Diets Dijkstra & Jeroen Kleijn

Geschreven door Chris Dekker

tandem_09_internetAl jaren is Johan een van de beste melodieuze gitaarbands van ons land. De huidige bezetting houdt stand sinds 2004 en het was ook deze band die de laatste twee cd’s opnam. Bassist Diets Dijkstra zit sinds ’99 bij de band en samen met Jeroen Kleijn vormt hij de solide basis.

 

Hoe zijn jullie bij de band gekomen?
Diets: ‘Ik zat eerst in Crapjam uit Meppel en via via hoorde ik dat Johan een gitarist zocht. Bij Crapjam begon ik ooit als bassist, maar ik speelde inmiddels gitaar, dus ik heb contact opgenomen. Al met al was dat nogal een vage periode. Ik heb de opnames van het album Pergola meegemaakt, maar daarop doe ik slechts wat gitaarpartijen. Uiteindelijk bleek men een bassist nodig te hebben en ik ben erin gesprongen. Er kwamen wat try-outs en toen was er die beruchte fotosessie. We zaten wat te dollen met de fotograaf, we renden weg, ik viel en ik brak mijn pols. De cd-presentatie moest ik meteen missen. Mijn eerste optreden was meteen Pinkpop! Onze boeker trok wit weg toen hij hoorde dat wij totaal niet gerepeteerd hadden, haha! Dat was wel spannend; een echte vuurdoop.’
Jeroen: ‘Ik kwam in 2004 bij de band, toen Daryll-Ann net was gestopt. Door mijn werk voor het platenlabel Excelsior kende ik de band en de liedjes goed. Ik was een fan.’


Jeroen, als ‘huisdrummer’ van Excelsior speelde je onder meer met Daryll-Ann, Spinvis en Johan. Daarnaast viel je in bij Claw Boys Claw en je tourde met Ellen ten Damme. Hoe was het om met Diets in een band te komen?
Jeroen: ‘We hadden al eerder samen gespeeld als begeleiders van de Noor Sergeant Petter.’
Diets: ‘Inderdaad, dat was ik bijna vergeten!’
Jeroen: ‘Dat was ook met Maarten Kooijman [Johan-gitarist, - CD] en dat speelde wel fijn. Alles paste meteen bij elkaar.’


Moet je niet enorm wennen om met steeds andere bassisten te spelen?
Jeroen: ‘Het is altijd een wisselwerking. Ik kijk altijd eerst even de kat uit de boom. Bij de ene band kan je rare dingen doen, maar soms is het je taak om de muzikanten op het rechte pad te houden. Bij Johan was het meteen lekker los. Er werd muziek gemaakt, in plaats van de liedjes noot voor noot na te spelen. Dat vond ik erg interessant, want ik kon meteen mijn eigen schwung eraan geven.’
Diets: ‘Het is inderdaad wat losser geworden. We spelen samen heel intuïtief, ik kreeg meer vrijheid en ik ben melodieuzer gaan spelen.’


Welke stempel drukken jullie als ritmetandem op de band?
Diets: ‘Op de laatste platen staan natuurlijk mijn eigen partijen, waarin ik alle vrijheid heb. Ik ben daar wel trots op. Maar uiteindelijk staan we beiden in dienst van de nummers.’


Hoe is de laatste cd tot stand gekomen?
Diets: ‘Heel veel nummers zijn geschreven of afgemaakt tijdens een weekje Terschelling.’
Jeroen: ‘Bij de vorige plaat speelden we veel nummers al live. Die nummers stonden dus behoorlijk vast toen we de studio in gingen. Bij de laatste plaat was dat anders. We gingen met wat basisideeën dat huisje in de duinen in en we kwamen met een bijna complete cd uit. Het geraamte van de plaat is daar ontstaan.’
Diets: ‘We hadden wat kleine versterkers, een klein drumkitje en opnameapparatuur.’
Jeroen: ‘De nummers zijn nooit compleet klaar in het hoofd van zanger-gitarist Jacco de Greeuw. Alles is dus open en als ritmesectie kunnen we dus lekker ons gang gaan. Na die week zijn we de nummers wel in de oefenruimte gaan spelen en daarna hebben we ze vrij snel opgenomen.’
Diets: ‘Je merkt nu ook dat de nummers nog steeds groeien tijdens het spelen. Aan de ene kant is dat jammer, want sommige partijen zijn nu live mooier dan op de plaat, maar de plaat heeft juist wel weer het energieke omdat alles nieuw was.’


Het is de eerste keer dat jij een nummer bijdraagt, Diets.
Diets: ‘Ik had dit nummer al een poosje. Ik wilde het pas laten horen als het echt af was, dus ik heb er even aan geschaafd. Het refrein was meteen catchy, dus dat zat al goed. Ik heb een oude drumpartij van Jeroen in ProTools geladen en daarna ben ik eroverheen gaan spelen met bas en gitaar. De tekst is ook door mij geschreven. Op Terschelling heb ik het laten horen en de band was meteen enthousiast. In de studio speel ik het gitaarintermezzo, bas en wat piano. Maarten en Jacco hebben ook gitaar op het nummer gespeeld.’
Jeroen: ‘Op de vorige cd stond al een nummer van Maarten en nu dus nummers van Maarten en Diets. Die ruimte is er nu en daarom is het ook veel meer een bandplaat geworden.’
Diets: ‘En de reacties zijn gelukkig goed. Ik ben er blij mee!’


Diets, je hebt gitaar gespeeld in Crapjam en dit nummer is op gitaar geschreven. Voel je je meer gitarist of bassist?
Diets: ‘Ik begon dus ooit op bas. Toen ik bij Johan ben gaan spelen, heb ik dat de eerste tijd op de Japanse Squier van de band gedaan. Twee jaar geleden heb ik een ’69 Fender Precision gekocht, ik heb ook meteen een abonnement op De Bassist genomen en ik voel me de laatste jaren ook echt bassist. Ik luister meer naar andere bassisten en ik ben me er veel meer in gaan verdiepen. Binnenkort val ik ook nog in bij Anne Soldaat als bassist. Ik zal het nog sterker vertellen: ik heb niet eens een eigen gitaar, haha! Gelukkig heeft de band er een aantal, dus ik heb er altijd wel eentje thuis staan.’


Nu we het toch over je bassen hebben: waar spelen jullie nog meer op?
Diets: ‘Qua versterking gebruik ik een Fender Bassman 135 met Ampeg 4x10”- en 1x15”-kabinetten. En ik ben dus zeer tevreden met de ’69 Precision. De Squier is prima, maar deze bas klinkt echt beter. Er ging een wereld voor me open. En de sound is veel constanter en meer in evenwicht. Per toeval ben ik laatst flatwounds gaan spelen en dat bevalt erg goed. Mijn volgende aankoop wordt een SansAmp. Dan heb ik een DI en een goede overdrive in een.’
Jeroen: ‘Ik ben een verzamelaar. Voor de studio gebruikte ik net wat ik nodig had, maar voor Johan heb ik nu een andere set. Het is een samenraapsel van Slingerland-spullen, maar het past allemaal bij elkaar en alles heeft een nieuwe witte coating gekregen. Het is een nogal zware set met een 26”-bassdrum, maar dat past bij onze sound. Voor de theatertour gebruikte ik een oud Ludwig-jazzsetje met een 20”-bassdrum. Het is nu dus weer even wennen aan die enorm grote kit.’


Zo rond het opnemen van de plaat zijn jullie inderdaad het theater ingedoken. Hoe was dat?
Jeroen: ‘Ik heb met Spinvis theateroptredens gedaan en dat beviel goed. Bij Johan was de band er eerst niet zo voor, omdat het op het eerste gezicht niet zo rock & roll lijkt. “We zijn bijna veertig, dus we gaan het theater in.” Maar het is juist heel leuk geworden. Voor mezelf was het wennen, omdat de energie anders is. Ik heb alles gespeeld met brushes en hotrods. We hebben wat arrangementen omgegooid.’
Diets: ‘Het nummer Oceans heeft al een baslijn als basis, maar dat is veel meer Motown geworden. Het was leuk om alles binnenstebuiten te keren. Bepaalde nummers hebben we echt omgegooid, maar andere nummers bleken het best te zijn zoals ze waren. Een nieuwe partij moet wel iets toevoegen. Ik speel zelf vrij ruig, maar voor het theater ben ik netter gaan spelen. We hebben nog aan een contrabas gedacht, maar we wilden graag de rocksound behouden. Tijdens het opnemen ben ik met flatwound snaren gaan spelen en dat bleek qua warmte mooi bij het akoestische te passen. Maar ik trap ook nog wel eens mijn overdrive in, hoor!’
Jeroen: ‘Theater hoeft niet saai te zijn. Het mag ballen hebben. Ik denk dat we uiteindelijk goede shows hebben neergezet. We hebben er veel aandacht aan besteed en je moet wel wat in huis hebben om zittende mensen twee uur te boeien. Als je geen goede liedjes hebt, dan moet je rare strapatsen uithalen. Dat hoefde gelukkig niet.’
Diets: ‘We hebben behoorlijk wat nieuwe fans erbij; dat zag je ook aan de verkoopcijfers van de oude cd’s.’


Neem je bepaalde arrangementen van het akoestische ook weer mee naar de elektrische optredens?
Diets: ‘We hebben veel kleine dingetjes aangepast en erin gelaten.’
Jeroen: ‘Door het spelen in theaters hadden we extra zin om vol gas te gaan tijdens de clubtour. Als dat af is, hebben we waarschijnlijk weer zin in het theater, haha! Om acht uur spelen, goed eten. We gaan zeker weer het theater in. Ik moet zeggen dat het elektrisch spelen weer even wennen was. We moesten de juiste sound vinden, de balans, hoe hard we konden. We zijn wel op elkaar ingespeeld, maar je merkt toch dat het theater een heel andere discipline is.’
Diets: ‘Het duurde inderdaad wat try-outs. We waren soms wat onzeker over geluid en monitormix.’


Is er een echte Diets-Jeroensound?
Jeroen: ‘Dat is aan anderen om dat te beoordelen. We beredeneren onze partijen nooit en alles gaat vanzelf. Ik speel graag met Diets.’
Diets: ‘Tot op de dag van vandaag hebben we het nooit gehad over hoe we iets willen laten klinken. We voelen elkaar inmiddels gewoon heel goed aan.’

 

www.johan4all.com

 

Klik voor meer foto's

 



 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen