Hollowbody's - Vier semi-akoestische basgitaren

Geschreven door Bart Parmentier

panel_04_internet‘Is dat wel een basgitaar?’ De zanger van mijn band was heel verbaasd toen ik kwam aanzetten met mijn nieuwste aanwinst, een semi-hollowbody Epiphone Rivoli. Die bassen met een holle klankkast en f-vormige gaten zie je inderdaad niet elke dag op het podium. Toch hebben ze een geheel eigen geluid. Beck-bassist Justin Meldal-Johnsen kan het niet laten te benadrukken dat elke bassist er een zou moeten bezitten. De Bassist wilde dat wel eens horen, ronselde drie vooraanstaande Belgische bassisten en organiseerde een baspanel in de muziekwinkel Keymusic te Sint-Niklaas.

De deelnemers wonen toevallig alle drie in Gent, dus carpoolden we samen naar Sint-Niklaas. Het milieu zal ons dankbaar zijn. Met de wagen vol bassisten was het precies een schoolreisje, met de bijbehorende kwajongensuitspraken op de achterbank. Die kwajongens waren Mirko Banovic, Maarten Standaert en Yannick Uyttenhove. Momenteel vind je Maarten vooral bij Arid en Gabriel Rios op het podium. Mirko kon je, net als Maarten en Yannick overigens, al bij heel wat bands aan het werk zien, maar ongetwijfeld het meest bij optredens van Arno. Deze Belgische zanger, die een internationale status heeft verworven, laat zich al jaren door zeer goede muzikanten omringen. Yannick tot slot speelde onder andere bij Novastar en Garland Jeffreys. Op dit moment is hij vooral bezig met zijn soloproject Maximus.\


Niet drie maar vier
Bij aankomst op de basafdeling van Keymusic zien we ze direct staan, de bassen die aan de test onderworpen zullen worden. Het zijn een Italia Rimini, een Duesenberg Star Bass en een Gretsch Broadkaster, mooi naast elkaar opgesteld. Verderop in de winkel staat nog een verweesde Epiphone Jack Casady. ‘Pas binnengekomen’, zegt medewerker Steven van de gitaarafdeling. Onder goedkeurend geknik van het baspanel mag de Epiphone er ook bij, zodat we niet drie maar vier semi-akoestische bassen testen.

Semi-hollowbody’s hebben een aantal van de grootste bassisten aller tijden geholpen aan hun onmiskenbare toon. Paul McCartney (Beatles), Bill Wyman (Rolling Stones), Jack Casady (Jefferson Airplane) bespeelden ze tijdens het belangrijkste deel van hun carrières. John Entwistle van The Who, die vooral met volhouten Gibson Thunderbirds geassocieerd wordt, gebruikte voor die tijd een Epiphone Rivoli. Ook had hij een Gibson EB-2, een Gretsch 6070 en een Rickenbacker 4005. Natuurlijk is er hollowbody-voorvechter Justin Meldal-Johnson van Beck, en mensen als Simon Gallup van The Cure, Peter Hook van New Order en Joy Division, en Jack Lawrence van The Raconteurs (die andere band van White Stripes-gitarist Jack White) zijn het roerend met hem eens.


Twee soorten
Veel van zulke bassen zijn natuurlijk ‘vintage’, door de combinatie van hun geliefde geluid en het bouwjaar van de instrumenten. Op de tweedehandsmarkt wisselen ze vaak voor grote bedragen van eigenaar. Wat dacht je van 7500 euro voor die Rickenbacker 4005 die laatst op eBay aangeboden werd? Je zal er toevallig maar één op zolder hebben liggen. Gelukkig worden er steeds meer nieuwe semi-hollowbody’s gemaakt, die vaak grotendeels geënt zijn op oude ontwerpen. De basgitaren in deze paneltest zijn onder te verdelen in twee groepen. Enerzijds zijn er de semi-hollowbody’s, waartoe de Italia, de Epiphone en de Duesenberg behoren. Hun klankkast is niet helemaal hol; in het midden loopt een blok van de hals naar de brug. Meestal zijn boven- en onderblad van de basgitaar hieraan vastgemaakt, vandaar dat ze ook wel semisolids genoemd worden. Anderzijds heb je de geheel holle hollowbody-basgitaren of de semi-acoustics. In deze test wordt die groep enkel door de Gretsch vertegenwoordigd. Beide soorten zouden warmer klinken dan hun massieve broertjes. Moet je echt zo’n bas hebben, of is het eerder iets voor mensen met een niet te bevredigen honger naar steeds nieuwe basgitaren? Aan het baspanel om hierover te oordelen.

‘Met welke versterker wil je deze instrumenten testen?’, vraagt Steven. Maarten wil het liefst een neutrale versterker die de klank van de bas niet te zeer vervormt. Er wordt gekozen voor een Markbass-top met een 6x10”-kast. Over de testvolgorde is het panel het snel eens. ‘Laten we beginnen met de goedkoopste en eindigen met de duurste’, stelt Mirko voor.


Een Italia uit... Azië
Maarten pakt als eerste de opvallend ontworpen Italia Rimini vast. Misleidende naam, want deze bassen worden niet in Italië maar in Azië gemaakt. ‘De nek vind ik aan de kop wat breed’, merkt Maarten na enig spelen op. Mirko: ‘Hij ziet eruit als een Rickenbacker’, daarmee verwijzend naar de hollowbody Rickenbacker 4005. ‘Het lijkt wel alsof de voorkant van de body van plastic is gemaakt. Ik vind het wel apart’, zegt Maarten. ‘Als je 500 euro hebt te besteden en geen Mexicaanse Fender of zoiets wilt, dan kan dit een goed alternatief zijn. Alleen, die plaat waar die knoppen op zitten, vind ik echt niet mooi.’ Ondertussen heeft Yannick de Italia op zijn schoot genomen. ‘Hij ziet er heel sixties uit. Die blote vrouw op de achterkant vind ik ook wel mooi!’, zegt hij, terwijl hij de achterkant naar zich toe draait om de mooi afgewerkte houtstructuur te bekijken.

‘Deze Rimini klinkt best warm op de laagste snaren, maar in de hogere regionen gaat hij een stuk killer klinken’, merkt Mirko op, die ondertussen de basgitaar heeft overgenomen. ‘Heel veel lage tonen’, vult Yannick aan, maar ook hij vindt de G-snaar vrij dunnetjes. ‘Jammer,’ zegt hij, ‘want voor de rest gaat hij mooi diep.’ Er wordt ondertussen een plectrum bij genomen. Maarten vindt de Rimini niet onmiddellijk een plectrumbas: ‘Op de G-snaar verliest hij nu alle warmte.’ Voor de zekerheid wordt er even een andere Italia Rimini bij genomen, die dezelfde eigenschap blijkt te hebben, zij het in iets mindere mate. ‘Jammer, want voor de rest is het geen slechte bas’, besluit Mirko.


Niet verwacht van een Epiphone
De Italia wordt aan de kant gezet en de Epiphone Jack Casady komt aan de beurt, de op één na goedkoopste uit dit viertal. Deze basgitaar belandt het eerst in de handen van Yannick. ‘Vlot bespeelbaar, hij ziet er zwaar uit, maar speelt eigenlijk heel licht’, stelt hij onmiddellijk vast. Even gaat het over Jack Casady, de man die betrokken was bij de ontwikkeling van deze basgitaar. Casady was in de jaren ’60 de bassist van Jefferson Airplane. In die jaren speelde hij op een semi-hollowbody Guild Starfire Bass. ‘Deze Epiphone klinkt wel anders dan mijn Guild Starfire uit de jaren ’60’, zegt Mirko. Nu was Jack Casady’s exemplaar destijds voorzien van Alembic-elektronica. De Amerikaanse boutique-basfirma Alembic is namelijk ooit begonnen met het aanpassen van basgitaren voor bassisten als Jack Casady en Phil Lesh van The Grateful Dead. ‘De Jack Casady heeft meer punch dan de Italia van daarnet, maar is iets minder in het sub aanwezig’, merkt Maarten op. Mirko neemt hem over. ‘Deze bas klinkt mooi egaal’, zegt hij. ‘Zowel de hoge als de lage noten komen goed tot hun recht. Je kunt dit instrument ook lekker doen “bijten” als dat nodig is. Ik ben er alvast fan van. Een basgitaar van deze kwaliteit had ik van Epiphone niet verwacht.’ Ondertussen wordt de impedantieschakelaar aan een uitgebreid onderzoek onderworpen. ‘Een mooi extra aan deze bas. Er is een hoorbaar verschil tussen de drie standen. Hiermee heb je genoeg variatie om de Jack Casady in verschillende situaties te gebruiken. Je kunt hem zeer vet doen klinken en toch verliest de toon niet te veel aan definitie’, stelt Mirko vast. ‘Deze basgitaar is een paar honderd euro duurder dan de Italia, maar ik denk dat hij zijn prijsverschil waard is’, besluit Maarten.


Bas voor kleine handen
Over naar de Duesenberg Star Bass. ‘Hierover ben ik wellicht niet zo heel objectief’, opent Maarten; hij heeft er namelijk zelf een. Toch pakt hij hem nog even op schoot en vervolgt: ‘Dit is de klank die ik van een semi-hollowbody wil horen. Het leuke eraan is dat hij speelt als een zeer dure bas en over een zeer mooie klank beschikt. De toon is steeds gedefinieerd. De Duesenberg heeft wel lage tonen in zich, maar ook weer niet te veel. Vooral de laag-mid-tonen zijn goed vertegenwoordigd. Deze bas houdt goed stand in een band: hij is aanwezig zonder in de weg te zitten. Op de mijne liggen wel flatwounds; ik hou van dat warme, ronde geluid dat flatwoundsnaren creëren.’ Ondertussen schuift de Star Bass door naar Mirko, die aanvult: ‘Hij speelt heel lekker en klinkt ook zeer goed. Elke noot is schoon. Maar ik ben op de een of andere manier bij die Epiphone van daarnet blijven hangen. Die heeft me meer verrast. Maar laten we duidelijk zijn: er is op dit instrument echt niks aan te merken. Hij ziet er ook mooi retro uit.’ ‘Je voelt dat dit een bas is uit een hogere prijsklasse, maar met mijn grote handen is het wel wat wennen aan de kortere lengte van de nek. Ideaal wellicht voor kleinere handen’, zegt Yannick, die ondertussen de Duesenberg heeft overgenomen van Mirko. ‘Mij heeft dat nooit gestoord’, reageert Maarten.


Een (te) braaf beest
‘Zal ik dan maar “The Beast” gaan halen?’, vervolgt Mirko, die ondertussen de Gretsch Broadkaster vastpakt. Mirko begint erop te spelen. ‘Ik weet niet of het aan de bas ligt, maar dit instrument heeft weinig output en klinkt vrij dun. Het lijkt wel een fout. Ik had meer verwacht van een bas in deze prijsklasse’, zegt Mirko wat verbaasd. Maarten vermoedt dat je hier deels voor de naam betaalt. ‘Voor mij is die arm net iets te dun’, gaat hij verder. Mirko: ‘Ik speelde ooit op een oude Gretsch, waar zo’n pin in stak waarmee je ’m verticaal kon bespelen, zittend op een stoel. Deze Gretsch heeft met die bas duidelijk niks te maken.’ ‘Als ik een bas in mijn handen krijg, wil ik graag een bepaalde magie voelen’, zegt Yannick. ‘Voor mij ontbreekt dat gevoel hier bij dit instrument.’ Mirko: ‘Het is wel een schone bas. Mooi om boven je zetel te hangen.’


Feedback en balans
Hollowbody’s zijn berucht om hun feedbackgevoeligheid. Om feedbackproblemen te vermijden vulden bassisten ze vroeger met stukken stof. De beste plaats om zulke bassen te testen op feedbackgevoeligheid is natuurlijk een podium, maar een buizenversterker op hoog volume leek ons een waardig alternatief. Daarom verplaatsten we onze test even naar een Ampeg V4BH-buizentop die elders in de winkel van Keymusic stond. Maarten heeft met zijn Duesenberg nog nooit feedbackproblemen gehad, meldt hij. ‘In grote concertzalen als Vorst Nationaal klinken andere basgitaren nog wel eens “boomy”, maar het geluid van de Duesenberg is zelfs daar perfect controleerbaar.’ Alle vier de testexemplaren doorstaan de proef met glans. ‘De Gretsch klinkt wel een stuk beter op een lampenversterker dan op een transistorversterker’, merkt Mirko op.

Tegelijk wordt er een riem bij genomen om te controleren hoe goed of hoe kwaad de basgitaren in balans hangen. Door de lege ruimte in de body is het gewicht van dergelijke instrumenten vaak onevenwichtig verdeeld, waardoor sommige hollow- en semi-hollowbody’s wat kopzwaar worden. Vooral de Gretsch blijkt hier last van te hebben. Deze heeft dan ook de lichtste body, aangezien er geen middenbalk in zit. Ook de Epiphone heeft er, zij het in mindere mate, mee te kampen. ‘Het stoort me niet echt’, stelt Mirko, die de Epiphone wat hoger hangt, waardoor de balans beter controleerbaar wordt.


Conclusie
Tot slot probeert het panel de balans op te maken. Iedereen vindt de Gretsch Broadkaster een zeer mooie bas, maar van een basgitaar in deze prijsklasse had het panel een betere klank verwacht. Duurder is in dit geval dus niet noodzakelijk beter. De Epiphone Jack Casady daarentegen kon wel bij iedereen op goedkeurend geknik rekenen. Voor Yannick en Mirko kwam dit instrument duidelijk als nummer één uit de test. Ook Maarten was zeer te spreken over deze Epiphone, maar heeft toch nog een voorkeur voor de Duesenberg. Voor Mirko en Yannick was de Duesenberg Star Bass trouwens met voorsprong de tweede beste basgitaar uit deze test. De Italia Rimini lijkt hun, zeker gezien zijn lage prijs, geen slecht instrument, maar moet voor dit panel bij deze test toch het onderspit delven.


Voor iedereen een hollowbody?
Nu dan de openingsvraag: moet je echt een hollowbody hebben als je als bassist veelzijdig wilt zijn? Of is het eerder iets voor de freaks? ‘Ik persoonlijk kan niet zonder mijn Duesenberg Star Bass,’ zegt Maarten, ‘maar het is een kwestie van smaak. Met een goede allrounder zoals een Fender Precision of Jazz Bass kom je een heel eind.’ ‘De noodzakelijkheid ervan is afhankelijk van de muziek die je speelt’, vervolgt Yannick. ‘Ik ben momenteel enkel bezig met akkoorden op bas. Die manier van spelen is toch wel een stuk verwijderd van het gewone basspel. Een hollowbody is daar niet echt geschikt voor. Maar het is in ieder geval heerlijk om erop te spelen, zoals ik vandaag kon vaststellen!’ Mirko besluit: ‘Een hollowbody is geen noodzaak, maar het kan geen kwaad om een instrument te hebben dat in de studio een vintagekleur kan geven aan je basspel. Ik heb geluk gehad met mijn Guild Starfire, want de klank ervan is apart. Je houdt ervan of je haat het, maar hij onderscheidt zich wel. Trouwens, wie hoort het verschil behalve wij muzikanten?’, lacht hij.



Yannick Uyttenhove studeerde basgitaar en contrabas aan de Antwerpse Jazz Studio. Momenteel legt hij zich vooral toe op zijn eigen project Maximus. Een singer-songwriter die zichzelf eens niet op piano of gitaar begeleidt, maar op basgitaar en contrabas? Het kan! Yannick verkent in zijn project de mogelijkheden van de bas. Eerder kon je hem ook aan het werk zien met Novastar, Garland Jeffreys, Skitsoy, Dokter Vroman en Roland Van Campenhout. Binnenkort gaat hij de studio in om de Nederlandse Coco Harmsen te begeleiden, samen met Jeffrey Clemens, drummer bij G. Love & Special Sauce. www.maximusmusic.be

Mirko Banovic is een veelgevraagd sessiebassist in Vlaanderen en daarbuiten. Net als Maarten Standaert studeerde hij af aan het Koninklijk Conservatorium van Gent. Als bassist van Arno speelde hij al op podia over de hele wereld. Rusland, Libanon, Italië, de Verenigde Staten, je noemt het en hij is er geweest. Andere bands met wie hij wel eens het podium deelt, zijn Arsenal, Laïs, Axelle Red, Stash, Zita Swoon, An Pierlé, Roland, Sharko en Arid.

Maarten Standaert begon zijn loopbaan als bassist op een typerende manier: samen met een aantal andere tieners wou hij een bandje opstarten en er ontbrak nog een bassist. Hij had nog maar pas zijn basgitaar of hij werd al gevraagd om mee te spelen tijdens een schooloptreden met covers van Jimi Hendrix. ‘Die muziek van Hendrix was een zeer goede leerschool’, zegt hij zelf. Ondertussen studeerde hij in 1999 af als Meester in de Jazz en Lichte muziek aan het Koninklijk Conservatorium van Gent. Sindsdien is hij de vaste bassist bij Gabriel Rios en Moiano. Momenteel toert hij met Arid. Hij speelt/speelde ook bij Novastar, Trixie Whitley, Baloji, Lalalover, Krewcial, Mrs. Hyde, Sioen, Sukilove en Miss Camille. www.myspace.com/maartenstandaert

 

Klik voor meer foto's




 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen