Vederlicht en waanzinnig luid

Geschreven door Marten Schulp

baspanel_02_intHet wachten is nog steeds op de uitvinding van het versterkerpoeder. Zakje openscheuren, inhoud in een glas schudden, water erbij, even roeren en poef, daar staat een uit de kluiten gewassen basinstallatie. Enkele jaren geleden leek dit visioen nog even onrealistisch als een basversterker van twee kilo die past in het voorvak van je bastas en die een dikke stack kan voorzien van volvet basvermogen. Toch zijn zulke apparaten inmiddels op de markt, dankzij klasse-D versterkingstechnieken en geschakelde voedingen. Het panel waagt zich aan drie van zulke vederlichte bastops.

In de Enschedese bas- en gitaarspeciaalzaak The American Guitar Store verzamelt zich het panel, dat deze keer bestaat uit allround bassist Richard Zoer en Luuk van Gerven van After Forever. De beoogde derde deelnemer stond met een ontplofte auto aan de andere kant van het land langs de snelweg. Gastheer Ruud Weber, behalve winkelmedewerker ook bassist, was bereid om te dubbelen als panellid. Is dat zuivere koffie? Nood breekt wet, en het blijkt prettig om voor de verandering eens een meebassend panellid te hebben dat alle ins en outs kent van de geteste apparatuur.


In de tas
Voor het versterkerpanel heeft Ruud een setje Vanderkley 2x10”- en 1x12”-speakers neergezet. ‘Die klinken vrij neutraal, dus dat leek me goed voor dit panel.’ Richard Zoer bedenkt zich dat het voor een versterkertest toch wel erg fijn is om je eigen bas te gebruiken en gaat hem snel uit zijn auto vissen. Luuk is intussen vol verbazing over de stapel van drie kleine versterkertjes. ‘Die bovenste kun je in je bastas meenemen naar een optreden’, zegt hij verbaasd. Ruud pakt zijn afgeleefde Jazz Bass uit 1964 uit en kondigt aan dat als eerste de Genz Benz NeoPak 3.5 aangesloten zal worden. ‘De eerste constatering is dat hij licht is’, meldt hij vergenoegd, na de versterker met één vinger te hebben opgetild. De versterker beschikt over twee volumeknoppen voor de buizenvoortrap, zodat een voorversterkervervorming ingesteld kan worden. Met zijn oude Fender Jazz Bass produceert hij hiermee een flinke ronk. ‘Ik vind dit wel wat, hoor’, zegt Richard terwijl hij goedkeurend zit te luisteren. Neutraal ingesteld, met alleen het Low Boost-knopje ingedrukt, klinkt de Genz Benz het beste, daar zijn alle drie de bassisten het over eens. Ruud: ‘Ik hou van ouderwets en neutraal, en deze geeft me dat. Deze vind ik direct lekker. Er zit een buis in, dat hoor je meteen. Er zit een muzikaal randje aan.’

Ruud wisselt naar de Markbass F1. Hij speelt tien noten en zegt: ‘Hij is heel direct, maar dat buizenrandje mis ik dus meteen. Dit is gladder. Buizen zijn boterig, geven iets zwellends aan het geluid. De D- en G-snaar zijn veel dikker op een buizeneindtrap dan op een transistorbak, en een hybride versterker met buizenvoortrap geeft dat ook enigszins.’ De F1 heeft twee typische Markbass-toonregelaars aan boord, de VLE (Vintage Loudspeaker Emulator) en VPF (Variable Preshape Filter). Ruud draait aan de eerste en Richard vraagt: ’Wat is dat? Is dat een filter?’ ‘Hij maakt het gewoon dof’, zegt Ruud. ‘Als je hem met mate gebruikt, is hij misschien bruikbaar. Die andere knop lijkt me een soort variabel slapfilter.’ ‘Aha! Loudness’, zegt Richard. ‘Zoals op een ouderwetse audioversterker, dat het geluid uitgehold wordt met meer laag en hoog.’ De F1 lijkt bij echte harde aanslagen het signaal een beetje af te knijpen. Richard: ‘Een beetje? Op die lage E hoor je die compressor enorm pompen!’


Tot hier en niet verder
Nu moet de Eden WTX-260 eraan geloven. Bij het inschakelen licht een lampje op achter het David Eden-logo. ‘Mooooi’, knort Richard. Deze versterker staat al een tijdje in de winkel, dus Ruud kent ‘m al en neemt de tijd om de functies uit te leggen. Bijna elke draaiknop heeft bij het uittrekken nog een tweede functie. ‘De toonregeling is heel gevoelig, een tikkie laag erbij is meteen een hele stoot. En als je het mid-knopje uittrekt, dan werkt hij op een andere frequentie. Ik heb de indruk dat deze kleine versterkertjes en de bijbehorende soort voeding allemaal een moment hebben van: “tot hier en niet verder”. Ze kunnen best hard, maar als ze aan hun top zitten, dan is het ook echt afgelopen.’ Inderdaad horen we een krakende oversturing op aanslagpieken, maar dan staat het geheel ook behoorlijk hard. ‘Ik hoor hier wel het Eden-karakter in’, zegt Ruud. ‘Hij is heel warm en heeft een gevoelige toonregeling.’ Luuk: ‘Ik vind dit ook wel de warmste van de drie.’ Richard: ‘De Eden Travelers hebben ook echt een buis in de voortrap. Deze niet, maar ik herken wel het geluid van mijn eigen Eden.’

Luuk is intussen in de winkel op zoek naar een bas en zijn oog valt op een Warwick Thumb. ‘Die heb ik zelf ook.’ ‘Doen! Het is wel goed om er een actieve bas doorheen te jagen’, merkt Ruud op. Maar Luuk blijkt zijn Thumb meestal passief te bespelen. ‘Als je een goeie basis hebt met je bas en je versterker, heb je die toonregeling op je bas niet nodig. Variatie in sound maak ik wel met mijn vingers’ Hij hangt de bas om, plugt hem in de Eden en buigt zich over de draai- en trekmogelijkheden van de verschillende knoppen. Hij speelt een paar snelle riffs en zegt: ‘Tja, ik ben een Ampeg SVT gewend. Met zo’n sound zou ik niet veel kunnen, het is niet wat ik zoek. Maar het is een mooi en warm geluid, op zich zou ik het wel kunnen gebruiken. Vroeger had ik een Trace Elliot, die was veel te netjes en ik was blij dat ik die SVT over zijn nek kon laten gaan.’ ‘Wel interessant om te weten of zo’n top het uithoudt als je zwaardere muziekstijlen speelt’, merkt Ruud op. Luuk besluit: ‘Niet verkeerd, lekker warm en superklein, dit zal voor veel mensen een ideale versterker zijn.’


Blauwe lampjes
Op een achtergrond van een discussie over blauwe lampjes is Luuk inmiddels bezig de Markbass te proberen. Zou de VLE-functie hem een beetje van dat gewenste Ampeg-karakter geven? ‘Helemaal niet’, meldt Luuk beslist. ‘Je hoort de aanslag nauwelijks, hij haalt gewoon het hoog weg. Die VPF lijkt me wel een belangrijke knop, je hoort het geluid de hele tijd veranderen als je eraan draait. En op elke stand klinkt hij goed bij deze Thumb. Op Ruuds Jazz Bass maakte hij de sound alleen maar slechter als je hem verder opendraaide. Laat ik die derde versterker eens pakken.’ Hij plugt in en is meteen verheugd over de helderheid van de Genz Benz. ‘Die andere twee zijn echt veel modderiger!’ Met behulp van de twee gain-regelaars maakt hij een mooi grommend randje aan zijn basgeluid. ‘Daar moet je van houden; ik vind het wel lekker. Maar het wordt toch wat dun, een oversturende eindversterker doet dat toch beter. Da’s een heel ander verhaal. Wel kan deze er op een mooie manier hoog bij draaien. Dat kun je goed gebruiken om boven de gitaren uit te komen. Tegenwoordig speel ik met in-earmonitors, maar vroeger was het heel belangrijk voor mij hoe het extra hoog van een versterker klinkt. Trouwens, als je dat knopje voor extra laag niet aanzet, dan klinkt de Genz Benz veel te dun. Toch denk ik dat ik met deze het meeste zal kunnen.’

Richard haalt zijn Alembic tevoorschijn. ‘Dan heb je ook een actieve vijfsnaar, kijken hoe deze versterkers met de lage B omgaan. Sorry voor de ouwe snaren, maar ik heb sinds een tijdje een Fender Precision en ik merk dat ik op mijn Alembic steeds langer blijf doorspelen op ouwe snaren.’ En meteen begint hij lage vijfsnaargrooves te pompen. ‘Met jouw Jazz Bass vond ik deze Genz Benz eigenlijk wel te gek’, zegt Richard. ‘Maar nu ik er zelf op speel, klinkt hij neuziger dan ik dacht. De buis heb ik nu tegen het randje van vervormen aangezet, om wat meer harmonischen te krijgen.’ Zorgvuldig gaat hij alle lage tonen van de basgitaar langs en luistert of ze goed doorkomen. ‘Ik vind dat de basisklank van dingen goed moet zijn. Alle knoppen in het midden en dan moet het goed zijn. Alles moet erin zitten: laag, hoog en het middengebied. Ha, hij gaat beter klinken met 3dB boost op 200 Hz. Fijn om te weten.’ Ruud: ‘Dat is ook beter. Ik heb jarenlang meegelopen met geluidstechnici en met hen over geluid geluld, dus van hen weet ik dat je niet te veel toonregeling moet gebruiken. Anders krijg je faseproblemen. Als je te veel frequenties naast elkaar versterkt, dan gaan ze elkaar overlappen en dus versterken en uitdoven, en wordt je geluid alleen maar slechter.’


Ongelooflijk klein kastje
Richard prikt zijn bas in de Markbass. ‘Oh oh’, zucht hij na een paar lage noten. ‘Dit is verschrikkelijk. Geen buis. Dat hoor je meteen. Deze is muffer. Ik hoor direct aan de boventonen of er wel of geen buis in zit. Bij een buis komt er een heel prettig hoog bij, en het laag is warmer. Ik ben daar voor. Je kunt me een Glockenklang geven, maar dan ben ik nog niet tevreden.’ Richard laat horen hoe de Markbass er onder de lage Eb mee ophoudt. ‘Die druk die de E nog heeft, die verdwijnt gewoon als je lager gaat! Wel geeft ie veel punch, en ik vind het nog steeds ongelooflijk dat het in zo’n klein kastje past. Die VLE, daar wordt mijn Alembic trouwens niet slechter van. Hij geeft een warm randje aan mijn bas en wat meer sustain, lijkt het wel. En ik vermoed dat er wat compressie bij komt als je die VLE opendraait. Maar zodra je deze sound gaat mengen met een bandje ben je nergens meer. Dan heb je precies dat hoog nodig dat deze VLE weghaalt.’

Als laatste is voor Richard de Eden aan de beurt. ‘Hij heeft geen buis, dat hoor je zo, maar de warmte van Eden heeft hij wel.’ Ruud: ‘Deze is niet mooi als je hem over zijn nek laat gaan. Hier moet je het netjes houden in de voortrap en de eindtrap opendraaien.’ ‘Dit spreekt me heel erg aan’, spreekt Richard goedkeurend. ‘De combinatie van het formaat en het geluid. Voor kleine optredens is zoiets ideaal.’ Luuk beaamt dat de Eden mooi warm is, maar heeft toch besloten dat de Genz Benz zijn voorkeur heeft. ‘Want die kun je tenminste over zijn nek laten gaan.’ Richard doet zijn kritische lagetonentest met de vijfsnaar en zegt goedkeurend: ‘Pas bij de lage D begint hij er een héél klein beetje mee op te houden. Maar hij houdt ‘m ook een beetje tegen, er zit compressie of limiting op. Bij zo’n versterkertje is de draagbaarheid doorslaggevend. En als je ze ongekleurd beluistert, vind ik het basisgeluid van deze het beste. Met mijn bas. Met Ruuds Jazz Bass vond ik de Genz Benz het mooiste. Maar ik ga even heel snel mijn Precision uitpakken!’


Meteen mooi
Zo gezegd, zo gedaan. ‘Ik wil eerst even het buisje van de Genz Benz horen in combinatie met mijn Fender.’ Hij plugt zijn jaren ’70-Precision in en speelt. ‘Ja, zo zie je maar, nu vind ik de Genz Benz weer mooier dan de Eden. Zo’n Precision heeft minder bandbreedte dan de Alembic.’ Ruud: ‘Een actief of een passief signaal voelt anders aan voor een buis en beïnvloedt hoe deze werkt. Het blijkt gewoon dat een passieve bas op een buizenvoortrap meteen mooi klinkt, terwijl je met een actieve dan meer moet zoeken.’

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen