Vintage shortscales - Oud, kort en raar

Geschreven door Chris Dekker

panel_12In eerdere edities van het Panel sprak Willem Huetink met bezitters van misschien wel het hoogst haalbare in de baswereld: een oude Precision. Onze Vlaamse correspondent Bart Parmentier onderzocht met enkele verzamelaars wat de beste instrumenten zijn voor een serieuze collectie of voor studiowerk. Deze keer zochten we niet naar de ideale bas, maar naar de charmes achter lelijke eendjes, oude instapbasjes, vergane glorie, winkeldochters, maar ook de vergeten pareltjes. 

Popcentrum de Jacobiberg lijkt deze zondag even de Vintagebeurs in Veenendaal. De zwarte koffers en tassen blíjven binnenkomen en de eerste vijf minuten weet je niet waar je moet kijken. Wij nodigden drie basjournalisten uit, die alle drie live met een bijzondere en korte bas spelen: Remus Aussen, Rob van den Broek en Michiel den Dulk. Alle drie namen ze enkele bijzondere shortscale bassen mee. Deze bassen hebben een mensuurlengte van ongeveer 30”, in tegenstelling tot de 34” van een gemiddelde Fender. Om de collectie nog wat uit te breiden werd er ook beroep gedaan op de bassen van ‘pedalenman’ Rogier Kerkhof en de heren hoofdredacteuren zelf. Natuurlijk is het een droom om een middag op allerlei oude en rare bassen te spelen, maar we hadden ook een duidelijke vraag. Het is makkelijk om een nieuwe P of actieve Ibanez uit het rek te pakken. De bassen van vandaag hebben echter wat meer karakter. Maar kan je er iets mee? Zijn het nuttige instrumenten of is het alleen leuk voor aan de muur? Alle bassen waren welkom, mits oud, kort en raar. Het is belangrijk om te melden dat er drie soorten bassen aanwezig waren. Echte oude budgetmerken zoals een Eko, Hopf en Danelectro, maar ook de instapmodellen van grote merken als de Fender Musicmaster en Rickenbacker. De derde en laatste categorie bestond uit dure, top-of-the-line shortscales, zoals de Fender Coronado en Les Pauls. Een fruitsalade is lekkerder dan alleen een appel of een peer, nietwaar?

 

Holle kasten
Remus trapt af met een bijzondere mening: ‘Ik heb lang geloofd dat ik een Rickenbacker moest hebben, maar ik kreeg er geen goed geluid uit. Als reactie ben ik op goedkope bassen gaan spelen, zoals op deze Framus Star Bass.’ Michiel: ‘Is die toon altijd zo kort? Dat komt vast door de ebbenhouten brug en de flatwound snaren.’
Remus: ‘Het is opvallend dat vrouwen altijd van dit soort warme klanken houden en mannen meer van een grommende bas.’ ‘Met deze kleine stemmechanieken is het lastig om snaren te verwisselen’, vindt Michiel. ‘Dat is meteen het nadeel van oude bassen.’

Rob: ‘Dit is wel een “one trick pony”. Het klinkt geweldig, maar slechts voor enkele nummers.’
Remus: ‘Dit is echt voor Motown. Voor de dance-nummers is ie niet geschikt, haha! De toon is snel weg, maar als ie er is, is ie er wel goed.’
Michiel: ‘Dit geluid is wel Höfner-achtig. Laten we mijn Höfner 500/1 nu proberen.’
Rob speelt wat: ‘Deze heeft echt dat felle, boze pianogeluid. Hij klinkt net wat lekkerder dan de Framus.’ 

De volgende bas is de grote Eko van Rogier. Helaas is het halselement gestorven. Rob slaat een toon aan en door de aanwezige buizenversterker houdt de toon bijna eindeloos aan. ‘Wat nou, geen sustain!’ ‘Deze gaat snel’, merkt Remus op. ‘Maar wel een lekkere bas.’ Michiel: ‘Mooi geluid! En een mooi stukje hout. Dit is een echte vlam en geen opgedrukte.’

Remus: ‘Opvallend hoeveel laag er uit dit brugelement komt, maar hij kan ook fel klinken.’
Michiel: ‘Kwalitatief lijkt deze beter dan de eerdere twee.’
‘Rogier, je bent hem kwijt!’, concludeert Rob lachend. 

panel_1201

Geflopte Fender
De holle Fender Coronado is, hoewel geflopt, duidelijk een topmodel van Fender.
Rob: ‘De meeste Fenders zijn een plank met een hals, maar hier is tijd ingestopt. Bindingen, blokinleg, een mooie brug.’
Michiel slaat wat snaren aan: ‘Zo, hoe dik wil je het hebben?’
Eigenaar Remus reageert: ‘Live is dit heerlijk! Je kan best zonder bassdrum, haha! Met deze bas ga je diep en daardoor is er veel ruimte voor stemmen en andere instrumenten.’
Rob: ‘Je hoort de esdoorn hals. Er zit toch duidelijk iets Fender-achtigs in.’
Michiel: ‘Een onderschatte bas. Hij heeft meer body dan de Eko.’
Rob: ‘Dit is duidelijk geen speeltje. Hij voelt professioneler dan de Eko.’ 

Rob pakt zijn Gibson-kopie met ‘CBS’ op de kop. De bas is Japans, maar waarschijnlijk staat ‘CBS’ voor de studio waar hij gebruikt is. De body is hol, maar zonder de f-gaten die we meestal op dergelijke bassen zien. De heren schuiven en draaien aan de diverse knoppen. Michiel: ‘Hier zit een beetje de Allen Woody-sound in. Niet verkeerd, dit geluid!’ ‘Ik had een Return To Forever-moment; Stanley Clark! Heerlijk vette bas, vooral met die dikke snaren’, meent Remus.

 

Sheryl Crow
Als deels holle bas wordt Robs Guild M-85 gepakt. Rob legt de heren een en ander uit over de humbuckers en de uit-faseschakelaar. ‘Deze is wat minder duidelijk dan de Gibsons. Wat meer “fuzzy”. Het nadeel van de zeldzaamheid van deze bassen is dat de onderdelen ook moeilijk verkrijgbaar zijn. Ik vond één knopje, maar dat moest meer dan 150 dollar kosten!’, aldus Rob.
Remus: ‘Mooie onderlaag heeft ie! Hier heb je veel plezier van.’
Rob: ‘Deze bas voegt zich altijd mooi in de mix van een band. Hij knalt er nooit uit.’
Michiel: ‘Het brugelement heeft wel dat Gibson EB3-geluid van Andy Fraser en Jack Bruce. Is dit de bas waar de bassist van McCartney op speelt?’
‘Klopt,’ antwoordt Rob, ‘en Sheryl Crow.’ 

 

Fendergeluid uit geperst hout
De Danelectro Longhorn is aan de beurt. Allereerst wordt de heerlijk versleten staat van de bas bewonderd.
Remus legt uit: ‘Ik neem de bas te weinig mee en met deze dunnere set baritone-snaren is het echt wat anders. Ik heb er laatst nog een sessie mee gedaan.’
Michiel: ‘Ik mis wat laag, maar hij klinkt lekker. Ik ben aangenaam verrast.’
Remus: ‘Met iets dunnere snaren lijkt het laag juist wel beter door te komen bij dit instrument.’
Michiel: ‘Het doet me eigenlijk wel aan een Fender denken qua geluid! Een groter verschil tussen een Fender P en deze kan je eigenlijk niet bedenken, maar ze klinken toch aardig gelijk!’
Remus: ‘En alle groten speelden erop. Rinus Gerritsen, Jack Bruce, John Entwistle. Op de een of andere manier werkt dit.’
Michiel: ‘Raar dat Herman Deinum er nooit op gespeeld heeft. Je kan wel zijn sound krijgen. Met een goed setje snaren klinken deze bassen echt geweldig! En dat voor een bas van hard, geperst houtvezel.’ 

panel_1202

Niet polsdik
De Rickenbacker 3000 is een shortscale model met geschroefde hals, die qua constructie aan een bekende bas doet denken. ‘Precision’, is het eerste wat Michiel dan ook zegt. ‘Ik krijg hem hier niet polsdik van. Te Precision. Een esdoorn hals, esdoorn body, element in het midden. Dan kan je niet anders verwachten.’
Rob: ‘Deze is wel mooier dan een P. Hiermee onderscheidt je je wel op het podium.’
Remus: ‘Hij heeft een heel ander geluid dan dat typische tonktonk van de 4001. Ik mis een eigen karakter, maar het is een prima bas voor rock.’
Rob: ‘Je kan erg goed doseren met de toonschakelaar, dus de bas is veelzijdiger dan ik dacht. Volgens mij kan je hier een lekker Sjako/Thijs Vermeulen-geluid uithalen met een blazende Ampeg SVT.’
‘Niet bijzonder, maar wel een lekkere sound’, is de conclusie van Michiel. 

 

Bij de gratie van het tikje
‘De volgende is maar voor één ding geschikt’, meldt Remus terwijl hij een 24” Airline Pocket Bass tevoorschijn haalt. ‘Hiermee dubbelden ze de contrabas. De klik van deze Airline met het lage van een contrabas. Maar deze had medio jaren ’60 al een piëzo-systeem! Hij bestaat alleen bij de gratie van het tikje.’
Michiel: ‘Je hoort toch nog wel wat onderkant. Hij heeft zeker charme en is natuurlijk erg leuk om te hebben!’
Rob speelt al een tijdje zonder wat te zeggen en meldt: ‘Ja, te gek! Heerlijk voor thuis.’
Rob: ‘De laatste tijd is er een herwaardering voor de Fender Mustang en Musicmaster.’
Michiel: ‘Die nieuwe Japanse Mustangs zijn echt goed. Ze zeggen ook wel dat de Musicmaster beter is. Hier zit gewoon een Stratocaster-element in, maar het werkt.’
Rob: ‘Volgens mij zitten er in veel oude basgitaren een gitaarelement, zeker in de goedkope kant van de markt. Zet er een ander kapje eroverheen en niemand heeft het door. De E is kort en ook bij de A is de echte klank al snel weg, waardoor je zo’n typisch kort geluid krijgt.’

Na Fender gaan we door met Gibson. We lopen naar de hoek waar de diverse Les Pauls van Rob opgesteld staan. De kenner vertelt: ‘Deze heeft een ingebouwde impedantie-omvormer, dus je kan ’m op “high” en “low” zetten, terwijl je bij mijn andere Gibson een aparte omvormer nodig hebt. Dit wordt de Triumph genoemd, maar officieel heet het gewoon de Les Paul Bass.’
Michiel: ‘Is dit de Recording?’Rob: ‘Zo wordt hij wel genoemd, maar de andere ook. Deze lijkt het meest op de gitaarversie die men Professional noemt en de andere lijkt meer op de Recording-gitaar. Zeer verwarrend allemaal.’
Remus checkt alle standen en schakelaars. Rob: ‘Les Paul heeft er goed over nagedacht. Hij was een echte uitvinder. Ik gebruik meestal het voorste element, het achterste alleen voor een agressieve AC/DC-sound, maar samen geven ze een mooi gecompresst geluid.’
Remus speelt nog even door. ‘Lekker direct geluid, hij stáát meteen. Die E-snaar is goed!’
Rob: ‘De mythe dat een shortscale geen vette E kan hebben, wordt door deze bas ontkracht.’
Remus: ‘Deze heeft wel het echte Gibsongeluid met veel mid, maar hij kan ook heel diep en warm.’

Les Paul nummer twee wordt erbij gepakt. Rob: ‘Deze heeft een dikkere body, alleen met wel een lage impedantie. Als je hetzelfde uitgangsvolume als andere bassen wilt hebben, moet je de losse impedantie-omvormer gebruiken, die er voor live-gebruik bij werd geleverd. Met opnemen kan je de lage impedantie gebruiken, voor een mooier geluid. Daarom wordt deze bas ook wel Recording genoemd.’
Remus: ‘Deze is wat agressiever. Maar waarom speelt deze nou zoveel makkelijker dan die andere?’
Rob: ‘Geen idee. Als ik hem omhang dan gebeurt er iets. Ik weet echt niet waarom. Magie?’

panel_1203

Prototype
Rob pakt een zeer bijzondere Gibson tevoorschijn. ‘Deze heb ik van eBay. Het is of een prototype of het is door een medewerker van Gibson voor zichzelf gebouwd. Er is geen serienummer, maar de hals en alle elektronica zijn duidelijk echt Gibson.’
Michiel: ‘Dit is weer een heel andere bas met een dunnere body, meer in de SG-hoek.’
‘Misschien heeft ie dat mooie transparante lage, omdat ie iets dunner is?’, vraagt Remus zich af.
Michiel: ‘Het halselement klinkt lekker houterig.’

Als laatste wordt de EB3-achtige Duitse Hopf van Rogier erbij gehaald.
‘Kan ik hier doorheen praten?’, roept Michiel dicht bij de elementen. En inderdaad. Zijn stem knalt vervormd uit de aanwezige buizenversterker. ‘Wat een lange hals! Eindigt die nog ergens? Tsja, wat moet je met deze bas? Ik vind deze niet zo bijzonder.’
Rob speelt een paar lekkere licks. ‘De E is wel goed en strak. Die staat wel.’
Remus: ‘Het lijkt bijna longscale. De snaren gaan ver door op de kop en de snarenhouder zit ver van de brug. Dat geeft de E toch iets moois.’
‘Bijna Thunderbird-achtig. Hij heeft wel een brutale grom’, meent Rob.
Remus: ‘En er is veel verschil tussen de snaren qua sound en volume, maar het verschil tussen de elementen is weer minimaal. Op zich is het wel een bruikbare bas, maar niet heel bijzonder.’

 

Conclusie
Als alle bassen geprobeerd zijn wordt er nog driftig nagepraat. Bassen worden opnieuw uitgeprobeerd en het is te merken dat de drie heren zo hun eigen voorkeuren hebben. ‘Voor een Beatles-sound moet je echt een oud kort basje hebben’, vindt Michiel. ‘De Danelectro van Remus is te gek en de Eko viel me er op’, meent Rob, om zich vervolgens aan een conclusie te wagen: ‘Er is niks mis met shortscales. We hebben vandaag gezien dat de E meestal strak genoeg is en dat de sound heerlijk kan zijn. Waarschijnlijk hebben shortscales een slechte naam gekregen doordat veel goedkope en studentenmodellen shortscale waren? En bij Gibson EB-modellen is de modderige sound eerder ontstaan door het element. Er is dus niks mis met een goede shortscale. Toen de elektrische bas werd uitgevonden waren ze er, denk ik, niet over uit wat de juiste mensuurlengte was. Fender werd het populairst met de P, maar Gibson had weer veel succes in de sixties en vooral seventies met de EB3.’
Remus: ‘Toen roundwound snaren en sustain populair werden, moesten shortscales het afleggen. Daarvoor had je alleen flatwounds en er zat altijd dempingsmateriaal onder die chromen kappen. De meeste instrumenten hier zijn volwaardige instrumenten. Degene die dat niet zijn, zijn toch heerlijk voor bepaalde geluiden en nummers. Al is het maar voor een nummer in een set. En hoe leuk is het dan om met wat aparts op het podium te staan?’
De drie heren knikken instemmend om vervolgens met een brede glimlach weer een bas in handen te nemen.

panel_1204

 


 

Remus Aussen is bassist bij onder andere de partyband Out of Control en Cubaans Danzonorkest Estudiantina Ensemble. Hij speelde de afgelopen 35 jaar rock, dance, fado, jazz, zigeunermuziek, funk en wat dies meer zij. Allround? ‘Nee, ik specialiseer me in wat ik speel. Geen compromissen.’ Bij Out of Control speelt hij meestal op de speciaal voor hem gemaakte Vox Humana ‘all in one’-basgitaar (zie Bassist #3) of een oude Jazz Bass, maar er gaat altijd een shortscale bas mee ‘voor de soulnummers’. Fado speelt hij op een Tacoma, Cubaans op een Vox Humana elektrische contrabas en een ruim 100 jaar oude Duitse Boheemse, in de studio is het de Jazz Bass en een Epiphone Jack Casady. Remus heeft daarnaast een voorliefde voor rare bassen: de Airline, de Coronado, de Longhorn en de Star Bass komen uit zijn collectie. En dan had hij zijn guitarron, whamola, marimbula en Stick nog thuisgelaten.
www.remusaussen.nl

 

Rob van den Broek is grafisch ontwerper, medewerker van De Bassist en natuurlijk zelf ook bespeler van vier dikke snaren. Met zijn band Superfloor maakt hij ‘Hard Rockin’ Blues for the Soul’. Rob speelde met Superfloor onder meer op Arrow Rock Festival, BluesrockTegelen, Big Rivers en Culemborg Blues. Rob gaat altijd voor de ideale toon en dat bereikt hij met zijn collectie shortscale Gibsons met laag-ohmige elementen en dikke .115-snaren. Binnenkort moet zijn eerste zelfbouwbas af zijn, waar we veel Gibson-elementen in terug zullen vinden.
www.superfloor.net

 

Michiel den Dulk Na een korte carrière als zanger en akoestisch gitarist stapte Michiel over op de bas. Zijn leraar was niemand minder dan de latere schrijver Thomas Rosenboom. Beïnvloed door Jack Bruce, John Entwistle, Berry Oakley en Greg Lake begon hij zijn eerste band, met onder anderen Bert Meulendijk. Na diverse bands kwam hij bij The Höfners terecht, waarbij iedereen op een oude Höfner-gitaar speelde. Van 1985 tot 2006 speelde Den Dulk in de Beatles-coverband Sgt. Pepper, waardoor hij zich met veel plezier ‘moest’ verdiepen in het basspel van Paul McCartney. De laatste jaren is hij vooral actief in zijn homestudio, waarbij hij diverse muzikanten produceert. Tegenwoordig is Michiel vaak te zien met een fretloze longscale Cort.

 

De bassen 
Het is onmogelijk om alle geteste bassen te beschrijven en daarom vroegen we de drie heren naar een mooi verhaal achter een van de bassen. Rob kwam door Cry Of Love-bassist Robert P. Kearns op het spoor van de Gibson Les Paul Bass, oftewel de Triumph. ‘Ik zag deze geweldige band in 1994 in Metropool, Hengelo. Ik had nog nooit zo’n goed basgeluid gehoord. Het heeft uiteindelijk meer dan acht jaar geduurd voor ik een Gibson Les Paul Bass vond. De Plug in Amsterdam had een donkerbruine Les Paul Bass op de website staan zonder die rare grote controlplaat en toen ik me erin ging verdiepen bleek dat dit de voorloper was van de Triumph die ik jaren daarvoor in Hengelo had gehoord. De ’69 Les Paul Bass stond letterlijk in het bezemhok van De Plug en was in deplorabele staat. Drie snaren (uit 1969 waarschijnlijk), een dikke laag nicotine en andere smurrie, een ontbrekende tone selector switch en maar één functionerend element. Ik heb me over de bas ontfermd en er kwam een toonmonster tevoorschijn toen ik hem in ere herstelde. Niet lang daarna vond ik mijn tweede Gibson Les Paul Bass: de Triumph. Het hek was van de dam...’

Remus is je man als je van echt rare bassen houdt. ‘De Airline Pocket Bass is met 24” zonder twijfel de kortste shortscale. De Pocket Bass (die niet alleen onder de merknaam Airline, maar ook onder die van Supro en, in een fiberglass uitvoering, als National Val-Pro geproduceerd is) was sowieso een rariteit. Tic Tac Bass is een Nashville-traditie uit de jaren ’50 en ’60; toen men contrabas en bassdrum nog niet echt lekker op kon nemen, werd de contrabas gedubbeld met een gedempte Danelectro Baritone, bespeeld met een superdunne plectrum, waardoor je een ‘click’ als vervanger voor de bassdrum kreeg, plus een hoorbare toon. Dat kostte dus wel een man extra...’ Met de Pocket Bass kon je bezuinigen: hij had niet alleen een moddervette pick-up in halspositie, maar onder de houten brug zat een piëzo-element avant la lettre, die een messcherpe ‘click’ meegeeft aan de ‘boem’ van het halselement. Waar is ie te horen? ‘In ieder geval op mijn site, maar verder... Tic Tac Bass kun je in ieder geval horen op opnames als Blue Moon of Kentucky van Patsy Cline.’

Michiel is haast vergroeid met zijn Höfner mét Höfner-band. Hij bezocht de fabriek in Duitsland en kan honderduit vertellen over zijn vioolbas. ‘Mijn Höfner 500/1 met serienummer 6602 komt uit 1964. In 1979 kocht ik deze bas via Willem Huetink voor 300 gulden. De Höfner heeft een smalle, gitaarachtige hals met twee enkelspoels-elementen. Het brugelement heeft veel hoog en mid, maar geen laag. Het halselement klinkt veel donkerder en zwaarder, maar ook met behoorlijk wat mid. Beide elementen ingeschakeld geeft over het algemeen het meest bruikbare geluid. Het 1964-type had voor het eerst witte bindingen langs de toets, maar de zwarte positiestippen zijn er later ingezet. De 500/1 is onmisbaar voor het karakteristieke Beatles-geluid uit de periode 1962-1966 en Let It Be. Luister ook eens naar het intro van Muff Winwood op Keep On Running van de Spencer Davis Group. Ondanks het sixties-geluid werkt het erg goed wanneer deze via een DI op een mengtafel wordt aangesloten. Mijn bas is vrij intensief gebruikt in de jaren en ik heb er geen problemen mee gehad.’

 

Foto’s: Erik-Jan Bruggink



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen