben om goed te worden in zijn vak en voor elke muzikant geldt precies hetzelfde. Tijdens de opleiding proberen we het talent dat iemand al heeft te ontdekken en te ontwikkelen.’
Alles draait om de één ‘Wat ik belangrijker vind: de juiste noot of de juiste timing? Ik ga echt voor de timing. De één! Alles draait om de één. Foute noten zijn natuurlijk nooit goed, maar op tijd spelen is nog veel belangrijker. De lengte van een noot is zeker zo belangrijk en heeft ook alles met de juiste timing te maken. Timing is heel essentieel voor een goed basspel. Ik speelde een keer tijdens een concert met Cor Bakker een A in plaats van een As. “Dat was een verkeerde noot!”, zei hij. “Ja,” zei ik, “maar hij was wel op tijd!” Dit is tevens het belangrijkste wat ik mijn studenten op het conservatorium meegeef.’
Vergeleken met op tijd spelen zijn allerlei andere vragen waarmee de studenten komen veel minder belangrijk. ‘Plectrum of geen plectrum? Allebei, natuurlijk. En je duim. Soms is een plectrum geschikter, soms kun je beter met je vingers spelen. Momenteel zie je veel bassisten weer met duim of plectrum spelen, dat verandert van tijd tot tijd. Als studiomuzikant heb ik veel met plectrum gespeeld. Je moet er gevoel voor ontwikkelen.’
Motown-loopjes ‘In mijn lange lijst van voorbeeldbassisten staat de in 1983 overleden Motown-bassist James Jamerson absoluut op nummer één. Hij speelde op de albums van Stevie Wonder, Marvin Gaye, The Temptations, Diana Ross & the Supremes en noem maar op. Hij heeft op meer dan 30 nummer-1-hits meegespeeld. Zijn baslijnen zijn eenvoudig opgebouwd, maar zijn heel herkenbaar. Soms is een liedje alleen al te herkennen aan een paar van zijn basnoten. In zijn lijnen zit alles wat een goede popsong nodig heeft: ritme, timing, melodie, harmonie en herkenning. En dat voor een partij die in een liedje een strikt ondersteunende functie heeft! Het grappige is dat heel veel mensen zijn naam niet kennen, maar wel zijn basloopjes van de Motown-hits. Als ik mijn leerlingen over hem vertel als top of the bass, stuur ik ze naar de winkel en zeg: “Koop maar een willekeurige Motown-cd en luister!” Motown is de basis. Motown was The Beatles en The Rolling Stones net voor en heeft een onmiskenbare invloed gehad op alle popmuziek die volgde. Maar ook Anthony Jackson vind ik fantastisch: een echte studiomuzikant, maar ook op het podium geweldig. Hij is een muzikant van wereldformaat met een fabelachtige timing. En niet te vergeten: Jaco Pastorius. Het fabeltje dat blanke bassisten niet kunnen grooven is door Jaco voorgoed uit de wereld geholpen. Wat moet ik zeggen? Zijn spel spreekt voor zich. Toch is voor mijn muzikale loopbaan de invloed van Victor Kaihatu ongekend geweest. Hij is de rode draad in mijn spel.’
Altijd het beste geven ‘Als bassist ben ik een echte sideman. Ik stel mijzelf in dienst van de muziek, ongeacht de vorm, bezetting of muziekstijl. Op cd’s, bij concerten en tv-programma’s doe ik wat de artiest verlangt. Mijn regel is: het maakt niet uit wat je doet, je moet altijd zo goed mogelijk spelen. Of ik nu met Paul de Leeuw speel, met Paul van Vliet, Lionel Richie of Oleta Adams, ik geef altijd het beste van mijzelf.’ En dat geldt net zo goed voor de baslijn bij tv-tunes voor All You Need Is Love, Love Letters, Life & Cooking, Dancing With The Stars, 5 Tegen 5, Prijzenslag en Lucky Letters, als voor een album als Mathilde Santings Beautiful People. Verder bast Charly mee in alle tv-programma’s en bij alle concerten van Paul de Leeuw. ‘Nederland is te klein om je te specialiseren. Dat is in Amerika heel anders’, legt Charly uit. ‘Daarom is het goed om allround te zijn. En muziek is belangrijk in het leven. Muziek is emotie. Stel je eens voor dat er geen geluid zou zijn. Zelfs het geluid van een stoplicht of dat van de knipperlichten in de auto doet me wat. Hoewel ik nu wat overdrijf hoor. Maar kijk maar om je heen: bij bruiloften, bij begrafenissen: er is altijd muziek.’
Eigen sound ‘Je vraagt me of ik een eigen stijl kan hebben als sideman? Laat ik zeggen dat ik er niet echt op uit ben om een eigen stijl te creëren. Voor mijn werk moet ik in principe elke muziekstijl kunnen spelen. Toch is er nog genoeg ruimte voor eigen muzikale inbreng. Maar kenmerkend voor mijn sound is denk ik weinig hoog, een beetje laag en midden. Als het maar duidelijk is, is mijn motto. Een goede vriend vroeg mij een tijdje geleden: “Hé, Charly, heb jij op die ene cd meegespeeld?” Hoe hij dat wist, vroeg ik. Hij antwoordde: “Dat kon ik horen.” Blijkbaar heb ik in mijn spel en mijn geluid toch iets herkenbaars.’
www.charly-angenois.nl
Charly’s gear
‘Mijn allereerste contrabas kocht ik voor 100 gulden in een muziekwinkel in Ede. Het ding lag helemaal uit elkaar. Voor 1000 gulden liet ik ’m opknappen, compleet met een nieuwe hals. Ik speel er nu nog steeds op. Het is een Duitse bas en al weet ik de herkomst niet precies, men zegt me dat hij in 1897 is gebouwd. Mijn vijfsnarige custom-made basgitaar is een Tobias Signature van zo’n zeventien jaar oud. Ik heb ook nog een fretloze bas, gemaakt door Jan Knooren uit Schimmert. Een bas moet ten eerste goed klinken, maar ook de buitenkant vind ik belangrijk. Als ik een nieuwe basgitaar aanschaf, zou het wel een Sadowsky kunnen worden of een MTD (Michael Tobias Design). Die is echt helemaal te gek!
Als versterker gebruik ik momenteel een combo van Hevos: de 400T. Hij is heel praktisch als je vaak van basgitaar naar contrabas moet switchen, want er zitten twee inputs op met elk een eigen gainknop. Het is een erg goed klinkende combo en hij weegt niet zo veel. In de studio gebruik ik een Avalon U5-preamp.’ |