|
Overal Motown Als muziekliefhebber en muzikant moet je zelf achter de muziek aan gaan, vindt hij. ‘Goede muziek is overal. Maakt niet uit wat voor kleur je hebt. De meeste van mijn vrienden luisterden naar alles wat ze in hun vingers kregen: muziek uit het Oosten of het Westen, witte muziek of zwarte muziek. De radio was toen wel heel anders, nog niet zo ingedeeld volgens formats. Je hoorde John Coltrane en daarna Jefferson Airplane en Grateful Dead, daarna Charlie Parker en dan kwam Jimi Hendrix. Wij slurpten het allemaal op. Geen programmamaker was toen nog bang voor zappende jongeren. Tegenwoordig is radio helemaal opgedeeld in hokjes. Niet dat de goede muziek nu verdwenen is. Ze is overal, alleen niet meer op de radio. Dus je moet op zoek. Maar dan zul je het vinden ook. Ik hoor nog steeds ladingen en ladingen muziek. Via onbekende radiozenders en internetradio, en je kunt online albums bestellen. Ik doe het nog steeds zoals vroeger: gewoon kopen! Alleen in de platenzaak vind je niets meer.’ Zo goed mogelijk in elke stijl ‘Door de jaren heen wordt het wel moeilijker, als je ouder wordt en je lichaam verslijt. Maar de beloning blijft dezelfde, het transcendente van het artiest zijn en de mogelijkheid om te doen wat we doen, zonder schuldgevoel en zonder het idee dat we onze tijd aan het verspillen zijn. Tegen studenten zeg ik altijd: “Less talk, more music.” Waarom zou je tegen iemand zeggen: “Je moet echt eens hiernaar luisteren. Deze muziek zal iets met je doen...” Ik zeg: “Check dit!” Als je het dan helemaal niet begrijpt, de componist je niets zegt of de vorm je totaal vreemd is, leg je het aan de kant en draait het een jaar later nog eens. Vaak ben je er onbewust mee bezig geweest en de volgende keer dat je het hoort, denk je: ah! Nou snap ik het! Die magie hebben alle scheppende kunstenaars gemeen: de mogelijkheid om terug te gaan en dingen opnieuw te onderzoeken en binnen te laten wat je eerder niet kon binnenlaten. Dat verrijkt je.’ ‘Muzikanten eisen te snel te veel ontwikkeling en groei. Maar dat is iets wat je moet leren afwachten, dan komt het vanzelf. Blijf in de tussentijd gewoon bezig met het luisteren naar de mooie geluiden van anderen. Probeer via platen en concerten zelf erachter te komen waar iedereen zich zo druk over maakt. Je leven als muzikant is een leven van studie en geduld. Neem het ontwikkelen van je eigen geluid, dat lukt je niet in een jaar. In twee, in vijf jaar? Tien? Misschien vijftien. Maar wat maakt het uit? Dan heb je nog zoveel jaren over om te spelen. Het is niet zo dat je leven dan voorbij is! Breng het geduld op om te wachten op die magie, de individualiteit die langzaam komt als je maar bezig blijft. Je werkt eraan, zonder je daarvan bewust te zijn. Ik droom van muziek, soms hoor ik mezelf spelen zonder dat ik die geluiden kan nadoen als ik wakker ben. Maar ik probeer het wel! Het is iets fantastisch om een goed geluid uit een instrument te krijgen en het is het waard om ervoor te vechten en erop te wachten.’ Zessnarige contrabasgitaar Het lijkt een raar idee: extra tonen die niet op je instrument zitten. ‘Niet op je instrument misschien, maar de tonen bestaan wel in de muziek. Dus kun je er op een gitaar ook wel een snaar voor maken, dacht ik. Met een omlaag gestemde standaard E-snaar kon ik een redelijk bruikbaar geluid krijgen, maar de snaar was dan vrij slap. Ik moest allerlei modificaties aan de brug, topkam en hals maken om het een beetje te laten klinken. Een hoop vijl- en afstelwerk deed ik zelf. De topkam van je instrument is heel belangrijk en wordt vaak erg onderschat. Daar heb ik veel mee geëxperimenteerd. De dikte van een snaar, de mensuur, de verhouding tussen de dikte van de kern en de winding, er zijn een heleboel overwegingen voordat het idee voor mij echt succesvol werd.’ Basgitaar is een lage gitaar
Contrabasgitaar ‘Bassisten moeten stoppen met het ontkennen van hun familieband met de gitaar en luit. Ik vroeg altijd aan studenten: “Wat voor instrument speel je?” “Bas”, zeggen ze. “Ja, maar wat dan? Basklarinet, basfluit, basdrum?” “Oh”, zeggen ze... “Eh, elektrische bas.” “Wat dan?”, zeg ik. “Elektrische basfluit? Wat voor instrument speel je nou?” Uiteindelijk concludeer ik: “Oh, basgitáár!” En dat is het punt. Als je niet weet uit wat voor familie je instrument komt, weet je niet wat je instrument in zich heeft! Elke basgitarist wil contrabassolo’s van Ron Carter spelen, of de cellosuites van Bach. Op zijn basgitaar! Wat een onzin. Hoe wil je die klank uit het instrument trekken zoals Bach het bedoelde? Plok plok plok, het lukt je niet, hoor. Jíj moet een stem aan het instrument geven. Als je jezelf goed wilt voelen omdat je Bach speelt, vergeet dan die cellosuites. Probeer de luitsuites, die zijn geschreven voor een voorvader van de basgitaar: de luit. Het is een andere wereld dan je gewend bent, maar het is ónze wereld. Dáár komt ons instrument vandaan! In plaats van al die contrabasjazzsolo’s na te spelen, moet je eens wat tijd uittrekken voor gitarist Andrés Segovia, of moderne spelers als Narcisio Yepes. Dan kun je beter waarderen wat jij op jouw instrument kunt doen, als een basgitarist.’ Olympisch bassen
‘Basgitaar hoor je vaak als een zoemend geluid met veel midden dat door elke mix heen prikt. Dat is wat iedereen wil horen. Technici zijn er dol op, want het is makkelijk te mixen. Ik wil dat helemaal niet: ik wil dat het geluid helder en sprankelend is en tegelijk heel diep. Voor het eerst hoorde ik dat bij Jack Casady van Jefferson Airplane. Zijn basgeluid klonk zo helder als een gitaar, maar dan een octaaf lager. Dat ideaal ben ik altijd blijven nastreven. Je moet stevig in je schoenen staan, want het is moeilijker te mixen en de balans moet perfect zijn. Maar de beloning is enorm, want deze klank mengt geweldig mooi met alle andere instrumenten. Ik wil van de “contrabass guitar” een orkestinstrument maken. Het moet harmonieus klinken in elke combinatie van instrumenten, het moet een puur muziekinstrument zijn. Toevallig vertrouwt het op elektronische en niet op mechanische versterking, maar de luisteraar moet dat niet weten. Tegen de tijd dat ik toe was aan mijn eigen instrumenten, kwam ik erachter hoe effectief het idee is van het mengen met de anderen, in plaats van het overal bovenuit willen klinken. Je kunt spelen met 95 andere muzikanten en nog steeds gehoord worden, als het goed mengt. Je moet wel iemand willen zijn die niet altijd overal bovenuit wil tetteren.’ Kromhoorn
www.anthonyjackson.com |
Login
Laatste artikelen
- [WebSpecial] - IM: Duck Dunn
- [Nieuws] - Donald 'Duck' Dunn overleden
- [Nieuws] - RIP Chris Ethridge
- [Nieuws] - Stagg Electric Upright Bass
- [Nieuws] - Een geheel nieuwe Gibson
- [Nieuws] - Duesenberg Eagles Bass
- [Nieuws] - Höfner sponsort Bootleg Beatles
- [Nieuws] - David Ellefson App
- [Nieuws] - Kala basukeleles naar NL
- [Nieuws] - RIP Jim Marshall
NIEUWSBRIEF
Laatste forum posts
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 11.5.2012 20:18 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale martbas 7.5.2012 16:51 |
![]() | Re:Flatwounds op shortscale Remus 7.5.2012 12:24 |
![]() | Flatwounds op shortscale martbas 28.4.2012 16:02 |
![]() | basversterker aansluiten op PA williamv 25.4.2012 17:31 |
Geschreven door Marten Schulp





Gezien zijn betekenis voor de basgitaar is Anthony Jackson verbluffend onbekend. Hij is een goed bewaard geheim onder muzikanten, die zonder uitzondering vol respect over hem spreken. Hij is geen destructief genie als Jaco Pastorius, noch een extravagante solist als Victor Wooten. Anthony Jackson is een briljante begeleider, een stijlvernieuwer die vol zelfvertrouwen zijn weldoordachte, diepzinnige en intellectuele visie op ons instrument uitdraagt. Hij is de uitvinder van de zessnarige bas, volgens hem de noodzakelijke en enig juiste vorm voor de basgitaar. In 2007 was Jackson de bassist van de tourband van gitaarheld Mike Stern. De Bassist sprak Jackson vlak voor het concert dat de band gaf in Groningen.

