Anthony Jackson

Geschreven door Marten Schulp

Jackson_internetGezien zijn betekenis voor de basgitaar is Anthony Jackson verbluffend onbekend. Hij is een goed bewaard geheim onder muzikanten, die zonder uitzondering vol respect over hem spreken. Hij is geen destructief genie als Jaco Pastorius, noch een extravagante solist als Victor Wooten. Anthony Jackson is een briljante begeleider, een stijlvernieuwer die vol zelfvertrouwen zijn weldoordachte, diepzinnige en intellectuele visie op ons instrument uitdraagt. Hij is de uitvinder van de zessnarige bas, volgens hem de noodzakelijke en enig juiste vorm voor de basgitaar. In 2007 was Jackson de bassist van de tourband van gitaarheld Mike Stern. De Bassist sprak Jackson vlak voor het concert dat de band gaf in Groningen.

Vanaf begin jaren ’70 veroverde Anthony Jackson de studioscene in New York. Met zijn viersnarige Fender, die in de loop der tijd voortdurend werd omgebouwd, speelde hij op platen van onder meer Roberta Flack, Chaka Khan, Steely Dan en Chick Corea. Velen zullen zijn baslijnen kennen van de soundtrack van The Wizard Of Oz, van For The Love Of Money door The O’Jays of van Just The Two Of Us door Grover Washington Jr. en Bill Withers. Zijn huidige sound en benadering kennen velen van de platen die hij maakte met latinpianist Michel Camilo. Uit zijn zessnarige signature-Fodera haalt Jackson een dikke, diepe en tegelijkertijd kristalheldere klank die totaal samensmelt met de andere instrumenten.

 

Overal Motown
In 1964, hij was toen twaalf, hoorde Jackson voor het eerst James Jamerson spelen. ‘Motown was toen overal. Elke week kwamen er twee of drie nieuwe songs op de radio. De invloed van die muziek is moeilijk te omschrijven. Het was een enorm vruchtbare tijd. Toen ik Baby, I Need Your Loving van The Four Tops hoorde, was ik verkocht. Pas drie jaar later hoorde ik via via de naam van die bassist, hij werd nooit genoemd op de platenhoezen.’

Als muziekliefhebber en muzikant moet je zelf achter de muziek aan gaan, vindt hij. ‘Goede muziek is overal. Maakt niet uit wat voor kleur je hebt. De meeste van mijn vrienden luisterden naar alles wat ze in hun vingers kregen: muziek uit het Oosten of het Westen, witte muziek of zwarte muziek. De radio was toen wel heel anders, nog niet zo ingedeeld volgens formats. Je hoorde John Coltrane en daarna Jefferson Airplane en Grateful Dead, daarna Charlie Parker en dan kwam Jimi Hendrix. Wij slurpten het allemaal op. Geen programmamaker was toen nog bang voor zappende jongeren. Tegenwoordig is radio helemaal opgedeeld in hokjes. Niet dat de goede muziek nu verdwenen is. Ze is overal, alleen niet meer op de radio. Dus je moet op zoek. Maar dan zul je het vinden ook. Ik hoor nog steeds ladingen en ladingen muziek. Via onbekende radiozenders en internetradio, en je kunt online albums bestellen. Ik doe het nog steeds zoals vroeger: gewoon kopen! Alleen in de platenzaak vind je niets meer.’


Zo goed mogelijk in elke stijl
Anthony Jacksons houding en ideeën tonen zijn eindeloze, aan het spirituele grenzende liefde voor muziek. ‘Ik wil totaal onbevooroordeeld zijn over wat ik wel en niet mooi vind en daarbij sluit ik geen enkel genre uit. Mijn leven draait om het zo goed mogelijk spelen van elke stijl. Je kunt altijd een muziekstuk tegenkomen dat je niet bevalt, maar nooit een muzieksoort. Die gedachtegang accepteer ik niet. Overal is goede muziek en overal is slechte muziek. Het is een les in zichzelf om naar een muziekstuk te luisteren en in huilen uit te barsten. Om te kunnen groeien als een luisteraar of - zoals wij - als een kunstenaar, heb je niet meer nodig dan de muziek zelf. Muziek kan je in extase brengen, of metafysisch gesproken: je het aangezicht van God laten aanraken. “Lesson over!” Dát wil ik, elke keer als ik mijn instrument vastpak. Ik wil het ook als ik ga luisteren naar andere mensen die spelen.’

‘Door de jaren heen wordt het wel moeilijker, als je ouder wordt en je lichaam verslijt. Maar de beloning blijft dezelfde, het transcendente van het artiest zijn en de mogelijkheid om te doen wat we doen, zonder schuldgevoel en zonder het idee dat we onze tijd aan het verspillen zijn. Tegen studenten zeg ik altijd: “Less talk, more music.” Waarom zou je tegen iemand zeggen: “Je moet echt eens hiernaar luisteren. Deze muziek zal iets met je doen...” Ik zeg: “Check dit!” Als je het dan helemaal niet begrijpt, de componist je niets zegt of de vorm je totaal vreemd is, leg je het aan de kant en draait het een jaar later nog eens. Vaak ben je er onbewust mee bezig geweest en de volgende keer dat je het hoort, denk je: ah! Nou snap ik het! Die magie hebben alle scheppende kunstenaars gemeen: de mogelijkheid om terug te gaan en dingen opnieuw te onderzoeken en binnen te laten wat je eerder niet kon binnenlaten. Dat verrijkt je.’

‘Muzikanten eisen te snel te veel ontwikkeling en groei. Maar dat is iets wat je moet leren afwachten, dan komt het vanzelf. Blijf in de tussentijd gewoon bezig met het luisteren naar de mooie geluiden van anderen. Probeer via platen en concerten zelf erachter te komen waar iedereen zich zo druk over maakt. Je leven als muzikant is een leven van studie en geduld. Neem het ontwikkelen van je eigen geluid, dat lukt je niet in een jaar. In twee, in vijf jaar? Tien? Misschien vijftien. Maar wat maakt het uit? Dan heb je nog zoveel jaren over om te spelen. Het is niet zo dat je leven dan voorbij is! Breng het geduld op om te wachten op die magie, de individualiteit die langzaam komt als je maar bezig blijft. Je werkt eraan, zonder je daarvan bewust te zijn. Ik droom van muziek, soms hoor ik mezelf spelen zonder dat ik die geluiden kan nadoen als ik wakker ben. Maar ik probeer het wel! Het is iets fantastisch om een goed geluid uit een instrument te krijgen en het is het waard om ervoor te vechten en erop te wachten.’


Zessnarige contrabasgitaar
Vanaf zijn veertiende - in 1966 - was Anthony Jackson ervan overtuigd dat een basgitaar zes snaren hoorde te hebben, gestemd B-E-A-D-G-C. ‘Vanaf mijn zestiende begon ik langzaamaan professioneel te spelen, maar ik had nog helemaal geen geld om op onderzoek uit te gaan. Het was een kwestie van tijd voordat ik een gitaarbouwersatelier kon binnenlopen, zou kunnen vragen om wat ik wilde en het geld had om ervoor te betalen. Hoe dan ook, ik moest en zou die zessnaar laten maken. Ik speelde op Fender-bassen en waarom ik die firma nooit heb opgezocht, weet ik eigenlijk niet meer. Nou ja, in die tijd hadden ze natuurlijk nog geen Custom Shop. Liever ging ik naar een bouwer met wie ik een-op-een zou kunnen werken. De eerste was Carl Thompson. Er waren natuurlijk geen onderdelen: geen elementen, bruggen of snaren. Alles moest gemaakt worden. Snaren zijn een machinaal product, dus je moet een fabrikant echt aan de kop zeuren. Het heeft me jaren gekost.’

Het lijkt een raar idee: extra tonen die niet op je instrument zitten. ‘Niet op je instrument misschien, maar de tonen bestaan wel in de muziek. Dus kun je er op een gitaar ook wel een snaar voor maken, dacht ik. Met een omlaag gestemde standaard E-snaar kon ik een redelijk bruikbaar geluid krijgen, maar de snaar was dan vrij slap. Ik moest allerlei modificaties aan de brug, topkam en hals maken om het een beetje te laten klinken. Een hoop vijl- en afstelwerk deed ik zelf. De topkam van je instrument is heel belangrijk en wordt vaak erg onderschat. Daar heb ik veel mee geëxperimenteerd. De dikte van een snaar, de mensuur, de verhouding tussen de dikte van de kern en de winding, er zijn een heleboel overwegingen voordat het idee voor mij echt succesvol werd.’


Basgitaar is een lage gitaar
‘Van huis uit ben ik gitarist. Tot 1973 heb ik les gehad van drie heel strenge leraren. Van hen heb ik een diep respect meegekregen voor gitaarbouw. Voor ons instrument is dat net zo belangrijk als voor violen en cello’s, en het is absurd dat veel mensen zich er niet om bekommeren. Maar ja, dat is helaas tekenend voor de toestand van ons instrument. De wereld rondom de basgitaar hangt aan elkaar van onverschilligheid, frustratie en minderwaardigheids­complexen.’


Contrabasgitaar
Jackson benadrukt telkens dat hij geen ‘electric bass’ speelt, het gebruikelijke Engelse woord voor de basgitaar. ‘I am a bass guitarist, my instrument is called a “contrabass guitar”, the lowest member of the guitar family.’ Wij Nederlanders boffen eigenlijk met ons woord basgitaar, wil hij maar zeggen. Volgens de organologie - de wetenschap van het indelen en beschrijven van muziekinstrumenten - is die term veel correcter. ‘Wat je ook uitspookt op muzikaal, stilistisch gebied, technisch gezien is het gitaarwerk wat je doet’, benadrukt Jackson. ‘De techniek en de productie van het elektrische geluid, de aanslag, de nuance, de beheersing, die kunnen virtuoos en expressief zijn als bij een gitarist. Zonder je dat te realiseren kom je nooit tot het hart van het potentieel van het instrument. Veel basgitaristen zien de basgitaar, al dan niet bewust, als het imbeciele broertje van de contrabas. Dat klopt niet en het doet geen recht aan de basgitaar. Nu speel ik zelf geen contrabas en eerlijk gezegd houd ik ook niet zo van de contrabas. Voor mij is de basgitaar de koning. “Electric bass” is ook geen echte instrumentnaam. Er bestaat toch ook geen “electric treble”?’

‘Bassisten moeten stoppen met het ontkennen van hun familieband met de gitaar en luit. Ik vroeg altijd aan studenten: “Wat voor instrument speel je?” “Bas”, zeggen ze. “Ja, maar wat dan? Basklarinet, basfluit, basdrum?” “Oh”, zeggen ze... “Eh, elektrische bas.” “Wat dan?”, zeg ik. “Elektrische basfluit? Wat voor instrument speel je nou?” Uiteindelijk concludeer ik: “Oh, basgitáár!” En dat is het punt. Als je niet weet uit wat voor familie je instrument komt, weet je niet wat je instrument in zich heeft! Elke basgitarist wil contrabassolo’s van Ron Carter spelen, of de cellosuites van Bach. Op zijn basgitaar! Wat een onzin. Hoe wil je die klank uit het instrument trekken zoals Bach het bedoelde? Plok plok plok, het lukt je niet, hoor. Jíj moet een stem aan het instrument geven. Als je jezelf goed wilt voelen omdat je Bach speelt, vergeet dan die cellosuites. Probeer de luitsuites, die zijn geschreven voor een voorvader van de basgitaar: de luit. Het is een andere wereld dan je gewend bent, maar het is ónze wereld. Dáár komt ons instrument vandaan! In plaats van al die contrabasjazzsolo’s na te spelen, moet je eens wat tijd uittrekken voor gitarist Andrés Segovia, of moderne spelers als Narcisio Yepes. Dan kun je beter waarderen wat jij op jouw instrument kunt doen, als een basgitarist.’


Olympisch bassen
‘Helaas is het een gevecht tegen de bierkaai. Dus heb ik vrij weinig binding met de wereld van het elektrische bassen, dat ik een beetje een dom wereldje vind. Mensen houden zich er bezig met zo hard mogelijk spelen en zo dik mogelijk in de mix staan. Ze houden zich niet bezig met kunstenaar zijn. Meer met “olympisch bassen”, vijf solo’s in een set, waarom? Speel gewoon muziek! Houd van muziek, leef de muziek. En dan zal de muziek jou de vorm geven die je nodig hebt om de boodschap over te brengen. Dan hoef je niet meer de luidste, de hoogste of de laagste, of de snelste te zijn. Je hoeft niet eens een individualist te zijn; bijna geen enkele speler wordt een stilist die zijn echte eigen geluid ontwikkelt. Maar dat betekent niet dat je geen artiest kunt zijn, iemand die met muziek warmte en leven brengt.’

‘Basgitaar hoor je vaak als een zoemend geluid met veel midden dat door elke mix heen prikt. Dat is wat iedereen wil horen. Technici zijn er dol op, want het is makkelijk te mixen. Ik wil dat helemaal niet: ik wil dat het geluid helder en sprankelend is en tegelijk heel diep. Voor het eerst hoorde ik dat bij Jack Casady van Jefferson Airplane. Zijn basgeluid klonk zo helder als een gitaar, maar dan een octaaf lager. Dat ideaal ben ik altijd blijven nastreven. Je moet stevig in je schoenen staan, want het is moeilijker te mixen en de balans moet perfect zijn. Maar de beloning is enorm, want deze klank mengt geweldig mooi met alle andere instrumenten. Ik wil van de “contrabass guitar” een orkestinstrument maken. Het moet harmonieus klinken in elke combinatie van instrumenten, het moet een puur muziekinstrument zijn. Toevallig vertrouwt het op elektronische en niet op mechanische versterking, maar de luisteraar moet dat niet weten. Tegen de tijd dat ik toe was aan mijn eigen instrumenten, kwam ik erachter hoe effectief het idee is van het mengen met de anderen, in plaats van het overal bovenuit willen klinken. Je kunt spelen met 95 andere muzikanten en nog steeds gehoord worden, als het goed mengt. Je moet wel iemand willen zijn die niet altijd overal bovenuit wil tetteren.’


Kromhoorn
‘Ik betwijfel of de basgitaar het nog een eeuw uithoudt’, sluit Jackson zijn verhaal droevig gestemd af. ‘Ik denk dat het een specialiteit wordt, zoals de middeleeuwse kromhoorn. Nu al verdwijnt de basgitaar uit de alledaagse muziekpraktijk. Een trillende metalen snaar op een stuk hout heeft meer menselijkheid in zich dan synthesizers en samplers. Maar als de bespelers van het instrument dat niet in de gaten hebben, zal het slecht aflopen met de basgitaar. In de halve eeuw dat het instrument nu bestaat, heb ik weinig vooruitgang gezien, ondanks mensen als Jaco. Toch heeft het denk ik weinig zin bij de pakken neer te gaan zitten en sip te doen. Laten we het beste ervan maken en zoveel mogelijk naar buiten gaan en spelen.’

 

www.anthonyjackson.com



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen