Aaldert van Weelden: Freelancet door Wonderland

Geschreven door Jan Colijn

internet_petra_rossiHet was liefde op het eerste gezicht. Als klein knaapje mocht hij ooit de gitaar dragen van de bassist van het gospelkoor van zijn vader. En toen hij in een onbewaakt ogenblik even die dikke snaren beroerde, was hij op slag betoverd door de magie der lage tonen. Nu speelt deze zoon van een Achterhoekse dominee met soullegende en kerkelijk leider Solomon ‘The Bisschop’ Burke.

‘Ik voel me enorm vereerd dat ik als enige niet-Europeaan mag meedoen.’ Was getekend, Aaldert van Weelden. De Borculoër valt even gemakkelijk in bij Toto-gitarist Tony Spinner als bij, pak ‘m beet, Willeke Alberti en André van Duin. Hij kijkt soms wat verwonderd om zich heen. Jarenlang kwamen in allerlei coverbandjes zo ongeveer alle soulklassiekers voorbij. En plots staat hij tussen mannen die verantwoordelijk zijn voor een aantal van deze composities met historische betekenis. ‘Tja,’ lacht hij, ‘die lui hebben gespeeld in band als The Jackson 5 en Earth, Wind And Fire, nog ruim voor mijn geboorte. Bands waarvan ik het repertoire altijd heb nagespeeld. Als je in Nederland muzikanten tegenkomt, heb je het vaak over gezamenlijke kennissen uit het metier. Dan komen vaak bepaalde namen voorbij. Borsato en zo. Bij Solomon Burke gaat dat ook zo. Alleen passeren dan ineens namen de revue als Aretha Franklin en Tina Turner.’


Kleuterjuf
Maar daarmee houdt dan zo ongeveer iedere vergelijking op. Want tijdens het touren met een Amerikaanse band gaat het er toch wel even wat anders aan toe. ‘Wat vooral zo prettig is, is dat alles voor je wordt geregeld. Vliegtickets, hotels… Je kunt je dus volledig focussen op de muziek. Ook als we met een luxe tourbus kriskras door Europa scheuren. Een gehuurde dubbeldekker met bovenin bedden, terwijl we onderin van alle gemakken zijn voorzien. Met een aanhanger erachter met daarin onze backline. Het is de muzikale hemel. Het enige wat we hoeven doen, is achter de kleuterjuf, de roadmanager, aanlopen. Haha, aangezien het nogal een groot gezelschap is, telt die vrouw ook echt of we wel compleet zijn. ‘t Is net een schoolreisje.’


Donker
Nadat hij als zoon van de dominee van het Achterhoekse stadje Borculo ooit chronisch besmet raakte met het lagetonenvirus, overwoog hij aanvankelijk nog een toekomst in de techniek. Maar de universiteit verruilde hij later voor een studie aan het conservatorium in Hilversum. Al komt die technische knowhow hem nu goed van pas voor het bouwen van zijn eigen versterkers en zijn eeuwige speurtocht naar de heilige graal: het ultieme basgeluid.

Van Weelden maakte deel uit van tal van bandjes, maar zijn hart ligt toch bij het freelancen. Waarbij hij soms vooraf niet eens wist wat hem te wachten stond. Het enige wat hij te horen kreeg, was of hij zijn contrabas of elektrische bas mee moest nemen. ‘Met invalwerk is het een kwestie van vertrouwen op je muzikale instincten. En als je het vaak doet, dan weet je op een gegeven moment: ik red me wel. Voor de rest laat ik het gewoon op me afkomen. Ik zie het wel en laat me graag verrassen.’

Zoals die keer dat hij werd gebeld voor een invalklus bij de revue van André van Duin. ‘Vlak voordat het doek omhoogging, zei de bandleider: ‘Oh ja, we beginnen in het donker.’ ‘Euh, en de lampjes voor de bladmuziek…?’, vroeg ik nog. Maar ook die moesten dus uit. Terwijl ik een basintro moest spelen, waarop het hele orkest zou invallen. Ha, het liep goed af. Ik vond het eigenlijk wel stoer.’

Van Weelden kan er nu om lachen. ‘Dat zijn juist de leuke kanten van het freelancen. Dat er soms de meest onverwachte dingen gebeuren. Op die momenten ben ik op m’n best. Dan voel ik me als een vis in het water.’ Die eigenschap kwam hem goed van pas toen hij enkele jaren geleden plots moest komen opdraven bij Solomon Burke, een van de weinige nog levende soullegendes. Oprichter van een eigen kerk, begrafenisondernemer, vader van achttien kinderen en een veelvoud aan kleinkinderen. ‘Ze waren aan het touren in Europa toen zich de ramp rond de orkaan Katrina voltrok. Familie van de bassist woonde daar. Solomon, een echte familieman, stond erop dat de man terugging naar New Orleans. ”Your family needs you”, zei hij. Via via kwamen ze bij mij terecht. Ik kende uiteraard de naam van Solomon Burke, maar niet zijn muziek. Er was nog een extra probleempje: er was geen bladmuziek. Iedereen in de band speelde alles uit het hoofd.’


A great job
‘Ik had anderhalve dag de tijd om het repertoire erin te stampen. Vooral veel kijken naar YouTube-filmpjes en ik ben nog even bij de plaatselijke platenboer langs geweest. Die man heeft een enorm repertoire. Ik had aantekeningen gemaakt die verspreid voor me op de grond lagen. Die bandleden moeten er nu nóg om lachen. Na afloop kwam trompettist Mike Harris bij me en zei met zo’n Miles Davis-stem: “It was an impossible job, but you did a great job.” Die man heeft in Earth, Wind And Fire gespeeld. Als zo iemand dat zegt, dan is dat een groot compliment.’ Solomon Burke vroeg me na afloop mijn telefoonnummer achter te laten. ‘Hij zou me bellen als hij weer in Europa was. Maar Amerikanen roepen natuurlijk wel vaker wat. In 2007 stond hij ineens op mijn voicemail. Met die indrukwekkende stem van hem: ”Dear Aaldert, this is bisshop Solomon Burke, calling from the United States of America. Are you available for the next upcoming tour?” Natúúrlijk was ik beschikbaar.’

Aanvankelijk zou Van Weelden alleen de Nederlandse tour meedoen. ‘Maar na enkele optredens vroeg hij of ik ook de rest van de Europese tour mee ging. Jazzfestivals in Montreux, Perugia… Met heerlijk zomerweer op die buitenpodia. Dat was puur genieten.’ Al blijft het spelen met Burke toch een kwestie van geconcentreerd blijven. ‘Er worden wel setlisten gemaakt, maar die kun je vaak na drie nummers alweer weggooien. Zo werkt hij veel met verzoekjes. Iemand roept wat uit het publiek en Solomon zet spontaan een nummer in. Hij heeft de gave van de “perfect pitch”. Hij begint dus gewoon - vanuit het niets - op de goede toonhoogte te zingen en de rest moet hem maar zien te volgen. In deze band heb je als bassist vooral een sturende functie. Een behoorlijke verantwoordelijkheid dus. Solomon zegt ook vaak tegen me: “Stay with me.” Hij leunt tijdens zijn optredens heel sterk op de bas. Mijn versterker staat vlak achter hem, zodat ik hem een stevige duw in zijn rug kan geven.’

Dat is juist wat Van Weelden zo aanspreekt. ‘Bij het freelancen gaat het niet alleen om het op een podium staan. Je moet ook muziek maken. Als bassist moet je een hele band kunnen optillen, ineens een versnelling hoger spelen. En als ik de andere bandleden dan met een tevreden gezicht om zie kijken, voel ik me happy. Dan is het knallen met die hap. Zeker in zo’n grote band moet dat. Je kunt als bassist wel perfect elke noot spelen, maar als je de band geen drive geeft of extra energie teweegbrengt, dan heb je je werk niet goed gedaan. Dan kun je maar beter een keer een noot missen.’


Mentaal studeren
Van Weelden stemt zijn geluid af op zijn tactiek. ‘Ik ben voortdurend op zoek naar een krachtige sound. En ik wil een stevig fundament voor de rest van de band neerzetten. Al schuilt daar natuurlijk wel een gevaar in. Het brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee. Iedere noot heeft op deze manier immers impact. En het gevaar bestaat bovendien dat je - zeker met bepaalde frequenties - anderen in de weg zit. Maar ja, als je een krachteloos geluid hebt, voeg je niets toe.’ Vandaar dat hij uitgebreid de tijd neemt voor de soundcheck. ‘Ik loop altijd het hele podium over en bespeel alle posities op de hals om te luisteren hoe de overige bandleden mij horen. Ik ben voortdurend op zoek naar een gebalanceerd geluid. De bas is per definitie een instrument dat gevoelig is voor akoestiek. Als je echter op het hele podium goed te horen bent, heb je als bassist de helft al gewonnen.’

De Nederlandse tour zit er intussen alweer op, de rest van Europa lonkt. En wat er na Solomon Burke op het programma staat? Hij heeft nog geen flauw idee. Dat is het voordeel van freelancen: er wachten telkens weer nieuwe verrassingen. Of het moeilijker is dan in een vast bandje spelen? ‘Ach, ik heb eigenlijk altijd al in veel bandjes tegelijk gespeeld. Dan word je daar handig in. Ik hoef ook niet per se mijn bas bij de hand te hebben om te weten hoe het akkoordenschema van een nummer in elkaar steekt. Dat kun je ook in de auto doen. “Mentaal studeren” noem ik het maar. Soms maak ik wat notities die ik vooraf thuis doorneem. Maar voor de rest is het gewoon het podium op en spelen.’

 

www.thekingsolomonburke.com

  


Dick Dijkman-bas
Aaldert van Weelden schuwt het experiment niet. Zo deinst hij er niet voor terug de boormachine in een oude Fender te zetten om proefondervindelijk vast te stellen hoe het is om dunnere piccolosnaren aan zijn vaste snarenset toe te voegen. Zijn trouwe handlanger is sinds circa vijf jaar een vijfsnarige DD-Jazzbass, gebouwd door luthier Dick Dijkman. ‘Ik hou van het passieve geluid van een bas, maar heb er toch een zelfgebouwde voorversterker in gemonteerd. Mijn uitgangspunt is dat ik het karakter van de bas niet wil veranderen, maar dat ik de tools wil hebben om bepaalde nuances te versterken. Aan de bas zelf wilde ik echter zo weinig mogelijk versleutelen. Ook als je ‘m rechtstreeks in de mengtafel plugt, moet ie gewoon goed klinken.’

www.double-d.nl
 

Geluidsfilosoof
Aaldert van Weelden bouwt zijn eigen versterkers, overigens niet te verwarren met die van de gerenommeerde bouwer en naamgenoot Peter. ‘De voorversterker heb ik al in 1987 gebouwd en hij voldoet nog steeds naar wens. Bij het bouwen ervan was ik vooral op zoek naar een evenwichtige klank. Waarbij bijvoorbeeld ook de G-snaar op alle posities vet blijft klinken.’ Van Weelden heeft zo zijn eigen filosofie over het basgeluid. Hij kan er uren over vertellen. Zijn geheime wapen: het middengebied: ‘Het spectrum van een bas is ontzettend breed. Veel mensen focussen zich op veel hoog en veel laag. Het laag wordt echter vaak afgedekt door de bassdrum en het hoog door toetsen, bekkens en gitaar.’

Een basversterker doet volgens Van Weelden in de eerste plaats dienst als monitor: ‘De amp houdt je geluid overeind, maar zorgt er ook voor dat de rest van de band je goed kan horen. Bij het bassen produceer je met je linkerhand de melodie en de groove en met de rechterhand de klank. Dat moet allemaal overeind blijven. Vandaar dat een goede basversterker moet voldoen aan de specificaties van een goede high-end-installatie. Hij moet “larger than life” zijn, een vergrootglas voor alles wat jij doet. Je versterker moet alles niet alleen uitversterken, maar dus ook uitvergroten. Dat is een absolute voorwaarde. Want als jij een nuance speelt, moet de versterker die weergeven. Als ik met verschillende technieken speel - fingerstyle of slappen - dan wil ik dat kunnen terughoren. En een versterker moet dat niet louter doen wanneer je in je eentje staat te spelen, maar ook binnen een band. Want wat voor zin heeft het anders om verschillende technieken te gebruiken? Dat is net zoiets als praten met je mond vol.’

 

www.aaldertvanweelden.nl



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen