| Nu kunnen we klagen over hoe lastig het is om je basgitaar lekker te versterken, maar dat kán tenminste. Gewoon een kwestie van geld. En er moet wat te versterken zijn, dus je moet kunnen spelen. Maar heeft iemand de laatste tijd nog contrabassisten horen vertellen hoe tevreden ze zijn over hoe hun instrument versterkt klinkt? Toch is er van alles op de markt. Hoog tijd om met vier bijzonder kritische contrabasmannen, Henk de Ligt, Stan Stolk, Lucas Dols en Luc van Gestel (samen goed voor dik honderd jaar pluk- en strijkwerk) een bloemlezing aan elementen, versterkers en microfoontjes tegen het licht te houden.
Terwijl buiten de stoomboot van de sint de sluizen doorsukkelt en ‘tout’ kinderrijk Vlaardingen het kroost op de gekwelde nekken zet, komen de bassisten aan bij De Kroepoekfabriek: ooit een echte kroepoekfabriek, nu Nederlands jongste podium voor muziek, dans, hiphop en theater. En, zo wist schrijver dezes, uitgerust met een buitengewoon goede akoestiek voor versterkte muziek. Directeur Renske Verbeek zorgt ondanks een nacht doorwerken om 10.00 uur voor een infuus van cappuccino’s. ‘En zo zet je de PA aan. Je mag ’m gebruiken, maar als er wat kapot gaat, dan krijg je de rekening!’ Met digitale mengtafels (en sowieso met mengtafels) moet je om kunnen gaan. Daarom was het extra mooi dat Sjoerd Terpstra van Amptec de basmicrofoon van DPA voor de test kwam langsbrengen. Hij nam de technische ondersteuning van de ochtend voor zijn rekening. En contrabasbouwer Rogier Dieges (zie het renovatieartikel over mijn contrabas in een eerdere editie) kwam niet alleen een ‘testbas’ en de nodige spullen langsbrengen, maar hielp ook per element en microfoon de hot spots op de contrabassen te vinden. Kortom: stagelights aan en beginnen!
Moeilijk Laag is lastig. En een contrabas is nog lastiger. Zeker omdat het feitelijke geluid ontstaat op meerdere plekken op het voorblad (nee, het komt niet alleen uit de f-gaten!). En het klinkt bovendien op iedere plek en op iedere afstand weer anders. Ook wie in de studio een fijne buizen-Neumann voor zijn bas krijgt, zal goed moeten zoeken naar het punt in de ruimte waar die microfoon de bas ‘hoort zoals hij is’. Dat kan ter hoogte van de basbalk zijn, op een afstand van een centimeter of 30. Daar klinkt mijn bas vrij rustig, maar andere bassen juist weer niet. Eén microfoon dichtbij, één verder weg. Ik heb eens met een geluidstechnicus twintig dure en minder dure microfoons op steeds vier plekken rond mijn bas gezet en testopnames gemaakt. Er is maar één regel: iedere microfoon heeft een andere hot spot. Er is geen ‘ideale’ plek. En heb je ooit die ervaring gehad dat jouw contrabasmicrofoons vooral drums en percussie op blijken te pikken, maar dat je gelukkig alleraardigst via de microfoon van de piano binnenkomt? Omdat die, dankzij de wat grotere afstand, jouw laag oppikt? En dat is dan nog in de studio… Het verhaal van Ampeg, de ‘amplified peg’-microfoon in de eindpin, is bekend. Het werkte niet, want zo leuk klinkt het niet binnen in een contrabas. Dus benutte de gemiddelde bassist sinds ’68 - in navolging op Ray Brown - een klein, met stof bekleed PolyTone-combo, met vaak een dito element die je met schroefdraad tussen de poten van de kam klemde. Het resultaat: tsja. Als je van middentonen houdt… Het latere Underwood-element, dat je tussen de vleugels van de kam klemde, was niet veel beter. Maar in mijn Rotterdamse regio speelde zowat iedere conservatoriumstudent of -docent op deze combinatie. En het klonk NIET. Maar gelukkig, de tijd ligt achter ons dat bespelers van een lid van de f-gatfamilie konden neerkijken op versterking en het ofwel gewoon weigerden en dus onhoorbaar waren, ofwel het ‘aan de techniek’ overlieten. Dan wel, ‘omdat het moest’, met de nodige walging een goedkoop elementje en een wiebelversterkertje kochten. Een paar duizend gulden voor een strijkstok sprak vanzelf, maar iedere honderd voor elektronica was te veel. En toch, helemaal onbegrijpelijk was dat niet. Want het geluid dat jij als bespeler hoorde, kwam niet uit die speaker. Nooit.

Slagorde Rogier en Sjoerd hebben inmiddels de versterkers in slagorde gezet, vier bassen wachten op het podium. Wat verwachten de heren van contrabasversterking, met de bagage van samen honderd jaar elementen, microfoons en speakerkasten uitproberen? Henk: ‘Ik ga ervan uit dat de speakerkasten toch behoorlijk groot moeten zijn. En ik wil een versterker met een flink vermogen. Dat werkt.’ Stan: ‘Hoe lastig ook: versterking mag gewoon niet kleuren.’ Luc: ‘Nou, van mij mag dat juist wel. Ik heb liever een mooie kleuring!’ Lucas: ‘Ik wil overeind blijven! En ik houd van die Gallien-Krueger-combootjes, ik heb er zes… Die dingen kleuren enorm, maar ik heb er wel “toon” mee.’ Ook Rogier en Sjoerd hebben zo hun voorkeuren. Rogier: ‘Ik geloof niet in basreflexkasten voor contrabas. Die gaan wapperen.’ En Sjoerd vindt het vooral van belang dat alle noten even hard klinken. ‘En de impedantie van element en versterkerinput moeten met elkaar matchen.’ Dat laatste punt mag wat mij betreft een objectief criterium genoemd worden. Het nare middentonen-gekwaak van diverse contrabaselementen uit het verleden was voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de mismatch tussen versterker en element. Een Jazz-bas-element heeft een impedantie van circa 11.000 ohm (11 kHz), een microfoon als de Shure SM58 heeft een impedantie van 150 Hz, en een gemiddeld piëzo-element heeft een impedantie van 1.000.000 ohm, oftewel 1 MHz. Een doorsnee basgitaarversterker heeft een ingangsimpedantie van 500 kHz. Daar kan dus prima een Jazz-bas in, maar een microfoon of piëzo werkt gewoonweg niet goed.
De eerste pluk Sjoerd stelt met behulp van de decibelmeter in zijn iPhone het volume van de versterkers gelijk op 70 dB. ‘Als ze nou een 10”- of 12”-speaker in die iPhones zouden zetten, waren we gewoon klaar!’, vindt Rogier. De heren nemen om de beurt plaats achter Rogiers testbas, waarop een Realist Transducer, een Yamahiko-element (de ‘stelschroef’ in de kam) en een door Rogier gebouwd magnetisch element zitten. Een voor een worden de versterkers afgewerkt, steeds met een ander element. Het Realist-element doet het goed en klinkt warm in combinatie met de Gallien-Krueger-combo’s, maar niet met de Markacoustic-amp. Daarmee klinkt de bas wollig en verliest de toon ‘kern’. ‘Op hogere volumes krijg je rare pieken in je geluid met die Realist!’, constateert Lucas. Luc vindt de ‘douw’ van de Realist wel in orde. Beide combo’s van Acoustic Image krijgen de handen niet op elkaar. Luc vindt ze wel prettig en weet dat ze met een ander boxje ook de wat hogere volumes wel aankunnen. De beschrijvingen van de andere heren worden allengs bloemrijker, en men vindt elkaar in termen als ‘neuzig’ en ‘dozig’. In combinatie met de Yamahiko leveren zowel de Markacoustic als de Gallien-Krueger een alleszins acceptabel geluid op, met de Markacoustic in een warm voordeel. Luc: ‘Met de Realist was het op die Markacoustic wat lastiger intoneren. Maar nu wint ie het op warmte!’ Het magnetische instrument van Rogier kan aanvankelijk niet op genade rekenen. ‘Net een basgitaar!’, vindt Stan. Maar na een tijdje spelen is iedereen toch wel positief over de definitie van het geluid. ‘Het is een stuk beter dan die chromen Schaller van vroeger!’ Stan en Luc kunnen zich goed voorstellen dat er situaties zijn dat je blij bent met een geluid dat overal door de mix komt, in een pop- of salsabezetting bijvoorbeeld. ‘Dit is wel de Steve Swallow-toon. En je kunt ’m ook prima door allerlei effectpedalen sturen!’ Voor de grap worden de elementen ook op een toevallig aanwezige Ampeg-basgitaarcombo getest. En dat klinkt dus niet. ‘Moet aan de impedantie liggen’, denkt Sjoerd. Drie elementen, met ieder echt een eigen klankkleur. Nog niemand met rode oren, maar iedereen vindt het Markacoustic-combootje ‘erg meevallen’.

Niet hufterproof Aan de beurt is de Schertler Dyn B, een plakelement, of misschien beter gezegd een plakmicrofoon, die met een soort ‘putty’ op de hot spot van je bas gemonteerd dient te worden en uitsluitend te gebruiken is in combinatie met een voorversterker. ‘Nou, het klinkt hol, alsof er een scheur in het bovenblad zit’, vindt Henk. Maar na een flinke zoektocht naar de hot spot op de bas klinkt de Dyn B al een stuk warmer en gelijkmatiger, al voelt iedereen dat er nog een ‘hetere’ plek moet zijn. ‘Hier moet je echt de tijd voor nemen. Hufterproof is dit niet’, vindt Lucas. ‘Bovendien, met dit geluid kun je echt niet meer goed intoneren naast een drummer.’ De ruim 600 euro kostende Schertler Dyn B gaat geen favoriet worden, zoveel is duidelijk. Is de Schertler in feite een ‘halve’ microfoon, de AMT S25 B en de DPA 4099B zijn echte microfoons, ook al zijn ze erg klein. Van de combo’s kunnen nu uitsluitend de Acoustic Image en de Markacoustic meedoen; de Gallien-Krueger heeft geen microfooningang en ook geen fantoomvoeding. Intussen is Sjoerd de Kroepoek-PA aan het opstarten en pakt Henk zijn bas, met Wilson-elementen, uit. Ook met de microfoons is de plaatsbepaling erg belangrijk. De DPA levert vrij snel een goed geluid op, maar komt bij een neutrale toonregeling zowel op de Markbass als op de PA een beetje laag te kort. De AMT heeft bijna iets te veel, maar blijft een fractie beter overeind. Na een heel klein beetje tweaken met de toonregeling komen beide microfoons tijdens de A/B-test wel erg dicht bij elkaar. Solo wint de AMT het op punten. Lucas, die aan het inpakken is voor een volgend optreden, vat zijn ervaringen samen: ‘Ik blijf bij Gallien-Krueger. Met Markacoustic op een goede tweede plaats, maar die viel een beetje om met de Realist. Zeker met strijkwerk. Die DPA vind ik geweldig, die is prima om door de PA te sturen en dan met een Fishman Full Circle over mijn versterker. Definitie, daar gaat het me om. En die heb ik met deze combinatie.’
Het Wonder Henk wil weten hoe de combinatie van zijn Wilson-elementen (vier in de kam geboorde, per snaar instelbare piëzo’s) en de microfoons uitvalt. En het Wonder geschiedt. De combinatie van de strakke toon van de piëzo-elementen met de ‘lucht’ van de DPA-microfoon blijkt over de PA een basgeluid op te leveren waarmee bergen verzet kunnen worden - gestreken en geplukt, zonder aanpassingen. De DPA voegt net wat meer toe dan de AMT. Luc is het daar wel mee eens. ‘Ik moet zeggen: die DPA klinkt frisser, gemakkelijker dan die AMT. Maar die vind ik nu eenmaal erg mooi in ’t laag.’ Sjoerd vindt de AMT wel wat weerbarstig. ‘Ik moest er behoorlijk hard aan werken, er moest wel erg veel laag af.’ Stan en Lucas vinden de Markacoustic, hoewel niet verkeerd, wel een erg onharmonisch profiel hebben. ‘Hij reageert erg verschillend op de diverse elementen, en dat zou eigenlijk niet mogen.’ ‘Ja, maar dat is juist waar het om gaat!’, weet Luc. ‘Het is een kwestie van het vinden van gelukkige combinaties. Vergeet niet, we proberen eigenlijk het onmogelijke. En dat hebben we toch in zekere zin bewerkstelligd.’ Inmiddels is Henk met zijn Wison-DPA-combinatie verhuisd naar de Markacoustic. Die wonderwel overeind blijft, en zowel de microfoon als de elementen prima doorgeeft. Ook op hoog volume. Als je er maar een meter of wat vandaan blijft. ‘Henk, jij geloofde toch niet in kleine kastjes?’
Conclusie Tijdens de laatste koffie worden de ervaringen nog eens op een rij gezet. Acoustic Image viel tegen. Gallien-Krueger blijft overeind. Markacoustic is kieskeurig in zijn match met sommige elementen, maar is toch wel erg goed. Zeker met de ‘winnende’ combinatie DPA-Wilson. De AMT-microfoon blijft toch ook een topper. ‘Jammer dat Lucas nou net die Wilson-DPA-match heeft gemist…’ Bassen worden ingepakt, stationwagons voorgereden. ‘Leuk om dit eens te doen, dit hebben we eigenlijk nog nooit meegemaakt!’
Mij blijft ’s avonds vooral het vraagstuk van de impedanties bezighouden. Misschien dat met een regelbare impedantie… Maar dan komt Lucs verzuchting me weer voor de geest: ‘We proberen het onmogelijke!’
Geteste apparatuur*
Versterking - Acoustic Image Focus & Ten 2-speaker, Acoustic Image Contra, vanaf ca. € 800,- - Markacoustic AC 101 € 1.069,- - Gallien-Krueger MB 150, € 925,-
Elementen - Yamahiko, € 395,- - David Gage, The Realist, € 175,- - Wilson, ca. € 700,- - Schertler Dyn B, vanaf ca. € 600,- - Rogier Dieges MD-element (prototype)
Microfoons - AMT SP25-TB, inclusief voorversterker, ca. € 1.000,- - DPA 4099B, vanaf € 433,-
(* winkelprijzen)
http://www.diegesdoublebass.com * www.kroepoekfabriek.nl * http://www.amptec.nl
Foto’s: Monique Pitoy
 |