Hevos en Vanderkley - Nederlandse versterkerbouwers

Geschreven door Chris Dekker

panel_kleyhevos01Als het om instrument- en versterkerbouw gaat, is Nederland nooit een grootmacht geweest. Vroeger had je de instrumenten van Egmond en de versterkers van Novanex en London City. Tegenwoordig heb je Koch-versterkers voor gitaristen en twee kleine basversterkerfabrikanten met een zeer goede naam in de baswereld: Hevos en Vanderkley.  De Bassist ging om tafel met CEO‘s Rob de Vos en Marc Vanderkley, die alles vertelden over wat er allemaal bij komt kijken. 

Dat ons landje twee basversterkerbouwers van naam heeft is bijzonder. Op een zeldzaam zonnige dag in augustus spraken we af met de heren achter beide bedrijven. Marc Vanderkley is naamgever van het merk met de opvallende rode speakerkasten en de achternaam van Rob de Vos vormt samen met die van zakenpartner Ben Heil de merknaam Hevos. Natuurlijk werd er gesproken over de eigen versterkers en speakerkasten, maar het eigenlijke doel van de bijeenkomst is om de kenners aan het woord te laten over het hoe en waarom van versterkers. Wat zijn de mythen en wat zijn de waarheden? En is het toevallig dat beide high end-merken Nederlands zijn?

Omgekeerd bedrijfseconomisch 
Marc Vanderkley: ‘Ik woon toevallig in Nederland. En waarom zou ik slechte spullen maken? Ik probeer gewoon het beste te maken, binnen de mogelijkheden die ik heb.’ 
‘Als kleine bouwer in Nederland moet je goed nadenken over wat je wel en niet kunt’, meent Rob de Vos. ‘Je kunt je hier eigenlijk alleen maar op kwaliteit richten. Als het om groot en goedkoop gaat, dan moet je in China gaan produceren en dan ben je hier slechts een verkoopkantoor. Met high end-spullen kan je jezelf onderscheiden en dat proberen we vol te houden. Uiteindelijk vereist dat inzicht, topcomponenten en nooit beknibbelen op kwaliteit. Eigenlijk hebben wij een omgekeerde bedrijfseconomische visie: we bouwen eerst iets dat goed is en daarna gaan we pas kijken wat het voor de consument moet kosten. Economen zouden gillend bij ons weglopen, haha!’ ‘De luidsprekers die wij gebruiken komen er bij de grote fabrikanten niet in’, vervolgt Marc. ‘Kwaliteit staat voorop, ik wil vooral goede dingen maken en geld verdienen is niet het eerste idee. Uiteindelijk staat mijn naam er op, dus ik wil iets goeds leveren.’
Rob is het daarmee eens: ‘Ik zou niet graag heel groot willen worden. Ben en ik zijn sterk in goede producten bedenken en maken, maar om dat vervolgens aan de man te brengen is iets anders, en best moeilijk. De mix die we nu hebben is goed. Ik werk nog naast Hevos en daarom heb ik een afwisselend leven. Als ik morgen mijn baan kwijtraak, zet ik Hevos in een hogere versnelling, maar het hóeft niet.’ Ook Marc heeft als veel spelende muzikant een vangnet: ‘Als ik een maand minder verkoop staan daar optredens tegenover. Het kan allemaal net, maar ik kan bijvoorbeeld niet heel groot inkopen. Uiteindelijk maak je de keuze tussen klein en goed of groot en minder goed.’

panel_kleyhevos

Lage E
‘Er wordt wel gezegd dat er anno 2011 geen slechte versterkers zijn. Er is veel meer te krijgen dan twintig jaar geleden, maar er is ook heel veel middelmatige meuk’, meent Rob. ‘Je kan het aan de prijs al zien. Goedkoop is meestal rotzooi. Versterkers zijn goedkoop te maken: het zijn gewoon printplaatjes. Een voeding is wel duur en daar wordt vaak op bezuinigd. Een lage E kost veel energie om te versterken. Een versterker moet dan even veel stroom leveren en zonder een goede voeding lukt dat niet. Ik kom veel versterkers tegen die op laag volume best aardig klinken, maar waarbij de E gewoon niet drukt op hoge volumes.’ 

Dynamiek
Beide merken hebben een flink aanbod van versterkers en kasten. Opvallend is dat zowel Hevos als Vanderkley een buizenvoorversterker met een Klasse D-eindtrap combineren. Wij vroegen om een verklaring van deze keuze. ‘Ik dacht dat ik een hekel aan buizen had, want Ampeg is niet mijn smaak’, bijt Marc het spits af. ‘Ik heb een mooie verzameling bassen en op veel versterkers hoorde ik het karakter van de bassen niet. Ik koos daarom voor Glockenklang, maar dat te cleane was het ook niet. Ik werk samen met iemand die al zestig jaar buizenversterkers bouwt, dus vandaar dat ik toch met een buizenvoorversterker aan de gang ging. Ik heb de bouwer verteld wat ik wilde en na een jaar ontwikkeling was ie daar. Mijn versterker, die ik zelf bouw, klinkt zuiver, maar de dynamiek is gewoon anders. Als ik nu terug ga naar Glockenklang, dan klinkt die te dood. Ik ben nu bezig met een nieuwe versterker met alles in één. De Klasse D-eindversterker wordt gemaakt door Hypex, vlak bij mij in Groningen. Zij behoren tot de top in de wereld.’ Rob knikt instemmend, terwijl Marc zijn verhaal vervolgt: ‘Als die versterker klaar is, wil ik een aparte eindtrap laten maken voor bij mijn huidige buizenvoorversterker. Meestal klinkt Klasse D plat qua dynamiek, maar deze niet en die van Hevos ook niet.’ ‘Dat heeft met het type en het ontwerp te maken’, vult Rob aan. ‘Klasse D is maar één manier om vermogen te maken en het heet zo omdat Klasse C er voor zat. Zo simpel is het. Als je het goed kunt, zoals Hypex, dan is het een mooie techniek, waardoor je een goede versterker krijgt.’ ‘Hypex is Nederlands en dat is toch wel speciaal’, meent Marc. Rob vervolgt zijn verhaal: ‘Wij gebruiken ook een buizenvoorversterker. Het is warmer en het geeft meer dynamiek. Een technicus zal voor de voordelen van een transistor kiezen, maar het geluid van een buis is echt beter. Het geluid van de voorversterker moet je vervolgens versterken door eindtrap, zonder dat die meekleurt.’

panel_kleyhevos02

Peulenschil
Beide merken leveren voornamelijk direct aan de klant. Wordt diens mening meegenomen in de ontwikkeling van nieuwe spullen? ‘Er zijn mensen van wie ik het oordeel kan vertrouwen. Die zijn belangrijk voor me. Iemand als Jeroen Vierdag bevestigt vaak wat ik denk en dat is ook goed’, meldt Marc lachend. Rob is het daarmee eens: ‘Bij ons is het ook hartstikke belangrijk. Voor de 400T hebben we intensief contact gehad met contrabassisten. Als basgitarist weet je gewoon niet wat een contrabassist wil. Een basgitaar versterken is een peulenschil, omdat die qua impedantie goed matcht met de versterker. Contrabassisten hebben altijd rare microfoons, exotische piëzo-elementen en soms is opeens al het laag weg. Een contrabascombo moet dus qua voorversterker goed matchen. Dat betekent eerst veel met mensen praten en dan prototypes meegeven.’ ‘Ik ben bezig met wat ideeën van Vierdag’, meldt Marc. ‘Hij heeft een goed element en een microfoon en die moeten beide in de versterker. Dan zit je met de toonregeling en fantoomvoeding voor de microfoon. Dat wordt een volgend project. Ik heb ideeën genoeg, maar het kost tijd en geld.’ Bestaat de ideale versterker? ‘Voor mij bestaat ie. Voor Rob ook, maar dat hoeft niet dezelfde versterker te zijn.’ ‘Dan zouden we maar één versterker hoeven te maken’, denkt Rob. Marc: ‘Wat technisch goed is kan je meten, maar soms geven fouten juist een goed geluid.’ ‘Geluid is een kwestie van smaak’, vindt Rob. ‘Maar het is wel een feit dat technisch nu bijna alles kan en dat je niet meer de problemen hebt van twintig jaar geleden.’ Marc bevestigt dat: ‘Momenteel experimenteert de gitaarwereld met allerlei combinaties van buizen, MosFet en digitaal en die ontwikkeling is in de baswereld allang doorgevoerd. Ik denk dat we er dus wel aardig zijn, maar net zo belangrijk als je versterker is je basgitaar en de akoestiek van de ruimte waarin je speelt.’ ‘Inderdaad. Onze klanten zijn vaak tevreden over hun geluid. Je ziet ze terug als ze kleiner of groter willen, maar niet voor een ander geluid’, merkt Rob tevreden op. Marc: ‘Soms zeg ik tegen klanten: “Koop eerst eens een goede bas”. Alles samen bepaalt je geluid.’ ‘Ook het omgekeerde maak je mee’, weet Rob uit ervaring. ‘Een contrabassist met een instrument van € 50.000,- en een budget van € 300,- voor een versterker. Gelukkig hoef ik niet per se te verkopen, anders is dat een moeilijk gesprek. Goed spul kost gewoon geld.’ 

