| Voor velen ligt het stranden van de Nederlandse death-metaltrots Pestilence in 1994 nog vers in het geheugen. Een jaar eerder bracht de band het experimentele album Spheres uit, en dit bleek geen zieltjeswinner. Oorzaak: de jazzy fusionsound. Nieuwkomer op dat album was de 21-jarige bassist Jeroen Paul Thesseling. De conservatoriumstudent werd destijds geroemd of verguisd om zijn voor death-metalbegrippen ongebruikelijke fusionspel. Nu keert hij met zijn kenmerkende sound terug in de Duitse death-metalband Obscura. De Bassist zocht de inmiddels 37-jarige Thesseling op in zijn Amsterdamse appartement.
Midden in de woonkamer prijken vijf zessnarige Warwick thumb-bassen, opgesteld in een halve cirkel. Voor Jeroen bestaat er duidelijk maar één merk: ‘Sinds 1993 speel ik alleen op Warwick-bassen en dat is puur vanwege de verschillende soorten hout. De doorlopende hals en de ongelakte body is bij al mijn bassen praktisch hetzelfde, alleen het fretboard verschilt. Elke bas heeft een ander soort hout voor de toets, want dat is het gedeelte dat het geluid bepaalt. De toets is bij een fretloze bas het hart van het instrument. Voor je sound is het bepalend of je met een ebbenhouten toets speelt of met een palissander- of coromandelhouten toets.’
Articulatie ‘Warwick-bassen zijn waanzinnig; ze hebben echt een “growl”. Vooral in het mid produceren ze een vrij agressief geluid, omdat deze bassen voor het grootste gedeelte uit hardhout bestaan. Om die reden geef ik de voorkeur aan een zachtere houtsoort voor de toets, dat maakt je sound een tikje warmer. Met die combinatie krijg je heel duidelijk meer articulatie in je spel, wat je in death metal absoluut nodig hebt wil je de arrangementen goed uit de verf laten komen. Als de toets ook van hardhout is dan krijg je veel hoog en mid-hoog. Lange tijd speelde ik op vier snaren tot ik ontdekte dat ik meer laag in mijn sound nodig had en in één keer de sprong naar zes snaren maakte.
Overigens maakt het weinig verschil of iemand een viersnarige of een zeven- of achtsnarige bas bespeelt. De vergissing dat spelen op een achtsnarige bas complexer is dan op een viersnarige wordt onnodig vaak gemaakt. Als je gebruikmaakt van harmonieën of drieklanken dan kun je die prima spelen op een bas met vier snaren. Goed, zes snaren geven je net iets meer bereik, maar het betekent niet per definitie dat je een betere bassist bent. Technisch gezien is het voor mij makkelijker om drie- of vierklanken te spelen op een zessnarige bas.’
Shortscale De Pestilence-periode, die voor Jeroen amper twee jaar duurde, stimuleerde hem om nog meer uit zijn instrument te halen. In de jaren die volgden studeerde hij opvallend meer bas dan tijdens zijn conservatoriumtijd. ‘De focus lag op andere muzieksoorten als flamenco en de Moorse en Arabische muziek, waar duidelijk de oorsprong van mijn geluid ligt. Techniek kwam voor mij op de tweede plaats. Ik dacht alleen maar na over wat ik met mijn instrument wilde; welk onderdeel van mijn spel wil ik ontwikkelen.’
Rond 2003 besluit Jeroen zich toe te leggen op flamenco en fretloos spel. Om zich als bassist te ontplooien en te uiten, vindt hij in die muziek zowel ritmisch als melodisch veel ruimte. Op dat moment speelt hij bijna twee decennia bas, wat niet zijn enige bespeelde instrument blijkt te zijn: ‘In 1985 pakte ik voor het eerst een elektrische basgitaar op, maar ik speelde daarvoor vanaf mijn vijfde viool. Pas op mijn dertiende switchte ik naar bas. Ik weet nog goed dat ik begon met een shortscale-bas van het merk Avora: destijds 299 gulden. Om hem te kopen moest ik toestemming vragen aan mijn ouders, haha! Doorstromen naar de vooropleiding van het conservatorium in 1988 verliep vrij vlot. Mijn Avora-bas liet ik links liggen, want ik was intussen overgestapt op een vrij experimentele Leader-bas van exotisch hout met een boire body. Voor mij is de bas altijd interessanter geweest dan bijvoorbeeld een gitaar, maar als ik de tijd kon terugdraaien en mijn spel vertaal naar klassiek, dan zou ik het liefst cello spelen. Cello klinkt stukken mooier dan contrabas en je speelt veel makkelijker op een hoog niveau.’
Fretloos Ten tijde van Pestilence zat Jeroen op het conservatorium, maar die opleiding heeft hij nooit afgemaakt. Sinds 1993 geniet fretloos bassen zijn voorkeur; hij heeft zich het instrument volledig zélf meester gemaakt. ‘Door de klankkleur van een fretloze bas wilde ik het instrument volledig uitdiepen, en die kleuring trok mij ook naar de kant van de Arabische muziek. Hoewel ik in mijn conservatoriumtijd veel jazz speelde, noem ik mezelf geen jazzbassist. Ik heb me te weinig in de materie verdiept om echt goed jazz te kunnen spelen. Fusion vind ik daarom een stuk aangenamer om te spelen, ook al luister ik niet naar die muziek. Het zijn invloeden die ik meeneem in mijn spel, meer niet. Jazz boeit me, maar ik speel fretloos dus de wereld van Arabische muziek is eindeloos veel interessanter voor mij. Bij die muziek kom je namelijk in een andere toonschaal terecht. In de Arabische stijl hanteren ze een compleet ander toonsysteem dan wat wij gewend zijn. Een ander groot voordeel van fretloos bassen is dat ik de Arabische invloeden kwijt kan in onze death-metalmuziek.’
Obscura ‘De focus lag in de veertien jaar tussen Pestilence en Obscura op jazz- en flamencoprojecten, maar intussen hield ik death metal vanaf de zijlijn in de gaten. De ruimte die er voor een bassist ligt binnen de songstructuren was verantwoordelijk voor mijn terugkeer naar dat genre. De zang in deze muziekstijl is vrij intens en ritmisch, maar monotoon. Dat genereert melodisch gezien meer ruimte voor andere arrangementen. Hetzelfde kom je bij flamenco tegen: ook die stijl heeft een hele transparante klank. De bewegingsvrijheid voor melodie, afgewisseld met ritme en akkoorden maakt death metal boeiend en dynamisch.’
Obscura hanteert hele compacte en eenvoudige songstructuren, en op die manier schept de band voldoende ruimte voor een complexe riff of een virtuoos basloopje. ‘In Obscura tracht ik zoveel mogelijk dynamiek in de nummers te leggen, want dat mis ik bij veel andere death metalbands. Van de andere bandleden krijg ik alle vrijheid om mijn ideeën te etaleren, wat voor mij een belangrijke reden was om voor deze band te kiezen. Bij vlagen komen op het nieuwe Obscura-album - Cosmogenesis - fragmenten voorbij waar de basis van de muziek even wegvalt. In die ruimtes laat ik mijn Arabische en flamenco-invloeden er uitspringen. Verder speel ik voornamelijk met de basis mee, wat een prettige balans oplevert. Songs moeten geen overdosis aan gepluk en gepiel bevatten: goede muziek maken blijft het belangrijkste en juist niet overdreven technisch spelen om te laten zien wat je allemaal in huis hebt.’
Switchen ‘We oefenen in Neurenberg en komen alleen samen als we nummers uitwerken of als we ons voorbereiden op een show. Twee dagen voor onze apriltour door Noord-Amerika met Cannibal Corpse reis ik af naar Duitsland voor de warming-up. Een maand eerder begin ik me volledig te concentreren op mijn spel, net als de rest van de band. Zo voorkomen we stress voor een tour. Het is niet verstandig om je met de hele band twee dagen lang in het zweet te werken en de derde dag het podium op te klimmen: alle energie is dan uit je vingers. Met de opnames voor de cd hanteerde ik dezelfde aanpak. Dik een maand voordat ik de studio indook, diepte ik volledig uit hoe en wat ik precies wilde spelen. Bij aankomst in de studio had ik twee à drie arrangementen in mijn hoofd, waardoor ik kon switchen naar een andere baslijn als bleek dat het origineel niet paste. Al mijn partijen zijn ingespeeld zonder plectrum, omdat ik het geluid zoveel mogelijk uit mijn vingertoppen wilde halen. Tijdens het mixen is het basgeluid pas echt in balans op het moment dat je de grip op de snaren hoort; dan komt je basspel echt tot leven.’
Effecten ‘Voor een zo puur mogelijke sound gebruik ik amper effecten, enkel een voorversterker en een parametrische equalizer. Met die apparaten heb ik het voordeel dat ik live makkelijk frequenties kan “boosten” of er uit kan knippen. Desalniettemin zit het grootste gedeelte van mijn geluid in het instrument en in mijn vingers. Dat is de reden waarom ik nooit een basversterker gebruik, ook niet met opnames: ik plug altijd direct in op de tafel. Om een totaalgeluid te krijgen gebruik ik een chorus-effect, wat mijn kenmerkende sound bepaalt. Warwick endorsed me tijdens de komende tour met een speakertoren en versterker, dus dan maak ik waarschijnlijk meer gebruik van de effecten en mogelijkheden die me worden aangereikt. Of ik die effecten na de tour blijf gebruiken, weet ik nog niet. Voorlopig wil ik me volledig op de optredens en alles rond het nieuwe album concentreren. Daarnaast werk ik aan het studioproject Ensemble Salazhar, waarin ik samen met enkele andere muzikanten een balans zoek tussen wereldmuziek en fusion. Ook in die band speel ik fretloos. We maken een mix van jazz-en flamencogeoriënteerde muziek met veel percussiewerk, wat we in een modern fusionjasje gieten.’
Carles Benavent ‘Over flamenco gesproken: de Spanjaard Carles Benavent is zonder twijfel een bassist die mij enorm heeft beïnvloed en nu nog een grote inspiratiebron vormt. Hij heeft persoonlijk de basgitaar binnen de flamenco gebracht, dus voor mij is hij de godfather van de basgitaar. Deze man weet mij echt te raken, en hij heeft zo ongelofelijk veel betekend voor het basgeluid van de flamenco. Al decennialang maakt hij magnifieke muziek. Of het nu gaat om een soloproject of een van de vele bands waar hij deel van uitmaakte: alles wat Benavent aanpakt is fenomenaal.’
www.jeroenthesseling.com
Microtonaliteit ‘Dankzij mijn fascinatie voor het fretloze spel bestudeerde ik van 1995 tot 2003 de wetenschap van de microtonaliteit. Ik verdiepte me in de kleinere stappen dan de gebruikelijk twaalf in een octaaf, maar de frets zaten in de weg als ik tussen de noten wilde spelen. Daarom was ik in 1999 genoodzaakt om een 72-toons ´equal temperament´-basgitaar te ontwikkelen, zodat ik die noten wel kon spelen. Nadat ik de originele toets van twaalf fretten verving door een toets van achttien fretten, kon ik uiteindelijk derde noten spelen als ik een achttientoons octaaf frette. Vervolgens kon ik door middel van een specifieke snaarstemming een 72-toons octaaf spelen.’
Gouden tip ‘Intonatie is heel belangrijk, zeker als je fretloos speelt. Veel bladen en bassisten vragen mij: “Hoe creëer je toch dat geluid?” Ze willen weten welke effecten of versterkers ik gebruik. Ik vertel ze telkens dat het puur uit mijn vingertoppen komt; het is de intonatie die je geluid bepaalt.’
Jeroens Baslick ‘Er bestaat voor mij geen favoriete basloop; het is belangrijker dat de bas een flow veroorzaakt in een nummer. Een bassist kan prima zijn baspartijen spelen, maar hij moet er voor zorgen dat hij daarmee iets veroorzaakt. Bassisten zijn de schakel tussen de drums en de rest van de band, dus als een bassist wat doet met die ruimte dan wordt het voor mij interessant. Van eigen werk bevat het nummer Dreams van het Ensemble Salazhar-project mijn fraaiste baspartijen.’
Jeroens gear ‘Ik speel voornamelijk op mijn zessnarige, fretloze Warwick Thumb Neck-Through uit 1993. Dit is de basgitaar die ik gebruikte voor mijn studie in microtonaliteit, waarbij ik na die studie de achttien-toons ‘equal temperament’-toets door gitaarbouwer Ellio Martina liet vervangen door een fretloze Coromandel-toets. Zowel in de studio als tijdens liveshows gebruik ik altijd deze bas. Voor de opnames van het Cosmogenesis-album en de demo van Ensemble Salazhar was dit mijn ideale zessnaar, die ik ook de komende tour weer meeneem. De zessnarige Warwick Thumb Neck-Through uit 1989 met wengé toets, de zessnarig fretloze Warwick Thumb Neck-Through uit 1990 met palissander toets, de zessnarige Warwick Thumb Neck-Through uit 1991 met wengé toets en de zessnarige fretloze Warwick Thumb Neck-Through uit 1991 met ebben toets bespeel ik minder vaak, maar ik onderhoud ze uiteraard goed. Het Spheres-album van Pestilence nam ik destijds niet op met een Warwick-bas. Pas na de opnamesessies begon ik met het spelen op thumb-bassen. Alle electronica in mijn thumb-bassen gebruik ik in de passieve stand. Qua snaren ben ik al jaren een trouwe gebruiker van Warwick Medium roundwound Black Label-snaren, waarvan de B-snaar in A staat gestemd. Ik plug mijn bas altijd in mijn stereo-vierbands TC Electronic 2240 HS Parametric Equalizer/PreAmp. |