| Ruim vijftien jaar en 1500 optredens lang vormen ze de ritmetandem van Eindhovens trots Peter Pan Speedrock: Bassist Bart ‘Bartman’ Geevers en drummer Bart Nederhand. Kun je elkaar na zoveel optredens nog wel verrassen? En word je niet helemaal gek na duizenden uren tourbus? Beide Barten genieten nog elke dag, vertelden ze De Bassist.
Popcentrum Pop-Ei in Eindhoven zit in een fabriek, het Klokgebouw (vanwege een enorme klok op het dak), midden in een wijk vol voormalige Philips-fabriekspanden. In de oorlog plaatsten de Duitsers afweergeschut op het dak, de onverwoestbare fabriek incasseerde een voltreffer maar gaf geen krimp. Slopen zou te duur worden, en wat is er dan mooier om het voor cultuur te gebruiken? In de enorme hal, waar vroeger beeldbuizen werden gefabriceerd, wordt nu Speedfest georganiseerd en de drie verdiepingen kantoren zijn nu studio’s, oefenruimtes en hokken voor muziekstudenten. In deze vruchtbare omgeving heeft Peter Pan Speedrock z’n hoofdkwartier. De heren zijn net terug van een tour door Spanje, binnenkort zijn Rusland en Japan aan de beurt en ook de avond ervoor werd ook nog opgetreden. Met een flinke mok koffie in de hand denken de heren terug aan het ontstaan van de band.
Keigoed Bartman: ‘De eerste bassist wilde het rustiger aan doen en Bart en Piet [zanger/gitarist Peter van Elderen, CD] vroegen mij of ik af en toe in wilde vallen. Ik had daarvoor al eens gejamd met Piet.’ ‘In die tijd stond de toevoeging “Speedrock” nog niet achter “Peter Pan”,’ vult Bart aan. ‘Er was gelijk een klik,’ vervolgt Bartman. ‘Toen de eerste bassist hoorde dat ik in zou vallen, stopte hij er helemaal mee. Ik zat toen nog in wat andere gave bands, maar die heb ik meteen afgezegd.’ Bart: ‘Toen ik zeventien was, ging ik niet meer naar school. Ik was alleen maar aan het drummen. Ik kwam Piet tegen, hij hoorde mij drummen en we besloten een keer te jammen. We hebben meteen ons eerste nummer gemaakt en sindsdien is alles in volle vaart verder gegaan. Ik wist meteen dat ik er helemaal voor wilde gaan. Piet wist dat ook, maar het is heel moeilijk om meer mensen te vinden. Als je er honderd procent voor gaat ben je ieder weekeinde weg en zeker in het begin moet je alles aan de kant zetten. De een heeft een gezin, de ander een goede baan en de derde vindt dat er teveel onzekerheden zijn. In Bart vonden we de perfecte bassist!’ Op de vraag waarom Bartman het al zolang volhoudt met zijn naamgenoot hoeft hij niet lang na te denken. ‘Wat ik gaaf aan hem vind is dat het totaalbeeld klopt. Sommige drummers drummen keigoed, maar zien er niet uit. Bart drumt keigoed en hij is geweldig om naar te kijken.’ ‘Ik zie alleen Barts rug!’, grapt drummer Bart. ‘Nee, hij is gewoon een erg goede bassist en ook de samenwerking gaat goed. We hoeven elkaar niet aan te kijken en invallen gaat vanzelf. We hadden elkaar twee keer gezien, we speelden voor het eerst en ik tikte af zonder iets afgesproken te hebben. We vielen allebei in en het klopte allemaal.’ Bartman: ‘We zijn als band beïnvloed door verschillende muziekstijlen en dat maakt onze stijl samen apart. We zijn een trio, alles moet dan kloppen. Misschien is een trio wel makkelijker, want alles heeft een plek en je kunt een open en vet geluid maken, terwijl twee gitaren elkaar in de weg kunnen zitten. Bij trio’s zie je soms dat er live bij gitaarsolo’s iets wegvalt. Piet soleert zo dat dat niet opvalt en ik doe nog eens vrij veel op bas.’
Philips en DAF We verplaatsen ons naar een oefenruimte. Deze ruimte kan maar van een band zijn: we zien een muur van Marshalls en Voxen van Piet met hier en daar een DAF-logo. Naast het drumstel van Bart staat een doos extra zware Vic Firth-drumstokken met bandlogo en de naam van de drummer. In een andere hoek staat een Ampeg 8x10” met twee buizen-SVT’s. Op een stoel ligt een serie basplectrums met bandopdruk. Onder een groot blauw Philips-logo staat een oude mengtafel van de gloeilampenfabrikant. Opvallend is dat alles gemic’d is. Hier nam de band dan ook de laatste cd op, geheel op eigen houtje, zonder producer. ‘Vroeger versleepten we alles,’ legt Bartman uit, ‘maar nu hebben we een dubbele backline. Een voor live en een hier in de oefenruimte.’ Bart: ‘We hebben hier daglicht en dat is heerlijk. Je ziet dat drums en versterkers gemic’d zijn en alles staat dus klaar voor opnames. We willen in de toekomst vaker opnemen en dat kan nu makkelijk. Bands benaderen ons wel eens voor een splitsingle. Dat willen we best, maar het duurt meestal drie jaar voordat we met een nummer komen, haha!’
Vette klop Bart loodst ons langs de spullen in de ruimte. ‘We hebben lang gezocht naar ons geluid, hoewel Bart zijn geluid snel had.’ Bartman: ‘Ik speel altijd met een Boss Super Overdrive voor gitaar. Toen ik bij de band kwam, nam ik de Ampeg van mijn voorganger over. Ik kwam er achter dat ik altijd al een Ampeg had moeten hebben. Dat had een hoop ellende gescheeld.’ Bart: ‘Ik heb lang gezocht naar een snare die een vette “klop” had, maar die ook door de mix klapte. Ik heb veel geprobeerd met vellen en snares. Het blijft een zoektocht, maar ik ben er wel ongeveer. Piet heeft ook alles geprobeerd qua pedalen en microfoons, maar we komen altijd weer terug op dezelfde live-spullen.’ Bartman: ‘Voor mij zijn dat Ampeg SVT’s. Deze blanke Rickenbacker 4001 uit begin jaren ‘70 gebruik ik voor opnames, maar live is het tegenwoordig altijd de ‘69 Fender Precision, zonder G-snaar. Ik vind dat gat in de kop zo mooi staan, haha! Ik speelde jaren op Rickenbackers, maar ik ontdekte dat ze steeds slechter gingen klinken. Op advies van een producer heb ik ze na laten kijken en het bleek dat mijn drie Ricks van binnen helemaal verrot waren door het vele zweet dat er in liep. Qua hout en elektronica was het één grote bende. Noodgedwongen ben ik op Fender gaan spelen. Het heeft een lekker geluid, speelt fijn en ik wil een tweede als back-up. Verder heb ik een Koch Loadbox, signature plectrums en Dunlop-snaren. Ik heb ook nog een oude Mosrite, maar daar ben ik heel zuinig op.’ Bart: ‘Naast mijn eigen zware Vic Firth-stokken heb ik bekkens van Sabian, Ludwig-drums en een DrumPlates-drummat. Superfijne spullen!’
Opnemen Bartman: ‘Ik was eerst huiverig voor het opnemen zonder producer. Zouden we het overzicht kwijtraken, of doorschieten in bepaalde dingen? Dat is allemaal niet gebeurd en we hebben nauwelijks problemen gehad, terwijl het wel eens is gebeurd dat we elkaars bloed wel konden drinken.’ Bart: ‘In een studio kan je het echt oneens zijn over arrangementen en dan is het fijn als er een producer of technicus is die een mening heeft. Nu moesten we het samen doen. Met opnemen moet er druk achter zitten. We spelen al zoveel live, we jammen af en toe en daar komen ideeën uit, maar er moet een deadline zijn voordat we nummers echt afmaken.’ Bartman: ‘De nummers blijven altijd veranderen. We namen laatst een video op voor een nummer dat we twee maanden terug opnamen. Tijdens het meespelen met de cd viel me op dat ik dingen nu al anders speel.’ Bart: ‘Je probeert jezelf bij iedere plaat toch weer te verbeteren.’ Bartman: ‘Én live, ook al zijn het kleine dingen. Bart speelt ingewikkelde roffels aan het eind van een nummer en die maffe ritmes probeer ik dan te volgen.’
Paardenstal Bartman: ‘Spelen blijft het leukste dat er is. Ik heb niet altijd zin om te repeteren, opnemen lijkt soms op werken, maar het is toch honderd keer beter dan een kantoorbaantje? We deden net een kleine tour door Spanje, mensen gaan helemaal uit hun dak: “Wat de fuck is dit en waarom ken ik dit niet?”’ Bartman: ‘Laatst belandden we in een relatief kleine zaal in Duitsland, een soort paardenstal cq. grot. Ze hadden niet meer dan twee zangmicrofoons en een voor de bassdrum, maar het dak ging er daar zo hard af! Het is geweldig om in grote zalen te spelen, maar het is ook wel punkrock als de geluidsinstallatie kut is.’ Bart vat het antwoord op onze allereerste vraag nog eens samen: ‘We zijn duizenden uren samen en dat is supergezellig. Drie man crew, drie man band, samen op pad. Met zes idioten is het lachen, gieren brullen. Het is een jongensavontuur, een schoolreisje. Alles mag dan ook, behalve de chauffeur slaan terwijl ie rijdt, haha! Daarnaast is alles geoorloofd, hoewel niet altijd gewaardeerd!’
www.peterpanspeedrock.nl
Foto door Peter de Jong |