Eigen zaal
Qua versterking zijn de heren het eens. Maar hoe zit het met de baskasten? ‘Ik speel op twee 1x12”-kastjes’, begint Marc. ‘Niet vanwege de hype rondom 12”, maar vanwege het geluid en het handzame aspect. Er is de mythe dat 12”-speakers alleen voor gitaar zouden zijn, maar dat ze bij gitaar ook lekker klinken is toeval. Ik hoef geen 4x10”, maar die maak ik omdat er vraag naar is.’ ‘Er is veel verschil tussen 12”-speakers onderling, dus ik vindt discussies over speakerformaten die alleen voor gitaar zouden zijn non-discussies’, aldus Rob. ‘Grote speakers hebben een zwaardere conus, die minder gemakkelijk beweegt. Een grote speaker is dus te log om een heel hoog signaal door te geven, maar beter in het laag. Daarmee heb je alles gezegd. En dan krijg je de spraakverwarring dat een grote speaker traag zou zijn. Een 10” reageert niet sneller op een signaal van 500Hz dan een 12”. Er gaan allerlei broodje-aap-verhalen de ronde die nergens op slaan. Het neemt soms haast religieuze tintjes aan. Zo is onze 12” populair bij contrabassisten, maar twee van de tien bassisten kiest dan toch voor een 10” en een voor een 15”. Het hangt allemaal af van de bassist en het instrument.’ Marc’s klanten combineren een 1x12” met een 2x10”. De reden? ‘Het klinkt mooi. Punt. Het rare is dat in sommige zalen de 10”-kasten beter klinken en in andere de 12”. Ook de plaatsing van je speakerkast bepaalt veel van je geluid. Op Robs site kan je daar veel over lezen. Helaas kan je op een podium niet altijd veel doen.’ ‘Eigenlijk kun je beter je eigen zaal meenemen, dan hangt het veel minder af van op welke installatie je speelt’, concludeert Rob lachend. 

panel_kleyhevos03

Hybride auto‘s
Ook qua speakermaterialen willen de heren wat mythen ontkrachten. Zo zouden lichte neodymium-speakers schel klinken en hun kracht verliezen. En door een tekort aan het materiaal, dat erg veel gebruikt wordt in accu‘s van telefoons, laptops en hybride-auto‘s, wordt het peperduur. Marc heeft er veel geprobeerd en ook hier is het weer smaak: ‘Een neodymium-speaker klinkt niet slechter dan eentje met traditioneel ferriet als magneetmateriaal.’ ’Een magneet is een magneet’, leert Rob ons. ‘Die hebben geen geluid. Het is wel zo dat een neodymium-magneet vervelend klein is en die worden binnen de spreekstoel van de speakers geplaatst. Een boerenlullenmagneet als ferriet zit om de spreekstoel en dat klinkt gewoon iets anders. Het is dus een constructieverschil. Het enige interessante voor een bassist is dat zijn kast lichter wordt.’ Marc: ‘Laten wij ons maar druk maken over de juiste speakers! Wij leveren gewoon goed klinkende kasten.’ Rob: ‘Fabrikanten komen te snel met nieuwe ontwikkelingen. Magneten demagnetiseren en neodymium doet dat op een relatief lage temperatuur. Speakers worden bloedheet en daarom is koeling erg belangrijk en de eerste neo-speakers verloren inderdaad snel aan kracht. Dat is allemaal opgelost.’ ‘Materiaal is qua prijs wel vertienvoudigd de afgelopen jaren’, vertelt Marc. ‘Gelukkig valt het bij mijn leverancier mee. Als de prijzen te gek worden ga ik naar iets anders zoeken.’ Rob: ‘Wij hebben veel ingeslagen vóór de prijsstijging. Maar bijvoorbeeld van een 15” die we bijna nooit gebruiken kunnen we niet teveel inkopen. We hebben inmiddels een alternatief met ferriet gevonden. Het gewicht valt mee. In de toekomst kunnen kasten dus iets duurder of zwaarder worden. De prijsstijging komt doordat China bijna geen neodymium meer exporteert, maar inmiddels zijn er oude mijnen heropend in andere landen. Die waren opeens weer rendabel.’

Luisteren
Is het maken van speakerkasten een wetenschap, ervaring, geluk of een combinatie? ‘Een combinatie’, meent Marc. ‘Ik leerde veel van een oom die een PA-bedrijf had en zelf speakers bouwde, maar mijn eerste 1x12” maakte ik uit m’n hoofd. Het is experimenteren en het was bij mij meteen goed. Later heb ik het berekend en het bleek goed te kloppen. Ik heb een programma gekocht dat formaten berekent, maar wat daar uitkomt is niet heilig. Je moet daarnaast ook luisteren en als het werkt is het goed.’ Rob is het er helemaal mee eens: ‘Het is deels wetenschap, die je gewoon kunt kopen als software, maar daarnaast is het bijschaven en vooral keuzes maken.’ ‘Het gaat naast formaat ook om je speakers, het hout en andere materialen’, concludeert Marc. Na de meningen over versterkers, speakers en speakerkasten komen we uiteindelijk aan op de sluitpost van menig bassist: de speakerkabel. Natuurlijk hebben de heren daar ook een mening over. ‘Gebruik nooit een instrumentkabel’, meent Rob. ‘Gebruik een dikke kabel en niet langer dan nodig’, vult Marc aan. ‘Maar dat kabels richting hebben is onzin en dan zijn er nog kabels van € 200,- verkrijgbaar. Ik hoor dat niet.’ Rob: ‘Voor veel vermogen is een dikke kabel nodig en SpeakOn-pluggen brengen dat het beste over.’



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen