| Een lichte generatiekloof is er wel tussen het publiek en de twee heren die de ritmetandem vormen van de IJslandse funkband Mezzoforte. De grootste hit van de band, Garden Party, dateert alweer uit 1983 en toen waren de meeste aanwezigen bij deze clinic in Metropool Hengelo nog niet eens verwekt.
PopScool Hengelo nodigde de band uit om een concert en clinic te komen geven in het oosten des lands en dat gaf de Bassist gelegenheid om dit funkkoppel dat al samenspeelt sinds ze veertien jaar oud waren te interviewen. In het café van het podium spreken we vlak na de clinic met elkaar onder het genot van een kop koffie. Als eerste wil ik graag weten wat ervoor heeft gezorgd dat de bandleden en de ritmesectie in het bijzonder het nu al meer dan 30 jaar met elkaar uithouden terwijl de meeste bands al veel eerder de pijp aan Maarten geven. ‘Het zit in ons DNA’, legt bassist Jóhann uit. ‘Zoals in iedere relatie zijn er ook in onze band en tussen Gulli en mij goede en slechte tijden, maar ik kies ervoor om de goede tijden te onthouden. Wat ons, of tenminste mij, tegenwoordig aan het spelen houdt is het gevoel dat we iets belangrijks doen voor veel mensen. Wij proberen hen te inspireren met onze muziek, onze energie.’
Driepoot In de loop der jaren is de basis van Mezzoforte als band altijd gevormd door de twee heren die bij mij aan tafel zitten, en toetsenist Eythor Gunnarsson. Volgens de bassist vormt Eythor eigenlijk de derde poot van de ritmesectie: ‘We brengen allemaal onze eigen dingen in als we spelen maar ook als we nummers schrijven. Soms neemt Eythor de leiding, soms ik en soms Gulli.’ De drummer knikt instemmend: ‘Als ik de monitormix op mijn in-ears afregel wil ik zeker zijn dat ik drums, bas en toetsen kan horen. Als wij elkaar goed kunnen horen dan blijft het altijd strak en kunnen we, ook als het fout gaat, elkaar volgen en opvangen.’ Het drietal speelt al zo lang samen dat het samenspel vrijwel automatisch is geworden. De drummer legt uit: ‘Het is meer dan dat je elkaars cues hoort aankomen, het is bijna een emotie die we samen delen. Je voelt de energie en weet wanneer de ander richting een muzikale climax gaat of juist rust zoekt.’ Dit betekent niet dat er geen signalen meer gegeven worden op het podium: ‘We doen het Paardenoog.’ Beiden grinniken terwijl Gulli een impressie doet die nog het meest doet denken aan het bekende YouTube-filmje met de dramatisch omkijkende eekhoorn. ‘We kijken elkaar zo intens aan dat de ander wel over móét.’
Intermezzoforte Eerder die middag, tijdens de clinic, vertellen de drummer en bassist hoe zij er als band voor zorgden dat ze steeds beter zijn geworden. Gulli voert van achter zijn drumstel het woord terwijl Jóhann af en toe een opmerking plaatst. ‘Wat we al heel snel deden was onszelf opnemen en serieus terugluisteren. Daar zijn we snel beter door geworden. Maar soms heb je ook invloeden van buitenaf nodig. Toen we naar Londen gingen om op te nemen vonden we daar goede producers en engineers die ons qua sound en compositie naar een hoger niveau hebben gebracht. Maar misschien nog wel het belangrijkste voor jou als muzikant is dat je goed luistert naar mensen die je bewondert en eerst probeert dingen na te doen. Als je dat beheerst kan je veel makkelijker je eigen dingen verzinnen en creatief zijn.’ Ten slotte worden een paar verzoekjes ingewilligd en dan blijkt dat er naast de nieuwe generatie muzikanten van muziekschool en conservatorium een aantal fans van het eerste uur in de zaal zijn. De beide heren laten een aantal passages horen uit nummers uit de begintijd van de band en wat opvalt is dat deze uiterst strak worden uitgevoerd, zelfs als iemand vraagt om een nummer waar de heren even voor in hun geheugen moeten graven. Als laatste spelen de funkers een versie van hun inmiddels door bijna 300.000 mensen bekeken bas/drumsolo (zoek op ‘Mezzoforte solo’ op YouTube). Het plezier spat ervan af en het publiek verlaat voldaan de zaal om te wachten op het concert van dezelfde avond. Terug in het café vertelt de drummer over het schrijfproces binnen Mezzoforte. Dit is (zoals veel dingen binnen de band, krijg ik de indruk) een gezamenlijk proces: ‘In het verleden werden nummers vaak door één persoon aangedragen maar de laatste tijd gaan we vaak ergens naartoe, bijvoorbeeld een zomerhuis, en schrijven we samen. We jammen wat, ik speel bijvoorbeeld een groove die ik mooi vind en Jóhann verzint daar een baslijn bij. Dan gaan we ermee spelen en komt het er meestal op neer dat mensen tijdens de jam akkoorden naar elkaar gaan roepen. De melodielijn komt dan vaak voort uit een improvisatie op die basis.’ De bassist knikt instemmend: ‘We vinden die manier van werken erg prettig. De twee nummers van ons vorige album Volcanic die we het vaakst spelen zijn uit een dergelijke jam voortgekomen. Op de een of andere manier klinken die songs het meest “af”, en vinden mensen ze ook het leukst.’

IJsland Cultuurland Ik wil graag weten hoe zij denken dat het komt dat er buitenproportioneel veel muziek en kunst uit IJsland komt, een land dat tenslotte maar 330.000 inwoners telt. Gulli heeft wel een idee: ‘Ik denk dat het te maken heeft met een aantal dingen. De natuur, het weer en het weinige licht zorgen voor een bijzondere omgeving waar volgens mij sneller nogal aparte mensen ontstaan.’ En apart is goed? ‘Ik denk het wel, ja. Het zorgt ervoor dat IJslanders, en meer specifiek de jongere generatie die ook nog eens opgroeit in tijden van crisis, weerbaar en ondernemend worden. En als je daar dan goede muziekscholen en een bovengemiddeld aantal studio’s, zalen en oefenruimtes aan toevoegt heb je eigenlijk een perfect kweekbed voor talent. En als je dan bands zoals Sigur Rós voorbrengt dan inspireren die weer nieuwe generaties en zo blijft het balletje rollen.’ Jóhann geeft een voorbeeld van de nieuwste beweging in de IJslandse muziek: ‘Sinds een paar jaar heb je de “schattige” generatie. Dat zijn jonge mensen van rond de twintig die teruggrijpen naar de hippietijd. Ze staan in wollen truien op het podium, spelen eigenlijk alleen maar voor hun eigen plezier en wijzen alles af wat met commercie te maken heeft. Ik vind het mooi om te zien dat de muziek zich steeds weer verder ontwikkelt.’ De drummer knikt instemmend: ‘Het is mooi om te zien dat het deze nieuwe muzikanten alleen maar gaat om het creëren. Daar krijg ik weer inspiratie van. Je kunt wel in een coverband spelen, en daar kan je natuurlijk ook veel van leren, maar pas als je zelf de volledige vrijheid neemt om iets te creëren heb je een basis voor iets wat kan blijven bestaan, vind ik.’
Pluspunten Terugkomend op de samenwerking binnen de ritmesectie wil ik ten slotte van de heren weten wat ze elkaars beste eigenschappen vinden als muzikant. Het blijft even stil, terwijl de heren ineens wat schuchter voor zich uitkijken. Jóhann durft het als eerste aan: ‘De belangrijkste reden dat we nog steeds samen spelen is dat we elkaar mogen. Maar wat ik specifiek apprecieer aan Gulli is dat hij erg professioneel is, hij zorgt ervoor dat hij zijn zaken altijd op orde heeft. Daarnaast staat hij erg open voor andermans ideeën en is hij bereid iets te doen met kritiek.’ De drummer ontvangt de accolades met een verlegen glimlachje: ‘Het klopt dat we zo goed samenwerken omdat we al zo lang vrienden zijn en blijven. Wat ik goed vind aan Jóhann als bassist is dat hij een erg sterk gevoel voor groove heeft en een stevig geluid. Ik vind bij Mezzoforte de sound altijd een erg belangrijk onderdeel en een van de belangrijkste onderdelen van dat geluid is zijn basgeluid en -spel. Als ik een keer flink wil uithalen weet ik dat hij net zo hard mee kan.’ De bassist knikt instemmend: ‘Het is simpel: als ik met Gulli samenspeel ben ik een betere muzikant!’
mezzoforte.com popscoolhengelo.nl smoothjazz.eu |