Wat is een goede bassist en hoe word je een nog betere? Werken aan een vettere toon, een diepere groove en een betere techniek ligt voor de hand. Maar het Baspanel ontdekt dat er meer is.
Dit keer hebben we drie bassisten bij elkaar gezet waarvan we echt dachten dat ze in niets op elkaar zouden lijken. Gastheer in zijn amper voltooide opnamestudio is top-100-bassist, basleraar en producer André van Ham. Een deur op twee schragen doet dienst als koffietafel. Thrashmetalbassist Glenn Groeneveld en fusionvirtuoos annex popacademie-coördinator Davy de Wit schuiven aan voor een stevig gesprek.
Passie en avontuur André doet de aftrap: ‘De basgitaar is het allermooiste instrument! Vroeger wilde ik met de basgitaar de kost verdienen. Op je eenentwintigste kun je wekenlang leven op brood met gebakken ei, en helemaal gaan voor je band. Maar als je ouder wordt, met een partner, een huis, een hond of kinderen, dan wil je stabiele inkomsten. Dan hoeft dat avontuur niet meer zo.’ De toon is gezet. De drie bassisten gaan praten over luisteren, instuderen en naspelen, over het volgen van voorbeelden en de hobbels die ze genomen hebben om te komen waar ze zijn. Maar alledrie kijken ze verder dan hun bashals lang is. Het gesprek gaat algauw over carrièreplanning, netwerken, prioriteiten stellen: kortom, over de passie én over de randvoorwaarden die nodig zijn om hun passie te kunnen volgen.
40-plusplan Davy: ‘Het is gevaarlijk om alleen maar live te willen spelen. Voor een muzikant draait alles om ambacht en ondernemerschap. Het maakt niet uit of jij de snelste en vetste bassist bent. Je netwerk is net zo belangrijk als je talent. Zelf heb ik op het conservatorium alleen maar leren basspelen en muziek maken. Ik kreeg een ondernemerscursus van anderhalve dag. Mijn studenten aan de Popacademie moeten hulp krijgen bij de zakelijke kant van het muzikant zijn en werken aan het totaalplaatje.’ André: ‘Zorg als muzikant voor een 40-plusplan. Met een bandje door het land toeren kun je lang volhouden. Toch word je een keer te oud; mensen willen je kop niet meer zien of je hebt zelf geen zin meer. Hoe leef je dan verder als bassist of musicus? Je kunt dan gaan lesgeven of produceren. Dat moet je dan wel voorbereiden.’ Glenn: ‘Dat alles geldt als je wilt rondkomen van muziek. Dat is niet onze bedoeling bij Kudra Mata. Ik wil gewoon kijken hoe groot we met deze band kunnen worden. Ervan leven lijkt me onmogelijk, zeker in ons genre. Ja, Textures heeft alles opgegeven voor de band. Maar hoeveel zij eigenlijk kunnen eten weet ik niet. De kans dat je zo ver komt als Slayer is erg klein. Ik zou al hartstikke gelukkig zijn als we dankzij de band een dag per week minder hoefden te werken en een avond konden optreden. Het gaat ons niet om het geld; ik wil in de eerste plaats lol maken met mijn vrienden.’
Tweestrijd André: ‘Dat willen we toch allemaal! Mensen zeggen vaak: “jij doet het voor het geld!” Alsof je dan geen liefde voor je instrument of passie voor muziek hebt. Ik speel veel muziek waar ik geen donder aan vind: Frans Duyts, Frans Bauer, ik heb zelfs Denny Christian begeleid! Ik heb veel respect voor jongens zoals jij: je doet geen concessies aan de muziek.’ Glenn: ‘Vind je dat niet naïef?’ André: ‘Nee! Ik bewonder je drive. Mijn energie stop ik in het muzikantschap. Dat is misschien egoïstisch. Jij kiest voor je band, ik voor mezelf. Ik wil de kost verdienen, ook als ik daarvoor volgend jaar in een ander orkest moet spelen. Jij zult niet zomaar uit je band stappen.’ Glenn: ‘Die jongens ken ik al zo lang, dat zijn mijn vrienden.’ Davy: ‘Die tweestrijd tussen de artistieke en de zakelijke kant kun je op verschillende manieren oplossen. Glenn maakt twee carrières: een in de muziek en een erbuiten. Ikzelf heb altijd gezocht naar een basis binnen de muziek waardoor ik mijn artistieke ding kan doen.’ André: ‘Door die Frans Bauer-nummers kan ik een studio bouwen en dingen doen die ik gaaf vind. In de praktijk werk ik me kapot in een bandje en kom ik nog steeds nergens aan toe. Maar die tijd komt!’ Davy: ‘Wij kregen thuis een brommer als we zestien werden. Ik wilde niet bij de stoere jongens horen en kocht van het geld een basgitaar. Dat kwam door de plaat The Awakening van The Reddings, met op bas Dexter Redding, zoon van Otis. Dat vond ik zo lekker! Ik heb mijn bas gepoetst - heel belangrijk - en sprak met mezelf af: twee uur per dag investeren! Daar heb ik me aan gehouden. Het zit in mijn persoonlijkheid om zo doelgericht en fanatiek te werken. Samen met mijn tweelingbroer zag ik Level 42 in Rockpalast (popconcerten, ’s nachts op de Duitse televisie, red.). Ik zei: over een half jaar kan ik dat ook! Als je iets wilt bereiken, zeg het dan van tevoren tegen mensen die je respecteert. Dan moet je woord houden. Na mijn toelating aan het conservatorium van Hilversum beloofde ik broer dat ik minimaal zou afstuderen met een negen. Alles begint met visie. Waar wil je naartoe en hoe wil je daar komen? Anders kun je niet sturen, weet je niet eens wanneer je op de helft bent. En je moet hard werken. Ik heb mavo gedaan, toen havo en daarna conservatorium. Op mijn werkkamer hangt een mavodiploma met een vijf voor muziek. Ik ben overal mee op mijn bek gegaan. Juist als je van ver komt, leer je om voor jezelf veel moeite te doen.’
‘Dit spelen we; ga maar oefenen!’ Glenn: ‘Ik speel vanaf mijn zeventiende. Ik heb mijn ouders de kop gek gezeurd om een bas. Een paar jaar lang heb ik dagelijks op mijn kamer een uur of twee geoefend. Niet omdat die twee uur mijn doel was, puur omdat ik het leuk vond om te bassen. Na een tijdje ging ik met verschillende mensen samenspelen. Uiteindelijk kwam ik bij Kudra Mata terecht, toen was ik 18 of 19. Bij deze band heb ik pas echt leren basspelen. Ik heb geluk gehad, het zijn heel muzikale mensen. Ik wist niet zoveel van maatsoorten en schema’s en dergelijke. Ze bleven me pushen: Glenn, dit spelen we, ga maar oefenen! De gitarist en de drummer bedenken tijdens jams altijd de raarste dingen. Dan denk ik: Oh shit! Moet ik dát spelen? Dan kan ik kiezen: ik zoek uit wat de gitarist speelt of ik verzin zelf wat. Ik heb nooit les gehad en kan geen muziek lezen. Daarom ben ik altijd geïntimideerd geweest door theoretisch onderlegde muzikanten. Door te luisteren, tabs te gebruiken en veel te oefenen heb ik mijn vingers onder controle gekregen. Nog steeds ben ik geen held; ik vind mezelf een middelmatige bassist, maar ik kan meekomen met mijn band. Voor mij is dat precies genoeg. Muziek is voor mij emotie. Als ik mijn ei kwijt kan in mijn band ben ik tevreden.’ Davy: ‘Ik was in mijn studententijd juist een stronteigenwijze bassist. Ik was alleen maar bezig met akkoorden, solo’s en ingewikkelde muziek. Toen moest ik invallen bij een countryband. Daarvan leerde ik een lesje: vijf uur countrynummers neerzetten is een kunst, al ben je nog zo’n virtuoos. Je speelt de grondtoon en de kwint en elke noot moet “boem!” erbovenop. Juist door muziek waar je niet achter staat leer je discipline in je vak. Ik heb pas echt leren spelen met artiesten die ik liever niet eens op mijn cv zet! “Elke stijl kan grooven”, dat zei Charly Angenois tegen me op het conservatorium. Al speel ik foxtrots, als bassist streef ik naar een vloer vol blije mensen en een goeie groove.’
Cassettebandjes Glenn: ‘Als ik iets leuks op de radio hoor, krijg ik krijg snel zin om mijn bas te pakken en mee te spelen. Daarna ga ik dat stuk vaak ook wel echt uitzoeken.’ Davy: ‘Hoe doe je dat dan, zoek je tabs of gebruik je je oren?’ Glenn: ‘Ik luister gewoon. Gaat de bas omhoog of omlaag? Hoe gaat het ritme? Dan zie ik al snel mijn vingers voor me en kan ik de baslijn spelen.’ André: ‘Dat is de beste manier. Grijp niet te snel naar tabs want die kloppen vaak niet. Wij zijn van de “cassettebandjesgeneratie”; we hebben met veel moeite bandjes zitten terugspoelen om stukjes keer op keer te beluisteren en na te spelen. Door dat handige downloaden van muziek en tabs sla je de ontwikkeling van je gehoor deels over en ben je alleen maar bezig met bas.’ Davy: ‘Ik zie dat generatieverschil met de cassettebandjesgeneratie aan de poort van het conservatorium. Mensen hebben vaak een minder ontwikkeld muzikaal gehoor. Ik wijt dat aan de zapcultuur. Tegenwoordig heeft iedereen 250 gigabyte muziek op de harde schijf staan; dan kun je minder goed de diepte in met muziek. Maar goed, door ervaring met spelen en luisteren kun je muziek sneller uitzoeken.’ André: ‘Tabs en downloads kunnen je gehoor tegenwerken, maar wat betreft internetbronnen ben ik een fan van Marlowe DK. Dat is een Deense bassist die wekelijks filmpjes op YouTube zet. Hij speelt dingen op half tempo zodat je goed kunt afkijken.’ Davy: ‘Dat is killing! Afkijken doet afbreuk aan je gehoor. Te vaak weet bij mij een eerstejaars student niet eens of hij in een nummer een slide of een hammer-on hoort.’ André: ‘Wat maakt die filmpjes anders dan boekjes? Ik zie ze als hulpmiddel. Als docent moet je er begeleiding bij geven. Toen ik met mijn eerste basgitaar thuiskwam, dacht ik: wat nu? Tegenwoordig bekijk je op YouTube hoe je die bas vastpakt. Niet dat je geen les moet nemen; mij heeft dat een goede techniek opgeleverd.’
Vrienden en groepsgevoel André: ‘Natuurlijk moet je bas kunnen spelen. Maar dat kunnen er genoeg. Voor succes is het belangrijker dat je een aardige kerel bent, op tijd komt, een auto hebt, eens iemand een lift wilt geven en gewoon sociaal bent voor je bandleden.’ Glenn: ‘In september ging onze drummer weg om te studeren. Met de oude en de nieuwe drummer hebben we samen een barbecue gehouden. Ik vind het belangrijk om met je band een vriendengroep te vormen en een groepsgevoel te ontwikkelen. Je zit toch constant in hetzelfde busje en staat samen op het podium. Dan moet je eenheid uitstralen.’ André: ‘Ik kan goed met mijn bandgenoten overweg en vind dat ook belangrijk. We gaan weleens ’s winters met zijn allen op vakantie, met partners erbij. Muziek maken is voor mij heel zakelijk, maar als je zaken doet met mensen waar je niks mee hebt dan straal je dat uit op het podium.’ Davy: ‘Ik heb best veel gespeeld met mensen die ik niet moest. Maar dat waren one-night-stands, dat maakt niet zoveel uit.’ Glenn: ‘Zolang je maar betaald krijgt!’ Davy: ‘Je vormt vanzelf je een lijst met mensen waarmee je wel en niet wilt werken. Kwaliteit is belangrijk. Hoe beter de muzikant, hoe minder het uitmaakt of ’ie aardig is. Ook gaat het om netwerken: soms heb je een onaardig persoon nodig als kruiwagen. Zelf heb ik nooit een gig geweigerd omdat ik iemand een eikel vond. Voor mij telt in de eerste plaats het muzikale niveau en de netwerkfunctie.’ André: ‘Het is een ander verhaal als iemand slecht betaalt of zich niet aan afspraken houdt. Tegen zo iemand zeg ik weleens: sorry, mijn agenda is vol. Maar ik vraag nooit: komt die-en-die? Dan kom ik niet! Dat is moordend voor je reputatie.’
Netwerken en reputatie André: ‘Het is tegenwoordig zo gemakkelijk om contacten te onderhouden. Met Facebook, Hyves en MySpace kun je mensen die je minder vaak spreekt toch berichtjes sturen. Je hebt niks aan een hele telefoon vol nummers als je pas na drie jaar eens iemand belt. Netwerken via internet is veel laagdrempeliger.’ Glenn: ‘Maak je dan ook contact met mensen die je nog niet in het echt hebt ontmoet?’ André: ‘Ik moet mensen wel face to face ontmoeten, vind ik.’ Davy: ‘Zien en gezien worden is heel belangrijk. Elk jaar sta ik op de European Bassday. Daar verdien ik niks mee, het gaat me daar puur om het netwerken.’ André: ‘Wilbrand Meischke, mijn basleraar in Enschede, zei: André, ga gewoon spelen. Niks geen gejamaar, ga desnoods gratis met een bandje in een café staan. Zorg dat mensen jouw kop zien, dat ze jou met die basgitaar zien. Vroeger nam ik elk optreden aan en was ik achteraf blij met 100 gulden. Je moet naam maken en dat doe je alleen maar door veel te spelen.’ Davy: ‘In onze bassistenwereld doe je één keer iets goed en je bent geweldig. Na de tweede keer vinden ze het oké. Van de derde tot de honderdste keer hoor je niks meer. Keer 101 doe je eens iets fout, en dan moet je dat over tien jaar nog horen. Daarom moet je elke klus die je aanneemt ook echt aankunnen. Voor je het weet sta je in het zwarte boekje en belt niemand je meer. Je bent zo goed als je laatste gig! Al ben je afgestudeerd met een tien, je moet zorgen dat je de beste bassist blijft die je kunt zijn.’ André: ‘Dat geldt ook voor bands. Eén slecht optreden en je bent een slechte band. Pas na een goed optreden ben je weer een goeie band.’ Glenn: ‘Niet één goed optreden. Je moet het veel vaker weer goed doen! Over een slechte show wordt lang nagepraat, dat moet je volgens mij niet onderschatten.’ Davy: ‘Zeker niet als iemand het filmt met een mobieltje en het op YouTube zet. Alles kan tegen je worden gebruikt!’
Buiten de maatschappij? André: ‘Mijn buurman is groenteboer. Om vier uur ’s ochtends kom ik hem tegen: ik kom thuis van een optreden en hij gaat naar de veiling. Het muzikantenvak heeft veel nadelen. Je staat algauw buiten de maatschappij. Ik kan nooit naar feestjes want ik moet altijd spelen! Sommige jongens in mijn band doen niks anders. Overdag passen ze op de kinderen. Maar op zaterdag hebben die voetbalwedstrijd. Zonder papa, want die is dan aan het spelen.’
Davy: ‘Ik ben vader van twee. Om een leuke ouder te zijn moet je plezier hebben in je werk, wat je vak ook is. Want je hebt hoe dan ook weinig tijd. Voor mij zijn dingen als de cd-opname met René Engel waaraan ik nu werk de krenten in de pap. Mede daardoor kan ik in mijn privéleven een gelukkig mens zijn. Ooi belde er een Duitse progrockband. Of ik een half jaar op tournee wilde. Ik had net mijn huidige vrouw ontmoet en had geen zin om een half jaar met vier lelijke Duitsers in een busje te zitten. Een partner en kinderen zijn belangrijke beslissingen in je leven. Glenn, ik herken veel van wat je vertelt uit mijn eigen verleden. Wat betreft basspelen was dat de leukste tijd, waarin je in alle vrijheid dingen kunt ontdekken en je passie kunt volgen. Al mag ik nog steeds gewoon doen wat ik heel erg leuk vind.’
Glenn Groeneveld (27) speelt bij de Hengelose thrashmetalband Kudra Mata. In 2009 verscheen de EP Legacy of Persistence. Voor die tijd heeft Kudra Mata in het voorprogramma van een flinke rij collega-bands haar messcherpe metal verder kunnen bijslijpen. De band won dan ook in 2007 de talentenjacht Oogst van Overijssel. Glenn heeft zichzelf als bassist ontwikkeld binnen en dankzij Kudra Mata. ‘Ze bleven me maar pushen en kwamen de hele tijd met riffs en ideeën. Dan kon ik kiezen: alles naspelen of er zelf iets bij bedenken. De jongens van de band zijn mijn vrienden geworden en tegelijk heb ik heel veel geleerd door met ze te spelen. Glenn speelt op een viersnarige Cort. ‘Ik weet er niet zoveel van, het is gewoon een goede bas. Ik kan er alles mee doen wat ik wil.’ www.kudramata.nl
Davy de Wit (41) is hoofd van de ArtEz Popacademie in Enschede. Zelf studeerde hij basgitaar aan het conservatorium. ‘Eigenlijk ging ik pas na mijn afstuderen nadenken over mijn beroepscarrière. Ik wil dat muziekstudenten werken aan hun spel én leren over alle kanten van het bestaan als musicus.’ ‘Ik maakte kennis met de basgitaar dankzij Mark King van Level 42 - ik was meteen helemaal verkocht. Nu zou ik nooit meer voor bas kiezen, maar voor piano. Daarom speel ik nu op een zevensnarige bas met 36 frets, die biedt me een enorm toonbereik. Wij bassisten willen de controle, we willen de ‘vader van de band’ zijn. Met die zevensnarige bas heb ik ritme, lage tonen, harmonie én melodie, allemaal bij elkaar.’ Davy’s bas is gebouwd door Ellio Martina. ‘Die bas is mijn handelsmerk. Ik heb gedacht over acht snaren, maar heb toch gekozen voor een extra octaaf aan frets. Dat maakte de bas iets hanteerbaarder. Ik heb hem vandaag niet bij me; hij staat net helemaal ingeregeld in de opnamestudio.’ www.davydewit.nl
André van Ham (38) was de vorige avond om drie uur thuis. ‘Het coverseizoen is bijna afgelopen, maar vanmiddag stap ik weer in de auto, op naar de Achterhoek.’ André staat zo’n 140 keer per jaar op de planken, in de zomer soms meerdere keren per dag. Met zijn band Perfect Showband ziet hij alle hoeken van het land. Daarnaast geeft hij baslessen. Hij is een laatbloeier: hij begon als twintigjarige bedrijsfkundestudent met bassen en voor hij het wist was hij geswitcht naar het conservatorium. Het afgelopen jaar bouwde André in zijn nieuwe huis een opnamestudio. Daar gaat hij opnamen verzorgen voor bands en eigen producties maken. Voor optredens kiest André een zessnarige bas uit zijn arsenaal – een Fodera, een Yamaha, een Bassculture, een Basscollection of een F-Bass, die hij versterkt met een Vanderkley-stack.| www.andrevanham.com |