| Grooven kan hij als de beste, dat bleek ook weer tijdens de clinic die hij voorafgaand aan dit interview gaf. Marcus Miller bleek een uiterst sympathieke en relaxte gast die zijn vele ervaringen en anekdotes graag deelt. Die ervaringen zijn natuurlijk niet gering: Miller speelde met zowat alle grote musici der aarde, produceerde talloze albums, maakt filmmuziek en heeft een flinke rij soloalbums op zijn naam staan. De Bassist strikte Marcus Miller voor een diepte-interview tijdens diens korte tour in Nederland.
Marcus, wat waren jouw muzikale invloeden toen je met muziek begon? ‘Mijn vader speelde piano en orgel in de kerk. Iedere zondag ging ik daarheen en af en toe probeerde ik mee te spelen. Ik kom uit een heel muzikale familie. Mijn broer liet me muziek van de Jackson 5 horen, de band van Michael Jackson en zijn broers. Ik was er helemaal ondersteboven van. Michael Jackson is ongeveer even oud als ik. Voor mij als tienjarig jongetje was het zeer inspirerend om een leeftijdgenoot te zien die zo getalenteerd was. Daardoor ging ik nog serieuzer aan de slag met muziek. Ik speelde toen klarinet en saxofoon, maar eigenlijk wilde ik r&b-muziek spelen en zo kwam ik uit bij de bas. In die tijd luisterde ik veel naar Motown, en op de meeste van die platen speelde James Jamerson bas. Die speelde zulke coole baslijnen! Later ging ik naar Larry Graham luisteren, de bassist van Sly And The Family Stone. Hij is degene die het slappen populair heeft gemaakt. Later kwamen daar nog Stanley Clarke, Jaco Pastorius en Alphonso Johnson als invloeden bij. De jaren ’70 waren echt het gouden tijdperk voor de basgitaar. Toen ik een jaar of zestien, zeventien was, stopte ik met luisteren naar deze bassisten. Een vriend zei tegen mij: “Als je je eigen sound wilt vinden, moet je ophouden zoveel naar je idolen te luisteren.” Vanaf die tijd ging ik steeds meer mijn eigen weg.’
Hoe kwam je uiteindelijk aan je eigen bassound? ‘Tegenwoordig kun je kiezen uit miljoenen bassen. Toen ik jong was, waren het er maar drie: de Fender, de Gibson, en voor rockmuziek koos je de Rickenbacker. Gibson-bassen klonken heel donker, en ik zocht naar een iets helderder sound. Zo kwam ik bij Fender. Ik had de keuze tussen een Precision of een Jazz Bass. Omdat de Precision maar één element had, dacht ik dat een Jazz Bass beter zou zijn. Haha, als kind denk je dat meer automatisch beter is. De esdoorn hals koos ik, omdat die er cooler uitzag dan een toets van palissander. Eigenlijk kwam ik dus min of meer bij toeval bij de Jazz Bass uit. Gelukkig bleek dat een heel veelzijdige bas. Ik ben opgegroeid in New York. Tegen de tijd dat ik veertien was, jamde ik overal mee, in bands in allerlei verschillende stijlen. De Jazz Bass bleek zijn werk goed te doen in rock, funk, salsa, reggae, Afrikaanse muziek, noem maar op. Zelf had ik toen nog niet in de gaten dat ik daardoor bezig was mijn eigen sound te ontwikkelen. Ik gebruikte altijd maar één bas, omdat ik geen zin had om veel te sjouwen. De meeste goede muzikanten die ik ken blijven ook bij één instrument en wisselen weinig tussen verschillende bassen. Zo bouw je een betere band op met je instrument. Toen ik achttien jaar was, zei de drummer Lenny White tegen me dat je eigen sound vanzelf ontstaat als je in elke situatie zo eerlijk mogelijk blijft spelen. “Op een dag hoor je een opname van jezelf en dan denk je: …wow, dat ben ik!”, zei hij. Op mijn 22ste hoorde ik mijn eerste sessie met Miles Davis terug in de studio, en toen dacht ik voor het eerst: dat ben ik! Toen Miles mij benaderde, zag ik dat als mijn grote kans. Ik besloot toen dat ik absoluut mijn eigen gezicht wilde laten zien. Het heeft in zo’n situatie weinig zin om te klinken als Jaco of Larry Graham.’
Wat heeft het spelen met Miles Davis je gebracht? ‘Miles heeft mijn naam op de kaart gezet, ineens werd ik overal gevraagd. Op muzikaal vlak heeft hij me erg aangemoedigd om te gaan schrijven. In het schrijven ben ik ook beïnvloed door zijn frasering en de ruimte die hij tussen de noten laat, de muziek moet echt ademen. Als je ruimte laat en je komt weer terug, dan moet die noot exact op de goede plaats komen, dat is het moeilijke hieraan. Tijdens de audities gaf Miles geen enkele aanwijzing over wat ik moest spelen, hij speelde twee noten en vroeg: “Heb je dat?”, meer zei hij niet. Hij deed dit in het begin ook een beetje om mij te stangen. Ik had al van andere mensen gehoord dat hij een beetje raar was, dat je het beste zijn gedrag kon negeren. Dat heb ik dan ook gedaan, vanaf die tijd deed ik gewoon mijn eigen ding. Wat me opviel aan mensen als Miles Davis en Wayne Shorter, is dat ze altijd zo nieuwsgierig waren naar nieuwe muzikale ontwikkelingen. Dan zaten we in de studio te werken aan een heavy jazzplaat, zei hij ineens: “Heb je dat nieuwe nummer Janet Jackson gehoord? Hoe doen ze dat toch?” Miles maakte muziek voor “nu”, hij keek niet terug naar het verleden maar was altijd bij de tijd.’
Vertel eens iets over je ervaringen als studiomuzikant ‘In New York heb ik zo’n vijftien jaar als studiobassist gewerkt. Ik heb gespeeld op platen van onder anderen Aretha Franklin, Grover Washington Jr. en Luther Vandross. Iedere muzikant benaderde zijn muziek compleet anders. En ook in elke opnamestudio was de gang van zaken weer heel anders. Soms zat ik gedurende het hele opnameproces met een complete band in de studio. Bij andere sessies was ik alleen met de componist en waren alle andere instrumenten al opgenomen. Bij Paul Simon moest ik 24 uur per dag paraat staan, ik zat gewoon thuis tv te kijken terwijl ik doorbetaald werd. Als hij me nodig had, belde hij mij en dan moest ik meteen komen. Hij wou geen andere musici in zijn buurt als hij aan het werk was in de studio. Iedereen heeft zo zijn eigen manier van werken. Donald Fagen van Steely Dan wekte twee jaar aan zijn album, hij nam alle instrumenten apart op en wou alles tot in de puntjes precies hebben. Het moest strak klinken als een machine, alles moest recht op de tel zijn. Hij had een nummer opgenomen dat ik moest inspelen (Miller pakt zijn bas en speelt de groove van het nummer I.G.Y. van het album The Nightfly). Ik kwam net terug van een sessie met Luther Vandross en speelde I.G.Y. daardoor heel laidback en funky (Miller speelt het op deze manier voor), ik was vergeten om te schakelen. Fagen heeft mijn partij achteraf gewist en opnieuw laten inspelen door Anthony Jackson.’
Waren die partijen noot voor noot uitgeschreven of was je vrij om ze te veranderen? ‘Soms zijn ze helemaal uitgeschreven, maar als ik ze een paar keer heb gespeeld, raak ik meestal verveeld en ga ik er dingen aan toevoegen. Voordat je gaat veranderen, moet je het nummer echter door en door kennen. Dat is het probleem bij veel muzikanten: zodra ze het nummer in de studio horen, beginnen ze meteen mee te spelen zonder er eerst echt naar geluisterd te hebben. Lang geleden had ik eens een opnamesessie met Steve Gadd. Hij vroeg de producer om het nummer steeds opnieuw te draaien, hij had zijn drumstokken nog in zijn tas zitten. Pas na vijftien keer luisteren, pakte hij zijn stokken uit zijn tas en nam hij zijn drumpartij in één take op, tot op de zestiende noot nauwkeurig en met een perfecte feel! Het is dus heel belangrijk om goed naar het nummer te luisteren en te analyseren wat de andere instrumenten doen.’
Op jouw solo-albums speelt de bas vaak de melodie van het nummer. Hoe benader je het schrijfproces? 'Begin je meestal met een idee op de bas of begin je met een akkoordprogressie? ‘Meestal begin ik de akkoorden te spelen en de melodie te zingen. Het hangt een beetje van het soort nummer af. Ieder nummer heeft zijn middelpunt, het idee dat aan de basis ligt. Sommige van mijn nummers zijn meer groove-georiënteerd en andere zijn meer melodisch. Je kunt dat meteen horen aan een nummer. Power bijvoorbeeld is onmiskenbaar een nummer dat ontstaan is vanuit de bas.’
Wat zit er momenteel in je cd-speler? ‘Momenteel luister ik veel naar de Braziliaanse componist-zanger Djavan. Ik ben al heel lang fan van hem. Ook luister ik veel naar Miles Davis’ werk uit de jaren ‘50 en naar John Coltrane. Timbaland vind ik heel goed vanwege zijn hiphop-producties. Verder heb ik ook Sly And The Family Stone en Beethoven op mijn iPod staan. Maar meestal kom ik toch weer uit bij Miles en Coltrane.’
Welke nieuwe bassisten vind je goed? ‘Ik vind Matthew Garrison heel goed en ook Raphael Saadiq, hij speelde in de r&b-groep Tony! Toni! Toné!. Maar ik probeer niet al te vaak naar andere bassisten te luisteren, want anders beïnvloedt hun spel mij te veel. Meestal probeer ik deze invloeden in me op te nemen en ze dan op mijn eigen manier in mijn muziek in te passen. Ik ga geen licks kopiëren of zo, maar ik probeer wel open te staan voor nieuwe interessante benaderingen van muziek.’
Veel albums van solo-bassisten staan bol van de virtuoze baslicks en trucjes. Jouw platen zijn, vind ik, veel meer gericht op de muziek in zijn geheel en niet alleen op het basspel. Hoe sta je hier tegenover? ‘Veel jonge bassisten zeggen tegen mij dat ik zo eenvoudig speel. Vaak zijn dat jonge gastjes die totaal gek zijn van de bas, en daardoor zien zij het bassen te veel als een sport. Ik vind juist dat een bas vooral “in de muziek moet liggen”. Ik wil dat toeschouwers van mijn optredens een melodie onthouden en niet alleen de visuele dingen. Niet van: “Man, heb je dat gezien, hij speelde met wel vijf vingers.” Als je sommige cd’s hoort, is het net alsof je een techniekboek zit te lezen.’
Hoe heeft je werk als producer je basspel beïnvloed? ‘Ik speel geen foute noten meer, haha! Ik bedoel eigenlijk: geen noten meer die niets toevoegen aan het nummer. Doordat ik veel als producer werk, kan ik tijdens het bassen meer naar het geheel luisteren. Ik weet vaak heel snel wat wel of niet werkt voor een nummer.’
Marcus’ gear
‘Fender Japan kwam zelf met het idee voor een signature Marcus Miller-basgitaar. Met hen samen heb ik aan de sound van de bas gewerkt; zij zorgden ervoor dat hij in elk detail hetzelfde was als mijn originele Fender Jazz Bass uit 1977. Fender USA kreeg algauw een hele hoop aanvragen voor deze bas binnen. Uiteindelijk brachten ze hem ook in Amerika op de markt en het werd hun best verkopende signature-bas. Later is er de vijfsnarige USA-versie bij gekomen. Op deze bas speel ik zelf ook. Wat me stoort bij meeste vijfsnarige bassen, is dat de hals te plat is. Daarom hebben we bij deze bas de hals net iets ronder gehouden, daardoor voelt hij voor mij heel natuurlijk aan. Ook is de snaarafstand hetzelfde als op mijn viersnarige bas, zodat het slappen heel gemakkelijk gaat.’
Naast de Fender gebruikt Miller nog een vijfsnarige Sadowsky. Maar naar eigen zeggen speelt hij toch het liefst op viersnarige bassen. ‘In de jaren ‘80 moest je als studiobassist concurreren met de elektronische bassynthesizer. Vaak ging die heel laag en daardoor zijn veel bassisten toen overgestapt op vijfsnarige bassen. Voordat er vijfsnarige bassen waren, nam Anthony Jackson altijd drie viersnarige bassen mee naar de studio. Al deze bassen had hij op een andere toonhoogte gestemd. Uiteindelijk heeft hij een zessnarige bas laten maken, in het begin werkte hij hiervoor samen met Ken Smith. Een van de eerste nummers waarop deze bas te horen was, is Clouds van Chaka Khan. Dat basgeluid betekende een ware revolutie op basgebied.’
De originele ’77 Jazz Bass van Marcus heeft een ingebouwde preamp van Sadowsky en een Badass-brug. ‘Ik heb niet zoveel veranderd aan deze bas. Roger Sadowsky adviseerde mij om actieve elektronica in mijn bas te bouwen. Toen ik een jaar of twintig was, deed ik zeer veel sessiewerk. In de studio moest alles zo snel gaan dat de technici vaak niet eens de tijd namen om een microfoon bij de basversterker te plaatsen. Ik speelde dus rechtstreeks in de mengtafel en daarom was het wel handig om wat meer toonregeling op mijn bas te hebben. Zo had ik iets meer controle over hoe mijn bas op de plaat zou klinken.’
Als basversterking gebruikt Marcus Miller EBS, waarvoor hij endorser is, al had hij deze versterkers in oktober 2007 niet bij zich. Hij is ook nog endorser van DR-snaren en heeft zelfs zijn eigen signature-snaren: de Marcus Miller Fat Beams. Verder gebruikt hij onder meer de volgende effectpedalen: EBS Octaver, EBS Multidrive, EBS BassIQ, MXR 90 Phaser, Mutron Enveloppe Filter en een Danelectro overdrive. Naast bas speelt Marcus Miller ook basklarinet, die hij ook tijdens zijn optredens gebruikt.
www.marcusmiller.com |