| Bassen bij Borsato, dat klinkt als een droomgig. Dikke pech dus voor alle ambitieuze bassisten dat Giovanni Caminita al sinds het prille begin Marco’s steun en toeverlaat op muzikaal vlak is. De Nederlandse Siciliaan speelde mee op de singlepresentatie van Dromen Zijn Bedrog en die avond besloot Marco dat hij nooit meer zonder een live-band het podium op wilde. De Bassist zocht Giovanni thuis op voor een interview.
Giovanni Caminita groeide op op Sicilië. ‘Mijn vader had een nachtclub en hij speelde op een gegeven moment zelf in de huisband. Hij op toetsen, ik op bas. We hadden een enorm repertoire, met liedjes uit de jaren ’30 tot ’60; mijn vader was echt een muzikant van de oude stempel. Ik heb een keer elf maanden geen daglicht gezien en in die tijd ook heel veel gespijbeld. Ach, hij had liever dat ik speelde dan dat ik op straat rondhing.’
Meteen rocken Net als zijn vader begon Giovanni als pianist en hij ontdekte de basgitaar pas vrij laat. Toevallig had zijn vader een bas uit de jaren ’60, een vroeg actief model. ‘Het batterijtje zat er nog in, de oude snaren zaten er nog op. Met die bas ging ik natuurlijk meteen rockmuziek spelen, je weet wel, raggen in garages met leeftijdsgenoten en alleen maar AC/DC en Led Zeppelin naspelen. Maar zodra ik een beetje kon bassen, kon ik ophouden met serveren in de club van mijn vader en in de huisband gaan spelen. Mijn broer deed ook mee.’
In 1983 sloot de nachtclub en Giovanni scoorde een schnabbel als nachtclubbassist in een tent aan het Leidseplein in Amsterdam. Met de trein ging hij naar Nederland. Het land en zijn inwoners bevielen hem meteen. ‘Ik was nog nooit buiten Italië geweest. Amsterdam is de wereld in één stad, vol extravagante mensen, die aan de andere kant ook lekker stijlloos kunnen zijn. Nederlanders zijn veel minder gespitst op geld, status, mode en merken dan Italianen.’ Vader Caminita volgde al gauw zijn zoon en opende zelf een nachtclub aan het Amsterdamse Rembrandtplein. En zo begonnen ze weer te spelen: Giovanni’s broer speelde toetsen, hijzelf bas en de drums kwamen uit een kastje.
Italianen onder elkaar Op een gegeven moment kwam Giovanni als assistent terecht in de studio van Arnold Mühren in Volendam. ‘Ik heb zo ongelooflijk veel te danken aan die man. Van hem heb ik heel veel geleerd waar ik nu ook nog van profiteer, over spelen in de studio, maar ook over opnemen. Nu heb ik thuis een studio waarin ik veel werk. Maar goed, daar in die studio kwam ik een andere Italiaan tegen. Marco Borsato heette hij en hij was een Italiaanstalige cd aan het maken. Al gauw zaten we in het Italiaans te kletsen. Weet je, Italiaans zingen is mooi maar heel lastig, ook als je de taal goed beheerst. O, en die Italiaanse popproducties kunnen zo mooi zijn. Niet allemaal, want foute artiesten hebben ze daar net zo goed als hier in Nederland. Als ik chagrijnig ben dan kijk ik altijd TV Oranje. Dat is echt de Italodisco van Nederland, haha!’
Marco maakte zijn eerste Italiaanse platen, maar zoals bekend brak hij door met een Nederlandstalig nummer, Dromen Zijn Bedrog. ‘De producer John Ewbank vroeg mij om te spelen op de singlepresentatie, ze vonden het wel leuk om dat live te doen en niet met tape. Dat was in Café De Kroon in Amsterdam. Op die avond besloot Marco: voor mij nooit meer een minidisc. Alleen maar live. Zelfs tv-programma’s doet hij nooit alleen. Dat vindt hij veilig.’
Steun en toeverlaat Veilig, dat klinkt een beetje tegenstrijdig. Een tape rolt door, terwijl een live-band de fout in kan gaan. Marco’s gevoel van veiligheid komt door de steun van zijn orkestleider. Al sinds het begin heeft Caminita de leiding over de begeleidingsband. ‘Ik ben bandleider en muzikaal leider. Dat betekent dat ik de arrangementen maak, iedereen mp3’s stuur met de muziek en de repetities leid. Ook houd ik me bezig met de sound van de band en ben ik degene die als dat nodig is tussen Marco en de band communiceert.’ In de periode van het interview werkte de band aan de eerste studioplaat sinds jaren. ‘In de tussentijd hadden we alleen maar singles, zelfs een aantal nummer-1-hits, maar geen echt album. Alle liedjes zijn nu af en we zijn bezig met het inspelen van de basis: de bas en drums. Een paar bandleden zijn erbij om guidetracks mee te spelen en ook Marco komt vaak langs en zingt mee.’
Klinken als een live-band Naast zijn baswerk voor Borsato speelt Giovanni in de studio op veel andere plaatproducties. Ook werkt hij op plaat samen met Wolter Kroes. ‘Wolter is iets totaal anders. Voor mij was het wel even wennen. Het is erg leuk, de sfeer in de studio is lachen, dat vind ik in zo’n geval het belangrijkst. Niet alle liedjes zijn te gek, ik moet mijn best doen om het zo te krijgen dat ik er ook tevreden mee ben. Alles heeft een grens, joh. Kijk, Wolter is een Nederlandstalige volksartiest. Maar wat we doen, moet wel live klinken, als een band. Als hij die blikken TV Oranje-sound wil hebben moet ie iemand anders bellen.’
‘Bij Marco kan ik echt mijn eitje kwijt. Marco is aardig, hij is een leuke jongen. Marco is een vriend. Hij hoeft niet de baas te zijn. Hij kan wel zweven, maar hij heeft veel voor elkaar gekregen. Het fijne is dat hij muzikaal wel kan meekomen. We gaan samen in de studio zitten en zoeken naar de toonsoort, we proberen liedjes uit, dat gaat hartstikke leuk.’
Arrangeur en autodidact ’s Middags moet Giovanni weer op pad. Hij gaat naar een generale repetitie van de Luchtmachtkapel. ‘Ik ga luisteren of mijn arrangementen een beetje kloppen en hoe het geheel klinkt.’ Des te verbazender is het om te horen dat onze bassist, bandleider en arrangeur volledig autodidact is en dat hij ook nog eens geen noot leest. ‘Notenschrijven, no way! Ik heb het geprobeerd te leren, maar het lukte me echt niet. Hier thuis maak ik alle arrangementen in mijn homestudio, met sounds en samples uit de computer. Dan stuur ik een mp3 en alle miditracks naar een van de saxofonisten en die maakt alle partijen. Dat moet iemand doen die ervoor heeft gestudeerd. Die muzikanten van de Luchtmachtkapel gaan natuurlijk geen mp3’s luisteren voor een repetitie, zoals bij Marco in de band gebeurt.’ Giovanni is ongeveer twee dagen kwijt geweest aan elk arrangement voor dit project: een concerttournee met Lee Towers en Anita Meijer. ‘Weet je, veel bassisten gaan op zeker moment op een meer allesomvattende manier met muziek bezig. Michel van Schie heeft dat ook, en die bassist van Jamie Cullum bijvoorbeeld. Wij bassisten zijn de basis, vanaf de bas hoor je alles. De bas is een goed beginpunt voor een bandleider of een arrangeur. Ik kan ook geen film meer normaal kijken, ik zit altijd naar de muziek te luisteren. Dat is eigenlijk wat ik echt wil: filmmuziek maken.’
Geen strenge gast Ook voor het megaproject Symphonica In Rosso heeft Giovanni een en ander opnieuw gearrangeerd. ‘Veel liedjes van Marco hoefden alleen opnieuw opgeschreven te worden voor orkest. Dromen Zijn Bedrog heb ik helemaal opnieuw gearrangeerd en iedereen was blij. Dat nummer hadden we echt al veel te vaak gespeeld. Marco raakt snel in de war van nieuwe arrangementen. Hij is geen perfectionist, hij is snel tevreden, maar het moet wel goed. Van onzekerheid op het podium houdt hij niet. Als bandleider moet ik hem ermee vertrouwd maken. Hij vertrouwt mij 100 procent, maar ik moet van tevoren met hem overleggen. Anders wordt hij nerveus. Ik stuur de muzikanten van tevoren altijd mp3’s. Ik ben muzikaal leider en bandleider, maar niet zo’n strenge gast die mensen onvoorbereid papier onder de neus drukt.’
‘Op het podium ben ik altijd beweeglijk; ik moet de band in de gaten houden en geef cues. Dus heb ik altijd een zender nodig. Met Symphonica in Rosso moest ik hele stukken lopen, hoor. Tegenwoordig zijn de zenders wel goed genoeg voor basgitaar, al comprimeren ze natuurlijk nog altijd veel. Dat is een totaal ander geluid, maar het kan niet anders. De geluidsmannen knappen het wel op, dan klinkt het toch weer goed. Ik heb drieweg in-ears, daar ben ik wel heel blij mee.’
Geile C ‘Bassen in de studio en werken aan arrangementen vind ik hartstikke leuk, maar ik ga altijd het live bassen snel missen. Dat je billen gaan trillen van het laag, dat is gewoon zo geil! Moet je voorstellen, je staat te soundchecken in de Kuip en speelt een lage C... man, man, man, dat is zo leuk! En als ik op het podium sta en het liedje begint met alleen piano, en dan komt in het tweede couplet de basgitaar, dan denk ik: ooo... ja! JA! Gisteren was ik niet bij de repetitie in Volendam, met de liedjes voor Marco. Drummer Ton Dijkman zei dat hij na afloop heel moe was en nog chagrijnig ook. Haha! Ook Rob zei dat ie het heel lastig vindt om te spelen zonder bassist. Zonder basgitaar heb je geen steun. Ach, en misschien miste Ton me ook wel omdat hij niet kon proberen me eruit te spelen. Dat is een drummersding. Dan speelt hij een fill, en ik pak ’m mee, en we kijken elkaar aan: jaha, haha! Daar heb ik je! We spelen al zo lang samen, we hoeven elkaar maar aan te kijken en we weten het.’
Giovanni’s basspullen ‘Vanwege Marco’s repertoire ben ik vijfsnarig gaan spelen. De plaat Als Geen Ander uit 1995 vroeg gewoon om vijfsnaar. Er zaten nummers bij met heel veel lage C’s en lage D’s. Vlak voordat we gingen opnemen, had ik een Warwick gekocht. Ik moest wel wennen, want ik raakte de hele tijd verkeerde snaren. En dan moest de take weer over. We hadden natuurlijk nog geen ProTools. Ik vond het wel lekker, zo’n lage B. Dat had ik wel eens gezien op tv en bij concerten, en dan vroeg me af of het eigenlijk lastig was. Na een week had ik het wel in de gaten. Vijfsnarig spelen verandert alles: de positie van je handen en hoe je moet staan. Vanaf dat moment heb ik ook alleen maar vijfsnarig gespeeld.’ |