Francis ‘Rocco’ Prestia

Geschreven door Barend Tromp
rocco_prestia_internetAls bassist van Tower of Power zet hij samen met drummer David Garibaldi als geen ander een groove neer. Veel bassisten bejubelen zijn baslijnen met de befaamde, snelle staccato zestiende noten; het handelsmerk van Francis ‘Rocco’ Prestia. De Tower of Power draait al heel wat jaren mee, maar nog steeds lijken veroudering of vermoeidheid vreemd voor deze soul- en funkformatie ‘from Oakland, California!’

 

Tower of Power zag alweer bijna 40 jaar geleden het levenslicht. East Bay Grease, het eerste album, stamt uit 1970. Echt grote hits hebben ze nooit gehad, maar de band wist in de loop der jaren wel een grote cultstatus in de wereld van de soul en funk op te bouwen. Na vele albums en tours is de groep nog steeds springlevend. Dat de fans er geen genoeg van krijgen, bewees onlangs een uitverkocht Paradiso. In zijn jonge jaren luisterde Rocco veel naar Motown-bassisten als James Jamerson en Jerry Jemmont. ‘In die tijd had iedere stad in de Verenigde Staten een specifieke eigen sound. Ik probeerde dan de verschillende sounds uit bijvoorbeeld Memphis of Detroit te benaderen. Ik ben niet echt iemand die baslijnen noot voor noot gaat uitzoeken. Ik probeer alleen de feel en de essentie van een baslijn over te nemen.’
In de begintijd van Tower of Power had drummer David Garibaldi veel invloed op zijn spel, stelt de Amerikaanse bassist. ‘Hij had altijd zeer drukke partijen en ik moest mijn baslijnen daar ook nog ergens in zien te proppen. De beste manier was om de baslijnen heel staccato te spelen. De drums en de bas vielen zo meer samen. Ik ben nooit bewust op zoek geweest naar deze stijl en ik heb er nooit veel over nagedacht. Het is iets wat vanzelf is ontstaan.’

Demptechniek
Uiteraard doelt Rocco op zijn befaamde demptechniek. ‘Ik gebruik voornamelijk de wijs- en middelvinger van mijn linkerhand om de tonen te pakken. Met mijn ringvinger en pink demp ik dan de snaren achter de gefrette toon. Het is een beetje moeilijk uit te leggen, je moet het gewoon zien.’ Op zijn instructievideo ‘Fingerstyle Funk’ legt Rocco de techniek goed uit. Het is een aparte techniek die maar weinig andere bassisten toepassen. ‘Ik ben een echte positiespeler, de vingers van mijn linkerhand staan niet uit elkaar zoals bij de meeste bassisten, maar tegen elkaar aan. Ik probeer dan zoveel mogelijk in één positie te spelen. Ook over deze techniek heb ik nooit bewust nagedacht.’

Verveeld
Tips om de snelheid op te bouwen voor de zestiende-notengrooves, heeft de Amerikaanse funker eigenlijk niet. ‘Eerlijk gezegd ben ik helemaal geen oefenaar. Het is nooit mijn sterkste eigenschap geweest. Na vijftien minuten oefenen verveel ik me al. Ik ben dus eigenlijk een slecht voorbeeld. Meestal doe ik wat korte opwarmoefeningen voor een optreden en dat is alles. Ik speel geen toonladders of zo - de meeste ken ik toch niet. Misschien een toonladder tot een octaaf, maar daarmee houdt het op’, stelt Rocco lachend vast.

Ook op grooves oefent de soulfunker niet. ‘Het gaat mij puur om het moment dat ik met de anderen samenspeel; dan moet het gebeuren. Als ik mijn bas afdoe, is het klaar. Veel bassisten horen het graag anders, maar zo is het nu eenmaal.’

Rocco houdt zich steevast aan zijn eigen stijl. Technieken als slappen of tappen zijn absoluut niet aan hem besteed. ‘In de begintijd van het slappen probeerde David Garibaldi mij altijd over te halen om dit ook te gaan doen. Ik heb het toen ook geprobeerd, maar op de een of andere manier werkte het niet. Mijn motoriek is er gewoon niet geschikt voor. Ik kan het wel waarderen als andere bassisten het doen, als het maar blijft grooven. Veel bassisten raken tijdens het slappen overenthousiast, met een slordige timing tot gevolg. Het wordt regelmatig te veel gebruikt.’

Zijn stijl is door de jaren heen niet wezenlijk veranderd, beaamt Rocco. ‘Omdat ik alles al ooit eens heb geprobeerd, weet ik nu beter wat wel en niet werkt. Mijn baslijnen zijn daardoor meer to the point. Ik houd me ook niet zo bezig met wat andere bassisten doen. Dat interesseert mij niet zoveel. Verder luister ik niet veel naar muziek. Ik heb niet eens een cd-speler - of toch wel, in de auto.’ 


Gehoor

‘Soms worden bij het maken van nieuwe nummers akkoordenschema’s aangeleverd en soms werken we met demo’s. Ik kan wel akkoordenprogressies lezen, maar geen complete schema’s. Ik ben ook niet zo goed in herhalingstekens. Ik ben iemand die het liefst een bastoon speelt en dan aan iemand anders vraagt of dat in een bepaald akkoord past. De rest van de band is veel meer geschoold; ik speel vrijwel alles op het gehoor. Dat is prima, want zo trek ik mij op aan de rest. Heel soms ontstaat een nummer vanuit de bas. Een voorbeeld hiervan is Funk The Dumb Stuff [zie transcriptie - red.], dat vanuit de baslijn is ontstaan. What Is Hip? ontstond uit een drumritme van David Garibaldi. Hij wilde voor de baslijn continue zestiende noten op één toon met accenten op verschillende plekken. Het is een van de grootste Tower of Power-klassiekers geworden, zeker als het gaat om de samenwerking tussen drum en bas. De bas is zo prominent aanwezig in dat nummer, omdat er destijds een fout is gemaakt bij het mixen. Die fout is nooit hersteld.’

 

Schreef
Van 1977 tot 1984 maakte Francis ‘Rocco’ Prestia geen deel uit van Tower of Power. ‘In die tijd nam ik het niet meer zo nauw met een aantal zaken. Ik ging over de schreef en dat leidde ertoe dat ik uit de band werd gezet. In die tijd heb ik in een aantal blues- en top-40-bands gespeeld. Gelukkig nam de band mij in 1984 weer aan.’ Gelukkig, want laten we eerlijk zijn: Tower of Power zonder Rocco is geen Tower of Power. De band heeft in die jaren wel enkele albums met een andere bassist gemaakt, maar die platen haalden niet het niveau van de eerdere albums. Rocco: ‘Eigenlijk is de muziek van TOP na al die jaren niet wezenlijk veranderd. De essentie van de muziek is nog steeds hetzelfde. Alleen het schrijven verloopt nu iets meer gestructureerd.’
Het volgende album van de band komt in de lente uit en bevat covers van oude nummers. Dat deed de groep nog niet eerder. Daarna volgt nog een album met eigen werk. Naast Tower of Power doet Rocco momenteel geen andere projecten.

Het is na al die jaren niet makkelijk om het altijd interessant te houden, maar dat vindt de Amerikaan geen probleem. Alleen het touren en reizen vallen hem dikwijls zwaar. Zijn gezondheid liet hem ook in de steek. In 2002 onderging Rocco een levertransplantatie en in 2006 lag hij wederom op de operatietafel, voor een openharttransplantatie. Er is ook een speciaal fonds opgericht om hem te helpen: het Rocco Prestia Medical Fund. ‘Die hele medische toestand heeft gelukkig geen effect gehad op mijn spel, alleen heb ik soms wel heel weinig energie. Ik ben in principe helemaal genezen, op wat incidentele klachten na.’
Zijn vrije tijd brengt hij in alle rust door. ‘Eigenlijk doe ik niet zo heel veel. Ik spendeer veel tijd aan mijn gezin, kijk wat televisie en dat is het wel zo ongeveer. Ik ben een erg eenvoudige en ongecompliceerde vent.’
Eenvoudig of niet, Rocco is voor veel bassisten een groot voorbeeld. Hij mag zich dan niet zo in andere bassisten verdiepen of vooroplopen in allerlei nieuwe ontwikkelingen op basgebied, hij doet al jaren gewoon wat hij doet en dat doet hij als geen ander.

 


Rocco’s gear
Francis ‘Rocco’ Prestia begon op zijn veertiende met bassen op een Fender Precision. Via diverse omwegen is hij uiteindelijk toch weer bij de Precision uitgekomen. Bijna alle klassieke albums uit de beginperiode van Tower of Power zijn dan ook op deze bas gespeeld. Begin jaren ’90 had Rocco een endorsement bij Fernandez. Hierna keerde hij terug naar de Precision, nu een actieve Precision Deluxe. Momenteel tourt hij met een Conklin-bas. Samen met Bill Conklin ontwierp hij zijn GTRP4 Rocco Prestia Signature-bas. Dit beestje heeft actieve Bartolini-elektronica en een PJ-elementencombinatie.

‘De meeste bassisten weten beter welke bassen ik allemaal gehad heb dan ikzelf’, zegt Rocco. ‘Ik moet altijd heel erg wennen aan een nieuwe bas, maar als ik er eenmaal aan gewend ben, blijf ik er meestal lange tijd op spelen.’ Vijfsnarige bassen vindt de Amerikaanse soulfunker maar niks. ‘Ik heb een vijfsnarige Fernandes-bas gehad, maar die heb ik weer verkocht. Ik kan er niet echt mee overweg en op de een of andere manier krijg ik de B-snaar niet echt goed toegepast in de muziek die wij spelen. Op een jamsessie stond een tijd geleden alleen maar een vijfsnarige bas. Ik liet me overhalen om toch te spelen en verprutste het gigantisch. Sindsdien heb ik nooit meer een vijfsnarige bas aangeraakt.’

Rocco plugt zijn bas vandaag de dag in een Workingman’s 8004 T/O/P-top. Deze versterker is door SWR in samenwerking met Rocco gemaakt en was van 2002 tot 2004 in productie. Daaronder staan twee 4x10”-Eden-kasten. Met Eden is Rocco bezig om een nieuwe 1500W-top te ontwikkelen. Verder is de bassist endorser van Dean Markley-snaren, waar hij een eigen snarenset heeft: de NPS RoundCore Bass Rocco.



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen