De Precision Bass - Vier doorgewinterde bassisten over de oerbas

Geschreven door Willem Huetink

Panel_internetDe Fender Precision Bass is bijna 60 jaar. De bas werd in 1950-51 ontwikkeld door Leo Fender met als doel de bassist te bevrijden van zijn hondenhok, zoals de contrabas door hem werd genoemd. De Precision was de eerste in serie geproduceerde en inmiddels de best verkochte basgitaar aller tijden.

 

Jazz Bass?
Op onze uitnodiging ontmoetten drie Nederlandse P-bass adepten elkaar bij Edwin van Huik’s Bass Connection in Hilversum. Gastheer Van Huik is geen onbekende in basland en behoeft nauwelijks introductie. Jan Hollestelle behoorde lange tijd tot de eerste generatie Nederlandse sessie- en studiomuzikanten. Daarnaast speelde hij in het Metropole Orkest en doceerde hij basgitaar aan het Hilversums conservatorium. Herman Deinum is Precisionspeler van het eerste uur. Hij deed dat bij Sweet d’Buster en tegenwoordig weer bij Cuby & the Blizzards. Manuel Hugas doceert basgitaar aan het Amsterdams Conservatorium en speelt momenteel bij Candy Dulfer en in zijn eigen Nu Soul formatie Liquid Spirits. Drie bassisten van uiteenlopend pluimage en opeenvolgende generaties die hun liefde voor de P-bass delen. Én voor deze avond hun favoriete Precision bassen meebrachten. Hoewel, in eerste instantie is er enige verwarring wanneer Manuel een vroege jaren ’60 Jazz Bass uit zijn gigbag trekt die eruit ziet alsof hij zojuist uit de verbrandingsoven voor grof vuil is gered. Dat laatste blijkt niet ver bezijden de waarheid. Het is een Jazz Bass die ooit aan Jan toebehoorde, tijdens een brand deerlijk gehavend werd en daarna in losse onderdelen aan Manuel werd verkocht (Jan: ‘Ach ja, die jongen had toen helemaal geen geld...’). Afgezien van zijn uiterlijk blijkt het echter verder een meer dan uitstekend exemplaar te zijn en Jan lijkt enige spijt te hebben van zijn toenmalige genereuze actie.


Uniek
Over de vraag wat er nu zo bijzonder was aan de Precision en waarom deze bas na zestig jaar nog steeds aan de top staat zijn de heren het snel eens.
Jan: ‘Leo Fender was in lichte vorm toch wel een visionair. Hij heeft alle dingen op een goede wijze bij elkaar gebracht.’
Herman: ‘Ja dat heeft hij destijds goed gezien. Die bas kwam precies op het goede moment. Het was de tijd van rock ’n roll en wat later de soul en popmuziek. Die ontwikkelingen gingen hand in hand.’
Manuel: ‘Wat ook bijzonder was, is de scale. Er waren al wel elektrische bassen, maar die waren short scale. Leo Fender heeft deze mensuur aan de muzikanten gegeven en die gebruiken we nog steeds.’
Edwin: ‘Met die mensuur van 34 inch zat hij tussen de cello en de contrabas in en dat was een handzaam en comfortabel formaat.’
Manuel: ‘En natuurlijk zat er ook een hoop toeval bij. Normaal gesproken is zoiets het resultaat van een lange ontwikkeling, maar dit is in veel opzichten een toevalstreffer. In die tijd werd er over hout en de klankeigenschappen eigenlijk nog helemaal niet nagedacht. De rosewood toets zijn ze gaan gebruiken omdat het er goed uitzag, maar welke invloed het op de klank had, daar had men geen idee van. En dat gold ook voor de keuze van elzen of essen voor de body.’
Edwin: ‘In navolging van het succes dat Fender had met zijn gitaren zal de vraag wat een beetje betaalbaar was ook belangrijk zijn geweest. Het was natuurlijk ook gewoon een business.’
Jan: ‘Zijn kennis had hij inderdaad van de gitaar. De eerste Precision leek enorm veel op de Telecaster.’
Edwin: ‘En het woord Precision natuurlijk: de fretjes. Tot die tijd waren bassisten de fretloze contrabas gewend, daarom is het vreemd dat hij niet begon met een fretloze bas.’
Manuel: ‘De vraag was in die tijd natuurlijk hoe krijg je de contrabassist zover om op een basgitaar te gaan spelen. Veel bassisten wilden dat niet.’
Jan: ‘Die werden soms door hun band gedwongen op een basgitaar te gaan spelen. De Precision was natuurlijk ook universeel bedoeld. Met een basgitaar kon ook een gitarist gemakkelijk bas spelen. Vandaar ook die frets. Wanneer een band geen bassist kon vinden kreeg de gitarist zo’n ding in handen gedrukt. Het klassieke verhaal.’
Manuel: ‘De opzet was natuurlijk ook een contrabas te maken die vervoerbaar was…’
Herman: ‘En hoorbaar…’
Manuel: ’Maar de toon vonden ze weer niet zo belangrijk want er zaten van die dempers op. Dus die lange toon die wij nu zo mooi vinden interesseerde ze niet.’
Herman: ‘Ja inderdaad, van die zwarte rubber blokken onder de kap. Die zaten er bij mij ook nog op.’
Jan: ‘Met die dempers klonk hij als een contrabas: pom pom pom. In de '50er jaren zag je van die platenhoezen met Hawaï orkestjes met twee meisjes in petticoats die dan zo’n bas vasthielden. Ze speelden vaak met hun duim, vandaar die steun die onder de snaren zat.’
Herman: ‘Later werden al die dingen er afgesloopt, maar ik heb hem nog helemaal origineel en gebruik de kap over de brug als steun voor mijn hand omdat ik met plectrum speel.’
Manuel: ‘Dit is waarschijnlijk het instrument dat de popmuziek het meest beïnvloed heeft. Je hebt bij gitaren natuurlijk ook wel iconen zoals de Les Paul, maar daar was veel meer diversiteit en had je veel meer merken. Maar zonder deze bas… al die muziek tot de jaren zeventig werd op dit ding gespeeld. Want, en dat is zo bijzonder, de Precision is bruikbaar in bijna alle muzieksoorten: rock en funk en soul, het maakt niet uit.’
Jan: ‘Er bestond natuurlijk helemaal geen basgitaar dus Fender heeft dit ‘out of the blue’ gecreëerd. Dat was ook die vooruitziende blik. Sindsdien is de Precision niet meer weg te denken. En daardoor is de muziek heel anders geworden, want met die contrabas kwam je natuurlijk geen meter verder.’
Manuel: ‘In de jaren ’80 en ‘90 kwamen er opeens heel veel verschillende bassen, maar nu zie je dat iedereen weer terug komt bij de Precision. Dat is wel bijzonder.’
Edwin: ‘De Precision is gewoon wat je minimaal nodig hebt om bas te kunnen spelen en dat was een geniale vondst. Vergeleken met al die moderne bassen is een Precision als een soort derde arm: je moet het helemaal zelf doen.’

Natuurlijk werd er deze avond niet alleen over de Precision gesproken. Er werd ook lustig op los gespeeld en vergeleken. Wat opviel was dat er geen twee hetzelfde waren en dat ze eigenlijk allemaal anders klonken. Conclusie: allemaal goed!


Fompy
Opmerkelijk aan de Precision Bass is het onmiskenbare geluid. Gevraagd naar een karakterisering buitelen de heren over elkaar heen in kwalificaties die voor de leek een kolderieke abstractie zullen lijken maar voor de kenner een herkenbaar concrete realiteit. Ronk hoort bij de Precision zoals knor bij de Jazz Bass.
Edwin: ‘Fompy, dat vind ik het mooiste woord en beste omschrijving.’
Jan: ‘Fompy? Wat bedoel je daar in godsnaam mee? Zo zie je maar hoe bloemrijk de taal wordt als het om een basgeluid gaat.’
Manuel: ‘Ja, fompy?  Dit wordt opeens wel een heel raar interview.’
Jan: ‘Maar ik denk dat het basiskenmerk van het Precisiongeluid droog en vol is. In tegenstelling tot de Jazz Bass, die veel zangeriger is.’
Edwin: ‘En het laag. De Precision gromt veel meer.’
Manuel: ‘Voor een piano is het heel belangrijk hoe ie alleen klinkt. Bij een basgitaar heb je dat niet. Daar gaat het erom hoe die in een band klinkt. Als de drummer begint dan moet de sound blijven staan. En bij de Precision heb je dat. Die klinkt heel vol. Het is een heel simpel geluid. Je kunt hem een beetje doffer maken, maar het is eigenlijk één ding dat altijd heel goed werkt. Het is een werkpaard.’


De laatste paar jaar zie je dat de Precision bezig is met een comeback. Hij wint aan populariteit, zeker ten opzichte van de Jazz Bass die lange tijd het populairste jongetje van de klas was. Hoe komt dat?
Manuel: ‘Je had in de jaren ’80 en ’90 een periode dat er veel veranderde aan de opnametechniek. Digitale recorders en drummachines deden hun intrede, de muziek veranderde en de basgitaar werd daaraan aangepast. Er kwamen actieve en vijf- en zessnarige bassen die allemaal heel strak en kil klonken. Dat zit dan in zo’n ontwikkeling waar iedereen in meegaat. En nu komt men daar weer een beetje op terug. Ik vind zo’n stijf en strak basgeluid niet mooi. Er zijn muzieksoorten waarbij het heel goed past, maar het is niet mijn ding.’
Jan: ‘Op een gegeven moment werd zo’n hifi-geluid met veel hoog en laag heel populair.’
Edwin: ‘En daarbij kwam natuurlijk het slappen waarvoor die actieve bassen heel geschikt waren.’
Jan: ‘Maar het gekke is dat ik het mooiste slapgeluid nog steeds Louis Johnson vind op een oude P-bass.’
Manuel: ‘Wat ik ook mooi vind aan een Precision is dat als je hoog speelt, je toch een vol geluid houdt. Daardoor kan je andere dingen spelen dan je normaal doet. Het geluid blijft heel dik.’
Herman: ‘Het hangt toch ook heel erg af van de snaren die je gebruikt. Ik gebruik altijd nieuwe roundwound snaren. Die hebben dat mooie open geluid. Als je dan het hoog een beetje terugdraait ben je klaar. Ik vind het heerlijk.’
Jan: ‘Ik ben begonnen met flatwound snaren maar toen ze eenmaal beschikbaar waren rigoureus overgestapt op roundwound snaren. Die heb ik jarenlang gebruikt. Onlangs heb ik weer flatwounds op de ‘51er gezet en ik moet zeggen dat ik het wel helemaal bij het instrument vind passen en ik denk dat ik het op een van die latere Precisions ook weer ga doen. Maar die roundwounds hebben ook een bepaalde sfeer.’
Manuel: ‘Roundwound snaren met plectrum bespeeld op zo’n jaren ‘70 Precision dat klinkt echt waanzinnig. Ik heb op die blauwe hele oude flatwounds en dan met schuim onder de kap. Dat geeft een echte Jamerson sound. Dat is wel wollig, maar toch met een duidelijke toon en warm. Op die ‘64er heb ik wel roundwounds.
Herman: ‘Waar we nu helemaal aan voorbijgaan is dat ongeacht of een bas nu goed of slecht is, de persoon die er op speelt ongeveer de helft van de toon uitmaakt. Het is niet alleen maar hout en een element. Ik maak mee dat ze bij mij op het podium foto’s maken van de afstelling en instellingen en dan krijg ik later een mailtje dat het niet klinkt. Tja, gelukkig komt er nog wel meer bij kijken.’


Vintage
Vintage is in. Dat is duidelijk en blijkt ook uit het succes van de custom shop gerelicte instrumenten. Toch hoor je altijd dat een echte oude beter is dan een nieuwe. Hebben we het hier over een mythe of klopt dat daadwerkelijk?
Manuel: ‘Wat vast staat is dat het hout vroeger echt beter was dan nu. Die ‘59er van mij heeft een fantastische hals. Daar hoef ik nooit iets aan te doen, die kun je subtiel bijstellen en is heel stabiel.’
Edwin: ‘Oud hout is langzaam gegroeid en niet vervuild. Het heeft veel tijd gehad om te drogen. Maar het is ook een beetje het Stradivarius effect. Men maakt elkaar een beetje gek. Er zijn goede en slechte instrumenten in elke leeftijdscategorie.’
Manuel: ‘Na de overname door CBS in 1965 werd het echt massaproductie bij Fender en minder handwerk. Toen ging de kwaliteit zienderogen achteruit.’
Jan: ‘Het was ook in de 60er jaren al fabriekswerk, maar blijkbaar waren het beter geoefende handwerkslieden die een traditie in de instrumentenbouw hadden en dat maakte het verschil. Na het vertrek van Leo Fender hebben de managers het overgenomen en ging het vooral om lage kosten en hoge winst. Dat ging ten koste van de kwaliteit.’
Manuel: ‘Behalve het hout waren natuurlijk ook de pick-ups belangrijk, de dikte van het koperdraad, de magneet, het aantal windingen en de corrosie. Dat is ook van invloed op het geluid en ook niet meer na te maken.’
Manuel: ‘Het enige nadeel is dat iedereen nu wel weet hoe goed die oude klinken en dat daardoor de prijs zo omhoog is geschoten de laatste paar jaar.
Jan: ‘Dat maakt me niks meer uit, want ik heb ze toch al, haha!’
Herman: ‘Geen kwaad woord over Leo Fender, haha!’

 


Jan Hollestelle
Met broer Hans op gitaar begon Jan zijn carrière in de Torrero’s. Zij verzorgden in 1964 het voorprogramma van The Beatles tijdens dat legendarische optreden in Blokker. Jan speelde later in bands als Geo, Robinson Cruiser en Spin. Maar hij maakte vooral naam als no. 1 sessie- en studiobassist. Hij speelde in het Metropole Orkest en gaf les aan het conservatorium in Hilversum. Tegenwoordig doet hij dat in Amsterdam. Op dit moment speelt Jan geen basgitaar, maar concentreert hij zich op barokmuziek uit de 17e en 18e eeuw die hij vanwege het aangename geluidsniveau strijkt op zijn contrabas.

Herman Deinum
Maakte in de jaren ’60 furore als bassist van Blues Dimension en Cuby & The Blizzards. Vormt al jaren met drummer Hans Lafaille een van de meest geoliede ritmetandems van Nederland. Later zette hij de toon in de band Sweet d’Buster, waar hij met zijn sound en herkenbare stijl een grote bijdrage leverde aan de emancipatie van de basgitaar in Nederland. Via Cyril, Muskee Gang en zijn eigen Herman Deinum Band is hij sinds de jaren ’90 weer terug bij Cuby & The Blizzards. Herman deed ook sessiewerk voor o.a. Jan Akkerman en Kaz Lux.

Manuel Hugas
Manuel is de benjamin in dit gezelschap, maar heeft toch een uitgebreide staat van dienst. Hij is autodidact, speelde bij Jan Akkerman, Candy Dulfer en Kane en was als sessiemuzikant betrokken bij de live- en studioverrichtingen van een aanzienlijk rijtje Nederlandse acts. Momenteel is hij hoofdvakdocent basgitaar aan het Amsterdams conservatorium, tourt hij met Candy en actief met zijn eigen band Liquid Spirits.

Edwin van Huik

Gastheer Edwin is in basland vooral bekend door zijn winkel Bass Connection. Edwin speelde ooit bij Vitesse en met Herman Brood. Hij deed studiowerk voor o.a. Kaz Lux en Lange Frans & Baas B en tegenwoordig speelt hij dance classics, funk & soul bij Roel & The Gang.

 


De Precision Bass
Het is al vele keren opgeschreven en het zal nog wel honderden keren worden opgeschreven: de Fender Precision Bass is de oerbas. Het model dat in 1951 verscheen had een platte body met hoekige randen (slab body) en een enkelspoels element. In 1954 werd de body wat ergonomischer vormgegeven met een uitgesneden achterkant en afgeronde zijkanten (contoured body). Het enkelspoels element maakte in 1957 plaats voor het split-coil element. In hetzelfde jaar werden de brug, slagplaat en kop van de hals aangepast. Daarmee had de Precision zijn rudimentaire vorm gekregen. In 1959 kreeg de esdoorn hals een palissander toets. Pas in 1970 keerde de esdoorn hals/toets naast de palissander toets terug. Het oorspronkelijke ontwerp uit 1951 kwam in 1967 terug als Telecaster Bass. Deze bas werd in de jaren zeventig met een enorme humbucker uitgerust. Vanaf de jaren ’80 en ’90 introduceerde Fender vele varianten van de Precision Bass. Geen van deze moderne versies konden de populariteit van de oerbas echter evenaren. Enkele legendarische Precisionspelers waren Bill Black, James Jamerson en Duck Dunn.

 

Klik voor meer foto's



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen