Grommen op de lage B-snaar

Geschreven door Marten Schulp

panel_01_internetEen merkloos stuk (brand?)hout met vier of vijf snaren is tegenwoordig te koop voor minder dan 150 euro. Wie het iets hogerop zoekt, komt terecht in de lagere middenklasse van basgitarenland. Japanse, Koreaanse en zelfs Europese en Amerikaanse merken laten hun ontwerpen onder strikte supervisie bouwen in Chinese, Taiwanese of Indonesische fabrieken. Voor 400 tot 700 euro krijg je zo een puike lagelonenlandenbas van een A-merk in handen. Het baspanel van Musicmaker was na het testen van de MM/J-hybrides (zie Musicmaker nummer 5, 2007) nog lang niet moe en waagde zich aan drie scherp geprijsde vijfsnarige bassen.

Het baspanel bestaat uit Herman Deinum van Cuby + Blizzards, sessie- en studiobassist Boudewijn Lucas en Koen Lommerse van Beef!. Drie nieuwe basgitaren worden het geluiddichte testhok van basspeciaalzaak Bassmatters in Nijmegen binnengedragen: een Yamaha BB 415, een Dean Edge Q5 TBK en een Cort B5. Tijd om ook deze drie te testen op bespeelbaarheid, bouwkwaliteit en natuurlijk het geluid.   


Mengen

Boudewijn Lucas
pakt als eerste de Yamaha BB 415. De panelleden zijn alle drie onder de indruk van het vintage uiterlijk met de verchroomde elementringen en de strakke zwarte glitterlak. Herman Deinum kijkt goedkeurend toe terwijl Boudewijn de elektronica checkt: ‘Dat ziet er makkelijk uit! Een driestandenschakelaar voor de elementen: een middenstand, voor en achter.’ Boudewijn speelt een serie groovy licks en merkt op dat het achterste element wel heel dicht op de snaren staat. ‘Dat maakt het testen een beetje lastig. Ik kan nu alleen maar heel zacht spelen. Anders tikt de snaar tegen het element en komt er zo’n knal door de versterker.’ De snaarspanning lijkt nogal laag te zijn. ‘Misschien klappen de snaren ook daardoor sneller tegen het element. En zijn ze niet wat dun?’

Van deze basgitaar wordt Boudewijn erg blij. ‘Hij klinkt gewoon helemaal goed! Hij is fijn simpel en klinkt tenminste niet zo opgepompt als al die actieve bassen. In hun eentje klinken die altijd wel goed, heel indrukwekkend. Maar in een bandje klinkt deze basgitaar veel beter. De sound van deze mengt veel beter in de muziek, dat weet ik wel zeker.’ Wel vindt hij dat er heel veel verschil in klank zit tussen dezelfde noten op verschillende snaren. ‘Een F op de derde fret van de D-snaar of op de achtste fret van de A-snaar klinken echt heel anders op deze bas. Dat verschil mag wel, je kunt er soms ook gebruik van maken, maar het moet wat mij betreft niet te groot worden. Soms ben ik een lijn aan het spelen en kom ergens anders op de hals terecht dan ik van plan was, en dan wil ik niet dat de klank te veel gaat afwijken.’


Knorrebeest
Herman Deinum stond al te popelen om de BB 415 uit te proberen en zit hem inmiddels aan de tand te voelen met zijn plectrum. ‘Ik vind ook dat die snaren slap aanvoelen’, zegt hij. ‘Hij is wel mooi gebouwd, zeg. Ik speel nooit vijfsnarig, op het toneel niet en in de studio ook niet. Toch kan ik op deze bas heel behoorlijk uit de voeten, moet ik zeggen. Ik vind hem heel eerlijk! Elementkeuze, volume en toon. Ja hoor, hier zou ik wel op kunnen spelen.’ Voor Koen Lommerse geldt precies hetzelfde. Al na een paar noten begint hij breed te grijnzen ‘Hier zou ik uren op kunnen spelen! U-ren! Super lief klein knorrebeest van me! Deze bas is mijn vriend. Hij is heel muzikaal. Die BB’s, die lelijke vieze rockbassen uit de jaren ’80, ze klinken altijd sympathiek! Lelijk als de hel vond ik ze vroeger. Nu vind ik juist dat de leukste instrumenten, de lelijke dingen die ik naderhand heb leren waarderen om hun klank.’

Koen vindt het jammer dat winkeleigenaar Paul Sips de basgitaren zo licht heeft afgesteld. ‘Voor mijn gedrag op een bas is dat gewoon niet zo gunstig. Ik speel zelf vijfsnarig, maar ik gebruik de tonen lager dan de E bijna niet. Op de B-snaar speel ik bijvoorbeeld een lage E op de vijfde fret, met een dikkere toon met meer ballen dan een open E. Veel vijfsnarige bassen hebben gewoon geen goeie B. Hij zwabbert, verliest aan definitie. Maar de B op deze basgitaar is heel goed. Een klassieker!’ Herman is het daar helemaal mee eens. ‘Dit is een goede bas. Die lage B blijft overeind en midden op de hals is hij ook goed. Dat is de zwakke plek van een basgitaar. Als een bas ergens gaat zwabberen, begint dat daar.’ ‘Jaaaa...’, zucht Koen. ‘Ik wil deze echt wel kopen!’


Denderen
Koen blijft op de testkruk voor de versterker zitten en krijgt de Dean aangereikt. ‘Dat ziet eruit als een heavy instrument voor heavy jongens. Ha!’ Vol goede moed begint hij wat denderende, lage basriffs de testruimte in te slingeren om te laten horen wat hij bedoelt. De mogelijkheden van de voorversterker bevallen hem wel. ‘Die zijn veel interessanter dan op alle andere bassen die ik vandaag heb vastgehad, zonder van dat kunstmatige Chinese tophoog. Het lijkt me een wat geavanceerdere preamp van hogere kwaliteit, ik ben onder de indruk. Zo’n mooi actief systeem voor die prijs, dat vind ik heel goed gedaan. Maar voor mij is het niks. Die Yamaha bleef heel gedefinieerd, maar op deze bas blijf ik zoeken naar de definitie. Voor van die superruige bands met hele lage downtunings zou deze bas wel heel goed zijn.’ Herman voegt toe: ‘Ik zie hem zoeken! Op deze bas is hij drie, vier keer zo lang bezig om een bruikbare sound te zoeken. Die vorige bas, daar was ie zo klaar mee. Mag ik nu?’

En in handen van Herman blijkt de Dean toch meer te kunnen. Hermans plectrumstijl produceert op deze bas best een goeie knor, vindt ook Koen. ‘De B-snaar staat wel heel laag afgesteld’, vindt Herman. ‘Iemand die met zijn vingers speelt, krijgt hier last mee. De keuze tussen de eerste twee is voor mij al gemaakt!’ Koen: ‘Hij zou beter afgesteld moeten worden.’ Het blijkt dat dit instrument zo kort voor de test de winkel bereikte dat hij als enige geen afstelbeurt meer kon krijgen van winkeleigenaar Paul Sips. ‘Jammer, want dat deze bas het nu niet zo goed doet, is niemand z’n schuld, dat moet je een beetje nuanceren. Ik speel hard en lomp; Herman speelt zacht en verfijnd, en dan hoor ik toch meer toon dan toen ik zelf speelde.’ ‘Je kunt hier helemaal niks van zeggen’, meldt Herman bij wijze van understatement over de bouwkwaliteit van de bas. ‘Erg mooi gebouwd.’ Toch zoemt in de hoofden van de testers de indruk van de vorige bas nog na, want Herman begint er weer over. ‘Ik ken de viersnarige uitvoering. Rinus Gerritsen van Golden Earring had zo’n ding, een originele ouwe, en die was fantastisch.’ Koen vindt het een erg leuk fenomeen dat het tegenwoordig mogelijk is om een instrument uit te brengen dat in de vintage versie erg gezocht is. ‘Die nieuwe houdt de waardigheid van de oude hoog in een goedkope versie. Niet te geloven, voor minder dan 500 euro...’


Krakkemikkig
Boudewijn heeft de Dean overgepakt en probeert met flageoletten eerst eens uit of de bas zich zorgvuldig laat stemmen. ‘Het zal ook wel aan de afstelling liggen, maar ik vind het een beetje een krakkemikkig ding’, zegt hij hoofdschuddend nadat hij met een grote frons op zijn voorhoofd wat heeft zitten spelen. Hij slaat een noot aan: ‘Moet je horen, hier slaat ie ineens dood, heel veel noten rammelen, en er zitten een paar enorme dode plekken op.’ Aan zijn notenkeus is te horen hoe weinig hij met dit instrument op heeft. Gefrustreerd gaat hij door met snelle friemelloopjes, probeert wat te slappen en zet de bas dan met een zucht aan de kant. Koen is het wel met hem eens: ‘Technisch kan ik er niet zoveel zinnigs over zeggen als Boudewijn, maar wat hij blootlegt is wat ik intuïtief ook voel: ik reageerde niet op deze bas.’

Terwijl Boudewijn de laatste bas, de Cort B5, aan een nader onderzoek onderwerpt, staan Koen en Herman te praten over een bijzonder liefdadigheidsproject voor muzikanten. ‘In Afrika zitten mensen te springen om snaren’, vertelt Koen. ‘Ze lopen soms huilend de hele stad af op zoek naar één snaar, ze willen zo graag... Tijdens een paar trips met de band naar Burkina Faso heb ik steeds een aantal oude sets van bevriende bassisten en gitaristen meegenomen; ik wil er nu ook snaren naartoe gaan sturen.’ Winkeleigenaar Sips vindt het jammer dat hij dat nu pas hoort. ‘Toen ik een jaar geleden de winkel verhuisde, had ik een doos waar een 4x10”-speakerkast in past helemaal vol met snaren! Die heb ik toen weggekieperd. Ach, veel snaren waren toch doorgeknipt.’ Herman staat bekend als grootverbruiker van snaren. Zijn bassen krijgen na elk optreden een nieuw setje opgespannen. ‘Geef me je adres! Dan stuur ik je voortaan mijn oude bassnaren.’


Schreeuwding
Op de achtergrond is Boudewijn alweer klaar met zijn test. Het lijkt alsof hij lekker heeft zitten spelen op deze bas. Toch brult hij na een paar minuten resoluut: ‘Next!’ Niet naar wens, deze bas? ‘Een beetje te dun’, meldt hij. Herman begint een beetje weifelend te spelen op de vijfsnarige Cort, probeert een aantal elementstanden uit en geeft de bas snel door aan Koen. ‘Ik raak helemaal niks op dit ding! Ik weet niet hoe het komt. Het spijt me enorm, maar dit is ‘m niet’, zegt Koen algauw. Ook Herman wordt er niet verliefd op. ‘De hals voelt wel goed, maar hij speelt heel lastig. Het zou aan de vijfde snaar kunnen liggen die ik niet gewend ben, maar ja, op die Yamaha voelde ik me wel meteen thuis. Volgens mij is dit zo’n schreeuwding, waarop je alles opengooit en gewoon heel hard moet raggen.’ ‘Ja, maar dat heb je me net horen doen!’, zegt Koen. ‘Alles heb ik opengegooid op die Cort en toen had ik nog niks...’ Herman vindt dat ook deze bas heel mooi in elkaar is gezet. ‘Daar ligt het allemaal niet aan. Maar voor mij wint die zwarte bas het. Ik denk dat je daarmee een heel eind komt.’ ‘Torenhoog die BB’, vindt ook Koen. Boudewijn: ‘Wat mij betreft ook. Het is wel een beetje een luxebas hè, die Yamaha. Hij is zo laag afgesteld en dan zitten ook die elementen nog zo vlak op de snaren. Je wilt die snaren niet veel hoger zetten.’ Koen met zijn ruige speelstijl zou dat laatste geen probleem vinden. Volgens Boudewijn moet het brugelement van de Yamaha minstens een halve centimeter naar beneden en Koen denkt dat dat makkelijk kan.


B of geen b?
De grijns van Boudewijn verraadt dat hij het eigenlijk maar een rare vraag vindt. ‘Wat de toegevoegde waarde is van een vijfsnarige bas? Vijf extra lage noten! Da’s alles.’ Een vijfsnaar heeft net zo goed nadelen, vindt Koen. ‘Slappen vind ik veel moeilijker op een vijfsnaar, en de toegankelijkheid is veel moeilijker door de bredere hals.’ Zelf speelt hij wel vijfsnarig, maar dat is toevallig zo gekomen doordat hij een tweedehands vijfsnarige Fender Jazz Bass tegenkwam. ‘Ik ben geen vijfsnaarfundamentalist. Viersnaarpuristen vind ik dus net zo goed bullshit... Ik ben van die dikke .130 B-snaar gaan houden. Die vette kabel gebruik ik de laatste tijd steeds vaker in het hogere register. Dan maak ik hoge baspartijtjes op de lage snaren, met een wolligheid en romigheid die je niet uit de hogere snaren kunt halen. Wij bassisten hebben een heel beperkt palet en dit geeft wat meer mogelijkheden voor kleur.’

‘Zeg Boudewijn, als jij morgen naar een onbewoond eiland moest, was dat dan met een viersnaar of met een vijfsnaar?’ ‘Vijf’, zegt Boudewijn. ‘Tenminste, als er werk is op dat eiland, dan neem ik de vijfsnaar mee. Er is trouwens nog een voordeel, merk ik. Als je een lage F speelt in de eerste positie, word je soms snel moe.’ Dan wordt Herman liever moe: ‘Ik hou van dat harde werken! Dan weet ik weer waarvoor ik het doe, dat basspelen. Op mijn 1963’er Precision met die hele brede toets bovenin moet ik lekker hard werken. Dat mag toch? Dan ben je stoer! Voor de ontwikkeling van je linkerhand is het ook goed. Waarom zou je een beginneling zo moeten verwennen met een dunne hals? Niks ten nadele van de vijfsnaar, maar waarom zou je iemand lui moeten maken?’ Ook Koen vindt dat hard werken veel goeds brengt. ‘Hoe armoediger en hoe simpeler de instrumenten, hoe charmanter. De mooiste vind ik oude Fenders, de schraalste ellendigste dunne planken waarin je moet knijpen, waarop je moet werken, die geven je een muzikaliteit terug waarvan ik denk: dat vind ik, nu ik op leeftijd ben, het leukste. Pas als ik ga knijpen in een toon, dan gaat hij leven.’

 


 

Herman Deinum maakt als bassist de podia onveilig met de legendarische Nederlandse bluesband Cuby + Blizzards, die sinds 1996 weer bestaat. Ook speelde hij jaren bij Sweet ‘d Buster. Hij staat bekend om zijn stuwende, melodieuze spel en zijn heldere toon. Hermans handelsmerk: een Fender Precision Bass, een plectrum en nieuwe snaren. ‘Je oren gaan staan naar wat je gewend bent’, merkte hij op tijdens de paneltest. ‘Ik merk dat ik al deze bassen meet aan wat ik zelf wil horen - en dat is dat waar ik zelf op speel. In mijn jonge jaren heb ik op wat pijl en bogen gespeeld joh, er was niks anders! Van die Egmond-gitaren, ik kreeg er een van mijn moeder. Stekkertje achter in de radio en spelen maar!’

Boudewijn Lucas is een door de wol geverfde studio- en sessiebassist die speelde met popacts als De Jazzpolitie, Boris, Trijntje Oosterhuis en René Froger. Hij baste jarenlang in de latinband Nueva Manteca en in fusionbands met jazzmuzikanten als Michiel Borstlap en Toon Roos. Boudewijn is lid en medeoprichter van grooveband The Auratones, waarmee hij drie cd’s maakte en menig festival plat speelde. Zijn hoofdbas is een vijfsnarige Sadowsky, de laatste tijd is hij ook steeds vaker te zien met een viersnarige Fender Jazz Bass.

Koen Lommerse was gitarist van Gotcha! en City Pig Unit en speelt tegenwoordig bas bij de Eindhovense reggaeband Beef!. Hij was een drummer die pas op zijn 27ste ‘noodgedwongen’ begon te bassen, maar vier jaar later scoorde hij wel mooi als eerste bassist een Duiveltje voor beste bassist van het jaar. Koen werkt overdag als verkoper op de gitaarafdeling bij Van de Klundert Muziek in Oisterwijk. ‘Ik speel voornamelijk op een Fender Jazz Bass, maar van mijn endorser moet ik zeggen dat ik op Washburn speel. Dat is een Custom Shop NT 5 van essenhout, met Bartolini. Mijn versterkers zijn van Eden.’

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen