Frans van Geest & Martijn Vink

Geschreven door Marten Schulp

Ze kennen elkaar al zeventien jaar en hebben in die tijd samen in ontelbaar veel bandjes de ritmetandem gevormd. Contrabassist Frans van Geest (39) en drummer Martijn Vink (33) ontmoetten elkaar op het conservatorium in Hilversum. Tegenwoordig zijn ze samen de motor van het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw. Hoe onafscheidelijk zijn die twee nou echt? In de jazz ‘doet immers iedereen het met iedereen’.

 

 

‘In de popwereld is dat niet anders, hoor’, zegt Martijn. ‘Ja, alleen bij echt vaste bands als de Rolling Stones, U2 of Golden Earring kun je spreken van vaste ritmetandems. Maar ook popartiesten als Ilse DeLange en Anouk hebben na elke plaat wel bezettingswisselingen.’ Frans: ‘En zeker als jazzmuzikant moet je met verschillende groepen werken, anders kun je er je brood niet meer mee verdienen.’

 

Dus, voor elkaar zijn jullie niet ‘dé drummer’ en ‘mijn enige bassist’.

Frans: ‘Nou, van alle drummers heb ik met Martijn wel het meeste gespeeld. In het kwartet van Sjoerd Dijkhuizen, de Glenn Miller Bigband, het Metropole Orkest, het Jesse Van Ruller Quartet, het Martijn Van Iterson Quartet, een aantal jaren met Peter Beets...’ Martijn: ‘En nog een heleboel bigbands.’

 

De twee kwamen elkaar tegen toen Martijn net de havo had verlaten. Frans: ‘Hij was heel jong, maar een enorm talent.’ Martijn: ‘Jij was al gesetteld in Hilversum. Haha, de tijd vliegt, voor je het weet lig je onder de zoden!’ Ondanks het verschil in leeftijd en jaargang kwamen ze in dezelfde groep muzikanten terecht. Frans: ‘Zo’n conservatorium moet je zien als een grote verzamelplaats van muzikanten. Iedereen neemt er initiatieven. Zangers, blazers en pianisten richten hun eigen groepjes op. Wij als begeleiders werden vooral veel gevraagd. We zaten wel in vijftien groepjes tegelijk.’ Martijn: ‘En hoe verder je komt als muzikant, des te meer heb je te kiezen.’

 

Frans: ‘Jazzmuziek is een feel en een taal die de jazzmuzikanten met elkaar gemeen hebben. Ik hoef een drummer niet eerst te kennen om met hem te kunnen spelen. Als het goed gaat, ontstaat er vanzelf een klik. Dat is in muziek niet anders dan op tal van andere terreinen van samenwerking: je doet je best en dan voel je wel of jij goed samengaat met de ander, persoonlijk én muzikaal. Vaak is uit iemands spel op te maken hoe hij persoonlijk is.’ Martijn: ‘... en vaak ook niet.’ Frans: ‘Klopt. Er zijn drukke types die druk spelen, maar juist introverte mensen kunnen vaak in hun spel luikjes opentrekken waarvan je steil achteroverslaat. Martijn van Iterson is een rustige jongen, maar als hij speelt besef je hoe weinig hij in het dagelijks leven van zichzelf laat zien! Dan komt er ineens zo verschrikkelijk veel informatie uit...’

 

‘Als ritmetandem is het zaak dat je je samen kunt inleven in de leider van de groep, in de solist en in de componist van de stukken’, legt Frans uit. ‘Martijn en ik kennen elkaar door en door, en dat is maar goed ook, want bij het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw begeleiden we vaak gastsolisten. In oktober komt McCoy Tyner.’ Martijn: ‘En al zouden we al zijn platen kennen, je weet niet hoe het voelt om met hem te spelen. Dat merk je pas als je één maat gespeeld hebt. Die hele groten zoals hij zijn vaak enorm communicatief in hun spel, dus dat gaat ook meestal heel goed.’ Frans: ‘Toen ik met Elvin Jones speelde, voelde ik meteen hoe ik me aan hem moest aanpassen. Voor Martijn geldt precies hetzelfde bij een hem onbekende bassist.’ Martijn: ‘De kracht zit ‘m in het heel snel horen hoe het geheel functioneert. Kijken waar de timing van de ander zit. Speelt hij naar voren, laidback of precies erbovenop? Als je er maar één ding onthoudt: niemand heeft gelijk.’ Frans: ‘Ritmesecties waarin fricties ontstaan, klinken vaak juist erg goed. Doordat het niet helemaal spatgelijk gaat, hebben de bas- en drumpartijen erg veel steun aan elkaar. Tijdens het spelen voelt het dan soms niet helemaal goed, maar hoor je het terug, dan klinkt het vaak waanzinnig.’

 

Komen jullie ook bij elkaar over de vloer?

Martijn: ‘Je kunt nooit alleen maar professioneel bezig zijn. Zeker niet in de muziek. Maar ik onderhoud lang niet met elke muzikant die ik ken, ook privé contacten. En je hoeft ook geen vrienden te zijn om met elkaar te werken.’ Frans: ‘Als ik ziek ben, dan hangt Martijn als een van de eersten aan de telefoon.’ Martijn: ‘Niet dat we elke maand met z’n allen naar de Efteling gaan...’ Frans: ‘Maar vorig jaar zijn we met onze families een avondje uit geweest, en Martijn heeft ons rondgeleid over zijn Rotterdamse camping.’

 

Martijn, is het voor jou als drummer anders om samen te spelen met een contrabas dan met een basgitaar?

Martijn: ‘Dat ligt niet aan contrabas of basgitaar, maar aan het niveau van de speler en de kwaliteit van zijn geluid. Ik ken genoeg basgitaristen die als een drol klinken. Als iemand een goeie sound in zijn vingers heeft, dan merk je dat in het podiumgeluid en in het samenspel. Weet je wat ik jammer vind? De laatste tijd gaat iedereen steeds harder spelen. Luister toch naar de oude ritmesecties van James Brown: die spelen heel zachtjes en toch swingt het geweldig. Het ligt ook aan de spullen: nieuwe drumstellen worden gebouwd voor zo veel mogelijk herrie. Ik speel alleen maar op oude drumstellen die van nature zacht klinken. Dat geldt trouwens ook voor basgitaren. Oude hebben een minder groot geluid. Alle gave basgitaristen waarmee ik speel, hebben oude basgitaren. Aram Kersbergen, Michel van Schie, Manuel Hugas, en Jeroen Vierdag heeft nu ook een ouwe Fender gekocht... Jeroens vorige bas, een Sadowsky, klinkt heel mooi maar het geluid is te groot om goed mee te mengen voor mij als drummer.’

Frans: ‘Hoor jij als drummer echt het verschil tussen een oude basgitaar en een nieuwe?’ Martijn: ‘Ja, meteen. Ik praat altijd veel met bassisten over basgitaren en contrabassen. Ook contrabassisten spelen het liefst op een oude contrabas.’ Frans: ‘Klopt. Ik heb een mooie, 170 jaar oude bas. Tegenwoordig worden in Amerika nieuwe contrabassen gemaakt, niet duur en ze klinken goed, maar toch missen ze iets. Het hout van een oude contrabas droogt totaal uit, dat is een rijpingsproces. Het beïnvloedt de manier waarop hij trilt.’ Martijn: ‘Oude Fenders hebben een dunnere laklaag. Die slijt af, en dat klinkt toch het lekkerst. De meeste basgitaristen lakken een oude basgitaar nooit meer.’ Frans: ‘En een contrabas opnieuw lakken is vaak de dood voor het instrument. Met zulke dingen kun je de akoestiek van een instrument helemaal verpesten. Ik ben altijd bezig om de sound te optimaliseren. Je moet weten waar de kam moet staan ten opzichte van de stapel, dat is het houten stokje tussen het bovenblad en het onderblad van de bas. Dat heeft heel veel invloed, vandaar de uitdrukking “stapelgek”. Soms klinkt ‘ie gewoon niet. Dat kan aan het weer liggen, bij vorst droogt het hout nog meer uit en als het heel nat is, zet de bas weer uit. Hoe ouder het instrument, hoe gevoeliger het is voor temperatuurschommelingen en vochtigheid.’

 

Tot zover bassound voor de drummer; hoe zit het met ‘drumsound voor de bassist?’

Frans: ‘Is net zo belangrijk. Vooral de sound van de bassdrum kan veel maken of breken.’ Martijn: ‘In muziek is niets zo belangrijk als mengen. Wat heb je aan te gekke instrumenten als hun geluiden niet mengen? Ik speel zelf vrij zacht en gebruik oude bekkens met een donkere klank, dat is voor veel bandjes wel wennen.’ Frans: ‘Naarmate je ouder wordt, gaan de noten steeds minder tellen en ga je een goede sound steeds meer waarderen.’

Martijn: ‘Op mijn zestiende ging ik naar Toto, nog met Jeff Porcaro op drums. Op de plaat klonk het alsof hij keihard beukte, maar live zag hij er heel relaxed uit. Dat je zou moeten beuken voor een goede sound is totale onzin. Het zit hem in timing, frasering en samenspel. De PA maakt het wel hard. Maar vaak kunnen mensen pas goed spelen als ze hard spelen.’ Frans: ‘Vroeger maakte ik grotere bewegingen met mijn aanslagarm. Dat hoeft ook niet. Ik heb veel contrabas gestudeerd voor de spiegel, dat helpt. Ook Martijn ziet er heel rustig uit als hij speelt. Zacht spelen en toch swingen en goed klinken, dat kan, maar je moet het leren.’



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen